Idee 986.                                                


Inderdaad, we gaan slordig om met de algemeene zaak, en vertrouwen haar toe aan den eersten den besten, met minder omzichtigheid dan we besteden zouden aan 't napluizen der getuigschriften van 'n huisknecht. Deze toch - minder gelukkig dan de Heeren Wy & Comp. - moet opgeven hoe hy heet, en vooral waar en hoe hy gediend heeft. 

Studie, kennis, goede trouw, integriteit, alles saamtevatten in 't herhaaldelyk misbruikt woord: bevoegdheid, wordt alzoo van den staatkundigen voorlichter niet gevorderd. [1] Zoodra iemand zinsneden aan elkaar weet te lymen, schynen alle andere hoedanigheden overbodig. Zoo werd, eenige eeuwen geleden, ieder voor geleerd gehouden, die z'n naam teekenen kon.

En verder nog gaat de achteloosheid. Ze wordt niet alleen toegepast op de advizeerende leden van den allemans-senaat, maar ook op hen die handelend moeten optreden. Ook van Ministers vordert men geen dienststaat. [2] Ze worden gekozen met minder voorzorg dan 'n surnumerair, dan agenten van politie, dan 'n krantombrenger.

Hoe men nu ook het woord ‘Staatkunde’ omschryve, welke eischen men ook stelle aan den ‘Staatsman’ zéker is 't, dat men telkens mistasten moet, indien men èlke omschryving verwaarloost, indien men géén eischen stelt, hoegenaamd. Hieraan dan ook is toeteschryven dat de natie zich zoo in dien Thorbecke vergist heeft. Er was, om 't wrak gebouw te stutten, een balk noodig. Hy leverde een bos onhandig saamgebonden splinters, en - dommer nog dan de kikvorschen in de fabel - men was tevreden! Ja, meer dan tevreden! men juichte, jubelde, hoofdartikelde...

Och, had men zich by-tyds geoefend in 't bepalen! (10.)


[1] Studie, kennis, goede trouw, integriteit, alles saamtevatten in 't herhaaldelyk misbruikt woord: bevoegdheid, wordt alzoo van den staatkundigen voorlichter niet gevorderd.

Dat is zo, en er zijn een aantal redenen voor, die ik alleen kort zal aanstippen:

  • Hoe hoger de functie, hoe geringer de kwaliteitseisen. (Een déél van de oorzaak is dat er voor hoge functies nauwelijks goede beoordeelaars zijn.)
  • Publieke voorgangers danken hun status vooral aan hun praatjes, pretenties, publieke bekendheid en de kracht van hun partij en medestanders.
  • In partijen en regeringen geldt in sterke mate het partijen-systeem uit 971.
  • Ook in de media telt echte bekwaamheid of integriteit nauwelijks, en verkoopbaarheid, geloofwaardigheid en populariteit bijzonder.
  • Partijmensen plegen totalitair te denken, voelen, praten en schrijven: Zie Orwell.
     

[2] En verder nog gaat de achteloosheid. Ze wordt niet alleen toegepast op de advizeerende leden van den allemans-senaat, maar ook op hen die handelend moeten optreden. Ook van Ministers vordert men geen dienststaat.

Zie het vorige punt. Eén reden voor dit verschijnsel in een parlementaire demokratie is dat iedere burger verkiesbaar wordt geacht te zijn, en daarmee in beginsel ministeriabel is.

Mijzelf lijkt een dienststaat vooraf niet zo belangrijk - wat veel belangrijker is, maar evenmin bestaat, is een publieke verantwoording achteraf, voor wat men gedaan en nagelaten heeft in enig publiek ambt, waaraan men bijvoorbeeld hoeveel publieke geldsommen uitgegeven heeft.

Hoe dit precies ingekleed moet worden is een probleem dat ik hier niet aanpak (niet iedereen is bekwaam tot oordelen, of in staat tot onpartijdig oordelen), maar het is iets dat veel misbruik van veel publieke ambten zeer zou kunnen verminderen.

Idee 986.