Idee 968.                                                


En we lachen de Egyptenaars uit, met hun heilige skarabeën, gewyde katten en gekanonizeerde ajuinen! Toch waren die voorwerpen slechts zinnebeelden. Geen Egyptenaar, beweerde ooit dat zoo'n tor verstand, macht, genie bezat, of iets byzonders wist tot-stand te brengen. 

Van Thorbecke wordt dit wèl beweerd, of liever als vanzelf sprekend, verondersteld. Men meent alle toelichting, rechtvaardiging, verschooning der algemeene krankzinnigheid flinkweg te mogen overslaan. De ‘liberale’ voorgangers stellen zich aan, alsof de grootmannigheid van hun fetisch buiten kwestie ware. [1] Moderne dominees bepreeken den held. Couranten hullen zich in 't rouwgewaad van 'n zwart lystje. Ministers schreien by 't graf. Een hunner - om toch vooral geen enkel goedkeuringsnootje op den konduitestaat van den kandidaat-heilige te laten verloren gaan - verhaalt: ‘dat de dierbare overledene ook in God geloofde: ‘blykens zekere uitdrukking in 'n onlangs van hem ontvangen briefje.’ Anderen verhalen: dat-i zoo'n eminent schryver was!

Dat ‘in God gelooven’ - 'n zonderling attribuut voor 'n uitstekend man! - hoort by 't nederlandsch liberalismus. 't Is 'n ‘ter-zyde’ aan 't adres van de konservatieven. Iets als: ‘denkt toch in-godsnaam niet, dat gylieden Behouders den hemel met toebehooren van aardsche distinktie en wereldschen invloed, voor u alleen hebt! Onze vriend, profeet en premier, de prototype van ons gild... liberaal was-i, o ja zeer, zéér liberaal, allerliberaalst, maar... hy geloofde in God, zoowel als gy, en heeft dus geen grein minder aanspraak op den Hemel.’

Dat de man in God geloofde, komt me niet vreemd voor. Ik had er op durven wedden, zonder de minste inzage van dat briefje aan z'n kollega Jolles. Moedig en eerlyk atheïsmus lag zonder den minsten twyfel ver buiten 't kringetje waarin onze Thorbecke zich bewoog.

Wie heeft ooit beweerd, gemeend, als mogelyk gesteld, dat 'n man van Thorbecke's gehalte, niet geloovig was? Wie beschuldigde hem ooit van... ongewoonheid? Mr. Jolles deed 'n vreemd werk, toen-i by dat graf het certificaat van Thorbecke's onaangevochten ordinairheid overlegde.


[1] Van Thorbecke wordt dit wèl beweerd, of liever als vanzelf sprekend, verondersteld. Men meent alle toelichting, rechtvaardiging, verschooning der algemeene krankzinnigheid flinkweg te mogen overslaan. De ‘liberale’ voorgangers stellen zich aan, alsof de grootmannigheid van hun fetisch buiten kwestie ware.

Precies. Zo gebeurde anno 2002 nog over de man in Nederland. De reden staat in 965 en 966


[2] Dat de man in God geloofde, komt me niet vreemd voor. Ik had er op durven wedden, zonder de minste inzage van dat briefje aan z'n kollega Jolles. Moedig en eerlyk atheïsmus lag zonder den minsten twyfel ver buiten 't kringetje waarin onze Thorbecke zich bewoog.

Ja, dat lijkt me ook. Er is onlangs - anno 2005 - ook een uitgave van brieven van Thorbecke geweest, ongetwijfeld voorbeschikt ongelezen te gaan staan verzuren in een universitaire  bibliotheek, maar ook héél geschikt om in Neerland 40 jaar academisch ambtenaar mee te worden. Ik heb er een hele pagina NRC over mogen doorlezen, maar heb geen enkel beter begrip kunnen verwerven over waaróm de man zo bijzonder zou zijn geweest. Hij hield van zijn vrouw, begreep ik wel. 

Idee 968.