Idee 991.                                                


Hanna is dus lief in de oogen van den nieuw-rotterdamschen politieken kunstkritikus. Ik heb den excentrischen moed met dit oordeel intestemmen, al sta 't dan ook in kritischen rang byna op de hoogte van 't gewaagd: flos pulcherrimus rosa uit onze schoolboekjes. [1] Maar...  

Het slot van 't stuk is wat mat.

De gemartelde Van Huisde beschuldigt hier den recensent van wreedheid. Ik hoor hem jammeren: ‘vrindje, ik wilde U wel eens op dien stoel geprikt zien!’

Maar toch is dat ‘matte’ slot... ‘gerekt.’

‘Dàt vind ik ook!’ kermt Van Huisde, die ook zeker gaarne z'n exekutie wat korter had gezien! Even als meer lyders op de pynbank, keurt hy dat ‘rekken’ uit den grond van z'n eigenbelang hartelyk af.

Niet zoozeer om hèm pleizier te doen, als wel uit eerbied voor 't oordeel van onzen voorlichter, zal ik by herdruk al die fouten verbeteren. Ter genezing van ‘matheid’ beloof ik eenige ontploffingen, water-, brand- en anderen nood, gegil, oproerige menigte onder de vensters van 't paleis, pistool- en zesponderschoten, monstermortieren en bengaalsch vuur... alles voorafgegaan door 'n paar obligaat sterf verrader's die Woutertje zoo mooi vond in z'n dierbaren Glorioso.

Zulke dingen heeten immers ‘aktie’ niet waar? Ik hoop te toonen dat de politieke bedoeling van onzen voorlichter: Louise's woorden onverstaanbaar te maken voor 't - Spaansch? - publiek, volkomen door my begrepen is.

Dit nieuw-rotterdamsche politiekje wordt analogisch verduidelykt door 't reeds genoemd kritiekjen op 'n brokstuk van Millioenen-Studien. Ook daarin schyn ik wat spaarzaam te hebben omgegaan met zeker soort van ingredienten die den klank van politieke opmerkingen verdoven. We vernemen - zeer waarschynlyk van denzelfden kunstrechter, want het fabrieksmerk komt overeen - dat ‘de hellevaart’ die volgens hem daarin voorkomt: ‘wat zwak is.’

My was van ‘hellevaarten’ niets bewust. Doch hoe dit zy, men ziet dat m'n bekende onbekwaamheid in ‘Staatkunde’ zich ook tot zulke dingen uitstrekt. Of liever, 't een is 'n gevolg van 't ander. Ik moet m'n ‘hellevaarten’ sterker maken, en m'n staatkunde wat nieuw-Rotterdamscher. Dan zal 't vleesch goedkoop worden... in Spanje!

Om my niet allen moed te benemen, sluit de recensent met de vriendelyke toezegging dat ik misschien wel eenmaal iets redelyks zal kunnen leveren, als ik slechts naar zyn - nieuw-rotterdamschen - raad luister. Ik moet bedenken:

dat er in een drama nooit te veel “aktie” wezen kan...

Dat's waar. Bengaalsch vuur!

...en “staatkunde” nooit te weinig.

Oók waar! Louise moet niet verstaan worden, en de kliek van Fransen van de Putte blyft, op 't kussen... in Spanje!

Zeker zou 't jammer wezen van m'n jeugdige veelbelovendheid, zulke raadgevingen in den wind te slaan. Als ik nu maar wist waar de door onzen zeer beroemden onbekende, geleverde modellen van wat beters te bevragen zyn? Zyn die misschien in Spanje uitgegeven? R.S.V.P.

De beide laatste regels laat ik staan, om uitdrukkelyk te verklaren dat ik ze intrek. Ik eisch zeer in 't byzonder geen drama van de N. Rotterdamsche Courant. En in 't algemeen vorder ik niet dat 'n kunstbeschouwer blyken geve van meesterschap in 't vak dat hy kritizeerend behandelt. Maar wèl moet hy iets als meesterschap aan den dag leggen in zyn vak, in kunstbeschouwing.

Tot dit meesterschap behoort, volgens sommigen, zekere integriteit. Genoeg althans daarvan, om... de reputatie van Louise als verstandig denkend wezen, niet opteofferen aan de privaatstaatkunde van m'nheer Van de Putte cum sociis.

Hoe gelukkig dat ze - in haar hoedanigheid van Spaansche Vorstin - geen aanleiding had om de zwendelary van het Vryarbeidssysteem aanteroeren! Of den oorlog met Atjin! Hoeveel ‘aktie’ - bengaalsch vuur! - ware er dàn wel noodig geweest om haar stem te smoren?  

Waarde Nieuw-rotterdamsche, ik beloof u - en de uwen! - by-gelegenheid 'n drama met hollandsche toestanden. Schrik niet! Daarin zal genoeg bengaalsche ‘aktie’ voorkomen, om de aandacht aftetrekken van zeker in zoo'n stuk onmisbaar ingredient dat ik ‘verrotting’ noemde, en dat door den ondankbaren Thorbecke met het parlementaire scheldwoord contagium gedoopt is. Ook na dàt stuk zult ge dus de zaakjes van uw patroon kunnen voortzetten... tot de kruik berst.

De lezer meene niet, hier 'n soort van antikritiek voor zich te hebben. Daarmee kan ik me waarlyk niet inlaten. Als bydrage tot de rechtvaardiging van m'n tegenzin in zoodanigen arbeid, wil ik hier even 't gehalte kenteekenen van onze voorlichtingsorganen in 't algemeen. Ex ungue!


[1] Hanna is dus lief in de oogen van den nieuw-rotterdamschen politieken kunstkritikus.

Maar niet in mijn ogen. Ik verwijs naar mijn opmerkingen en nawoord bij Vorstenschool. Hier merk ik alleen op dat er mode zit in wat literair mooi gevonden wordt, en dat in de 19e eeuw, niet alleen in Nederland, sentimentaliteit heel modieus was.

Idee 991.