Idee 997.                                                


Voor ik verder ga, hier eenige opmerkingen over anonymiteit. [1] Ik betwyfel of men zonder uitzondering vorderen kan dat alles geteekend zy wat de pers oplevert. Misschien zyn er gevallen denkbaar, waarin dit geen nut aanbrengt of zelfs schade veroorzaakt. Als wetgever zou ik gewis lle bepalingen die de pers belemmeren, afschaffen. Even als 't ieder vrystaat zich te verminken, wenschte ik aan ieder 't onbeperkt recht gelaten te zien, zich ten-toon te stellen door 't uitkramen van zotterny. [2] Ik zou meenen hierin een der middelen gevonden te hebben om Publiek te dwingen tot oefening in lezen. 

En ik ga verder nog. Ik beweer dat ook laster den liefhebbers van dit vak behoorde vrytestaan, omdat hierin naar myn inzien 't eenig praktisch wapen ligt tegen... laster. [3]

Het is evenwel nu niet uit 'n wettelyk oogpunt, dat ik de anonymiteit wensch te beschouwen. De vraag is hoe ze te schatten zy uit 'n polemisch en zedelyk oogpunt. 

Wie zich leent tot naamloos geschryf, doet in de eerste plaats afstand van alle aanspraak op heusheid in de repliek. Niemand is courtoisie schuldig aan een spook, 'n schim, 'n schaduw, 'n fiktie... niet eenmaal 'n zaak! Wie zichzelf tot niets maakt, kan niet vorderen voor iets te worden aangezien door 'n ander. [4]

Deze stelling wordt, naar ik meen, bevestigd door 'n analoge eigenaardigheid n de Wet. Men zou 'n naamloos schryver geheel ongestraft kunnen lasteren. Daar hyzelf belet te weten wie hy is, geeft hy anderen 't recht hem te houden voor wat of wien men wil. De - onbekende - schryver van zeker stuk is geen rechtspersoon. [5] Hy kan alzoo, op-grond van een door hemzelf gekozen standpunt, de bescherming van de Wet niet inroepen, en is dus juridisch en feitelyk even vogelvry door z'n nbekendheid, als de zr bekende uitstekende persoon dit feitelyk blykt te zyn tengevolge van het tegendeel. (696, 697)

Nu, uit die Wet haal ik goddank m'n begrippen niet. Zonder me dus op haar te beroepen, maakte ik hiervan slechts melding om te doen in 't oog vallen dat de anonymus zich schynbaar op 'n zeer ongunstig standpunt plaatst.

Schynbaar! Want 'n gelyke straffeloosheid als die van z'n aanvaller, maakt ook hemzelf onkwetsbaar, al spruite dan ook deze straffeloosheid uit 'n andere bron. Wel staat de Wet genadiglyk toe 'n onbekende te vervolgen, indien hy in 't mtier van lasteren onbekwaam genoeg bleek om zich te stooten aan 't een of ander artikel, maar de aangevallene heeft niet altyd lust, z'n heul te zoeken by 'n paar onbekende heeren die als rechters uitspraak zouden te doen hebben. [6] Wat dan ook zelden doel treft.

Van vervolging in rechten - gelyk dit heet - spreek ik dus nu niet, en evenmin van 't betere niet-vervolgen. De straffeloosheid van den anonymus heeft 'n anderen grond. Hy schiet z'n pylen in alle gerustheid af, en wie er door getroffen werd, weet niet waar-i z'n vyand vinden zal. By eerlyke polemiek zou dit niets aan de zaak veranderen. Daar immers had men met stellingen, bewysgronden en sluitredenen, niet met personen te-doen. Doch... die naamloosheid werkt juist de neerlykheid in de hand. [7] Wie zich schamen zou over 'n flagrant miskennen van recht en rede, indien ieder weten kon wie de man was die zich daaraan schuldig maakt, durft hiertoe wel overgaan onder den dekmantel der onbekendheid.

En, ook zonder schaamte, er bestaat 'n geoorloofde eigenliefde, die den man van letteren, indien hy z'n naam moest zetten onder 't geleverde werk, van l de brutale verwringing der waarheid zou terughouden. [*] [**] [8] Hy zou z'n fabrieksmerk bederven, en hierdoor tevens al zeer licht z'n letterkundige loopbaan. Dit gevaar ontloopt men door anonymiteit. Prins Denderah mag morgen heel gerust 'n plaatsje vragen by elke litterarische inrichting. Niemand kan hem z'n recent misbruik van hedendaagsche subjektiviteitelykhedens voor de voeten werpen. De anonymus heeft geen dienststaat. 

Stel eens dat de Nieuwe Rotterdamsche gekocht werd door... 'n anderen rykworder, die - nog niet op 't kussen! - eenigszins ontevreden was met den toestand... in Spanje. Zonder te blikken of te blozen, kon dan de tegenwoordige kunstbeschouwer in 't nieuwe blad Louise's denkbeelden hemelhoog verheffen. Zou niet deze ommekeer moeielyker gaan, ja byna onmogelyk zyn, indien hy 'n naam had, 'n iemand was? [9]

Men verneemt dat de heer A, die vroeger z dacht, na den overgang van 't blad dat de beschikking had over z'n denkbeelden, nu op-eenmaal z denkt ...

Dit zou voorzeker 'n kwade noot zyn in den litterarischen curriculum vitae van dien heer A! Maar by naamloosheid is van zoo-iets geen spraak. Hoogstens zegt de al te nave lezer:

men schynt zich by den overgang van het blad 'n anderen kunstbeschouwer aangeschaft te hebben. Hoe toch de meeningen kunnen uiteenloopen!

Beste nave lezer, 't is dezelfde man van onlangs. De eenige verandering is dat-i verwisselde van betaalsheer.

[*] Noot van 1874. By-voorbeeld: welk litterator durft met z'n naam er onder verklaren dat Vorstenschool beneden de aandacht is van 'n beschaafd publiek gelyk 'n anonymus in den Arnhemmer beweerde? [10] Wie durft met z'n naam er onder verzekeren dat ik onwaarheid schreef, toen ik beweerde dat de eenmaal afgeschafte infame wyze van werving voor 't indisch leger - d.i. met behulp van dobbelspel en... dansmeiden! - weder is ingevoerd geworden door den allergodzaligsten Van Twist, en wel terwyl er bleek dat de modus quo van die afschuwelyke zielverkoopery hem bekend was? Enz. Enz. Enz.

[**] Noot van 1876. Uit het nootje op blz. 168 zal men ontwaren dat ik by sommigen de kracht van de schaamte wat te hoog geschat heb. Hoe men zich vergissen kan!


[1] Voor ik verder ga, hier eenige opmerkingen over anonymiteit.

Misschien dat ikzelf, die immers gebruik maakt van een alias, daar eens mijn redenen voor geven. Er zijn verschillende redenen voor, en meer dan de twee die ik nu ga behandelen, maar dit zijn wel de belangrijkste twee.

En. Ik houd niet van publiciteit.

Ik vermoed dat dit altijd zo geweest is, en ik heb dan ook zeker gn theatrale persoonlijkheid, zoals de meeste acteurs, zogeheten media-persoonlijkheden en vele politici wl hebben: De karakters die zich o zo graag wentelen in publieke belangstelling, voor camera's, in spotlights, op TV-schermen - het geeft niet hoe, als zij maar aandacht, aandacht, aandacht krijgen - en wier eerste en enige levensdoel vaak niet anders is dan dat.

Het is geen bijzondere deugd geen theatrale persoonlijkheid te hebben, en - diverse acteurs en actrices kennend - ik gis dat een mens er overwegend mee geboren wordt, of een dominante moeder en zwakke vader had. Maar het maakt het optreden voor een publiek voor mij vl minder interessant dan voor wie daar een eer, een roeping, een zelfbevestiging of een roes in vindt.

Bovendien is het iets dat mij in tamelijk bijzondere omstandigheden erg duidelijk werd gemaakt, zoals ik kort zal toelichten bij mijn tweede reden niet van Nederlands publiek te houden en wel een alias te willen gebruiken.

Twee. Ik ben zwaar gediscrimineerd geweest in Nederland, zonder enige mogelijkheid tot verweer.

De enige min of meer wijde bekendheid die ik ... niet heb genoten had ik aan de UvA, waar ik een studentenpartij oprichtte, die ijverde voor beter onderwijs en tegen gepolitiseerd onderwijs in een tijd dat de meerderheid van zowel studenten als wetenschappelijke staf bij voorkeur alle onderwijs politiseerden en tot werkgroepbezoek met gratis studie-punten voor aanwezigheid maakten.

Mijn tegenstanders zaten vooral in de zeer would-be linkse, zeer would-be revolutionaire studenten-beweging Asva, waarvan de leiding van mening was dat mijn persoon het beste voorbeeld was van 'een fascist' dat ze kenden, wat ze me ook graag mochten toevoegen en toeroepen, wat me dan ook vaak gebeurd is, zoals de wetenschappelijke staf mij liet weten mij 'het liefst dood te zien' vanwege mijn publiek verkondigde meningen, en ik twee keer verwijderd ben van de UvA, 'vanwege uw uitgesproken gedachten, ondanks de ernst van uw ziekte'. (Deze toevoeging van het College van Bestuur diende om duidelijk te maken dat dit bestuur - drs. Gevers, drs. de Hon, drs. Poppe - uitsluitend uit sadisten bestond.)

Het geval wil dat zowel mijn vader als grootvader wegens werkelijke verzets-activiteiten gearresteerd zijn in 1941 door de Duitse bezetter, en opgesloten zijn in een Duits concentratiekamp, waar mijn grootvader vermoord is; en dat mijn ouders bekende communisten waren in Amsterdam, wat een geloof was dat ik al in 1970 opgegeven heb, al ben ik er in opgevoed.

Om dan een tiental jaren later door een stelletje hypocriete en carrire-geile liegende bourgeoise fils et fillettes papa zeer vele keren voor 'fascist' uitgescholden te worden, alleen op basis van hun stellige kennis dat ik hun tegenstander was ....

Nou ja: Zie verder ME in Amsterdam. Sindsdien wens ik in Nederland in ieder geval niet meer onder mijn eigen naam te publiceren: Ik vind het Nederlands publiek te onbeschaafd, en wil graag in rust over straat kunnen lopen, zonder gediscrimineerd te worden door een domme meute die toevallig in de meerderheid is en z'n eigen ingeschapen sadisme graag mag botvieren op enkelingen met moed.


[2] Als wetgever zou ik gewis lle bepalingen die de pers belemmeren, afschaffen. Even als 't ieder vrystaat zich te verminken, wenschte ik aan ieder 't onbeperkt recht gelaten te zien, zich ten-toon te stellen door 't uitkramen van zotterny.

Nee, daar ben ik het niet mee eens. Het toeval wil dat ik kortgeleden over de vraag uitgelaten heb op mijn site. Hier is de link voor wie het interesseert: Vrijheid van meningsuiting.

Kortweg: Iedereen mag van mij zeggen en roepen en schrijven wat hij wil, behoudens laster. Zie hierover mijn volgende opmerking.


[3] En ik ga verder nog. Ik beweer dat ook laster den liefhebbers van dit vak behoorde vrytestaan, omdat hierin naar myn inzien 't eenig praktisch wapen ligt tegen... laster.

Nee, ik meen van niet. In de eerste plaats laat laster zich niet effectief bestrijden met laster. En in de tweede plaats is het vl te makkelijk om iemand te beledigen, te sarren, uit te schelden, te pesten en uit te dagen, en ligt het vl te zeer in de gemiddelde menselijke aard om dit, mits men maar lid van een meerderheid is en een geschikt slachtoffer heeft gevonden, ook te doen.


[4] Wie zich leent tot naamloos geschryf, doet in de eerste plaats afstand van alle aanspraak op heusheid in de repliek. Niemand is courtoisie schuldig aan een spook, 'n schim, 'n schaduw, 'n fiktie... niet eenmaal 'n zaak! Wie zichzelf tot niets maakt, kan niet vorderen voor iets te worden aangezien door 'n ander.

Ook dit is niet zo. Wie publiek schrijft of spreekt kan wel degelijk vervolgd worden, of zijn naam en persoon nu bekend zijn of niet terwijl hij schrijft of spreekt.

Verder spreekt het redelijk vanzelf dat een krant in meerderheid gevuld is met niet-ondertekende stukken, was het alleen omdat de meerderheid van wat verschijnt in een krant niet belangrijk genoeg is om een naam bij te geven, en het geheel toch onder verantwoordelijkheid van de redactie staat.


[5] Deze stelling wordt, naar ik meen, bevestigd door 'n analoge eigenaardigheid n de Wet. Men zou 'n naamloos schryver geheel ongestraft kunnen lasteren. Daar hyzelf belet te weten wie hy is, geeft hy anderen 't recht hem te houden voor wat of wien men wil. De - onbekende - schryver van zeker stuk is geen rechtspersoon.

Dit klopt ook niet.

In de eerste plaats: Wie z'n naam uit de publieke bekendheid houdt geeft daarmee anderen nog geen 'recht hem te houden voor wat of wien men wil': De meeste leden van de Asva die me zo vurig voor 'fascist' scholden omdat ik een voorstander van echte wetenschap was, en geen marxist - zie [1] - wisten ternauwernood wie ik was en alleen dat ik een tegenstander van hun club en hun ideen was.

In de tweede plaats kan men een naamloos schryver natuurlijk op allerlei manieren een naam geven, was het alleen 'de anonieme schrijver van het schandelijke stuk ...'.

En in de derde plaats is de schrijver van een stuk, of hij nu anoniem is of niet, wel degelijk een rechtspersoon. Onbekendheid of ongenoemdheid doet daar niets aan toe of af.


[6] maar de aangevallene heeft niet altyd lust, z'n heul te zoeken by 'n paar onbekende heeren die als rechters uitspraak zouden te doen hebben.

Dit geldt ook in sterke mate voor mijzelf. De reden is deze: Mijn tegenstanders - die mij zr geschaad en zr gepijnigd hebben, ook fysiek - zijn allemaal prominente leden van de PvdA, en overigens dus - "pikant dat 'dus', nietwaar lezer" - grote schoften. Sinds ik weet dat minstens 2/3e van de Nederlandse rechters ook lid van de PvdA is, en weet dat vrijwel gn van de Nederlandse rechters de afgelopen 35 jaar de moed had iets op te merken tegen het schandalige gedoogbeleid in Nederland, vooral beschermd door PvdA'ers, heb ik geen vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat (dat is een narcostaat, naar mijn normen: Nederland is het Colombia van Europa, dankzij PvdA-burgemeesters, ministers en staatssecretarissen als Van Thijn, Patijn en Cohen) en geen vertrouwen in Nederlandse rechtbanken of rechters. Immers: Twee tegen drie dat ik een partij-vriend van degenen die ik aanklaag tref, met een behoorlijke kans dat 't ook nog eens een persoonlijke vriend is, en de morele zekerheid dat een dergelijke rechter zichzelf zeker niet zal wraken.

Zie verder ME in Amsterdam.


[7]  By eerlyke polemiek zou dit niets aan de zaak veranderen. Daar immers had men met stellingen, bewysgronden en sluitredenen, niet met personen te-doen. Doch... die naamloosheid werkt juist de neerlykheid in de hand.

Onmogelijk is het niet, maar het blijft wel een feit dat een argument geldig of ongeldig, goed geschreven of niet goed geschreven, belangrijk of onbelangrijk en zo nog een lange lijst verder is, geheel onafhankelijk van de vraag of het al dan niet met naam ondertekend is.


[8] En, ook zonder schaamte, er bestaat 'n geoorloofde eigenliefde, die den man van letteren, indien hy z'n naam moest zetten onder 't geleverde werk, van l de brutale verwringing der waarheid zou terughouden.

Hier vergiste M. zich ook schromelijk, zoals hij trouwens laat blijken door z'n tweede nootje: [**].


[9] Zou niet deze ommekeer moeielyker gaan, ja byna onmogelyk zyn, indien hy 'n naam had, 'n iemand was?

Nee, en want het verwerven van een naam heeft niets met voortreffelijkheid te maken, en eerder met het tegendeel: Zie 985.


[10]  By-voorbeeld: welk litterator durft met z'n naam er onder verklaren dat Vorstenschool beneden de aandacht is van 'n beschaafd publiek gelyk 'n anonymus in den Arnhemmer beweerde?

Nu, bijvoorbeeld Alberdingk Thijm en Van Vloten - of althans: Die waren geheel niet onder de indruk van Vorstenschool. Zie [8].

Idee 997.