Idee 1047.                                                


 

Hier begint Multatuli's IDEEN 5.

Ik geef de Ideen uit zoals ik uiteengezet heb in mijn toelichting op de uitgave van Ideen 1.

Kortweg: Ik zet de Ideen op mijn website omdat ik ze het zinnigste en best geschreven Nederlands is dat ik ken, dat nog steeds zeer relevant is, en ik lever bij vrijwel alle Ideen één of meerdere verklarende of kritische noten.

Hier zijn een aantal relevante achtergronden

Wie deze uitgave + commentaar wil genieten zonder kennis te nemen van mijn commentaar kan dit probleemloos: In mijn uitgave staat ieder Idee in een eigen bestand en begint met Multatuli's eigen tekst.

Inleidende opmerking bij Ideen 5


Een zaaier ging uit om te zaaien.
Jezus.

Extra-fine-superior-water-colours... warranted! Oude en nieuwe prenten. Stoffelsche wyshedens. Mensch-grammatica en taal-psychologie. Rst en Str.

De ziekte van onzen Wouter nam ten-laatste een gunstigen keer. [1] Toen hy zich sterk genoeg voelde om voor 't eerst het bed te verlaten, vond de familie dat-i ‘groot’ geworden was. En wie dit niet zelf kon zien, zei 't den anderen na. Maar niemand scheen inniger van de zaak overtuigd dan juffrouw Pieterse. ‘De jongen was uit al z'n kleeren gegroeid, verzekerde zy, en 't zou heel wat in hebben, hem weer fatsoenlyk voor den dag te doen komen!’ Na van Wouters ziekte zooveel wichtigkeit te hebben geoogst als maar eenigszins mogelyk was, begon 't mensch zich nu al toeteleggen op 't uitbuiten van de belangwekkende bereddering die er kon worden vastgeknoopt aan z'n beterschap.

't Kind zat prenten te kleuren, die hy met 'n verfdoos ten-geschenke had gekregen van den dokter. De verf was echt Engelsch, had Stoffel gezegd, en zeker van de beste soort, want er stond 'n woord op, dat niemand begrypen kon: warranted! En ook de moeder hield zich overtuigd dat het wel ‘goed spul’ wezen zou, omdat ‘zoo'n dokter toch 'n heele man is!’ [2]

Och, die prenten! Ze waren voor Wouter nogal byzonder, omdat-i op weinig uitzondering na tot-nog-toe geen ander soort gekend had, dan de figuren die den huiselyken tegenspoed van Jan de Wasscher moesten voorstellen, of iets dergelyks. Dit nu zou niet volstrekt onbelangryk geweest zyn, wanneer ze hadden moeten dienen tot vermaak van volwassenen, of van dezulken onder hen die genoeg ontwikkeld zyn om stof tot opmerking te putten uit het allergeringste. Maar kinderen staan te laag om 't dagelyksche te waardeeren. [3] Sommigen myner lezers zouden waarschynlyk even als ik, veel geven willen voor 'n eenigszins volledige verzameling van de prenten waarop men in Wouter's tyd de kleine gemeente vergastte [4], en toch zullen misschien slechts weinigen zich een der eigenaardigheden herinneren, waardoor die kunstgewrochten zich onderscheidden. Ze waren namelyk op allerzonderlingste wyze gekleurd. Op elk der twaalf vakken waarin gewoonlyk zoo'n vel papier - dat in de kinderwereld de prent heette - verdeeld was, had de smaakvolle fabrikant twee of drie kladden verf gesmeten, zonder in 't minst acht te slaan, noch op de plek waar ze te-land kwamen, noch op den eisch der figuren die ze geheel of gedeeltelyk raakten. De rechter-bovenhoek van 'n huisjen op den linker-voorgrond, mocht mèt 'n stuk hemel en 'n paar helften van boomen of de bovenlyven van twee of drie wandelaars, geel zyn. Ergens in de lucht hing 'n roode of groene vlek, en in den linkschen vóórhoek zwommen twee koeien, 'n sloot, en 'n heele kudde schapen met herder en al, in 't blauw. Zoo'n prent was ‘gekleurd’ en kostte, dùs toegetakeld, in Wouters tyd twee duiten. Waar de finantieele krachten der kleine koopers zoo ver niet reikten, konden ze ook 'n halve bekomen, by welke gelegenheid het viertal plaatjes dat de middelste rei vormde, sans façon werd doorgescheurd, en alzoo vry geschonden de wereld intrad. Maar dit scheen onze jeugdige kunstliefhebbers niet te deren. Een halve prent was hun 'n even bruikbaar voorwerp als 'n halve koek.

't Spreekt vanzelf dat Wouter aan zoo'n vandaalsche berusting ontgroeid was. En dikwyls had hy zich dan ook in 't bezit gezien van wat beters, doch nooit van 'n schat als die hem nu van den goeden dokter was ten-deel gevallen. Z'n nieuwe prenten bestonden meerendeels uit omtrekken in koperdruk, zoodat-i volle ruimte had iets als smaak by 't kleuren te-pas te brengen, en bovendien zich kon oefenen in 't schaduwen. De heele familie vermaakte zich met de geschiedenissen die daarop waren voorgesteld. Men vond er Genoveva, den verloren Zoon, de ridders van de ronde tafel, Ursyn en Valentyn, de vier Heemskinderen, gevechten tusschen Grieken en Turken, het overtrekken van den Balkan, den dood van Marco Bozzaris, 't beleg van Silistria, Salomo's Recht, de wyze en dwaze maagden, de geschiedenis der schoone Helena ‘princesse van het Oosten’ en wat er al verder by zoo'n kollektie behoort.

Boven alles echter voelde Wouter zich aangetrokken door de personen uit eenige in zyn tyd populaire treur- en zangspelen. Hy bezat de zeer nauwkeurig gekostumeerde afbeeldingen der figuren uit Macbeth, Othello, Koning Lear, Hamlet, Tooverfluit, Barbier van Sevilla, Freyschütz en nog 'n tal van andere stukken, waarvan het een hem nog romantischer voorkwam dan 't ander. En hy vermaakte zich met het kiezen der kleuren voor de kleeding van z'n helden en heldinnen, waarby meermalen de raad der gansche familie werd ingeroepen, zoodat zelfs Leentjen er by te-pas kwam. Gewoonlyk was men 't oneens, maar dit zette de zaak gewicht by. In één opzicht slechts scheen de familie door 'n soort van H. Geest geleid te worden tot eenstemmigheid: gezichten en handen moesten vleeschkleurig zyn, en de lippen rood. Dit had men altyd zoo gezien, en bovendien... waarom anders zou die verf vleeschkleur heeten? Hamlet voer er slecht by, en kreeg 'n welvarender tint dan by z'n melancholie paste.

- Ik wou wel eens weten wat al die poppen toch eigenlyk beduiden, klaagde Wouter. [5]

- Dat moet je dan maar aan Stoffel vragen, antwoordde z'n moeder. Wacht tot-i van z'n school komt.

En dit geschiedde. Stoffel, de tot voorganger gestempelde apostel van den huize Pieterse, vervulde vry nauwkeurig dezelfde rol die we dagelyks hooren opdeunen door soortgelyke wezens in de Maatschappy. Zelden erkende hy iets niet te weten, doch hy had zich de hebbelykheid aangewend, eenige nietszeggende woorden uittestooten op 'n toon alsof er geurige wysheid van z'n lippen vloeide. Z'n heilbegeerige hoorders waren voldaan, of liever ze drongen zich dit op.

- Wat al die poppen beduiden? Ja, zieje... 't zyn, om zoo te zeggen, de portretten van verschillende personen. Daar heb je nu, by-voorbeeld, die daar... met 'n kroon op z'n hoofd, dat is 'n koning.

- Je ziet, Wouter, dat Stoffel je alweer te-recht helpt, seurde de moeder.

- Ja moeder! Maar ik wou zoo graag weten wèlke koning, en wat-i gedaan heeft?

-Wel, zei Stoffel, 't staat er onder. Je kunt toch lezen?

- Macbeth?

- Wel zeker! Dat is Macbeth, 'n beroemde koning uit den ouden tyd. [6]

- En die daar, met 'n zwaard in de hand?

- Ook 'n koning... of 'n generaal... of 'n held... of zooiets. 't Is iemand die vechten wil... misschien David, of Saul, of Alexander de groote... maar je begrypt dat men niet altyd alles zoo precies weten kan.

- En die dame met de bloempjes? Ze schynt ze stuk te plukken.

- Zy? Hm... dat is... laat zien: Ophelia. Ja, dat is Ophelia, zieje?

- Ja. Maar waarom gooit ze die blaadjes op den grond?

- Waarom? Waarom? Zoo kan je zoovéél vragen?

Hier kwam de moeder haren Ruben te-hulp.

- Ja, Wouter, je moet niet meer vragen dan 'n mensch antwoorden kan. [7]

Wouter vraagde niet meer. Maar wel nam hy zich voor, 'n gelegenheid te zoeken om te doorgronden wat toch al die poppen beteekenden? En dit was dan ook de reden waarom die eenvoudige figuren hem meer belang inboezemden, dan al de andere platen waarop heele geschiedenissen waren voorgesteld. Een menschenkenner had uit die voorkeur veel kunnen afleiden, meer zelfs dan 'n volstrekt gevolg behoefde te zyn van Wouters karakter in 't byzonder. Hy had opmerkingen kunnen maken van algemeen psychologischen aard.


[1] De ziekte van onzen Wouter nam ten-laatste een gunstigen keer.

In feite, lezer, pakken we het verhaal op uit bundel 2 van de Ideen, bijna 500 ideen eerder.


[2] De verf was echt Engelsch, had Stoffel gezegd, en zeker van de beste soort, want er stond 'n woord op, dat niemand begrypen kon: warranted! En ook de moeder hield zich overtuigd dat het wel ‘goed spul’ wezen zou, omdat ‘zoo'n dokter toch 'n heele man is!’

Wel, "warranted" komt van "guaranteed", lezer: "Extra-fine-superior". En de moeder redeneert als alle domme mensen: Conformeer je aan wat je denkt dat je voorgangers vinden.


[3] Maar kinderen staan te laag om 't dagelyksche te waardeeren.

Ik neem aan dat dit vooral ironisch is. Mij komt het in ieder geval anders voor: Vrijwel alleen kinderen waarderen alledaagse dingen om wat ze zijn, en niet om wat ze schijnen of sociaal betekenen.


[4] Sommigen myner lezers zouden waarschynlyk even als ik, veel geven willen voor 'n eenigszins volledige verzameling van de prenten waarop men in Wouter's tyd de kleine gemeente vergastte

Ja, dat zou leuk zijn. Er was ooit, in de vorige eeuw, een Engelse vereniging die zich toelegde op het trachten te bewaren van alledaagse dingen, zodat mensen uit later tijden een beter beeld zouden kunnen vormen van hoe het ooit was, maar ik weet niet wat er van die vereniging geworden is, en het hele streven iets van wat nu normaal is te bewaren voor later schijnt onalledaags.

Eén groot verschil tussen de 20ste eeuw en voorgaande eeuwen is dat er in de 20ste eeuw vrij veel vastgelegd is op geluidsfilm, zodat men later een beter beeld heeft hoe men zich kleedde, bewoog, sprak, voortbewoog etc. dan uit eerder eeuwen bestaat.


[5] Ik wou wel eens weten wat al die poppen toch eigenlyk beduiden, klaagde Wouter.

Dat is heel goede vraag, behalve dat ik niet begrijp waarom Wouter van "poppen" spreekt.


[6] Wel zeker! Dat is Macbeth, 'n beroemde koning uit den ouden tyd.

Omdat het onderwijs in Nederland vrijwel niets meer voorstelt merk ik maar op dat Macbeth een toneelstuk van Shakespeare is, die een Engels auteur was, o modern opgeleide lezer, en dat Macbeth nooit koning was, en tenonder ging aan zijn wens dat te worden. Stoffel kletste dus weer eens uit z'n nek.


[7] Ja, Wouter, je moet niet meer vragen dan 'n mensch antwoorden kan.

Dit is weer een fraai indirect Multatuliaans logisch sarcasme: Niet alleen leer je weinig of niets als je alleen vraagt naar wat een ander kan antwoorden, maar je zou dan ook eerst moeten vragen of iemand het antwoord weet.

Idee 1047.