Idee 958.                                                


Op zeker eiland hadden de bewoners sedert eeuwen alle sloten vernietigd, zoodat zelfs de herinnering aan die dingen was verloren gegaan. [1]

Daar landde een reiziger die 'n bos sleutels meebracht. Hy verhaalde hoe men met behulp daarvan, in zyn land kamers en kasten sluiten kon, en hoe nuttig dit was. Met bewondering hoorde de bevolking die openbaring aan, en... maakte z'n sleutels na. Doch men bemerkte niets van den uitslag waarop hy zoo geroemd had. Men droeg de sleutels om den hals, en er werd uit kisten en kasten gestolen als vroeger. Men hing ze op aan 'n boomtak... 't hielp niets. Men begroef ze... de uitslag was dezelfde. Een wyze stelde voor, met de sleutels te rammelen. Den nacht daarop stal men hem den baard van de kin. De priesters bedachten toen een nieuw middel. Twee sleutels, gekruist liggende op de goederen die men bewaren wilde, zouden de dieven afschrikken. Maar, helaas, de goddelooze booswichten stoorden zich alweer niet aan 't heilig symbool.

Hoe jammer, niet waar, dat men vergeten had den vreemdeling te vragen hoe dan toch eigenlyk die zoo nuttige dingen moesten gebruikt worden om niet geheel ònnut te zyn?

Na veel peinzens begonnen sommigen intezien, dat niet alle sleutels in ieder land kunnen gebruikt worden. Een wysgeer herinnerde zich van z'n grootmoeder vernomen te hebben - de oude sloof had het zeker, als andere Kamerleden, van Stuart Mill [*] - dat men ‘oorspronkelyke’ sleutels hebben moest. Alle smids aan 't werk! De luî die de vreemde sleutels hadden... vertaald, mochten niet meedoen. Men vreesde te zeer dat ze zich zouden laten leiden door herinnering aan de modellen. De taak van die arme smeden was heel moeielyk. De sleutels moesten precies wezen als die van den vreemde, maar - om de beoogde ‘oorspronkelykheid’ zeker - geheel anders.

Wie nu 'n instrument voor den dag bracht, dat op de vreemde sleutels geleek, werd gesteenigd omdat z'n arbeid 'n uitheemschen tint had. En wie 'n sleutel maakte, die met de vreemde voorwerpen niet de minste overeenkomst had, werd gesteenigd omdat-i durfde afwyken van de modellen der buitenlandsche meesters.

Nu slaagde men wel in 't uitroeien van de smeden, maar 't desideratum: sleutels, bleef 'n onafgedaan nummer op den langen lyst van stupide wenschen. [2]

De goede vreemdeling die de wereld scheen doortetrekken om hier-en-daar 'n waar woord te zeggen, liet zich andermaal door 'n storm uitwerpen op de kust.

Allen hem te-gemoet, met den roep: uw sleutels deugen niet!

Dit was wel eenigszins waar, doch... slechts half waar, en dus, wel beschouwd, niet waar. De sleutels deugden voor hèn niet. Dàt was de zaak!

Of ze in 't land van den vreemde zoo bruikbaar waren als hy verzekerde, is nu voor ons de vraag niet. Wy hebben te doen met de eilanders die hun smeden hadden gesteenigd.

- Uw sleutels deugen niet! Zie eens al de tumuli die 't rampzalig overschot bedekken van de ongelukkigen die zich aan uw modellen vergaapten. Hoe maken het toch by u te-land, de smids die belast worden met het fabriceeren van 'n sleutel?

- Ze nemen de maat van 't slot waarop de sleutel passen moet, en dan...

- Een slot? Wat is dat?

Waarde Nederlanders, zoolang gy geen sloten hebt, waarop dramatische - en andere! - litteratuur passen moet, zoolang zal geen smid 'n oorspronkelyken sleutel kunnen leveren op uw kunstgevoel. [3]

[*] Noot van 1876. De man is al uit de mode. Redenaars en artikelschryvers die voor vol willen aangezien worden (964) dragen tegenwoordig Spencer of Hartmann's Philosophie des Unbewussten. [4]


[1] Op zeker eiland hadden de bewoners sedert eeuwen alle sloten vernietigd, zoodat zelfs de herinnering aan die dingen was verloren gegaan. 

We krijgen weer een parabel, lezer. Deze keer over Neerlands kunstbesef, kunstgevoel, kunstzinnigheid.


[2] Nu slaagde men wel in 't uitroeien van de smeden, maar 't desideratum: sleutels, bleef 'n onafgedaan nummer op den langen lyst van stupide wenschen.

Het onderwerp 'den langen lyst van stupide wenschen' is inderdaad onuitputtelijk zowel in mensenlevens als beschavingsgeschiedenissen.

Wanneer is een wens stupide? Wanneer de kans deze te bevredigen klein is en zeker wanneer de wens gebaseerd is op twijfelachtige metafysika of religie. Hier zijn twee algemene regels van grote relevantie en zinnigheid:

"A wise man proportions his belief to the evidence."
    (David Hume, An Enquiry Concerning Human Understanding)

"It is wrong always, everywhere, and for anyone, to believe anything upon insufficient evidence"
   (W.K. Clifford, The Ethics of Belief)


[3] Waarde Nederlanders, zoolang gy geen sloten hebt, waarop dramatische - en andere! - litteratuur passen moet, zoolang zal geen smid 'n oorspronkelyken sleutel kunnen leveren op uw kunstgevoel.

Kortom: 't Is vooral een kwestie van natuurlijke aanleg, opvoeding en onderwijs - en de Nederlander pleegt weinig bijzonder talent voor kunst te hebben, afgezien van schilderkunst, voorzover we Nederlandse kunst en kunstenaars vergelijken met buitenlandse idems (zie onder 957), terwijl er in Nederland door de eeuwen heen ook weinig aandacht is besteed aan kunst in opvoeding of onderwijs, die gewoonlijk allebei om fatsoen, conformisme en geldverdienen draaiden.


[4] Redenaars en artikelschryvers die voor vol willen aangezien worden (964) dragen tegenwoordig Spencer of Hartmann's Philosophie des Unbewussten.

Ik heb dit geselecteerd omdat ikzelf een hekel heb aan de fraudeur Freud, en de lezer wil doen opmerken dat Freud zijn onbewuste niet van zichzelf had, maar waarschijnlijk van Von Hartmann, die het weer van Leibniz had.

Idee 958.