Idee 951.                                                


Zóó zwierf ik, na Lebak, en ontmoetingen van zùlken aard had ik vele! Zelden was ik waar ik wezen wilde. Gewoonlyk bestond de eenige oorzaak van m'n verblyf op 'n plaats, alleen hierin: dàt ik er was en geen kans zag er vandaan te komen. [1] Geregeld arbeiden was my onmogelyk. Toch hield ik me trouw aan de gewoonte, die van zeer lang dagteekent, om nota te houden van de zaken die ik onderzoeken, doorgronden of althans behandelen wilde ‘zoodra ik eens tot rust zou gekomen zyn.’ [2] Gedurende m'n verblyf in Indie, had ik byna altyd - niet als Van Twist, met huishoudelyke zaken, maar met de funktien waartoe ik geroepen was en waarvoor ik betaald werd - te veel te doen, om me overtegeven aan bespiegelende werkzaamheden. De tyd zou later komen, hoopte ik! Na Lebak echter, ontbrak de gelegenheid nog meer dan vroeger. 't Gevolg hiervan was, dat ik in 't bezit geraakte van 'n bundel desiderata en aanteekeningen, waarvan alleen de opschriften 'n vry lyvig boekdeel zouden uitmaken.Daarvan echter is het grootste gedeelte by stukken en brokken verloren gegaan. Schipbreuk, brand, oproer, onverwacht vertrek met achterlating van bagage - zegge: vlucht! - diefstal... [3] 

Meermalen stond ik hier-of-daar, met 'n klein pakjen onder den arm, op 'n kruisweg, zonder de minste reden om te kiezen tusschen rechts en links, tusschen voorwaarts of terug! Maar... in dat pakje waren altyd - duidt het me niet ten-kwade, Nederland en Van Twist, al zy 't u dan niet aangenaam! - de bewysstukken van de Havelaarszaak. Ik ben zonder hemd geweest, maar nooit zonder de getuigschriften die den nazaat zullen instaat stellen recht te spreken tusschen u en my. [4] Van Twist kent die stukken: Hy bezit ze, tenzydi ze vernietigd heeft om zich 't sussen van z'n geweten wat minder moeielyk te maken. Uitgeleend, aan anderen medegedeeld, heeft hy ze niet... daar ben ik zeker van! Ik noodig ieder uit, dien man te vragen of ik de waarheid zeg, en hèm sommeer ik my te logenstraffen.

Nu ja, ik heb hem reeds zoo dikwyls gesommeerd, en hy weet nu eenmaal dat het medeplichtig Nederland genoegen neemt met z'n zwygen! [5]

Ach, 't pakjen aanteekeningen over andere zaken, dat ik onder den arm droeg, was soms zeer dun. Doch als de mier die me tot beeld diende in de Saïdjah-geschiedenis, na elke ruwe verstoring van m'n arbeid, begon ik op-nieuw. Tienmaal, twintigmaal, honderdmaal!

By de herdenking aan dit alles, is er in m'n ziel stryd tusschen weemoed over zooveel mislukt pogen, en fierheid op 't verwinnen van zùlken tegenspoed. [6] Want... overwonnen is ze! Wel ging er veel verloren. Wel weegt het gansche leven van den nieteling dien ik tot vertegenwoordiger koos van 't verrot neerlandismus, niet op tegen één kwartier stemming dat my bedorven werd door zùlke bitterheid, maar m'n gemoed bleek ryk genoeg - spreek me tegen, als ge durft! - om, na dat alles, in één kwartier nog altyd meer te leveren dan zoo'n geheel leven opbracht. [7] Ik erken dat dit niet veel zeggen wil, wanneer men 't ras der Van Weerten met Louise's maat meet. Veel minder nog, als men daarby in-acht-neemt hoeveel lager nog dan nul, de man staat die zooveel pozitief kwaad stichtte!

Dezer dagen zal-i waarschynlyk sterven. Lezer, meen niet dat ik van plan ben hem te vermoorden. 't Zou te jammer van me zyn, maar toch... als m'n vrouw of een myner kinderen bezweken ware, had ik 't gedaan. [8] Hy heeft dus eigenlyk aan de taaiheid der mynen z'n leven te danken. Maar dat leven moet toch eindelyk ophouden. Me dunkt dat-i nu lang genoeg onbeschaamd heeft meegegeten en meegedronken, zonder daarvoor iets in de plaats te leveren. Het wordt waarlyk tyd dat de man vertrekt, en eigenlyk was het dit al lang. Wanneer hy ten-laatste tot dit billyk besluit overgaat, zal men zien dat er nog krantenschryvers worden gevonden, die 'n artikel weten saamteflansen over z'n deugden, in de manier der vodden die men thans over z'n vriend Thorbecke te lezen krygt. De woordvoerder van deze of gene ‘party’ zal weten te vertellen dat de overledene ‘zoo byzonder verdienstelyk was, vry-arbeider, jurist, grootkruis van 't een-of-ander, en bovendien: hoogstfatsoenlyk. [9]  ‘Koning, Vaderland en Eerste-Kamer leden 'n onherstelbaar verlies... hm!

Ook ik hoop niet lang te leven - schoon ik nog veel te doen heb - maar hoef waarachtig van 't banquet de la vie niet optestaan uit schaamte dat ik te veel genoot, en te weinig bydroeg. [10] ‘Men verneemt dat de bekende schryver van den Max Havelaar... 't woord Multatuli schynt niet uit de pen te willen. 't Zou niet kloppen met de voorgewende ignorantie van m'n lateren arbeid, die in veel opzichten toch belangryker is, naar ik meen. Nu ja dan, men verneemt dat die ‘bekende’ schryver behoorlyk dood is. Ik voor my wenschte wel dat we reeds zoo ver waren, vooral omdat m'n ‘bekendheid’ - 'n attribuut van Onstee, Theophile en de ooievaars op de haagsche vischmarkt - dan heel gevoegelyk, n'en déplaise aan Van Twist en de rest, zal overgaan in wat anders. Dum meretrix blanda vivet, heeren! Doe er eens wat tegen?


[1] Zóó zwierf ik, na Lebak, en ontmoetingen van zùlken aard had ik vele! Zelden was ik waar ik wezen wilde. Gewoonlyk bestond de eenige oorzaak van m'n verblyf op 'n plaats, alleen hierin: dàt ik er was en geen kans zag er vandaan te komen.

Dit is behoorlijk waar, zoals de lezer bijvoorbeeld kan nagaan in de VW. (De laatste zin beschrijft trouwens al 25 jaar mijn situatie vis-à-vis Nederland.)


[2] Toch hield ik me trouw aan de gewoonte, die van zeer lang dagteekent, om nota te houden van de zaken die ik onderzoeken, doorgronden of althans behandelen wilde ‘zoodra ik eens tot rust zou gekomen zyn.’

Hier moeten we ook enigszins geloven dat M. een romantisch genie was, die dit soort dingen, in de 18e en 19e eeuw, allemaal ook pleegden te toen, naar het verhaal gaat, à la Poe en Byron: Aantekeningen maken van de wantoestanden en problemen die lagen te wachten op een vonk van hun levendig genie, om direct in hun waarachtig maar nooit eerder vermoed licht gesteld te verschijnen, en voorgoed verbeterd te worden.

De lezer mag hier enigszins laatdunkend of spottend zijn - ik ben het ook - maar het is wel een relevante overweging dat Jezus, Rousseau, Marx en Nietzsche ook dergelijke dromen hadden, en geloofd werden na hun dood, in de zin dat hun leer de mensheid zou verlossen van het lijden, volgens de volgelingen.


[3]  't Gevolg hiervan was, dat ik in 't bezit geraakte van 'n bundel desiderata en aanteekeningen, waarvan alleen de opschriften 'n vry lyvig boekdeel zouden uitmaken. Daarvan echter is het grootste gedeelte by stukken en brokken verloren gegaan. Schipbreuk, brand, oproer, onverwacht vertrek met achterlating van bagage - zegge: vlucht! - diefstal...

In de Max Havelaar is er dan ook sprake van 'Het pak van Sjaalman'. Het is overigens moeilijk het hier gestelde in te schatten, en ikzelf neig er toe aan te nemen dat M. hier behoorlijk overdrijft: Er waren wel aantekeningen die hij had gemaakt over allerlei onderwerpen, en ingevingen, en lijsten van onderwerpen, maar niet zoveel en niet zo uitgebreid of grondig als hij doet voorkomen.


[4] Ik ben zonder hemd geweest, maar nooit zonder de getuigschriften die den nazaat zullen instaat stellen recht te spreken tusschen u en my.

De nazaten waren er bijna allemaal evenmin in geïnteresseerd als de grote meerderheid van Multatuli's tijdgenoten.


[5] Nu ja, ik heb hem reeds zoo dikwyls gesommeerd, en hy weet nu eenmaal dat het medeplichtig Nederland genoegen neemt met z'n zwygen!

Dit is natuurlijke een trieste constatering, en ik heb hetzelfde moeten maken: In Nederland staan leidende bestuursschoften en ambtenaren effectief, dus in de praktijk, volledig boven de wet, en boven rechterlijke sanctie. Al hun collegaas verdedigen en dekken hen; niemand onderneemt wat tegen "een collega"; en conformisme en meeloperij, vermomd en verloochend als loyaliteit, zijn de feitelijke norm.


[6] By de herdenking aan dit alles, is er in m'n ziel stryd tusschen weemoed over zooveel mislukt pogen, en fierheid op 't verwinnen van zùlken tegenspoed.

Nu ja, ik kan iets soortgelijks zeggen over mijzelf - en had in zekere goede zin groter problemen, zeker groter pijn en meer te dragen, en nog minder steun, en schreef dan ook geen roman


[7] Wel ging er veel verloren. Wel weegt het gansche leven van den nieteling dien ik tot vertegenwoordiger koos van 't verrot neerlandismus, niet op tegen één kwartier stemming dat my bedorven werd door zùlke bitterheid, maar m'n gemoed bleek ryk genoeg - spreek me tegen, als ge durft! - om, na dat alles, in één kwartier nog altyd meer te leveren dan zoo'n geheel leven opbracht.

Het is trots en klinkt aanmatigend, maar het is eenvoudig waar dat kwartieren van Multatuli's leven, denken en doen nog steeds voortleven als literatuur, terwijl alles wat de bestuurders van zijn tijd deden, en ook nalieten, vervlogen is in verleden tijd, desinteresse, en onbekendheid.

Toch is het kennelijk waar, als we dan toch aan het vergelijken zijn in nogal algemene termen, dat het ook zeer aannemelijk is dat mensen als Duymaer van Twist - zeg: prominente politieke leiders van hun tijd, hoge ambtenaren, bekende publieke voorgangers - ook zelden gelukkig zijn. Ik merk het niet op om iets te bewijzen, maar alleen dat het mij zo voorkomt, uit biografieën en wat je verder van deze soort ziet, en wat mij dan ook niet verbaast, omdat het politieke werk dat zij doen - vergaderen, publiek mennen en ambtelijke stukken lezen - mij zo bijzonder oninteressant lijkt, bijvoorbeeld vergeleken met dat van een wetenschapper of kunstenaar, voorzover in staat in z'n eigen bestaan te voorzien.


[8] Dezer dagen zal-i waarschynlyk sterven. Lezer, meen niet dat ik van plan ben hem te vermoorden. 't Zou te jammer van me zyn, maar toch... als m'n vrouw of een myner kinderen bezweken ware, had ik 't gedaan.

Feitelijk stierf Duymaer van Twist in hetzelfde jaar als M., kennelijk van ouderdom. Geschaamd lijkt hij zich niet te hebben, en geantwoord heeft hij Multatuli nooit.


[9] De woordvoerder van deze of gene ‘party’ zal weten te vertellen dat de overledene ‘zoo byzonder verdienstelyk was, vry-arbeider, jurist, grootkruis van 't een-of-ander, en bovendien: hoogstfatsoenlyk.

Ja, natuurlijk, maar zo is het theaterspel nu eenmaal.


[10] Ook ik hoop niet lang te leven - schoon ik nog veel te doen heb - maar hoef waarachtig van 't banquet de la vie niet optestaan uit schaamte dat ik te veel genoot, en te weinig bydroeg.

Wie doet dat wel, behalve gelovige zondaars?

Idee 951.