Idee 957.                                                


Ja, zoo hield ik aanteekeningen gedurende m'n smartelyke Odyssee. De lyst der onderwerpen in Sjaalman's pak, die men in den Havelaar vindt, is grootendeels uit het geheugen opgesteld, en zeer onvolledig. Ze was oorspronkelyk veel langer, en de daarop voorkomende onderwerpen waren grootendeels uitgewerkt. Het pakket waarin dit alles bewaard werd, is - ik vermoed te Straatsburg - verloren gegaan. [1] Lang na m'n dood zullen er in vele oorden der wereld koffers voor den dag komen, waarin de bewyzen liggen dat ik de waarheid zeg. Ook te Haarlem liet ik eens 'n koffer achter, dien ik nooit heb weergezien. En te Amsterdam. En te Brussel. En op veel plaatsen meer, zonder dat ik nu kan opgeven, waar en hoe? In den Haag 'n gansche bibliotheek...
't geschenk eener dame. [2]  

Sedert ik my in 't schryversvak voegde, was ik alzoo genoodzaakt, voor-zoo-ver ik aanteekeningen noodig had ter handleiding in m'n arbeid, my te bepalen tot noten van vry laten datum. Ook na den schipbreuk van al 't vorige had ik daaraan genoeg, en 't zal me onmogelyk zyn in den korten tyd die me rest alles aftewerken wat daarin voorkomt. Na Vorstenschool meende ik hiermee 'n begin te maken, en m'n oog viel op korte aanteekeningen die ik maakte gedurende de lezing van Dr. Feringa'sDemocratie en Wetenschap.’ Maar dat boek was by-lange-na niet aan de beurt. Ik had 'n stuk over Beschaving, dat moest voorgaan. Neen, de vervulling der belofte in 926, en meer nog dat er ontbreekt aan den kommentaar op Vrye Studie. En... m'n Millioenenstudien, die niet goed genoeg waren voor de lezers van het Noorden. [*] Ik besloot tot het laatste. Wil men weten, waarom? In dit werk wordt gecyferd, en ik had behoefte aan dien citroen. Jamben en wiskunde. Poëzie en stiptheid. Cyfers en m'n lieve Louise!

Maar, ook deze Ideen moest ik voortzetten. Na 't drama dat men nu kan gelezen hebben, scheen niets gepaster, en alzoo was niets my onmogelyker, dan 'n uitvoerige beschouwing der oorzaken van 't verval der nederlandsche tooneelspeelkunst, en van de nederduitsche dramatische litteratuur. [3] Toch begon ik er aan, heusch! Maar 't ging slecht. Eergister heb ik den arbeid van vele weken verscheurd. 't Was my om zuur te doen, en ik vond slechts bitterheid. Want de hoofdinhoud van m'n opmerkingen was, dat we in ons land hoofdzakelyk hierom geen goede schryvers voor het tooneel hebben - en tevens minder goede tooneelspelers - omdat ons 't voornaamste ontbreekt, wat de Kunst noodig heeft: 'n publiek dat behoefte voelt aan Kunst, dat besef van Kunst heeft, dat Kunst waard is, en dat aan Kunst den weg weet te wyzen. [4] De artist vindt in ons land geen weerklank. Daar ikzelf zooveel lyd onder dit verdrietig gebrek...

Lezer, er bestaat 'n treurig nauw verband tusschen de middelen waardoor 't gelukt is denHavelaar te smoren, en de oorzaken die Nederland doen genoegen nemen met stukken van zoontje Dumas en Scribe. We klagen over gebrek aan oorspronkelyke stukken, en willen maar niet inzien dat die stukken wel komen zouden, als we maar niet zoo onbarmhartig de oorspronkelykheid zelf hadden uitgeroeid. Waar 't niet regent, zal gewis niets groeien. Maar als men de bosschen omhakt, is er geen regen te verwachten, en dan heeft men 't recht niet, zich te beklagen over dorheid.

[*] Noot van 1876. Die Millioenen-studien zyn, zoo goed m'n omstandigheden toelieten, afgewerkt en verschenen. Overigens blyf ik nog altyd wachten op loisir om me bezig te houden met het exakte. Alles wat er op dusgenaamd bellettristisch gebied van my verschynt, wordt gegeven by-gebrek aan beter, en alleen omdat Nederland te achterlyk is om anderen arbeid te waardeeren en... te betalen. [5] Chresos moet liedjes zingen, en de schelm Don Juan scheept Dimanche met onsterfelykheid af.


[1] Ja, zoo hield ik aanteekeningen gedurende m'n smartelyke Odyssee. De lyst der onderwerpen in Sjaalman's pak, die men in den Havelaar vindt, is grootendeels uit het geheugen opgesteld, en zeer onvolledig. Ze was oorspronkelyk veel langer, en de daarop voorkomende onderwerpen waren grootendeels uitgewerkt. Het pakket waarin dit alles bewaard werd, is - ik vermoed te Straatsburg - verloren gegaan.

Dat is dan heel jammer. Er staan veel interessante onderwerpen op de lijst, en we mogen aannemen dat M. zeker over een deel daarvan stukken had geschreven. Hoe dit alles verloren kon gaan is moeilijk na te gaan, en vond plaats in de jaren 1857-1859 waarover erg weinig bekend is uit het leven van M. Wel is er een vage vertelling dat M. gered werd van een betalingsprobleem in een hotel te Straatsburg door een (voormalige) prostituée die hij vrijgekocht zou hebben en met wie hij rondgereisd had, die Eugénie heette.


[2] Lang na m'n dood zullen er in vele oorden der wereld koffers voor den dag komen, waarin de bewyzen liggen dat ik de waarheid zeg. Ook te Haarlem liet ik eens 'n koffer achter, dien ik nooit heb weergezien. En te Amsterdam. En te Brussel. En op veel plaatsen meer, zonder dat ik nu kan opgeven, waar en hoe? In den Haag 'n gansche bibliotheek... 't geschenk eener dame.

Maar van dergelijke koffers vol door Multatuli volgepende ideeën is weinig of niets bekend. Wat wel bekend is komt hierop neer: Een huiseigenaar te Brussel heeft jarenlang papieren van Multatuli vastgehouden waaronder liefdesbrieven van zijn tweede vrouw Mimi. Deze papieren zijn losgekocht ca. 1882 door Mimi, en van de brieven is later nooit iets teruggezien, anders dan van Multatuli's brieven aan haar die door haar gepubliceerd zijn vanaf 1895. Ook de genoemde bibliotheek... 't geschenk eener dame betreft kennelijk de uit Mimi's erfenis van haar moeder betaalde inrichting van het huis te Den Haag waarin Multatuli, zijn eerste vrouw Tine en zijn latere vrouw Mimi in 1869 een ménage à trois voerden.

Overigens is het een interessant feit dat tamelijk veel van de correspondentie van Multatuli bewaard is gebleven. Alles wat tot 1995 boven water is gekomen schijnt afgedrukt te zijn in de VW, die daarom, namelijk wat de brieven en documenten delen VIII t/m XXV interessant zijn, zowel wat betreft Multatuli en zijn entourage als wat betreft Nederland in de 19e eeuw.


[3] 'n uitvoerige beschouwing der oorzaken van 't verval der nederlandsche tooneelspeelkunst, en van de nederduitsche dramatische litteratuur.

Ikzelf heb daar een nog cynischer oordeel over, vrees ik: Er was nooit iets systematisch goed genoeg om te kunnen vervallen in de Nederlandse literatuur - om een ruïne te krijgen moet er eerst immers eerst een gebouw gestaan hebben. Van de 'nederlandsche tooneelspeelkunst' weet ik te weinig voor écht stellige en precieze uitspraken, maar ik heb er genoeg van gezien om er geheel niet van onder de indruk te zijn.

Maar laat ik mijn oordeel over de Nederlandse literatuur enigszins toelichten, al verwacht ik niet er onder Nederlanders veel begrip voor te vinden. Ik zal het dan ook maar als smaak-kwestie behandelen.

In de eerste plaats dan: Waarom heb ik zo'n geringe dunk van de Nederlandse literatuur?

Wel, kijk en vergelijk, lezer!

Als u nu niets ànders dan Nederlands leest, en nooit iets anders dan Nederlandse auteurs, en veel geloof hecht aan de meningen van Nederlandse auteurs over hun eigen grootheid, dan is te begrijpen dat u niets beters kent, en wellicht heel tevreden bent.

Maar indien u Engels, of Duits, of Frans leest, bijvoorbeeld, dan heeft u toegang tot talen waarin meer geschreven is, meer lezers waren, en grotere en levender literaire tradities. Ikzelf prefereer vooral de Engelse literatuur - Shakespeare, Pope, Swift, Johnson, Boswell, Burke, Hazlitt bijvoorbeeld - verre boven de Nederlandse, en beweer dat er niets is in de Nederlandse literatuur dat met de genoemden, die allen schreven voor Multatuli, te vergelijken is, althans in positieve zin.

Trouwens... ik geloof niet dat ik hier bevooroordeeld oordeel, was het alleen omdat ik óók kan zien dat het omgekeerde het geval is in beeldende kunst: Terwijl de Engelsen veel beter schreven en een veel rijker literaire traditie hadden, hadden de Nederlanders en Belgen een veel rijker schilder- en teken-kunst - en dat ondanks het feit dat er veel minder Nederlanders of Belgen dan Engelsen waren.

Ik heb geen redelijk idee over goede verklaringen hiervoor, maar het lijken mij allebei behoorlijke evidente feiten, eenvoudig omdat ze door zoveel niet-Nederlanders onderschreven zijn: De Nederlandse literatuur kent geen enkele echte bekendheid buiten Nederland; de Nederlandse schilderkunst is wereldberoemd, en allebei is al eeuwen het geval. En precies het omgekeerde is waar voor de Engelse literatuur en de Engelse schilderkunst.

In de tweede plaats: Waarom ken ik zo weinig Nederlandse literatuur?

Hier ben ik moedwillig enigszins bescheiden, omdat ik natuurlijk wel énig idee heb van, laten we zeggen, van Couperus, Den Doolard, Roland Holst, Hermans, Reve, Mulisch, Wolkers en na hen schrijvenden in het Nederlands.

Maar ja: Vrijwel alles wat ik las was tienderangs of erger, en vooral: Saai, gemaniereerd, niet levend, oninteressant, of alleen als tijdsbeeld aardig. Alleen Multatuli, van alles wat ik las in het Nederlands, was in staat lopend, levend Nederlands over tal van interessante zaken te schrijven.

Waarom dit zo moet zijn weet ik niet, behalve dat de Nederlanders ook al geen volk zijn met een groot talent voor conversatie.


[4] omdat ons 't voornaamste ontbreekt, wat de Kunst noodig heeft: 'n publiek dat behoefte voelt aan Kunst, dat besef van Kunst heeft, dat Kunst waard is, en dat aan Kunst den weg weet te wyzen.

En in het verlengde van de vorige noot: Zo een publiek was er kennelijk nooit in Nederland voor andere vormen van kunst dan de beeldende kunst en de architectuur - en de publieke aanleg en interesse daarvoor stierf met de 17e eeuw.

Het suggereert wel iets, namelijk dat dit indertijd een afgeleide was van rijkdom en onderwijs, maar het is overigens moeilijk hier stellig te zijn, want er zijn veel mogelijk relevante factoren.

Hoe het zij, en ondanks wat Nederlanders beweren over hun eigen kunstprodukten: Te oordelen naar de inschattingen van niet-Nederlanders zijn de Nederlanders alleen exceptioneel geweest in beeldende kunst, en dat weer alleen in de 16e en 17e eeuw. En dit lijkt me een ongeveer even waar en goed gefundeerd oordeel als dat, te oordelen naar de inschattingen van niet-Engelsen, de Engelsen al vele eeuwen lang niet uitgeblonken hebben in de beeldende kunst.

En de interesse in Nederland in kunst van om het even welk soort die ik gekend en meegemaakt heb was toch vrijwel altijd een variant op snobisme of chauvinisme: Interesse in kunst en cultuur stáát goed, en Nederlanders bewonderen graag wat Nederlanders gemaakt hebben.


[5] Overigens blyf ik nog altyd wachten op loisir om me bezig te houden met het exakte. Alles wat er op dusgenaamd bellettristisch gebied van my verschynt, wordt gegeven by-gebrek aan beter, en alleen omdat Nederland te achterlyk is om anderen arbeid te waardeeren en... te betalen.

Hier ligt natuurlijk de suggestie dat Nederland en de wereld veel verloren omdat Eduard Douwes Dekker niet in de gelegenheid werd gesteld zijn genie te gebruiken voor wis- en natuurkunde en voor filosofie.

Ik geloof dat niet. Waar Multatuli werkelijk in uitblonk was schrijven, en dan in het bijzonder het schrijven van literatuur, en niet van wetenschap of filosofie. De relevante overweging is weer fraai verwoord door Hazlitt, in zijn 'Characteristics':

"Society is a more level surface than we imagine. Wise men or absolute fools are hard to be met with, as there are few giants and dwarfs. The heaviest charge we can bring against the general texture of society is, that it is common-place; and many of those who are singular, had better be common-place. Our fancied superiority to others is in some one thing, which we think most of, because we excel in it, or have paid most attention to it; whilst we overlook their superiority to us in something else, which they set equal and exclusive store by.
(..)
Particular talent or genius does not imply general capacity. Those who are most versatile are seldom great in any one department: and the stupidest people can generally do something. The highest pre-eminence in any one study commonly arises from the concentration of the attention and faculties on that one study. He who expects from a great name in politics, in philosophy, in art, equal greatness in other things, is little versed in human nature."

Dit beschrijft voor een flink deel Multatuli's redeneer-fout over zichzelf: Omdat hij zo bijzonder goed kon schrijven zou hij ook moeten uitblinken in andere zaken, zoals politiek, wiskunde en filosofie. Maar dit was niet zo.

Het is wèl zo dat M. exceptioneel intelligent was, maar dat is gewoonlijk het geval met genieën - die desalniettemin zelden op meer dan één terrein werkelijk geniaal zijn. Kennelijk is wat voor genie nodig is een combinatie van een ongewoon grote algemene aanleg met een uniek talent voor iets.

Idee 957.