Een zaaier ging uit om te zaaien.
Jezus.
Extra-fine-superior-water-colours... warranted! Oude en nieuwe
prenten. Stoffelsche wyshedens. Mensch-grammatica en taal-psychologie.
Rst en Str.
De ziekte van onzen
Wouter nam ten-laatste een gunstigen keer. [1] Toen hy zich sterk genoeg
voelde om voor 't eerst het bed te verlaten, vond de familie dat-i
‘groot’ geworden was. En wie dit niet zelf kon zien, zei 't den
anderen na. Maar niemand scheen inniger van de zaak overtuigd dan
juffrouw Pieterse. ‘De jongen was uit al z'n kleeren gegroeid,
verzekerde zy, en 't zou heel wat in hebben, hem weer
fatsoenlyk voor den dag te doen komen!’ Na van Wouters ziekte zooveel
wichtigkeit te hebben geoogst als maar eenigszins mogelyk was,
begon 't mensch zich nu al toeteleggen op 't uitbuiten van de
belangwekkende bereddering die er kon worden vastgeknoopt aan z'n
beterschap.
't
Kind zat prenten te kleuren, die hy met 'n verfdoos ten-geschenke had
gekregen van den dokter. De verf was echt Engelsch, had Stoffel
gezegd, en zeker van de beste soort, want er stond 'n woord op, dat
niemand begrypen kon: warranted! En ook de moeder hield zich
overtuigd dat het wel ‘goed spul’ wezen zou, omdat ‘zoo'n dokter toch
'n heele man is!’ [2]
Och,
die prenten! Ze waren voor Wouter nogal byzonder, omdat-i op weinig
uitzondering na tot-nog-toe geen ander soort gekend had, dan de
figuren die den huiselyken tegenspoed van Jan de Wasscher
moesten voorstellen, of iets dergelyks. Dit nu zou niet volstrekt
onbelangryk geweest zyn, wanneer ze hadden moeten dienen tot vermaak
van volwassenen, of van dezulken onder hen die genoeg ontwikkeld zyn
om stof tot opmerking te putten uit het allergeringste. Maar kinderen
staan te laag om 't dagelyksche te waardeeren. [3] Sommigen myner lezers
zouden waarschynlyk even als ik, veel geven willen voor 'n eenigszins
volledige verzameling van de prenten waarop men in Wouter's tyd de
kleine gemeente vergastte [4], en toch zullen misschien slechts weinigen
zich een der eigenaardigheden herinneren, waardoor die kunstgewrochten
zich onderscheidden. Ze waren namelyk op allerzonderlingste wyze
gekleurd. Op elk der twaalf vakken waarin gewoonlyk zoo'n vel papier -
dat in de kinderwereld de prent heette - verdeeld was, had de
smaakvolle fabrikant twee of drie kladden verf gesmeten, zonder in 't
minst acht te slaan, noch op de plek waar ze te-land kwamen, noch op
den eisch der figuren die ze geheel of gedeeltelyk raakten. De
rechter-bovenhoek van 'n huisjen op den linker-voorgrond, mocht mèt 'n
stuk hemel en 'n paar helften van boomen of de bovenlyven van twee of
drie wandelaars, geel zyn. Ergens in de lucht hing 'n roode of groene
vlek, en in den linkschen vóórhoek zwommen twee koeien, 'n sloot, en
'n heele kudde schapen met herder en al, in 't blauw. Zoo'n prent was
‘gekleurd’ en kostte, dùs toegetakeld, in Wouters tyd twee duiten.
Waar de finantieele krachten der kleine koopers zoo ver niet reikten,
konden ze ook 'n halve bekomen, by welke gelegenheid het viertal
plaatjes dat de middelste rei vormde, sans façon werd
doorgescheurd, en alzoo vry geschonden de wereld intrad. Maar dit
scheen onze jeugdige kunstliefhebbers niet te deren. Een halve prent
was hun 'n even bruikbaar voorwerp als 'n halve koek.
't
Spreekt vanzelf dat Wouter aan zoo'n vandaalsche berusting ontgroeid
was. En dikwyls had hy zich dan ook in 't bezit gezien van wat beters,
doch nooit van 'n schat als die hem nu van den goeden dokter was
ten-deel gevallen. Z'n nieuwe prenten bestonden meerendeels uit
omtrekken in koperdruk, zoodat-i volle ruimte had iets als smaak by 't
kleuren te-pas te brengen, en bovendien zich kon oefenen in 't
schaduwen. De heele familie vermaakte zich met de geschiedenissen die
daarop waren voorgesteld. Men vond er Genoveva, den verloren Zoon,
de ridders van de ronde tafel, Ursyn en Valentyn, de vier
Heemskinderen, gevechten tusschen Grieken en Turken, het overtrekken
van den Balkan, den dood van Marco Bozzaris, 't beleg van Silistria,
Salomo's Recht, de wyze en dwaze maagden, de geschiedenis der schoone
Helena ‘princesse van het Oosten’ en wat er al verder by zoo'n
kollektie behoort.
Boven
alles echter voelde Wouter zich aangetrokken door de personen uit
eenige in zyn tyd populaire treur- en zangspelen. Hy bezat de zeer
nauwkeurig gekostumeerde afbeeldingen der figuren uit Macbeth,
Othello, Koning Lear, Hamlet, Tooverfluit, Barbier van Sevilla,
Freyschütz en nog 'n tal van andere stukken, waarvan het een hem
nog romantischer voorkwam dan 't ander. En hy vermaakte zich met het
kiezen der kleuren voor de kleeding van z'n helden en heldinnen,
waarby meermalen de raad der gansche familie werd ingeroepen, zoodat
zelfs Leentjen er by te-pas kwam. Gewoonlyk was men 't oneens, maar
dit zette de zaak gewicht by. In één opzicht slechts scheen de familie
door 'n soort van H. Geest geleid te worden tot eenstemmigheid:
gezichten en handen moesten vleeschkleurig zyn, en de lippen rood. Dit
had men altyd zoo gezien, en bovendien... waarom anders zou die verf
vleeschkleur heeten? Hamlet voer er slecht by, en kreeg 'n
welvarender tint dan by z'n melancholie paste.
- Ik
wou wel eens weten wat al die poppen toch eigenlyk beduiden, klaagde
Wouter. [5]
- Dat
moet je dan maar aan Stoffel vragen, antwoordde z'n moeder. Wacht
tot-i van z'n school komt.
En dit
geschiedde. Stoffel, de tot voorganger gestempelde apostel van den
huize Pieterse, vervulde vry nauwkeurig dezelfde rol die we dagelyks
hooren opdeunen door soortgelyke wezens in de Maatschappy. Zelden
erkende hy iets niet te weten, doch hy had zich de hebbelykheid
aangewend, eenige nietszeggende woorden uittestooten op 'n toon alsof
er geurige wysheid van z'n lippen vloeide. Z'n heilbegeerige hoorders
waren voldaan, of liever ze drongen zich dit op.
- Wat
al die poppen beduiden? Ja, zieje... 't zyn, om zoo te zeggen, de
portretten van verschillende personen. Daar heb je nu, by-voorbeeld,
die daar... met 'n kroon op z'n hoofd, dat is 'n koning.
- Je
ziet, Wouter, dat Stoffel je alweer te-recht helpt, seurde de moeder.
- Ja
moeder! Maar ik wou zoo graag weten wèlke koning, en wat-i gedaan
heeft?
-Wel,
zei Stoffel, 't staat er onder. Je kunt toch lezen?
-
Macbeth?
- Wel
zeker! Dat is Macbeth, 'n beroemde koning uit den ouden tyd.
[6]
- En
die daar, met 'n zwaard in de hand?
- Ook
'n koning... of 'n generaal... of 'n held... of zooiets. 't Is iemand
die vechten wil... misschien David, of Saul, of Alexander de groote...
maar je begrypt dat men niet altyd alles zoo precies weten kan.
- En
die dame met de bloempjes? Ze schynt ze stuk te plukken.
- Zy?
Hm... dat is... laat zien: Ophelia. Ja, dat is Ophelia, zieje?
- Ja.
Maar waarom gooit ze die blaadjes op den grond?
-
Waarom? Waarom? Zoo kan je zoovéél vragen?
Hier
kwam de moeder haren Ruben te-hulp.
- Ja,
Wouter, je moet niet meer vragen dan 'n mensch antwoorden kan.
[7]
Wouter
vraagde niet meer. Maar wel nam hy zich voor, 'n gelegenheid te zoeken
om te doorgronden wat toch al die poppen beteekenden? En dit was dan
ook de reden waarom die eenvoudige figuren hem meer belang
inboezemden, dan al de andere platen waarop heele geschiedenissen
waren voorgesteld. Een menschenkenner had uit die voorkeur veel kunnen
afleiden, meer zelfs dan 'n volstrekt gevolg behoefde te zyn van
Wouters karakter in 't byzonder. Hy had opmerkingen kunnen maken van
algemeen psychologischen aard.
[1] De ziekte van onzen
Wouter nam ten-laatste een gunstigen keer.
In feite, lezer, pakken we het
verhaal op uit bundel 2 van de Ideen,
bijna 500 ideen eerder.
[2]
De verf was echt Engelsch, had Stoffel gezegd, en zeker van de beste
soort, want er stond 'n woord op, dat niemand begrypen kon: warranted! En ook de moeder hield zich
overtuigd dat het wel ‘goed spul’ wezen zou, omdat ‘zoo'n dokter toch
'n heele man is!’
Wel, "warranted" komt van "guaranteed",
lezer: "Extra-fine-superior". En de moeder redeneert als alle domme mensen: Conformeer je aan
wat je denkt dat je voorgangers vinden.
[3]
Maar kinderen staan te laag om 't dagelyksche te waardeeren.
Ik neem aan dat dit vooral ironisch
is. Mij komt het in ieder geval anders voor: Vrijwel alleen kinderen
waarderen alledaagse dingen om wat ze zijn, en niet om wat ze schijnen
of sociaal betekenen.
[4] Sommigen myner lezers
zouden waarschynlyk even als ik, veel geven willen voor 'n eenigszins
volledige verzameling van de prenten waarop men in Wouter's tyd de
kleine gemeente vergastte
Ja, dat zou leuk zijn. Er was ooit,
in de vorige eeuw, een Engelse vereniging die zich toelegde op het
trachten te bewaren van alledaagse dingen, zodat mensen uit later
tijden een beter beeld zouden kunnen vormen van hoe het ooit was, maar
ik weet niet wat er van die vereniging geworden is, en het hele
streven iets van wat nu normaal is te bewaren voor later schijnt
onalledaags.
Eén groot verschil tussen de 20ste
eeuw en voorgaande eeuwen is dat er in de 20ste eeuw vrij veel
vastgelegd is op geluidsfilm, zodat men later een beter beeld heeft
hoe men zich kleedde, bewoog, sprak, voortbewoog etc. dan uit eerder
eeuwen bestaat.
[5]
Ik wou wel eens weten wat al die poppen toch eigenlyk beduiden,
klaagde Wouter.
Dat is heel goede vraag, behalve dat
ik niet begrijp waarom Wouter van "poppen"
spreekt.
[6]
Wel zeker! Dat is Macbeth, 'n beroemde koning uit den ouden tyd.
Omdat het onderwijs in Nederland
vrijwel niets meer voorstelt merk ik maar op dat
Macbeth een toneelstuk van
Shakespeare is, die een Engels auteur was, o modern opgeleide lezer,
en dat Macbeth nooit koning was, en tenonder ging aan zijn wens dat te
worden. Stoffel kletste dus weer eens uit z'n nek.
[7]
Ja, Wouter, je moet niet meer vragen dan 'n mensch antwoorden kan.
Dit is weer een fraai indirect
Multatuliaans logisch sarcasme: Niet alleen leer je weinig of niets
als je alleen vraagt naar wat een ander kan antwoorden, maar je zou
dan ook eerst moeten vragen of iemand het antwoord weet.