Vervolg:
Onechte Zoon, gekompliceerd met 'n echt zilveren doosje,
onechte eerlykheid, echte naïveteit van Leentje, onechte
bravigheid der juffrouwen Pieterse... alles uitloopende op
'n verhandeling over watersnood.
‘Foei!’ hadden alzoo
de drie jonge dames geroepen, toen Leentje de onvoorzichtigheid
beging, gewag te maken van die verpönte melodie. Vóór ik de terwyzing schreef, die bestemd is eens-voor-al zoo'n preutsch
miskennen van 't schoone den kop intedrukken, heb ik my nauwkeurig
geïnformeerd of 't heele gezin der Pietersens wel wezenlyk overleden
is, omdat ik me geen twist op den hals wil halen. De dood-attesten
liggen voor me. Ik kan dus onbekommerd voortgaan met Leentje's
relaas. [1]
- En
toen ging de gordyn weer omhoog, juffrouw, heelemaal vanzelf, maar de
heer die achter ons zat, zei dat het gedaan werd door menschen die men
niet zien kon, misschien wel door den onechten zoon, want zeid-i,
zoolang de gordyn neer was, zat-i niet in de gevangenis, en mocht
heen-en-weer loopen net als 'n ander. En toen prezenteerde de
kleermakers-juffrouw hem weer 'n pepermentje, maar hy zei: ‘kyk nu
liever naar 't stuk, juffrouw, want je bent hier nu eenmaal voor je
geld.’ We hadden twaalf stuivers betaald... twaalf stuivers de man,
weet u, buiten de wafels en de chocola. [2] En toen zei de baron... och,
uwe begrypt, ik kan alles nu zoo precies niet vertellen. Ik wil maar
zeggen dat die oude vrouw gedurig huilde, en niet tot bedaren komen
kon, omdat ze zoo ongelukkig was. Want, juffrouw, begryp eens, die
onechte zoon was haar eigen zoon, en hy was ook 'n onechte zoon van
dien baron. Uwe begrypt hoe de menschen daarmee inzaten... omdat-i 'n
onecht kind was, weet u, die nergens te-recht kon. [3] En papieren had-i
ook niet, en de moeder ook niet. En daarom zoud-i nu sterven...
omdat-i zonder permissie gejaagd had. Gut, het was zoo mooi, juffrouw!
Maar toen viel het scherm weer, en we namen nog 'n wafel.
[4] En toen zei
die heer achter ons, dat er altyd zooveel slecht volk in de zaal
was... zakkerollers, weet u? En 't was heel goed, zeid-i, dat men
stukken speelde met 'n gevangenis er in, om de menschen te waarschuwen
tegen slechtigheid. Want, zeid-i, eerlyk duurt het langst. En toen wou
juist de kleermakers-juffrouw hem weer 'n pepermentje prezenteeren,
maar... och, ze schrok zoo, want haar doosje was weg. En we zochten in
onze zakken, en op den grond, en in onze stoven, en we zochten overal,
want ze had het van haar peetemoei... en dus, uwe kunt begrypen hoe 't
mensch ontdaan was. En we vroegen aan den heer achter ons, of hy ons
ook zeggen kon wie 't gedaan had? En hy vroeg of 't doosje van zilver
was? Ja, zei de kleermakers-juffrouw, 't was van echt zilver, en...
dat ze 't van 'r peetemoei had. En toen vroeg-i of 't glad of geribt
was? En de juffrouw zei dat het geribt was. En toen zeid-i dadelyk dat
het dan zeker gestolen was door 'n zakkeroller, maar hy kon niet
zeggen door wien, omdat er zoovéél in de zaal waren, zeid-i. Maar
anders... 't was zeker door 'n zakkeroller gedaan.
-
Hyzelf kan 't wel gedaan hebben! riepen 'n paar toehoorsters.
Leentje was verontwaardigd, en wees die verdenking met drift terug.
-
Neen, juffrouw Sertrude, zeg uwe zoo-iets niet! Dat's zonde! 't Was 'n
allerfatsoenlykste man, dat kan ik u zeggen! Den heelen avend
is er geen onvertogen woord over z'n lippen gekomen [5], en hy noemde my
‘juffrouw’ zoo goed als de kleermakers-juffrouw zelf! En hy is zelf
opgestaan om den dief te zoeken, en hy vroeg waar de juffrouw woonde,
en als-i 't doosje vond, zeid-i, zoud-i 't haar terugbrengen. Hy had
'n wit piqué vest aan, met paarse bloempjes... och, hoe kan uwe zoo
iets zeggen!
- Nou,
ga maar voort met je Onechte Zoon, eischte het Publiek.
- Gut,
juffrouw, de muziek was zoo mooi! En als ze speelden, was er 'n heer,
die met 'n stok wees hoe de wys was. Maar er werden veel wyzen
gespeeld, die ik nooit heb hooren zingen, en dus niet navertellen kan.
- Maar
vertel dan toch van 't stuk!
- Ja,
ziet u, dat 's zoo makkelyk niet! 't Was heel mooi, maar er zyn zoo
van die dingen die men zelf moet gezien hebben om ze te begrypen, want
ik kan niet alles zoo nadoen. De baron merkte dat die jager in de
gevangenis z'n eigen zoon was, omdat-i eens... in vroeger tyd...
kennis had gehad... weet u...
Er
heerschte 'n sterke spanning onder Leentjes auditorium. Al de hoorders
hygden naar de door den titel beloofde onechtheid, en Leentje wist
geen raad met 'r vertelling. Ze werd vuurrood.
- Hy
had die oude vrouw vroeger gekend, en toen was-i met haar in...
konversatie geweest, zal ik nou maar zoo 'reis zeggen, en ze zouden
getrouwd zyn, maar... er was iets tusschenbeide gekomen... en...
daarom heet het stuk de Onechte Zoon...
Wouter
luisterde met evenveel inspanning als de anderen, maar z'n verbeelding
was rustiger. De beurt was nu aan de meisjes, om de teugels lostelaten
van háár fantazie. Ze keken voor zich. De nuchtere Stoffel kende 'n
paar boekenfrazen van-buiten, die hy hier te-pas bracht.
-
Juist! Hy had hare onschuld misbruikt - zoo wordt zulks genoemd - en
daarna haar ten-prooie gelaten aan de schande. Ik kan u niet genoeg
zeggen, moeder, hoe de jeugd zich daarvoor moet in-acht nemen. Ik zeg
't de jongens alle dagen op m'n school...
-
Hoorje 't, Wouter? Let daar 'ns goed op, en onthoud wat Stoffel zegt.
Toen
Stoffel merkte dat z'n kommentaar in den smaak viel, ging hy voort:
-
Juist, moeder! De deugd moet geëerd worden. Dat is Gods wil, en wat
God doet, is welgedaan. Onder alle zonden is de wellust... 'n zeer
groote zonde, omdat God het verboden heeft, en omdat alle zonde hier
of hier-namaals gestraft wordt... [6]
- Hoorje 't, Wouter?
- Hier
of hier-namaals, moeder! Gepaste vreugd màg wel, maar ongeoorloofd
zingenot is... niet geoorloofd. Dat rukt alle banden van de
menschelyke Maatschappy... [7] uwe ziet wel, dat zoo'n komedie heel mooi
wezen kan, als men 't maar goed opvat, en alles behoorlyk weet
uitteleggen. Dàt is het maar!
- En
hoe liep het toen af met dien baron? [8]
- Wat
zal ik u daarvan zeggen, juffrouw! Hy heeft veel gesproken, en was erg
bedroefd omdat hy eens... die oude vrouw...
-
Verleid had, viel Stoffel hulpvaardig in, daar Leentje 't ware woord
niet vinden kon, of niet noemen durfde. Men noemt zulks verleiden.
- Ja
juist, zoo zei dat mensch ook. En hy beloofde haar dat-i 'r nooit weer
zoo-iets zou aandoen. En toen zeid-i tot den onechten zoon, dat men
altyd op 't pad van de deugd moet blyven, en dat-i met die oude vrouw
trouwen zou. Ze was er erg mee te vreden.
- Dàt
geloof ik, riepen de drie meisjes, als uit één mond, en met 'n
snelheid die verklapte waar eigenlyk 't zwaartepunt ligt van sommige
zedelykhedens. Dàt geloof ik graag, riepen ze, toen werd ze 'n ryke
barones!
- Ja,
zei Leentje, ze werd 'n groote dame. En de onechte zoon viel den baron
om den hals, en toen speelden ze 't ‘Kamertje van 'n Waschmeisje’
en de zoon was huzaar, en zong: ‘'k bèn vol eer, 'k bèn vol eer,
ziet ik ben d'r 'n man vol eer!’ Maar waar de oude baron gebleven
is, weet ik niet. En toen zyn we naar huis gegaan, maar de
kleermakers-juffrouw had geen pleizier meer, omdat ze haar doosje kwyt
was. Of die heer 't haar nog thuis gebracht heeft, zou ik de juffrouw
niet kunnen zeggen.
Hier
was de vertelling uit.
De
meisjes dachten: barones!
Stoffel: de deugd!
De
moeder: twaalf stuivers ‘de man’ buiten wafels en chocolade!
Wouter: die jager! Ik zou wel zoo'n jager willen zyn in een bosch...
in 'n heel groot bosch... heelemaal alleen...
Hy nam
z'n penseel op, en zag Ophelia aan:
...heelemaal alleen in 'n groot bosch, met... Femke!
Zoo had ieder z'n
byzondere indrukken, die niet alleen onderling verschilden, maar ook
in dezelfde persoon telkens verwisselden van kleur.
Kotzebue zou vreemd hebben opgezien, als-i Leentje's verhaal
gehoord had. Vreemder nog, wanneer hy had kunnen weten wat het
achterliet in de gemoederen van haar hoorders. Deze verwondering zou
trouwens het deel zyn van èlken kunstenaar, die 'n blik sloeg in de
gemoederen van z'n publiek. Gelukkig ditmaal dat er aan Kotzebue's
fabrikaat niet veel te bederven viel. Of de uitwerking van z'n
effektstuk op de gemoederen van Leentje's auditorium ook zoo
onschuldig was, zou ik niet durven verzekeren. De meisjes berekenden
dat het ‘verleiden’ op zichzelf nu juist zoo heel erg niet wezen zou,
als men maar zeker was dat zoo'n baron... ten-laatste... en niet àl te
laat...
Er
zou, meenden zy, 'n niet onaardige carrière te vervaardigen zyn
uit 'n reeks van goed geëxploiteerde jeugdige misstappen.
[9] 't
Mutsenmaken was er niets by.
Petrò
vroeg met gemaakte onverschilligheid, hoe oud de huilende vrouw zoo
ongeveer kon geweest zyn, en voelde zich versterkt in haar deugd, toen
Leentje heel onnoozel antwoordde:
- Zoo
tegen de zestig, juffrouw...
Deze
Odyssee der bedelende gewezen onschuld kwam Petrò wat lang
voor. Maar 't ‘mutsenmaken’ stond haar weer erg tegen, toen Leentje
voortging:
-
Tegen de zestig, toen ze onder dien boom zat. Later, toen de baron
terugkeerde tot de deugd, en haar trouwen wilde, fleurde ze erg op. Ze
kan toen zoo-wat 'n goeie veertigster geweest zyn...
‘Dat
vervloekte mutsenmaken!’ riep... geen van de dien nadenkende meisjes,
maar ze dachten 't.
In één
opzicht was de heele familie 't eens. Ieder wilde gaarne ook eens
zoo'n ‘komedie’ zien. Maar juffrouw Pieterse zei dat de kosten haar
‘begrootten.’ En dit werd nog erger, toen Stoffel 'n booze tyding
thuis bracht over den ‘troep van Jan Gras in de Elandstraat,
waar geen fatsoenlyke familie zich vertoonen kon.’ Dit was hem
verzekerd door iemand die 't wel weten kon, want hy was 'n bloedneef
van den rol-uitschryver by den grooten Schouwburg op 't Leidsche
Plein. Dàt was de ware komedie!
-
Verbeeld u eens, moeder, die is van de stad, en de Burgemeester zelf
zoekt de stukken uit... om de zedelykheid, weet u. En begryp eens, als
er in zoo'n stuk staat: ‘o God!’ dan verandert de Burgemeester dit in:
‘o hemel!’ omdat het niet te-pas komt, van onzen-lieven-heer te
spreken in 'n zaal waar ook wel gedanst wordt. [10] Want... gedanst wordt
er ook, moeder. Maar als wy er eens heen gaan, kunnen we best 'n stuk
afwachten waarin niet gedanst wordt, en dat heelemaal is nagezien door
den Burgemeester...
Stoffel had gelyk. De Amsterdamsche Regeering bemoeide zich met
haren Schouwburg, en weerde alles wat beleedigend kon zyn voor God
en Magistraat.
Dit
was nog voor zéér korten tyd het geval. De inskriptie op 't scherm:
- Der kunsten God,
aan 't Y met geestdrift aangebeên,
- Kweekt hier in 't
heilig koor, verdienste en deugd alleen,
beduidde niet dat
Apollo in z'n eentje voor ‘Verdienste en deugd’ zorgde - dit zou de
wethouders in hun eer getast zyn - maar dat er onder zyn en hun beheer
niets, volstrekt niets dan ‘Deugd en Verdienste’ op de planken werd
toegelaten. Hieraan hebben we dan ook al de uitmuntende stukken te
danken, en tevens den bloei der tooneelspeelkunst, waarin onze eeuw
zich verheugen mag. [11]
De
Amsterdamsche Regeering en aesthetiek!
[1]
heb ik my nauwkeurig geïnformeerd of 't heele gezin der Pietersens wel
wezenlyk overleden is, omdat ik me geen twist op den hals wil halen.
De dood-attesten liggen voor me. Ik kan dus onbekommerd voortgaan met Leentje's
relaas.
Dit verheldert iets over M.'s
chronologie van Woutertje Pieterse, hoewel niet veel, en ook iets over
het verloop van de rest van het verhaal, dat M. nooit afschreef, zij
het opnieuw niet veel.
[2]
We hadden twaalf stuivers betaald... twaalf stuivers de man, weet u,
buiten de wafels en de chocola.
M.a.w.: In de orde van een dagloon
van arbeiders in die tijd, zoals te leren valt uit
het budget van Klaas
Ris.
[3]
Want, juffrouw, begryp eens, die onechte zoon was haar eigen zoon, en
hy was ook 'n onechte zoon van dien baron. Uwe begrypt hoe de menschen
daarmee inzaten... omdat-i 'n onecht kind was, weet u, die nergens
te-recht kon.
Ik weet niet of M. hieraan dacht,
maar hijzelf had ook zo'n toneelstuk op z'n geweten, dat hij schreef
op z'n 22ste, en feitelijk behoorlijk wat succes had in de tijd dat M.
zijn Ideen publiceerde.
[4]
En daarom zoud-i nu sterven... omdat-i zonder permissie gejaagd had.
Gut, het was zoo mooi, juffrouw! Maar toen viel het scherm weer, en we
namen nog 'n wafel.
Aristoteles wierp de vraag al op
waarom mensen het prettig vinden naar toneel-tragedies te gaan.
Multatuli duidt het probleem hier kort aan, ongetwijfeld bewust, en
zijn suggestie lijkt me juist: Omdat men wéét dat wat men ziet niet
echt is.
[5]
't Was 'n allerfatsoenlykste man, dat kan ik u zeggen! Den
heelen avend is er geen onvertogen woord over z'n lippen gekomen
Men vergelijke
idee 374, dat nog steeds de beste
handleiding vormt voor een succesvolle maatschappelijke carrière, in
Nederland en omstreken.
[6]
Onder alle zonden is de wellust... 'n zeer groote zonde, omdat God het
verboden heeft, en omdat alle zonde hier of hier-namaals gestraft
wordt...
Multatuli was het hier
geheel niet mee eens, en meende zelf dat Deugd = Genot. Ik denk dat
niet, en heb bij idee 423 en bij idee
817 uitgelegd waarom niet.
Maar het is wel een
feit dat één van de grote misgrepen van de Christelijke moraalleer de
Christelijke sexuele moraal is, die van één van de grootste bronnen
van menselijk genot iets vies en verwerpelijks maakt.
[7]
Gepaste vreugd màg wel, maar ongeoorloofd zingenot is... niet
geoorloofd. Dat rukt alle banden van de menschelyke Maatschappy...
Dit is tennaastebij de
intellectuele grondslag van alle moraalleer: X is "ongeoorloofd"
omdat X ... "niet
geoorloofd" is; Y is verplicht
omdat Y ... plicht is; en als De Moraal van Onze Maatschappij niet
gehandhaafd wordt gaat Onze Maatschappij tenonder. Cirkelredenering
heet zoiets: Het is zo, omdat het zo is.
[8]
- En
hoe liep het toen af met dien baron?
Goed natuurlijk, want anders was het
geen baron. Men vergelijke Multatuli's "De Eerloze", ook bekend als
"De Bruid daarboven". Zie [3].
[9] Er
zou, meenden zy, 'n niet onaardige carrière te vervaardigen zyn
uit 'n reeks van goed geëxploiteerde jeugdige misstappen.
Ook dit thema heeft M. eerder
behandeld, namelijk in de geschiedenis van
Adèle Pluribus.
[10]
de Burgemeester zelf zoekt de stukken uit... om de zedelykheid, weet
u. En begryp eens, als er in zoo'n stuk staat: ‘o God!’ dan verandert
de Burgemeester dit in: ‘o hemel!’ omdat het niet te-pas komt, van
onzen-lieven-heer te spreken in 'n zaal waar ook wel gedanst wordt.
Hier is de authentieke grondslag van
zeer veel morele noties: Guilt by association - het verbieden
van X alleen omdat het aan Y doet denken. Zo werden de stoelpoten in
nette Victoriaanse huishoudens van hoesjes voorzien, om de dames niet
op fallische gedachten te brengen. Dit is natuurlijk even behulpzaam
als de aansporing vooral niet en nooit aan een krokodil te denken.
[11]
Hieraan hebben we dan ook al de uitmuntende stukken te danken, en
tevens den bloei der tooneelspeelkunst, waarin onze eeuw zich
verheugen mag.
Het is een aardig sarcasme, maar het
is niet waar: De drakerige, saaie, brave, kleinburgelijke,
fatsoensrakkerige kwaliteit van de 19e eeuwse toneelstukken lag niet
aan de censuur van het Amsterdams bestuur. Het zal voor een flink deel
gewoon volkswil geweest zijn, en overigens gebrek aan talent bij de
schrijvers. De mode wilde het zo, en Multatuli's eerste toneelstuk -
"De Eerloze" - was uit hetzelfde materiaal gemaakt.