Idee 964.                                                


Komt ploert van pleutre, of is de relatie omgekeerd? Ik durf dit den Schager niet vragen, daar 't den schyn hebben zou, alsof ik me onbescheiden wou meester maken van z'n familie-geheimen. Jammer genoeg! By de ‘nauwkeurige kennis van zaken’ die men in hem veronderstellen moet, ware eenige opheldering van zyn kant, zeer gewenscht. 

Ik meen dat het woord ploert oorspronkelyk 'n akademische uitdrukking was, en vry gelyk stond met niet-student, met filister.

Maar... 't aantal jongeluî die onze akademien bezoeken, is slechts zeer gering in verhouding tot de overige bevolking van den Staat. Moeten we dus aannemen, dat Nederland bewoond wordt door 'n paar duizend studenten en drie millioen ploerten? [1]

Dit kan de bedoeling van de jongeluî niet geweest zyn. Onder die niet-studenten immers hebben ze vaders, moeders, leermeesters, toekomstige chefs.

Wat wordt dan in studentikozen zin - dien ik hier als massgebend aannneem, omdat ieder de uitlegger is van zyn eigen woorden [2] - bedoeld met het woord ploert?

Over dit onderwerp nadenkende, tracht ik my den indruk voor den geest te brengen, dien ik als kind had van iemand wien ik 'n ploert hoorde noemen. Het was 'n gemeen sujet die den m'nheer uithing, 'n soort van mannelyke lichtekooi. Tot de uitmonstering behoorden: styfgefrizeerde bakkebaard en vetglanzige krullen, vastgeplakt tegen de slapen, als vischhaken hengelend naar bewondering. Wie er een zien wil van de soort als die ik nu bedoel, schaffe zich 't stel platen aan, waarin Cruikshank zoo welsprekend tegen dronkenschap yvert. Op de laatste plaat zit de zuiper als waanzinnige in 'n getralied hok, en wordt... bekeken - 't woord ‘bezocht’ is te goed - door z'n beide kinderen, 'n jongen en 'n meid. Het uiterlyk van deze twee sujetten is even waarschuwend als het delirium tremens van den vader zelf. Die jongen - 'n zeer echte broęr van z'n zuster: de familiegelykheid der zielen is sprekend! - die jongen is 'n ploert. 

Maar... 'n ploert van de ŕllergemeenste soort. Er zyn er die iets minder laag staan.

Hoe nu de Cruikshanksche opvatting overeentebrengen met de bedoeling van onze studenten?

Wat is, of behoort te zyn, de eigenaardigheid van jongelieden die zich wyden aan studie? Ze zyn onbekrompen in opvatting, leven by den dag, minachten 't kleingeestig streven naar wereldsche goederen, voeden zich met idealen, erkennen geen rang dan ridderschap van den geest, en meenen dit alles te kunnen volhouden door de kracht die men put uit het najagen van 'n verheven doel, in dit geval: de Wetenschap. [3]

Wie nu aan 't woord ‘ploert’ alleen de beteekenis hecht van niet-student, zou in de dwalende meening vervallen, dat ieder die zich niet aan studie wydt, ieder die zich slechts bezighoudt niet de zorg voor zaken van stoffelyk belang, ieder die 't leven uitsluitend van den materieelen kant beschouwt - wat voor de meesten 'n treurige noodzakelykheid is! - 'n ploert wezen zou. Dit is onjuist. Het afschuwelyk exemplaar van 't menschenras, dat we hier in 't voorbygaan vereeren met 'n analyze, onderscheidt zich van de overige niet-studenten door de onhebbelyke neiging zich voortedoen alsof het tot edeler klasse behoorde. De épicier op z'n zondags die zich met deftigheid tooit, is ploert om dien tooi, en volstrekt niet omdat-i in de week krenten en rozynen verkoopt... de onschuldigste zaak ter-wereld. De schryver die z'n vertoogen opschikt met valsche gemoedelykheid, met de zedelykheidpraatjes van den dag, met de frazen uit het Staatsblad, met haute nouveauté-stopwoorden, met de terminologische pommade der duitsche school-filosofie, met citaten...

Ook de lichtmis van Cruikshank heeft 'n bloempjen in den mond. De schandjongen wil voor 'n heer doorgaan...

Bepaald... konkreet... intens... objektief... Stuart Mill zegt... we lezen by Dr. Feringa... nog eens: Stuart-Mill... de groote staathuishoudkundige Hoeheeti beweert...

Nu, dat alles is ploertery! [4] En hiermee neem ik afscheid van den Schager, en van de duizend-en-een nederlandsche lezers die zoo'n bloempjen in den mond heel mooi vinden


[1] Moeten we dus aannemen, dat Nederland bewoond wordt door 'n paar duizend studenten en drie millioen ploerten?

Ter informatie van de lezer: Er waren toen Multatuli dit idee schreef ruim 3 miljoen Nederlanders. Er zijn er ruim 16 miljoen terwijl ik dit schrijf. Wie dit een meer dan vijfvoudige vooruitgang vindt ... houdt minder van natuur dan ik.


[2] .. omdat ieder de uitlegger is van zyn eigen woorden ..

Nee, dat is toch maar heel gedeeltelijk zo. Wat veel juister is: Ieder is uitlegger van z'n eigen ideeën - met hulp van woorden die vele anderen ook gebruiken. En de betekenissen van de meeste woorden ligt tamelijk vast, al kunnen deze veranderen en al zijn er vrijwel altijd marges van vaagheid,  omdat er zonder gedeelde woordenschat van woorden met ongeveer dezelfde betekenissen eenvoudig niet te praten viel.


[3] Wat is, of behoort te zyn, de eigenaardigheid van jongelieden die zich wyden aan studie? Ze zyn onbekrompen in opvatting, leven by den dag, minachten 't kleingeestig streven naar wereldsche goederen, voeden zich met idealen, erkennen geen rang dan ridderschap van den geest, en meenen dit alles te kunnen volhouden door de kracht die men put uit het najagen van 'n verheven doel, in dit geval: de Wetenschap.  

Tsjee! Ik ben dan al zo'n 40 jaren jong. Zou 't daarom zijn dat ik zo bijzonder ongebruikelijk ben en er zo jong uit zie?

Het is zowel waar als bitter dat ik zéér weinigen van de genoemde soort jongelieden getroffen heb, ook toen ik jong was, ook toen ik studeerde, zo tussen 1977 en 1983: Men was bekrompen kwasi-revolutionair; leefde van een beurs of van de ouders; streefde naar een universitaire graad, als garantie voor een goedbetaalde weinig vereisende baan; geloofde in wat de doorsnee lieden om hen heen geloofden, die hetzelfde deden; voedde zich met slogans, gemeenplaatsen, en wanen van de dag; verafschuwde wie evident intelligenter was dan zij; en meende dit alles te kunnen volhouden door de hoop op een universitaire aanstelling, als ambtenaar voor het leven in een hoge salaris-schaal.

Zó was het "in mějn tijd". Ik denk dat het niet veel anders was in Multatuli's tijd, maar hij had dan ook niet het ongeluk gehad z'n geest te moeten bekwamen aan een Nederlandse universiteit.


[4] Nu, dat alles is ploertery!

Daar vergat ik toch bijna de moderne vormen van ploerterij toe te lichten voor de moderne lezer! Nu lezer: Neemt 1 deel Van Thijn, 1 deel Cohen, 1 deel Oudkerk, 1 deel Bos, 1 deel Dittrich en 1 deel Balkenende, mix grondig, schud en dien op - en onversneden pure ploerterij, genre moderne Neerlandse politiek, zullen u deelachtig worden! Of neem 1 deel Fortuyn, 1 deel Papaul, 1 Mulder en als hiervoor! Ze bestaan ook in vrouwelijke vorm: 1 deel Terpstra, 1 deel Jorritsma, 1 deel Kroes, 1 deel Netelenbos, 1 deel Verdonk en u heeft het recept voor ploertige heksenwalm ŕ la cuisine politicienne Neerlandaise in optima forma.

Ik wilde maar zeggen... het is echt niet béter geworden in Nederland met meer welstand.  

Idee 964.