Idee 981.                                                


Ik sprak van krankzinnigheid... 

Vergezel my 'n paar schreden in de wereldgeschiedenis terug, lezer. Ik weet niet of ge u herinnert hoe oud Noach geworden is? Ik erken dat het my ontgaan was. De hedendaagsche modewaanzin gaf me aanleiding die theologisch-historische byzonderheid in m'n bybel optezoeken. Noach is negenhonderd en vyftig jaren oud geworden. 

‘Waanzin? Waanzin? De schryver zelf schynt hier waanzinnig. Moeten we zóóver teruggaan om iets van Thorbecke te vernemen?’

Ja. En 'n beetje verder nog! Dat ik slechts van Noach's sterfdag sprak, was om u niet afteschrikken. Ik mocht uw verbeelding niet te veel geweld aandoen op eenmaal, en ben nu genoodzaakt u te verzoeken nog vier- en een halve eeuw verder terugtegaan...

‘Waanzin!’

Lezer, hoe ruwer ge my aanklaagt, hoe aangenamer 't my wezen zal. Ik hoop straks uw afkeuring te endosseeren op wien 't aangaat.

We moeten met onze verbeelding doordringen in den tyd toen Noach in de fleur van z'n leven was. De goeie Lambach was overleden. Laat ons hopen dat-i nog 't genoegen gehad heeft, Sem, Cham en Jafeth als volleerde honderdjarige jongeluî de H.B.S. te zien verlaten. Maar dit gaat ons niet aan. De vraag is: wat er in die dagen kan hebben plaats gevonden, dat met Mr. J.R. Thorbecke in-verband staat! Dit moet ik leveren, op-straffe van ongerymdheid.

Men heeft het recht, dit alles tot nader orde voor onzin te houden.

We lezen in Genesis:

Cap. V, 32. ‘En Noach was vyfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem,Cham, en Jafeth.
Cap. VI, 1. En het geschiedde als de menschen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
2. Dat Gods zonen de dochteren der menschen aanzagen, dat zy schoon waren, en zy namen zich vrouwen uit allen, die zy verkozen hadden.
3. Toen zeide de Heere: Myn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mensch, dewyl hy ook vleesch is; doch zyne dagen zullen zyn honderd en twintigjaren.
4. In die dagen waren er reuzen op aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der menschen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden...

‘Waar blyft Thorbecke!’

Geduld, lezer!

‘Maar... dat is krankzinnigheid!’

Ongetwyfeld! Maar de myne niet!

We lezen verder:

...deze zyn de geweldigen, die van ouds geweest zyn, mannen van name.

Hier beken ik schuld. Ik weet niet wat dit alles te maken heeft met Thorbecke, en zou dus zeer verlegen staan, indien ik me niet kon beroepen op 'n autoriteit die wel niet zal gewraakt worden in het theologisch Nederland. Ziehier alzoo 't endossement dat ik beloofde. We lezen - met gepasten eerbied - in den Nieuwen Rotterdammer van 11 Juni 1872:

Bij de voormiddags-godsdienstoefening in de Nieuwe-Kerk te 's Hage, wijdde gisteren Ds. Hoevers zijne leerrede aan de nagedachtenis van Mr. J.R. Thorbecke, en wel naar (aanleiding van?) Genesis VI, vers 4, de laatste woorden: Mannen van name... [1]

Ziedaar de reden waarom ik, om den lezer goed te doordringen van 't besef der allerzonderlingste Thorbecksche grootheid, genoodzaakt was terug te gaan tot den tyd toen Sem, Cham en Jafeth van de kostschool kwamen. Dominee Hoevers...

Op-zy met dien preekman! We hebben noch met hèm te doen, noch met Professer die en die - muurlingers! [2] - we hebben te doen met de honderden en duizenden die zich laten biologeeren door zulke praatjes! [3]

Nageslacht, aan U vraag ik of ik de stelling bewees, dat deze Ideen geschreven werden in 'n eeuwsaisoen van byna algemeene krankzinnigheid? [4]

En tevens of er één grafschriftjen ontbreken mocht - van welk gehalte dan ook! [*] - zoolang er kans bestaat dat het kracht byzet aan m'n forsch op schouder kloppend: Ontwaak! (395)

[*] Noot van 1876. Nu, zoo heel veel slechter dan de nog dagelyks in Bloemlezingen opgenomen puntdichtjes van Huygens zyn ze toch wel niet! Men bedenke overigens dat niet alle lezers mank gaan aan 't nederlandsch euvel: preekenliefde.


[1] Genesis VI, vers 4, de laatste woorden: Mannen van name...

Ik ben niet grootgebracht in een Christelijke kerk, maar uit het weinige dat ik op de radio hoor van de zogeheten Evangelische Omroep gaat het nog steeds zo in preken in protestantse kerken.


[2] muurlingers!

Dit is een verwijzing naar de hooggeleerde Muurling uit 279.


[3] we hebben te doen met de honderden en duizenden die zich laten biologeeren door zulke praatjes!

M. gebruikt biologeeren (en 'biologie') gewoonlijk in de zin: hypnotiseren. Het gaat trouwens om honderden miljoenen en miljarden, over de hele wereld gerekend. "De mens is het rationele dier", definieerden de Grieken, nogal aan het begin van wat vaak "beschavingsgeschiedenis" wordt genoemd.


[4] Nageslacht, aan U vraag ik of ik de stelling bewees, dat deze Ideen geschreven werden in 'n eeuwsaisoen van byna algemeene krankzinnigheid?

Ik behoor zeker tot het nageslacht - geboren: 130 jaar na Multatuli - en kan de vraag dus beantwoorden: Ja en nee. Ja, want het zal ongetwijfeld treurig en wijdverbreid zijn geweest. Nee, in de zin dat het kennelijk vrijwel altijd zo geweest is, vrijwel overal. In het jaar dat ik dit schrijf zijn er meer dan 1 miljard katholieken, bijvoorbeeld.

Idee 981.