Idee 1047a.                                                

 

De natuur bestaat uit tegenstellingen. Of liever, haar werkzaamheid, hoewel één in richting, en voortgestuwd door gelyksoortige oorzaken, openbaart zich veelal op 'n wyze die ons oppervlakkig doet denken aan verschillende wetten niet alleen, maar zelfs aan invloeden die tegen elkander schenen inteloopen. [1] Ook zyn we dikwyls genoodzaakt, ten-behoeve van den leerling - of om den last van 't begrypen te splitsen, tot we dien stuksgewys beuren kunnen met ons eigen denkvermogen - onderscheidingen te maken, die geheel kunnen vervallen wanneer men zich op hooger standpunt plaatst. (491)

In dagelykschen zin moge dalen en scheiden lynrecht tegenover stygen en verbinden staan, toch weten wy dat die verschynselen gelyksoortige gevolgen zyn van dezelfde kracht. Zoo ook weten wy dat, in de werktuigkunde, traagheid en beweging - wat de oorzaak aangaat - op 't zelfde neerkomen.

En dit is niet in mechanika alleen het geval. Ook in zielkunde...

Wie zou durven verzekeren dat niet ook deze beide wetenschappen-zelf eenmaal tot één rubriek van kennis zullen behooren? [2]

...ook in zielkunde vinden wy de oorzaken die aanzetten tot beweging, zoo vermengd met de redenen die tot stilstand schynen te nopen, dat het schiften moeielyk valt. Het zou dan ook strikt genomen onze plicht zyn, wanneer we zeker verschynsel toeschryven aan 'n byzondere natuurwet, dit altyd te doen onder de voorbehouding: by-wyze van spreken. [3]

By-wyze van spreken dan, zyn wy allen geboren met twee zeer verschillende neigingen. We zyn traag, en: we willen werken. Het is bekend hoe die beide begrippen in het eene woord Rust worden uitgedrukt, gelyk reeds door Bilderdyk is opgemerkt. Ik stel dezen verzenmaker geenszins hoog als wysgeerig taalkenner, en beweer dat-i z'n naam als zoodanig voornamelyk te danken heeft aan de schandelyke onwetendheid van z'n mededingers, die - gelyk ook thans nog in de officieel-geleerde wereld byna algemeen 't geval is - niet eens schynen geweten te hebben dat taalstudie een der belangrykste takken van algemeene wysbegeerte is. [4] Zoolang de hoogleeraren in dit vak zich bezighouden met kibbelen over de geslachten der woorden, over letters en spelwyze - altemaal zaken waarmee 't begrip: Taal evenmin te maken heeft, als wiskunde met de stof waaruit men passers en linealen vervaardigt - zóó lang is hierin geen verbetering te wachten. [5] En dit is wel jammer! De nietigheden die men gemakshalve op den voorgrond plaatst, hebben de studie van de Taal, als kenbron van de ervaringen en aandoeningen des Menschelyken Geslachts, gesmoord ten-behoeve van letterziftery, hoogstens van 't niet altyd gegrond belang dat ons wordt ingeboezemd door dezen of genen ouden schryver, dien men zich tot taak stelt te verklaren. [6] En dat ‘misgrypen’ openbaart zich niet alleen in de zoogenaamde geleerdheid. Wy ontdekken het overal als 'n eerst gevolg van de kennis der letters in allerlaagsten zin. Zoodra men hier-en-daar begon klanken voortestellen door zichtbare teekens, was 't met de natuurlyke wordingsgeschiedenis van de taal gedaan. Wie zeker geluid wist uittedrukken door 'n - altyd slechts konventioneel! - teeken, was zoo groots op z'n kunst, dat-i voor z'n teekens den voorrang eischte boven de klanken zelf die ze heetten te vervangen. Zoo werd het levende door 't doode verdrongen. Weldra schreef men niet wat er gesproken werd, de schoolmeesters eischten dat men spreken zou zooals zy verkozen te schryven. En dat zou voortaan ‘beschaving’ heeten.

Dit is alzoo gebleven tot op dezen dag. [7]


[1] De natuur bestaat uit tegenstellingen. Of liever, haar werkzaamheid, hoewel één in richting, en voortgestuwd door gelyksoortige oorzaken, openbaart zich veelal op 'n wyze die ons oppervlakkig doet denken aan verschillende wetten niet alleen, maar zelfs aan invloeden die tegen elkander schenen inteloopen.

Dat de "natuur bestaat uit tegenstellingen" werd ook door Hegel verkondigd, zoals M. ongetwijfeld wist, en door Marx, wat ik aanneem dat M. niet wist. Letterlijk genomen is het onzin o.a. vanwege de reden die M. geeft, en omdat het gelijktijdig bestaan van tegenstellingen tot logische tegenspraken leidt.


[2] Wie zou durven verzekeren dat niet ook deze beide wetenschappen-zelf eenmaal tot één rubriek van kennis zullen behooren?

De beide bedoelde wetenschappen zijn mechanica en psychologie, en het is nog steeds niet zover: Er is tot nu toe geen sluitende verklaring van het menselijk bewustzijn of de menselijke ervaring in natuurkundige termen. Eén mogelijke reden is dat het menselijk brein het meest ingewikkelde orgaan is dat bestaat.


[3] Het zou dan ook strikt genomen onze plicht zyn, wanneer we zeker verschynsel toeschryven aan 'n byzondere natuurwet, dit altyd te doen onder de voorbehouding: by-wyze van spreken.

Ja, daar valt redelijk wat voor te zeggen: Vrijwel alle empirische kennis is partieel, corrigeerbaar, weerlegbaar, en inderdaad "by-wyze van spreken": Volgens een of ander menselijk model, of naar deze of gene gelijkenis.

Overigens wil dit niet zeggen dat er geen feiten zijn, maar alleen dat het een feit is dat veel menselijke voorstellingen van de feiten vaak hoogstens gedeeltelijk waar zijn.

En een heel bruikbaar algemeen model voor de verhouding van menselijke kennis en werkelijkheid is de relatie tussen een kaart en het territorium dat de kaart afbeeldt: De kaart kan veel achterwege laten wat er toch is, en moet dit zelfs om kaart te kunnen zijn; de kaart kan allerlei onderscheidingen maken en legenda hebben die vooral het menselijk gebruik ervan dienen; en de kaart kan tal van dingen in meer of mindere graad misrepresenteren, maar vaak is de kaart, ondanks fouten, onduidelijkheden, en onvolledigheden, beter dan geen kaart.


[4] Ik stel dezen verzenmaker geenszins hoog als wysgeerig taalkenner, en beweer dat-i z'n naam als zoodanig voornamelyk te danken heeft aan de schandelyke onwetendheid van z'n mededingers, die - gelyk ook thans nog in de officieel-geleerde wereld byna algemeen 't geval is - niet eens schynen geweten te hebben dat taalstudie een der belangrykste takken van algemeene wysbegeerte is.

We zullen wat later in deze vijfde bundel van de Ideen meer leren over Multatuli's meningen over Bilderdijk. Dat bekendheid vaak niet teruggaat op voortreffelijkheid maar heel andere oorzaken heeft nemen we hier onmiddellijk aan, en dat "taalstudie een der belangrykste takken van algemeene wysbegeerte is" is nog steeds geen algemeen gedeeld filosofisch inzicht, al valt er veel voor te zeggen, en al is het redelijk vaak beargumenteerd in kringen van analytische, linguistische en logische filosofen in de twintigste eeuw.


[5] Zoolang de hoogleeraren in dit vak zich bezighouden met kibbelen over de geslachten der woorden, over letters en spelwyze - altemaal zaken waarmee 't begrip: Taal evenmin te maken heeft, als wiskunde met de stof waaruit men passers en linealen vervaardigt - zóó lang is hierin geen verbetering te wachten.

En dat is nog steeds zo. De spelling in Nederland wordt nog steeds iedere tien jaar "vernieuwd", zogenaamd "op wetenschappelijke grondslag", maar kennelijk vooral om de uitgevers van de schoolboeken te gerieven met telkens nieuwe aanleidingen voor telkens nieuwe drukken van telkens duurdere schoolboeken.

Neerlandistiek is daarmee economisch belangrijk, want er gaan jaarlijke honderden miljoenen om in de schoolboekenindustrie. Het is ook absurd, en vrijwel het enige hoopgevende over de meest recente spellingshervorming is dat in het eind van 2005 diverse kranten - waaronder Volkskrant en NRC-Handelsblad - besloten hebben de laatste spellingswijziging, die uitblinkt door waanzin als de nieuwe spelling voor "ideëeloos" - ongelogen, lezer! - naast zich neer te leggen.

Wie het goed voor heeft met het Nederlands, of wie alleen maar wil dat het Nederlands van nu of vroeger in de toekomst nog gelezen kan worden door Nederlanders, moet bepleiten dat de spellingsgwijzigingen afgeschaft worden. Alleen de verkopers en drukkers van schoolboeken zullen hierdoor benadeeld worden - de rest van Nederland zal er alleen voordeel van hebben als de spelling niet meer gewijzigd wordt.

Wat al die spellingshervormers telkens weer believen te vergeten is dat een taal niet alleen tijdgenoten helpt communiceren, maar ook de cultuur van vroeger van het land waarin die taal gesproken en geschreven wordt helpt meedelen en overdragen ... àls tussenliggende taalhervormers dit mededelingsinstrument niet vrijwel onherkenbaar hebben verminkt.


[6] De nietigheden die men gemakshalve op den voorgrond plaatst, hebben de studie van deTaal, als kenbron van de ervaringen en aandoeningen des Menschelyken Geslachts, gesmoord ten-behoeve van letterziftery, hoogstens van 't niet altyd gegrond belang dat ons wordt ingeboezemd door dezen of genen ouden schryver, dien men zich tot taak stelt te verklaren.

Ik veronderstel dat mijn activiteiten rondom Multatuli's Ideen vallen onder het "niet altyd gegrond belang dat ons wordt ingeboezemd door dezen of genen ouden schryver, dien men zich tot taak stelt te verklaren". Maar het is een feit, ongeacht het belang van mijn bezigheden, dat mijn kommentaren en verklaringen nauwelijks letterkundig zijn.


[7] Weldra schreef men niet wat er gesproken werd, de schoolmeesters eischten dat men spreken zou zooals zy verkozen te schryven. En dat zou voortaan ‘beschaving’ heeten.

Dit is alzoo gebleven tot op dezen dag.

En ook deze dag, eerste Kerstdag anno 2005, as it happens. Zie [5].

Wat is overigens de oorzaak van het feit dat zovelen zoveel geven om spelling, en dat er nog steeds jaarlijks dictees worden gegeven waar de fine fleur van Neerland en Vlaanderen telkens opnieuw niet slaagt enigszins behoorlijk en foutloos modern Nederlands te schrijven, vooral omdat 150 jaren Nederlandse spellingshervormingen er alleen in geslaagd zijn Nederlands onschrijfbaar en onuitlegbaar - en geheel onnodig! - ingewikkeld te maken?

Domheid, lezer: 't Is alles domheid en conformisme, zoals zoveel dat menselijk en slecht is. Wie werkelijk in taal geïnteresseerd is die houdt zich bezig met wat er in die taal geschreven is. Wie bureaucraat of bestuurder is, of om andere reden zielloos en ideeënloos is, die glorieert in dode en domme kennis van correcte spelling, en het soort geleerdheid en politiek-taalkundige correctheid waar alleen ambtenarenzielen om geven. Helaas leert de geschiedenis dat de meeste mensen hersens hebben die niet begroot zijn op iets beters of menselijkers dan bureaucraat.

Idee 1047a.