Idee 988.                                                


Om dit kursief ‘dus’ te rechtvaardigen, zou ik zeer veel moeten herhalen van wat ik by onderscheiden gelegenheden gezegd heb. [1] Wie m'n werken slechts gelezen heeft, zal 't een vreemde gevolgtrekking vinden, vooral daar 't besef der beteekenis van de woorden artist, dichter, wysgeer, evenzeer verbasterd is als 't begrip ‘staatkunde’ zelf. Dit is myn schuld niet.

Wie evenwel aan m'n werken zekere aandacht besteedt, niet àl te onevenredig met de inspanning die ik aan 't schryven ten-koste leg, zal me begrypen. [2] En zelfs voor anderen heb ik 'n hulpmiddel gereed, dat wel niet m'n stelling bewyst, doch volkomen geschikt is om dit bewys overbodig te maken, daar 't zekeren indruk te-weeg brengt die weldra op 'n eigengemaakte bewysvoering zal uitloopen. (269)

Men leze met aandacht de Geschiedenis, en geve acht op de personen die door hun individualiteit daarop 'n overwegenden invloed uitoefenden. [3] De geestesstemming die 't noodzakelyk gevolg is van deze studie, maakt alle verdere vereering van Thorbecke als staatsman, tot 'n onmogelykheid. Even als na 't ‘hersteld!’ van den bioloog [4], zullen velen verbaasd staan dat ze voor iets klassieks hebben aangenomen, wat ter-nauwernood aandacht verdiende onder de verschynsels van den dag, en dus met het oog op de dringende behoeften aan wat beters, in 't geheel niet had behooren te worden opgemerkt.

Maar de gewone bioloog laat z'n sujetten gedurende de bedwelming geen acceptaties teekenen. Dit heeft men de natie wèl laten doen, en de natuur der dingen zal ter-zyner-tyd aandringen op betaling. [*] De mogelykheid dat 'n forsche individualiteit - iemand dien men inderdaad 'n groot man zou kunnen noemen - de dreigende katastrofe bezweert, is afgesneden. De zeer weinigen die in-staat zouden zyn behoorlyk te antwoorden op 't vae victis dat op ons aanrukt, werden juist dóór de thorbecksche zoogenaamde beginselen, buiten de wet geplaatst. Brennus kan gerust z'n gang gaan: de Camillussen zyn van honk gejaagd! In-plaats daarvan hebben wy ‘kiesdistrikkies’ en 'n tal van provinciale beroemdhedens, die wel zorg zullen dragen dat er vleesch genoeg in 't land blyft om de Pruisische Landwehr te onthalen.

By de eerste kommotie in Europa, worden wij ingelyfd. [5]

Dit had de ‘staatsman’ Thorbecke moeten voorzien en beletten, of... weerstreven althans. Dàt ware z'n staatsmanstaak geweest, z'n roeping, z'n plicht! [6]

In-plaats daarvan...

Zie, staat het overige der geschiedenis dezer dingen niet geschreven in het boek der... grafschriftjes?

Nederland zal ondergaan aan bovenmatig gebruik van gewoonheid, Men heeft het gewild!

Zou daartegen op dit oogenblik nog iets te doen zyn? Thans, na 'n kwart-eeuw versnippering van kracht? Na dat knotten van al wat uitsteekt? Na 't stelselmatig smoren van elke individualiteit? Na 't ontmannen van alles wat veerkracht had? Na 't van de baan dringen der weinigen - juist die weinigen hadden we noodig! - die niet pasten in 't bekrompen kadertje van de ‘thorbecksche’ beginselen?

Is er nog redding mogelyk?

Dit weet ik niet!

Maar wèl weet ik, dat alle redding ònmogelyk is, zoolang wy geregeerd worden door 'n Volksvertegenwoordiging, als waarmee die ‘beginselen’ ons arm landje hebben opgescheept. [7]

Weg met de Kamers! [8]

En dan?

Gesteld dat ik niet wist te antwoorden op deze vraag, erger dan thans kan 't nooit worden. Ook dàn nog: Weg met de Kamers!

En dan?

Gy, hy, zy, het, voorloopig aan 't hoofd... wie of wat ge wilt, maar: weg met de Kamers!

En dan?

Ik ben gereed tot antwoord op die vraag - o, sedert jaren reeds! - doch de natie is niet gereed m'n antwoord nuttig te gebruiken. [9] Voor heden dit alleen: weg met de Kamers!

Lezer, ik vraag u in-gemoede, hebt gy ooit iemand hooren party-trekken voor onze Volksvertegenwoordiging? [10] Zaagt ge ooit een Kollegie, een Vergadering, een Autoriteit, zoo algemeen eenstemmig geminacht als dat rechtstreeks uitvloeisel van de staatsmanschap die men den armen Thorbecke heeft aangewreven? Ik begin medelyden met hem te krygen, als ik bedenk hoezeer hyzelf te lyden had onder z'n eigen werk. De oude geschiedenis van Phalaris en den gloeienden stier!

By de eerste kommotie in Europa, worden wy ingelyfd.

Hierover bestaat in 't Buitenland niet de minste twyfel. En in Nederland zelf durven slechts weinigen dien twyfel voorwenden. M'n verdriet over 't achterblyven van den politischen Rundschau dien ik had willen leveren, valt weg by de smart over deze hoofdwaarheid. Het doet er niet meer toe, dat de voedingsmiddelen slecht, duur en zelfs voor velen onverkrygbaar zyn, dat leger en marine zich in onvoldoenden toestand bevinden, dat de handel van geheel Nederland achterstaat by dien van de stad Hamburg alleen, dat het onderwys gebrekkig is, dat ons gezag in Indie stuiptrekt, dat litteratuur, kunst en wetenschap beneden peil staan, dat het publiek rechtsgevoel ten-eene-male ondermynd is... [11] dit alles lost zich op in de ééne schrikmaar:

By de eerste kommotie in Europa, worden wy ingelyfd.

Is het gevaar nog te bezweren?

Misschien! Wie weet? Ja!

Maar vóór alles: weg met de Kamers!

[*] Noot van 1874. Deze tyd is reeds gekomen. De toestand waarin ons landje verkeert, is betreurenswaardig. By den eersten schok zal ons politisch organisme, en daarmee waarschynlyk ons volksbestaan in elkaar zakken als 'n slecht gebouwd kaartenhuis. [12]

[**] Noot van 1876. De lezer begrypt toch dat ik hier geen Ontbinding bedoel? Er bestaat geen enkele reden om te vooronderstellen dat nieuwe verkiezingen - reeds op-zichzelf door de vuile onzedelykheid die dat gehaspel aankleeft, zoo schadelyk! - er bestaat niet de minste kans, zeg ik, dat zulk geknutsel iets beters leveren zou dan ons tegenwoordig babbelkollegie. Het gaat daarmee als met het eeuwig ministergewissel: ‘oud lood om oud yzer.’ Het tegenwoordig stelsel van regeeren brengt eens-voor-al de middelmatigheid op 't kussen, juist in 'n tydsgewricht dat zoo dringend behoefte heeft aan... iets anders! [13] De toestand van Europa, behoorde ieder Nederlander zware zorg te baren, voor zoo ver hy aan 't onafhankelyk voortbestaan van z'n land waarde hecht. En wie dit niet doet - 'n standpunt dat zeer wel te verdedigen is, en dan ook reeds veel aanhangers heeft - behoorde intezien dat we voor langen tyd reeds op voordeeliger en vooral veiliger manier konden geannexeerd raken, dan door ten-laatste als verrot ooft te worden weggeveegd met den bezem die aan buitenlandsche staatslieden door ware of voorgewende eischen hunner politiek wordt in de hand gedrukt. Vereeniging met Hoogduitschland uit vryen wil, en dus onder voorwaarden, kan 't onderwerp zyn van 'n staatkundige meening. Maar met verachting door den nabuur te worden opgeslurpt omdat we, lamlendig, ontzenuwd, verkracht, afleerden ons te verdedigen, noem ik schandelyk. Toch is dit laatste te voorzien als byna onmiddelyk gevolg van de achtenveertigsche onkunde waarin de fetisch Thorbecke tot professor benoemd werd. Hy 'n staatsman? Ieder zal toestemmen dat in de Geschiedenis 'n twintigtal jaren tyds slechts 'n ondenkbaar klein deel is van wat we in 't dagelyksch leven een oogenblik noemen. Toch heeft hy, noch vóór noch in 1848, zoo min als na dat jaar z'n volgelingen, het minste blyk gegeven dat hy iets voorzag van wat er vlak naast onze grenzen in 1866 en 1870 gebeuren zou! Deze opmerking alleen behoorde voldoende te wezen om de krankzinnige vereering te brandmerken, waaraan de Natie zich ten zynen opzichte heeft overgegeven en nog overgeeft. Ik zeg: de Natie, en niet: 'n deel daarvan. Ook de tegenstanders namelyk van Thorbecke, de zoogenaamde Behouders, bestreden hem slechts in hun verheven hoedanigheid van partymannen, nooit uit besef van z'n volstrekte nietigheid als denker en wysgeer, d.i. als Staatsman. [14] Dááraan dacht en denkt men niet, en wel om de eenvoudige reden dat de ware beteekenis van 't woord onder al dat kinderachtig partygekibbel reddeloos is verloren gegaan.


[1] Om dit kursief ‘dus’ te rechtvaardigen, zou ik zeer veel moeten herhalen van wat ik by onderscheiden gelegenheden gezegd heb.

Dit slaat op het eind van het vorig idee, waar ik over dat kursief ‘dus’ viel. Zie de volgende opmerking.


[2] Wie evenwel aan m'n werken zekere aandacht besteedt, niet àl te onevenredig met de inspanning die ik aan 't schryven ten-koste leg, zal me begrypen.

Wel - ik begrijp M. heel goed, meen ik. Alleen ben ik het niet met hem eens. Het komt mij dus wel uit dat M. in dezelfde alinea verwijst naar zijn idee 269 omdat ik daar al jaren geleden de reden gaf waarom M. zich hier vergist: Wensdenkerij.

Zoals M. het graag wenste vielen de talenten nodig voor het zijn van een groot dichter, een groot koning, en een groot filosoof samen. Dus moest dat zo zijn. Feit is dat het vrijwel nooit samenvalt, en in die mate zeldzaam is dat de enige die er mogelijk aan voldoet Marcus Aurelius is.


[3] Men leze met aandacht de Geschiedenis, en geve acht op de personen die door hun individualiteit daarop 'n overwegenden invloed uitoefenden.

Hier ligt mogelijk een omstreden punt, namelijk óf zogeheten Grote Mannen van invloed zijn op de geschiedenis. Ik stap er om heen, ongeveer zoals M., namelijk door te kijken naar het gewicht dat bijzondere individuen hadden in de geschiedenis.

Ik geloof met M. dat dit soms aanzienlijk was, maar dat dit vooral komt doordat de feitelijke maatschappelijke eenheid van handelen niet 'de maatschappij' maar de face-group: Mensen in dezelfde groep die elkaar kennen.


[4] Even als na 't ‘hersteld!’ van den bioloog

M. bedoelt hier als gewoonlijk met 'bioloog': hypnotiseur. Het 'hersteld!' was een manier om een hypnotisch subject uit de trance te halen.


[5] By de eerste kommotie in Europa, worden wij ingelyfd.

Dit herhaalt M. een paar maal, en hij dacht aan Duitsland, waar hij woonde, en waar hij zag hoe er in hoog tempo door Pruisen één groot Duitsland werd gesmeed, dat reeds in de Frans-Duitse oorlog van 1870 aangetoond had een krachtige staat met een machtig leger te zijn geworden.


[6] Dit had de ‘staatsman’ Thorbecke moeten voorzien en beletten, of... weerstreven althans. Dàt ware z'n staatsmanstaak geweest, z'n roeping, z'n plicht!

Maar ja: Wat had hij moeten of kunnen doen?

Hoe het zij: Het is het een feit dat wat M. vreesde dat zou gebeuren nog bijna 70 jaar op zich liet wachten. In de 1e Wereldoorlog wist Nederland neutraal te blijven, wat ongetwijfeld veel Nederlandse levens gespaard heeft, en in de 2e Wereldoorlog werd Nederland in een paar dagen overwonnen door de veel machtiger Duitse tegenstander.

En wat in 1940 gebeurde is zeker niet wat M. meende te voorzien.


[7] Maar wèl weet ik, dat alle redding ònmogelyk is, zoolang wy geregeerd worden door 'n Volksvertegenwoordiging, als waarmee die ‘beginselen’ ons arm landje hebben opgescheept.

Hier ben ik het mee eens in de zin dat het mij ook onmogelijk valt iets goeds te verwachten van het onmachtig praatcollege dat 'Tweede Kamer' heet. Maar ja: Zelfs als dit vol zou zitten met daadkrachtige genieën dan is er nog weinig te doen in een land als Nederland tegen een veel krachtiger buurland als Duitsland, mocht dit besluiten Nederland in te lijven.


[8] Weg met de Kamers!

M. zal ook dit een paar keer herhalen in dit nummer, en legt hieronder in een noot uit dat hij bedoelde dat ze afgeschaft moesten worden. In feite meende hij waarschijnlijk iets in de orde van: Kiest Eduard Douwes Dekker als Nationaal Leider!

Ik heb al uitgelegd dat mij dat geen haalbaar en geen goed idee toeschijnt.


[9] Ik ben gereed tot antwoord op die vraag - o, sedert jaren reeds! - doch de natie is niet gereed m'n antwoord nuttig te gebruiken.

Zie het vorig punt. M. bedoelde dat Nederland er verstandig aan zou doen hem tot verlicht despoot te maken.


[10] Lezer, ik vraag u in-gemoede, hebt gy ooit iemand hooren party-trekken voor onze Volksvertegenwoordiging?

O zeker wel: Talrijke volksvertegenwoordigers, om te beginnen. En ook ik ben in het geheel niet gecharmeerd van het intellectueel of moreel niveau van kamerleden, en geloof niet in de pretenties of propaganda van enige politieke partij. Toch is het in beginsel een goed idee om een regering zich te laten verantwoorden tegen en naar huis laten sturen door een volksvertegenwoordiging die op een of andere manier verkozen is door en uit het volk.


[11] Het doet er niet meer toe, dat de voedingsmiddelen slecht, duur en zelfs voor velen onverkrygbaar zyn, dat leger en marine zich in onvoldoenden toestand bevinden, dat de handel van geheel Nederland achterstaat by dien van de stad Hamburg alleen, dat het onderwys gebrekkig is, dat ons gezag in Indie stuiptrekt, dat litteratuur, kunst en wetenschap beneden peil staan, dat het publiek rechtsgevoel ten-eene-male ondermynd is...

Hier is weer een lijst van grieven van Multatuli. Is er veel veranderd in de ca. 130 jaren dat dit geschreven is? En laat het Nederland van 1872 wel realistisch vergelijken met dat van nu?

Wat de laatste vraag aangaat: Het is moeilijk te zeggen, omdat het volk meer dan vijf keer zo groot is; tal van omstandigheden anders zijn; en de invloed en toepassing van wetenschap en technologie sindsdien zeer groot en ingrijpend geweest zijn. Aan de andere kant: Er lijkt weinig veranderd te zijn in de Nederlandse taal en in het Nederlands karakter.


[12] By den eersten schok zal ons politisch organisme, en daarmee waarschynlyk ons volksbestaan in elkaar zakken als 'n slecht gebouwd kaartenhuis.

Dit gebeurde niet. Ik registreer hier alleen dat M. kennelijk een groter Nederlands nationalist was dan ik ben. Mij zou een dergelijk gebeuren namelijk niets kunnen schelen, behalve voor zover het de levens van enkelen om wie ik geef moeilijker zou maken. En feitelijk heeft Nederland voor een groot deel opgehouden te bestaan, als lid van de Europese Unie, waar het tegenwoordig een kleine provincie in is, of iets dergelijks.


[13] Het tegenwoordig stelsel van regeeren brengt eens-voor-al de middelmatigheid op 't kussen, juist in 'n tydsgewricht dat zoo dringend behoefte heeft aan... iets anders!

Namelijk Multatuli, bedoelde Multatuli. Dat een parlementaire democratie een betrekkelijke hemel voor middelmatigheden en leugenaars is ben ik met hem eens, maar ik betwijfel zeer of Nederland met Multatuli als premier, onder wat voor soort bestuur ook, beter af geweest zou zijn.

En ik denk dat niet omdat ik geloof dat het hem aan goede wil of intelligentie ontbrak, maar omdat ik meen dat hij daar het karakter niet voor had, en overigens dat succesvolle staatslieden zelden grote geesten zijn of kunnen zijn, omdat zowel hun dagelijks werk als de rol die ze moeten spelen dit vrijwel onmogelijk maken.

Het is ongeveer zo als met een modern constitioneel vorst in een parlementaire democratie: Zo iemand verdient dom te zijn, want het uitoefenen van z'n functie met intelligentie of individualiteit is vrijwel onmogelijk, en maakt zo iemand vrijwel zeker doodongelukkig. Maar voor een dom iemand kan zo'n functie heel aangenaam zijn, en met een dom volk om voor te gaan heeft zo iemand waarschijnlijk ook aanzienlijk nut als publiek boegbeeld.


[14] Ook de tegenstanders namelyk van Thorbecke, de zoogenaamde Behouders, bestreden hem slechts in hun verheven hoedanigheid van partymannen, nooit uit besef van z'n volstrekte nietigheid als denker en wysgeer, d.i. als Staatsman.

Opnieuw - zie [1] en [2] en de links daar: Staatslieden zijn geen wijsgeren en behoren dit niet te zijn, wat Plato ook beweerd mag hebben. Het is véél beter indien politici hun ideeën ontlenen aan echte denkers, en dat echte denkers nadenken en schrijven, en hun talenten niet verspillen aan besturen, waar je een karakter voor nodig hebt dat vrijwel niet te verenigen is met dat van een eerlijk en konsekwent denker.

Idee 988.