Idee 1052a.                                                


- En wat heeft uwe daar dan voor 'n boekje? vroeg juffrouw Pieterse.

- Het is een voortbrengsel, of anders gezegd: een werk van een onzer eerste vaderlandsche dichters, sprak Pennewip met plechtigheid, jazelfs... ik zou durven zeggen van den eersten of... den voornaamsten, ook wel de Vorst der nederlandsche dichteren genoemd. Hy is 'n man, juffrouw, die in godzaligheid voor niemand behoeft uit den weg te gaan. In den vollen zin des woords zou ik hem durven rangschikken onder de Belyders. Dit boek, juffrouw, bevat eene komedie, en wel van de soort die wy gewoon zyn treurspelen te noemen... omdat er iemand in sterft. [1]

- Zieje, moeder, precies wat ik uwe altyd gezegd heb, reklaamde onze Stoffel.

- Ja, juffrouw, daar wordt in gestorven. Ziehier op 't laatste blaadje zekere Machteld... dank, Hemel, ik bezwyk zegt ze, en ze stort neder op 't lyk van Floris... ah ja, die Floris zelf is ook dood. 't Is inderdaad een treurspel. [2]

Zie slechts hier. Hy overleed vier regels vroeger aan de gevolgen van een groot verraad... en... en...  

Meester bladerde.

... op deze bladzyde, of pagina, sterft er ook een. Graaf, vaarwel! Gedenk my met gebeden! (hy sterft.) staat er. Uwe ziet dus wel dat het een treurspel is.

- Net wat ik zei, moeder!

- Ja, 'n treurspel! En wel van 'n dichter, juffrouw, 'n dichter... hoor eens:

 Woerden (de hand aan den degen slaande.)
 Zoo straff' de Hemel mij...!
 
 Velzen (hem weerhoudende en op Floris toeschietende.)
 Laat mij hem 't hart doorstoten!
 
 De Edelknaap (tusschen beiden schietende met uitgetogen' degen, en Velzen een' stoot op
 het harnas toebrengende.
)
 Sta, Moorder, neem den proef...!
 
 Velzen (dezen den opgeheven' dolk in de borst dryvende, die er in zitten blyft.)
 Lig daar, vermeetle wulp!

- Wat zegt uwe dr van? vroeg de meester. [3]

Alles was 'n oogenblik stom van verbazing.

- Ja, zei eindelyk Stoffel, en alles zoo krek met staande en liggende regels. Wulp stt weer, zieje Wouter? [4]

't Kind had den moed niet, te vragen wat 'n wulp was? Gelukkig.

In 't voorbygaan hoop ik dat de lezer aandachtig genoeg is om me 't kwalyk te nemen dat ik aan Stoffel 't woord krek in den mond leg, omdat het alleen by boeren, en dan nog slechts in sommige streken van ons landje gebruikelyk is. Welnu, dit is niet altyd zoo geweest. In den tyd van m'n verhaal was de uitdrukking: Correct wel reeds gedaald tot de sfeer der Pietersens, maar nog niet voor-goed naar 't land verhuisd. [5]

Over dit beteekenisvol afzakken der woorden, verwys ik naar de noot op blz. 55 van den IIn bundel.

Pennewip keurde Stoffels opmerking volkomen goed, en zei dat men z de voortbrengselen der letterkunde moest genieten...

- Let daar dan goed op, Wouter, vermaande de moeder.

- En mr nog, juffrouw, ging de meester voort. Om de ware grootheid van zoo'n dichter goed te beseffen, moet men vooral bedreven zyn in... de taal. [6] De kunde van zoo'n man is verbazend. Al wat ik aan myne voedsterlingen, leeraar, of... onderwys, of... inprent - want leerren is zooveel als onderwyzen, juffrouw. Ik zoude ook vryheid gehad hebben te zeggen, alle zaken waaromtrent ik mynen leerlingen onderricht mededeel - nu, juffrouw, dat alles is hem tot in de fynste byzonderheden bekend. De man kon gerust eene school opzetten... niet dat ik hem dit aanraad - de verdiensten zyn gering, juffrouw! [7] - doch ik bedoel slechts dat dezelve de daartoe noodige bekwaamheid wel bezitten zoude. Zoolang ons Vaderland zulke personen in deszelfs boezem draagt... [8]

Het heele gezelschap was n poging tot verbaasdheid. [9] Stoffel knikte tevreden, alsof er nu eens eindelyk wat verkondigd werd, dat de moeite van 't aanhooren waard was. Al de anderen, op Wouter na, steunden op elkaar. Zoo gaat het meer. We hebben hier 'n vry juist model van 't profanum vulgus voor ons. [10]

Toch verstoutten zich de gelaatstrekken van Pennewips publiekjen, iets vragends uittedrukken. Een beetje opheldering scheen niet ongewenscht. Het was alsof men stilzwygend beloofde dat de bewondering er niet onder lyden zou. Men scheen niet te vragen: waarom moeten we dat zoo mooi vinden? De bedoeling was: mooi-vinden zllen we... help ons maar aan 'n reden!

Nu, die reden zou Pennewip leveren:

- Zie eens hier, juffrouw! Ik weet wel, of liever, ik kan gissen of... veronderstellen - volgens sommigen: vronderstellen, omdat het 'n onderstelling is die de zekerheid als 't ware voorafgaat - ik kan dan alles nagenoeg uitgemaakt aannemen, dat uwe zich in den regel, of... gewoonlyk, of... wat men zou kunnen noemen: dagelyks en... uitsluitend, niet bemoeit met deklinatien...

- Gut n, meester!

...ook wel genoemd: verbuigingen. Maar uwe zult toch wel begrypen, of... inzien, dat alles om 't zoo eens uittedrukken deszelfs eischen heeft, niet waar?

Juffrouw Pieterse betuigde met 'n hoofdknikje dat zy de gegrondheid van deze meening volkomen inzag of... begreep. Pennewip scheen dit zeer verstandig te vinden, en ging voort:

- Ziet uwe daar die komma wel, of... juister gezegd die... apostrofe?

- Jawel, jawel, meester, riep juffrouw Pieterse, o zeker, zeker, ik zie 'm heel goed. Kyk jy ook eens, Trui!

- En dr staat er nog een, ging Pennewip voort. Laat de andere juffrouw ook eens zien.

't Boek ging rond. Juffrouw Pieterse was bly dat de inspanning tot begrip, die weldra van haar zou geischt worden, 'n beetje verdeeld werd over 't heele gezelschap. Om de verantwoordelykheid nog wat verder afteleiden, betrok ze ook Wouter in de zaak.

- Laat het kind toch ook 'ns zien! Hy is er net in de jaren voor. Kyk nu goed, Wouter! Een jongen als jy moet altyd probeeren wat te leeren. Zieje 'm nu we-l, die... die... hoe heet het ook, meester?

- Wat de gedaante aangaat, juffrouw, zoude men het eene komma kunnen noemen, doch ten-gevolge der eenigszins verheven plaats waarop de zeer kundige schryver dat teeken zettede, ontvangt hetzelve de kracht...

Wouter tuurde in 't boek, en was verdrietig over z'n domheid. 't Mocht hem niet gelukken iets schoons te zien.

...de kracht of de beteekenis of de strekking...

Wouter wreef z'n oogen uit, en kon maar niet aan 't genieten raken. Hy was te eenvoudig-oprecht om verbazing te toonen die hy niet voelde. [11]

- Het ontleent aan z'n verheven plaats de strekking, ging meester voort, om de hoofdeigenschap diens uitgetogenen degens te verklaren. Die degen is vierde naamval, juffrouw! En dit is almede de eigenschap des opgehevenen dolks.

- Precies! riep Stoffel.

- Vierde naamval! De kundige dichter...

- Kyk dan toch in 't boek, Wouter, en luister goed, riep de moeder. Zieje 't nu?

- 't Is 'n afsnydingsteeken, riep Pennewip. En waarom? Wat doet de Edelknaap? Hy schiet tusschen-beiden.

- Zie je 't nu eindelyk, Wouter?

't Kind staarde op het boek, en werd bleek van verdriet, en begon te beven. Och, het was dan wr, wat men altyd zeide, dat er van hem nooit iets zou te-recht komen! Hy voelde zich wanhopig. 

- De Edelknaap schiet tusschen-beiden... waarmee? Waarmee, juffrouw?

- Juist! Waarmee... waarmee... komaan, Wouter, zeg jy nu eens, waarmee die... hoe heet-i ook?

- De Edelknaap. De vraag is, gelyk ik u reeds zeide, waarmee schiet hy tusschen-beiden? Waarmee? waarmee?

Alles zweeg.

- Ik zoude myne vraag ook aldus kunnen inkleeden: waardoor wordt uitgetogen degen taalkundiglyk gesproken... geregeerd? Welnu? Door... m... m... m...

Al blatend monsterde hier onze Pennewip z'n auditorium op eigenaardige wys. Reeds by 'n vorige gelegenheid bemerkten wy dat hy 'n byzondere manier van ondervragen had. Daar 't van hoog zielkundig belang is, dat de lezer zich die manier goed voor den geest brenge, of liever dat-i zich rekenschap wete te geven van de stemming waaruit die methode voortsproot... komaan, eenige toelichting!


[1] - Het is een voortbrengsel, of anders gezegd: een werk van een onzer eerste vaderlandsche dichters, sprak Pennewip met plechtigheid, jazelfs... ik zou durven zeggen van den eersten of... den voornaamsten, ook wel de Vorst der nederlandsche dichteren genoemd. Hy is 'n man, juffrouw, die in godzaligheid voor niemand behoeft uit den weg te gaan. In den vollen zin des woords zou ik hem durven rangschikken onder de Belyders. Dit boek, juffrouw, bevat eene komedie, en wel van de soort die wy gewoon zyn treurspelen te noemen... omdat er iemand in sterft.

We zijn feitelijk aangeland in het voorspel tot de Grote Slachting van Bilderdijk, Multatuli's voorganger als "de Vorst der nederlandsche dichteren", of zoals dat heet in modern Nederlands: "Nederlands grootste schrijver". M. meende een appeltje met hem te schillen te hebben, en de algemene reden kan ontleend worden aan de Conceptie van de Ideen.

In feite meende M. dat Bilderdijk en zijn navolgers het volk bedorven hadden, door ze kaf voor koren,  leugen voor waarheid, en pose voor gevoel te onderwijzen, en het aldus te vervalsen, corrumperen en kapot te maken.

Hier valt iets voor te zeggen, maar veel minder dan M. dacht. Het probleem is weer dat gemiddelde men niet veel beter doet dan gemiddelde men kan (droevig en pijnlijk als dit heel vaak is, maar non posse nemo obligatur) en dat bovendien mundus vult decipi: Het volk wil bedrogen worden, omdat wensdenken zoveel makkelijker is en prettiger voelt dan waarachtig rationeel denken, en meedoen met de meute zoveel veiliger en bevredigender dan een eigen standpunt hebben en persoonlijke verantwoordelijkheden uitoefenen ook als de meerderheid dat niet op prijs stelt.

Tenslotte: In dit hele idee zal meester Pennewip zich uiten door tautologien.
 


[2] - Ja, juffrouw, daar wordt in gestorven. Ziehier op 't laatste blaadje zekere Machteld... dank, Hemel, ik bezwyk zegt ze, en ze stort neder op 't lyk van Floris... ah ja, die Floris zelf is ook dood. 't Is inderdaad een treurspel.

Een voorbeeld van tautologie. Overigens: Een behoorlijk deel van het onderwijs in Nederlands dat ikzelf niet genoten maar wel ondergaan en zelfs overleefd heb, had behoorlijk wat weg van de satire die M. hier geeft, en het is aannemelijk dat hij ook uit eigen ervaring schreef. De kern van de zaak staat aangegeven in de opmerkingen [4] en [11].
 


[3] - Wat zegt uwe dr van? vroeg de meester.

Voor goed begrip van wat volgen gaat is het wellicht dienstig - Een Letterkundige Opmerking, lezer, die ik toch zelden maak! - zich te realiseren dat 's meesters kunstgenietingen opgehangen gaan worden aan de grote pracht van het radikaal fraaie " ' " voor "en", vanwaar het letterkundig prachtige en zeer vernieuwende "uitgetogen'" voor het grammaticaal correcte "uitgetogenen" etc.
 


[4]  - Ja, zei eindelyk Stoffel, en alles zoo krek met staande en liggende regels. Wulp stt weer, zieje Wouter?

Ook dit en veel meer in dit idee is ter illustratie dat de mensheid pleegt zaken te beoordelen aan de hand van bijzaken.
 


[5] In den tyd van m'n verhaal was de uitdrukking: Correct wel reeds gedaald tot de sfeer der Pietersens, maar nog niet voor-goed naar 't land verhuisd.

Tegenwoordig is Correct kennelijk, zowel in Nederland als de US, een geliefd stopwoord van militairen.
 


[6] Om de ware grootheid van zoo'n dichter goed te beseffen, moet men vooral bedreven zyn in... de taal.

Ik licht dit er maar uit om op te merken dat M. ongetwijfeld bedoelde dat het juist hierom niet gaat. De dichter moet bedreven zijn in de taal, maar z'n publiek hoeft daar niets van te weten - als de dichter z'n vak verstaat, zoals Bilderdijk niet, naar Multatuli's stellige mening, zoals hij in de komende ideen en paginaas gaat duidelijk maken.
 


[7] De man kon gerust eene school opzetten... niet dat ik hem dit aanraad - de verdiensten zyn gering, juffrouw!

Want zie bijv. idee 829.
 


[8] Zoolang ons Vaderland zulke personen in deszelfs boezem draagt...

... zal, naar Multatuli's stellige mening - zie de Conceptie van de Ideen - het beroerd gaan met "ons Vaderland".
 


[9] Het heele gezelschap was n poging tot verbaasdheid.

Dit is n van de onaangename kenmerken van zeer veel gezelschappen: Het veelvuldig hypocriet pogen tot voorwenden dat men is of voelt wat in feite heel anders is dan voorgewend wordt, maar van iedereen weet dat men daar en dan behoort te doen alsof.
 


[10] Zoo gaat het meer. We hebben hier 'n vry juist model van 't profanum vulgus voor ons.

Waarover gymnasiasten, als Multatuli, al maakte hij het niet af, natuurlijk bekend was dat het 'gewoon volk' betekent, en dat Horatius - meen ik: ook ik heb het (avond-)gymnasium niet af gemaakt - opmerkte dat 'odi profanum vulgus': "Ik haat het gewone volk." In een volksdemocratie als Neerland is dit geheel geen populair sentiment, maar hoewel Horatius niet kon weten van Hitler's democratische verkiezing begreep hij heel goed waartoe gewoon volk wel en niet in staat is.
 


[11] Hy was te eenvoudig-oprecht om verbazing te toonen die hy niet voelde.

Zie 73, 74, 136, 276, lezer. Alleen kinderen, genien, gekken, en verlichten kunnen dit op de leeftijd der volwassenheid nog. Ik bedoel: "te eenvoudig-oprecht" om niet te tonen wat men "niet voelde".

Idee 1052a.