Idee 978.                                                


Hoofd, hart en hand van 't zich schamend Nederland?’ Eilieve, mag ook ik verzoeken tot 'n beschamend nationaal lichaamsdeel bevorderd te worden? [1] Zou men my niet kunnen gebruiken als nagel die 't pleister van gewitte graven afkrabt? Met dit modest emplooi, waarin ik de eer heb 'n ambtgenoot van den edelen Jezus te zyn, ben ik volkomen tevreden. Als proef van m'n yver op dit stuk, deze bydrage. 

Onder al de lofguirlandes die de heer Jorissen boven Thorbecke's graf ophangt, was er een die me door iets eigenaardigs in de wending, bekend voorkwam. 't Was me of ik dien slingerslag van melodie meer gehoord had. Eenigen tyd zocht ik te-vergeefs. Maar eindelyk vond ik goddank de prototype van 't motètje dat den lofredenaar bezielend schynt voor den geest gezweefd te hebben by 't vervaardigen van z'n zangdeun. Ik zeg: schynt... want met onzen meester Pennewip ben ik van oordeel, dat dezelfde verheven gedachte zich weleens, zonder 't minste plagiaat, opdringt aan twee genien tegelyk. De bedoelde zangwys dan, komt voor in m'n te-recht beroemde... bakerpreek. [2] Ziehier de treffende konkordantie

De preekheer uit de 50e eeuw, over Baker Stotter. De redevoerder uit de negentiende eeuw, over den vaderlandredder Thorbecke.
   
De onnoozele mensch beschouwt, overpeinst, begrypt er niets van, aanbidt... en zwygt.
Ja, zwygen! Daarom verkondigen wy luide, enz.
(Deze tekst schynt in embryologische verwantschap tot die zonderlinge lippen geschiedenis te staan. Maar ik geef deze gissing onder voorbehoud.)
   
...onze vastigheid is gegrondvest op de onomstootelyke mannelyke schouderen der vrouw. Waar alles ligt, zal Hy staan blyven... (Hier hebben we vry duidelyk de bekende stationaire rots met z'n baren. Doch ik durf alweer niets verzekeren. 't Vervolg is helderder:)
   
...waar alles bukt, zal Hy zich oprichten. Waar alles vergaat, zal Hy bloeien... bloeien in al de frisheid Zyner jeugd, als op den stond toen Hy tusschen juffrouw Mabbel en de Wed. Zipperman, nederig naar den mensch, maar onmenschelyk groot als uitverkoren Baker, zegevierend getuigen kon: ‘dat zeiti!’ Negen jaren heeft hy gekampt, eens in dien tyd door de mannen van het verleden uit de kampplaats verwyderd, en weldra teruggevoerd, tot dat hy op den gedenkwaardigen 13den November 1849, als zegevierend overwinnaar in al de zelfbewustheid van zyne zegepraal, met de rust van een goed geweten aan Vaderland en Vorst de verzekering kon geven: ’wacht op onze daden!’
 

Precies! Wacht op onze daden... dat zeiti! Nu, aan wachten heeft 't niet ontbroken. Wie nu nòg niet overtuigd is van Baker's voortreffelykheid, mogen we houden voor 'n verstokten onovertuigingvatbaren slaaf van 't een-of-ander ‘orgaan.’


[1] Hoofd, hart en hand van 't zich schamend Nederland?’ Eilieve, mag ook ik verzoeken tot 'n beschamend nationaal lichaamsdeel bevorderd te worden?

Ook dit genoegen werd Multatuli niet bereid. En in feite is dat dan ook een praktische onmogelijkheid: De publieke propaganda van een groep, een staat, en een natie is altijd in dienst van de groep, staat of natie. Zie onder 971 voor een uitleg.


[2] De bedoelde zangwys dan, komt voor in m'n te-recht beroemde... bakerpreek.

De lezer vindt dit prachtigs in Ideen 1 onder 394.

Idee 978.