Idee 1047b.                                                

 

Hoe dit zy, Bilderdyk - zelf mank gaande aan 't euvel der schoolmeestery - ahnde toch, dat er zekere natuurlyke, niet-konventioneele beteekenis kon liggen in de wording van 'n woord, al blykt er dan overigens niets van z'n besef dat de geheele menschelyke vˇˇrlitterarische spraak op gelyke wyze moet ontstaan zyn. [1] Dit was dan ook onmogelyk in iemand die aan Genesis geloofde, waarin aan vogels en eenig ander gedierte namen gegeven werden door 'n willekeurig beslissenden God, d.i. door de hardnekkige tegenstelling van alle uit den aard der zaken voortvloeiende ontwikkeling, en alzoo van de logiek. [2] De visschen schynen by die gelegenheid niet aan de beurt gekomen te zyn... pour cause!

En evenmin duizende en duizende andere voorwerpen, denkbeelden en aandoeningen. Om godsdienstig konsekwent te zyn, mag 'n geloover eigenlyk niet weten wat 'n schelvisch is, of wat men bedoelt met uitdrukkingen als: hoop, liefde, vrees, enz. Al die benamingen staan niet in den door God aan 't Menschdom meegegeven dictionnaire.

En dus ook 't woord Rust had Bilderdyk eigenlyk niet mogen verklaren. Toch heeft-i 't gedaan, zonder er op te letten hoeveel dieper zin er lag in de geleidelyke geschiedenis van zoo'n woord, dan in de naar 'n grilligen godsluim uitgedeelde namen der paradysdieren. Hy heeft er op gewezen hoe die klank de begrippen beweging en stilstand in zich vereenigde, en wel bepaaldelyk den stilstand aanduidt die op beweging volgt. We hooren daarin 't eigenaardig ruischen, borlen, rollen, rennen, ratelen en rommelen - alles door de bekende geaspireerde r - van 'n wentelenden bol, van stroomend water, van 'n vooruitvliegenden ruitertroep - weer dezelfde ρ die we trachten te spellen met de letters h u r h, hurrah, hoerah! - alles gesloten met den sissenden klank, dien men te-weeg brengt door, zonder eigenlyk spreken, den adem met de tong door de gesloten tanden te persen. Wie in 't duister iemand tot stilte vermanen, en te-gelyker-tyd z'n eigen stem slechts hoorbaar maken wil voor wien 't aangaat, moet - volgens de thans en by ons ras bestaande inrichting van mond en keel, die waarschynlyk reeds duizende eeuwen oud is - tot zoo'n op 'n t uitloopend sissen z'n toevlucht nemen. We drukken dien klank uit met:s t, of s j t, of chut, of whist- oe-ie-s-t ! - waaruit dan ook de woorden stil en stilte - sil-ens, sil-entium - even als de verwante klanken sto, sta, stuit, stoot, stop, stug, storen, whistle, e.d. ontstaan zyn.

Het woord rust is alzoo 'n zeer oude, of juister nog: de geheel oorspronkelyke voorstelling van een der eerste gekompliceerde denkbeelden, waarvan zich 't Menschdom rekenschap gaf, en bewyst o.a. den adel van 'n deel der germaansche talen, boven 't door staatkundig overwicht geparvenieerd grieksch en latyn. [3]

Van 'n deel dier talen. Want ook dat Germaansch is bedorven door 'n zonderlinge vermenging van keltische Urklanken met verbasterde herinneringen aan Sanskritsche letterkundery, of aan de uitvloeisels daarvan. Eigenlyke letterkunde schynen de Germanen niet uit Azie te hebben meegebracht, maar ze waren na genoeg in aanraking geweest met volkeren welker priesters zekere geleerdheid beoefenden, om genoegen te nemen met onbegrepen klanken. Dit nu schynt by de Kelten 't geval niet geweest te zyn. Ze verstonden nog wat ze zeiden. [4]


[1] Hoe dit zy, Bilderdyk - zelf mank gaande aan 't euvel der schoolmeestery - ahnde toch, dat er zekere natuurlyke, niet-konventioneele beteekenis kon liggen in de wording van 'n woord, al blykt er dan overigens niets van z'n besef dat de geheele menschelyke vˇˇrlitterarische spraak op gelyke wyze moet ontstaan zyn.

Het "euvel der schoolmeestery" was ook M. niet vreemd, die zich er regelmatig op beriep een geboren schoolmeester te zijn. Maar dit is alleen een terzijde.

We zijn weer eens aangeland bij een Multatuliaans idee over de wortels van de taal, die kennelijk voor een belangrijk deel bepaald werd door de aanname dat er "zekere natuurlyke, niet-konventioneele beteekenis" moest liggen in de wordingsgeschiedenis van woorden.

Maar waarom zouden woorden niet overwegend conventioneel zijn? Is het veelvoud aan talen en aan verschillende termen voor dezelfde zaken en ideeŰn niet een heel sterke grond om te ondersteunen dat woordbetekenissen voornamelijk conventioneel zijn?


[2] Dit was dan ook onmogelyk in iemand die aan Genesis geloofde, waarin aan vogels en eenig ander gedierte namen gegeven werden door 'n willekeurig beslissenden God, d.i. door de hardnekkige tegenstelling van alle uit den aard der zaken voortvloeiende ontwikkeling, en alzoo van de logiek.

Wel, geheel afgezien van Genesis: Het is een feit voor iedere kleuter dat deze zichzelf aantreft in een wereld waar veel dingen namen hebben.


[3] Het woord rust is alzoo 'n zeer oude, of juister nog: de geheel oorspronkelyke voorstelling van een der eerste gekompliceerde denkbeelden, waarvan zich 't Menschdom rekenschap gaf, en bewyst o.a. den adel van 'n deel der germaansche talen, boven 't door staatkundig overwicht geparvenieerd grieksch en latyn.

Dit is wat Multatuli en Bilderdijk geloofden, maar slechts heel weinig anderen.


[4] Eigenlyke letterkunde schynen de Germanen niet uit Azie te hebben meegebracht, maar ze waren na genoeg in aanraking geweest met volkeren welker priesters zekere geleerdheid beoefenden, om genoegen te nemen met onbegrepen klanken. Dit nu schynt by de Kelten 't geval niet geweest te zyn. Ze verstonden nog wat ze zeiden.

Hier suggereert M., net geheel onterecht, dat veel wanbegrippen teruggaan op priesterlijke bemoeienissen. Het is waar dat veel betekenissen van religieuze termen opzettelijk duister of metaforisch of esoterisch zijn.

Dat de Kelten nog een - in deze of gene zin - zuivere taal zouden gehad hebben ontleende M. aan een Duitse kennis van hem, een gepensioneerd medicus dr. Riecke, die zich bezighield met taalkundige onderzoekingen, maar gaat niet terug op enige stellige Multatuliaanse kennis van het Keltisch.

Idee 1047b.