Lapsen-triumf.
Galgebrokken. Weldadighedens
in extremis. De roem van Floris V gestaafd door de
verhevenheid van 'n komma. Letterkundige oefeningen onder de leiding
van meester Pennewip. Idem... van den auteur. Halsbrekende
psychologische studien in 'n koffihuis. Wouter's
arglistig gebed.
- Maar hebje dan wel
ooit 'n komedie gezien? vroeg Pennewip, schoon hy 't antwoord wel
raden kon.
Het
mensch betuigde haar zondagsche verontwaardiging over 't
veronderstellen van zoo'n mogelykheid, en riep daarby duchtig haren
Heer aan.
- Of
gelezen?
- Né,
meester! Wat ik lees, lees ik in de Schrift... dàt lees ik!
[1]
-
Voorzeker behoort de H. Schrift tot de klasse der alleruitstekendste
boeken... jazelfs, men kan zeggen, Gods Woord is het
alleruitstekendste boek. Dit zal niemand betwisten, juffrouw. Doch het
is den mensch geoorloofd, of... vergund...
De
meester haalde hier 'n boekjen uit den zak, dat-i voor de gelegenheid
had meegebracht, en betoogde dat men niet juist terstond ieder als
verdoemd behoefde te beschouwen, die... nu-en-dan... met mate... onder
opzien tot hooger...
- Wel
zeker, riep Stoffel, by my op school ook! De jongens lezen in 'n
Chrestomathie van 't Nut...
- In
wát voor 'n ding? snauwde juffrouw Laps.
- In 'n chres...
to... ma... thie, juffrouw. C, h, r, e, s... kres!
- Of,
volgens sommigen: gggres, kommenteerde de meester. Kristus
of... Gggristus... [2]
- Dat
zyn allemaal heidensche nieuwigheden! Ik zeg maar: Kristisss... want
zóó heet de Heer, en niet anders! Jelui zult me toch m'n geloof niet
willen afnemen?
- Maar
juffrouw...
- Ik
wil er niets van weten! Dat komt van al die wereldsche geleerdhedens!
Wat zegt Paulis... of neen, wat zeiën ze tegen Paulis? Ze zeiën dat-i
gek was van geleerdheid. En zóó is het! Want ik zeg: Kristisss is
Kristisss, en daar ga ik niet af, al ging jelui op je hoofd staan met
je beîen. En voor Wouter is 't ook niet goed, juffrouw Pieterse, dat-i
zulke praatjes aanhoort. 't Kind is pas ziek geweest, en als de Heer
hem niet gespaard had, zoud-i nu al voor 't Gericht staan... zoodat ik
maar zeggen wil, dat ik vasthoud aan m'n geloof. Maar als-i uitgaat,
moet-i 'ns by me komen, dan zal ik hem eens onder-handen nemen, want
met z'n kathechizatie zit het er dun op. Dat heb ik al lang gemerkt.
En nu, dankje voor je koppie thee, juffrouw Pieterse... né, meester,
geen woord meer... 't is zonde! Verlokken laat ik me niet... ik blyf
by den Heer... nou, stuur 'm eens by me - Wouter meen ik - als-i
uitgaat.
Onder
dit gerammel was 't schepsel opgestaan, en ze vertrok, met
overwinnaarsblikken 't slagveld overziende, waarop ze zooveel roem
meende behaald te hebben.
Juffrouw Pieterse was niet tevreden met den uitslag van den veldtocht.
Ze had van haar beide maarschalken meer verwacht. Pennewip en Stoffel
beweerden dat juffrouw Laps te dom was voor 'n behoorlyk debat. Wie
zal dit ontkennen? Maar 't was de eenige reden niet. Ze vond in haar
steil entiérisme zekere kracht, die haar tegenstanders niet
konden putten uit het al te flauw bewustzyn dat er iets kon bestaan,
wat naar gezond verstand geleek. [3] Ze zou dan ook met behulp van haar
frazeologie de overwinning behaald hebben op veel ontwikkelder vyanden
nog, dan ze zoo-even uit het veld sloeg. De eerste pogingen tot
overgang van volstrekt geloof tot onafhankelyk nadenken, werken
verlammend, en het is niet te verwonderen dat zoo weinigen de kracht
bezitten, zulke pogingen doortezetten tot het uiterste toe.
[4] Zeker is
het, dat deze kracht niet kon gezocht worden by den ouwerwetschen
Pennewip en den bekrompen Stoffel.
En had die Laps wel
zoo geheel-en-al ongelyk? Inderdaad, wat doen we met wereldsche
geleerdheid, als wy de hemelsche voor 't grypen hebben? Het dilemma
van Sultan Omar was zoo dwaas niet. De Koran is 'n volmaakt boek.
Daarin staat al wat goed is, en: wat daarin niet staat, is niet goed.
Weg dus met de bibliotheek van Alexandrie! [5] Juffrouw Laps zou er ook
den brand in gestoken hebben... hm, wie weet! Als men 'n ronde som
geboden had voor 't behoud?
Il est avec le ciel
des accommodements!
Was ze dus 'n
huichelaarster? Dit is niet zoo gemakkelyk te zeggen. Een zeer slecht
mensch was ze zeker, maar we doen de geloovery te veel eer, wanneer we
zulke kwalifikatie als onvereenigbaar beschouwen met werkelyk
geloof. [6] Halve en kwart vrydenkers begaan dikwyls de fout, zekeren
steun voor hun beweringen te zoeken in de afdwalingen van lieden die
voor vroom doorgaan. Zien ze niet in, dat men hierdoor aan de
‘godsdienst’ 'n geheel onverdiend kompliment maakt?
Dat 'n
geloovige een braaf mensch kàn zyn, stem ik toe, al begryp ik niet dat
en hoe hy al die inkonsekwentien slikt, die z'n overtuiging hem
oplegt. Maar de slechte daden die we dagelyks van de meeste vromen te
zien krygen, staan geenszins tegen-over hun geloof. Ze gaan daarmee
hand-aan-hand, en vloeien er uit voort. Een vrome die niet
slecht is, zou eigenlyk dubbelen lof verdienen, omdat-i goed bleef
ondanks z'n onzedelyk stelsel. [7] En de goddiener die 'n
booswicht is, handelt niet tégen z'n goddienst, maar toont juist
daarin méér konsekwentie dan iemand die gelooft, en tòch geen schelm
is.
Is
niet het leerstelsel over schuldvergiffenis na kontritie, 'n
verfoeielyke premie op 't zondigen? In 't dagelyksch leven noemen we
dat: galgeberouw. [8] En, als ware het om deze benaming tot 'n letterlyke
waarheid te maken, we vinden byna zonder uitzondering de meest
onbepaalde geloovery by galgebrokken. Er werden ten-allen-tyde weinig
luî gehangen, die niet aan God geloofden. De hemel moet vol slecht
volk wezen.
Andere, meer deftige, modellen van handige exploiteurs der
genade-leer, worden ons geleverd, door de testamenten. Het pleit niet
voor scherpte van blik, dat we dagelyks deze soort van weldadighedens
in extremis zoo hooren ophemelen. Begrypt men dan de strekking
niet van die omkoopery? God moet al zeer goedig zyn, of weinig
verstand van zaken hebben, om 't minste stukje zaligheid wegtegeven
voor zoo'n valsche munt. Over 't geheel reeds is de zoogenaamde
Weldadigheid 'n maatschappelyk euvel, maar dat goochelen met
posthume mildheid... nu ja, 't bewyst dat er galgeberouw bestaan
kan, zonder galg.
Ieder
kent het oostersche sprookje van den Kadi die de duizend Sechinen
waarmee 'n misdadiger hem had willen omkoopen, als zoovele getuigen
tegen den beschuldigde te-voorschyn haalde. Zoo behoorde Petrus ook te
doen, by 't keuren der aanspraken van hemelkandidaten. En de
verhouding is nog niet eens gelyk. Die oostersche misdadiger gàf iets,
hy toonde metterdaad bereid te zyn tot het derven der waarde van z'n
geschenk. Wat wordt er geofferd door vrome testateurs! Bestellen ze
niet hùn zaligheid ten-koste van de erfgenamen?
Indien
deze of gene Kerk, een-of-ander Genootschap, zekere Propaganda, of ‘de
Armen’ behoefte hadden aan uw gaven, o stervende vromen, waarom dan uw
mildheid uitgesteld tot den stond waarop 't geschonkene voor uzelf
alle waarde zal verloren hebben?
De
Geschiedenis der Stichtingen van Weldadigheid, e.d. zou 'n vry
nauwkeurig statistiek leveren van misdaad en zedenbederf.
[9]
Toch
is ook daaruit alweder te leeren dat huichelary 'n veel kleiner rol
speelt dan men gewoonlyk meent. Wie zoo goedkoop den hemel tracht te
bereiken, is 'n falsaris, 'n smokkelaar, maar... 'n huichelaar is hy
daarom nog niet. De mogelykheid bestaat dat-i aan dien hemel
gelooft, al zy dan z'n geloovery niet sterk genoeg om de kosten
van 't omkoopen voor eigen rekening te nemen.
[1]
Wat ik lees, lees ik in de Schrift... dàt lees ik!
De Bijbel - dat
trouwens "het boek" betekent - is eeuwen lang voor miljoenen de enige
of vrijwel de enige literatuur en het enige boekenbezit geweest.
Het is de moeite waard
aan te tekenen dat juffrouw Laps hier een waarachtig Protestants
streven uitspreekt, want de Katholieken zijn altijd veel minder
enthousiast geweest voor het lezen van de Bijbel, en de eerste
Bijbelvertalingen naar een volkstaal stuitten op aanzienlijke
protesten van de Katholieke kerk, waarvan de voorgangers vonden dat de
gewone gelovigen het Woord van God alleen in het Latijn en bemiddeld
door priesters mochten horen.
[2] - Of,
volgens sommigen: gggres, kommenteerde de meester. Kristus
of... Gggristus...
Ook
dit is nog steeds zo, anno 2006: Er is een groep van Protestanten die
de eigen Christelijke voortreffelijkheid uitdrukt door naar zichzelf
te verwijzen als Ggggristen, alsof alleen de Ware Christen verdient
Ggggristen te heten, en Ggggristen de door de Heer gegeven waarachtige
klank is waarmee de waarachtige gelovige, en uitdrukkelijk alléén de waarachtige
gelovige Ggggristen, aangeduid wordt.
[3]
Ze vond in haar steil entiérisme zekere kracht, die haar
tegenstanders niet konden putten uit het al te flauw bewustzyn dat er
iets kon bestaan, wat naar gezond verstand geleek.
Ja, zo gaat dat inderdaad: De
waarachtige gelovige van ieder geloof - religieus of politiek - gelooft
tegen de klippen op, tegen de logica in, ongeacht gezond verstand of
feitenkennis. Wáár, volgens de gelovige, is wat Het Geloof voorschrijft
dat waar is, en hoe onwaarschijnlijker of onlogischer of onalledaagser
dit is, hoe meer dit geacht wordt de goedertierenheid, almacht,
wonderbaarlijkheid en voorzienigheid van de Heer (Protestants,
Katholiek, Islamitisch, Joods, of anderszins) te "bewijzen". "Credo quia
absurdum!".
[4]
De eerste pogingen tot overgang van volstrekt geloof tot onafhankelyk
nadenken, werken verlammend, en het is niet te verwonderen dat zoo
weinigen de kracht bezitten, zulke pogingen doortezetten tot het
uiterste toe.
Ikzelf geloof dat
het minder om de ontbrekende "kracht
" dan om afwezig of onvoldoende
verstand gaat. En overigens is er natuurlijk altijd een grote
maatschappelijke pressie op wie afwijkt van de meerderheid in meningen
of gedrag om zich aan de meerderheid te conformeren. Ongeacht het
geloof of de normen waaraan men anderen tracht te doen conformeren is
dit rationeel in de zin dat wie gewoon is voorspelbaar is.
[5]
Het dilemma van Sultan Omar was zoo dwaas niet. De Koran is 'n volmaakt
boek. Daarin staat al wat goed is, en: wat daarin niet staat, is niet
goed. Weg dus met de bibliotheek van Alexandrie!
Sultan Omar redeneerde inderdaad zou, en
deed de grootste bibliotheek van de klassieke oudheid op basis van dit
argument verbranden, wat vrijwel zeker zeer veel tot dan bestaande
kennis, overlevering en teksten heeft gekost.
[6]
Was ze dus 'n
huichelaarster? Dit is niet zoo gemakkelyk te zeggen. Een zeer slecht
mensch was ze zeker, maar we doen de geloovery te veel eer, wanneer we
zulke kwalifikatie als onvereenigbaar beschouwen met werkelyk
geloof.
Hier ligt een diep menselijk thema,
waar ik eerder iets over opgemerkt heb, zoals onder
73, 74
en 107, 116,
136,
220 en 276. Verder zie o.a.
423, 447,
593, "On people"
en 616 en
618.
Het gaat uiteindelijk om doen alsof,
en het al dan niet de moed hebben zichzelf te zijn, en zich overwegend
te geven zoals men is en voelt, inclusief het vele dat men niet weet of
weet alleen te gissen of vermoeden.
De overgrote meerderheid van de
menselijke individuen bestaat uit falsificaties van wie ze hadden kunnen
zijn als ze maar gedurfd zouden hebben, en zijn overwegend rollen zonder
werkelijke andere inhoud dan doen alsof om den brode, om de veiligheid,
om niet gekritiseerd of vervolgd te worden. "L'enfer, c'est les autres."
(Sartre)
[7]
Dat 'n geloovige een braaf mensch kàn zyn, stem ik toe, al begryp ik
niet dat en hoe hy al die inkonsekwentien slikt, die z'n overtuiging
hem oplegt. Maar de slechte daden die we dagelyks van de meeste vromen
te zien krygen, staan geenszins tegen-over hun geloof. Ze gaan daarmee
hand-aan-hand, en vloeien er uit voort. Een vrome die niet
slecht is, zou eigenlyk dubbelen lof verdienen, omdat-i goed bleef
ondanks z'n onzedelyk stelsel.
Nu, "die
inkonsekwentien" van het geloof
plegen natuurlijk geslikt te worden door, vanwege, met hulp, in naam van
en met Het Geloof, welk dat ook moge zijn. De twee essenties van ieder
Geloof zijn wensdenkerij en cirkel-redenering: Waar is wat wij wensen
dat het geval is, en wat wij wensen dat het geval is is waar omdat wij
nu eenmaal, voortreffelijke mensen als we zijn, Het Ware Geloof hebben.
Het lijkt mij wel waar dat "Maar
de slechte daden die we dagelyks van de meeste vromen te zien krygen,
staan geenszins tegen-over hun geloof. Ze gaan daarmee hand-aan-hand, en
vloeien er uit voort.", en de
voornaamste reden zit weer in het doen alsof. Zie
[6].
[8] Is
niet het leerstelsel over schuldvergiffenis na kontritie, 'n
verfoeielyke premie op 't zondigen? In 't dagelyksch leven noemen we
dat: galgeberouw.
Ja, maar
afgezien van "galgeberouw"
en de opmerking dat dit "leerstelsel
over schuldvergiffenis na kontritie"
vooral opgesteld en geperfectioneerd is door de Katholieken is dit
héél slim bedacht of uitgevoerd door priesters en dominées: Precies
het kunnen schenken van absolutie - "uit naam van de Heer" - voor
gedane zondes geeft ze veel macht over de gelovige zondaars.
[9] De
Geschiedenis der Stichtingen van Weldadigheid, e.d. zou 'n vry
nauwkeurig statistiek leveren van misdaad en zedenbederf.
Wellicht, en het is ongetwijfeld zo dat
veel 19e eeuwse burgelijke "Weldadigheid"
nogal walgelijk schijnheilig braaf zal zijn geweest. Maar er was geen
bijstand en geen AOW, en er waren in overwegend Protestants Hollands ook
geen kloosters meer voor hulp aan de zieken en armen.
[10] Toch
is ook daaruit alweder te leeren dat huichelary 'n veel kleiner rol
speelt dan men gewoonlyk meent. Wie zoo goedkoop den hemel tracht te
bereiken, is 'n falsaris, 'n smokkelaar, maar... 'n huichelaar is hy
daarom nog niet. De mogelykheid bestaat dat-i aan dien hemel
gelooft, al zy dan z'n geloovery niet sterk genoeg om de kosten
van 't omkoopen voor eigen rekening te nemen.
Ja, dat is zo - tot op zekere hoogte.
Toch is er vrijwel altijd ook sprake van een aanzienlijk kwantum aan "huichelary"
bij vrijwel alle gelovigen, althans in de zin van doen alsof: Ze geven
bijvoorbeeld voor dat hun geloof groter is dan het werkelijk is, om
allerlei nogal voor de hand liggende redenen, als maatschappelijke
populariteit.