Idee 954.                                                


Ik begryp dat deze wyze van opvatting aan velen paradoxaal zal voorkomen. En 't kan zyn - zéker is 't niet - dat ze hierin gelyk hebben, wanneer men aan dit woord de stiptletterlyke beteekenis toekent. En dan zou 't jammer genoeg wezen, want het leverde 'n bewys te meer, niet alleen dat we - nogal ňnzedelyk en ňnverstandig! - ons gewoon maakten verstand en zedelykheid van elkander te onderscheiden - qui male distinguit, male docet [1] - maar zelfs dat we er een δοξη op nahouden, 'n geykte ‘leer’ die aan deze dwaling 'n fatsoenlyke reden van bestaan schynt te geven. Hoe dit zy, paradoxaal, in den zin van gezocht, verwrongen, gemaakt - alles saamgenomen dus: onwaar - is m'n opvatting niet. Dwaas is slecht, en slecht is dwaas. Men moet slecht en dwaas wezen, om dit niet intezien. [2]

Het is te verwachten dat slechts zeer weinigen me hierin zullen byvallen, doch 't zyn juist de zoodanigen op wier oordeel ik prys stel. Van deze enkelen herinner ik my 'n voorbeeld. Te Amsterdam had ik eens 'n diskussie met iemand die me toescheen geregeld te denken... 'n witte raaf. [3] Het blyft mogelyk dat ik my in hem vergiste, daar ik niet weet of-i zich doorgaande op korrekt redeneeren toeleî, of wel by-uitzondering zich daartoe in 't debat met my inspande. Ik bespeurde in hem zekere schools-rhetorische nauwgezetheid die me alleraangenaamst was, daar ik hier 't woord ‘schools’ in goeden zin neem. Hy besteedde aandacht aan m'n tegenwerpingen, en verstond de groote kunst van luisteren. Hy streefde naar duidelykheid van uitdrukking, hield de gestelde thesis in 't oog, was gematigd korrekt in 't bepalen, enz.


[1] ...het leverde 'n bewys te meer, niet alleen dat we - nogal ňnzedelyk en ňnverstandig! - ons gewoon maakten verstand en zedelykheid van elkander te onderscheiden - qui male distinguit, male docet...

Nee, en hier gaat M. zich te buiten aan - makkelijke! - paradoxerij. Maar in het kader van 'wie slecht onderscheidt is er één die slecht onderwijst':

Het onderscheid tussen verstand en zedelijkheid is juist van fundamenteel belang voor welbegrepen zedelijkheid. Immers: Het verstand kan de keuze-mogelijkheden leveren, maar niet de keuzes. Of indien wel, dan worden deze keuzes mede gefundeerd op waarden, en moeten ze nog steeds gemáákt worden door iets dat geen verstand is, maar wil.


[2] Hoe dit zy, paradoxaal, in den zin van gezocht, verwrongen, gemaakt - alles saamgenomen dus: onwaar - is m'n opvatting niet. Dwaas is slecht, en slecht is dwaas. Men moet slecht en dwaas wezen, om dit niet intezien.

Wel dat 'Dwaas is slecht, en slecht is dwaas' is een opvatting zo oud als Socrates, maar daarmee nog niet waar. Zie het commentaar bij 423 en in het bijzonder wat de genoemde opvatting betreft: 817, waar ik er tamelijk grondig op in ging.


[3] Te Amsterdam had ik eens 'n diskussie met iemand die me toescheen geregeld te denken... 'n witte raaf.

Het is waar dat er maar weinig mensen zijn die werkelijk logisch kunnen redeneren en discussieren, en ook waar dat dit én verre van makkelijk is én kans heeft nogal vervelend te klinken, eenvoudig omdat zo iemand veel onderscheidingen zal willen maken die anderen willen overslaan.

Idee 954.