Idee 947.                                                


De twee eenige hollandsche generaals die sedert eeuwen doorgingen voor eenigszins bekwaam, of althans bruikbaar, waren civiele personen. Kraayenhof was, meen ik, geneesheer, en Daendels 'n wynkooper. Ook de meeste zeehelden, zy althans die door de Vaderlandsche-geschiedenisboekjes op den voorgrond worden geplaatst (921) waren niet bedorven door militaire opleiding. Jacob Simonszoon de Ryk was 'n korenkooper. De watergeuzen waren visschers en koopvaardy-matrozen. De Ruyter was, even als m'n vader: ‘schipper naast God van z'n schip.’ Wie deze uitdrukking niet begrypt, kan opheldering vinden in oude kognoscementen. Of zyn ze nog zoo? 

Wat overigens de ontzenuwende werking van de militaire africhtery in wegloopen aangaat, verwys ik naar m'n Millioenen-Studien waarin dit onderwerp eenige keeren ter-loops wordt aangeroerd. Ik zal hierop ter-zyner-tyd met meer uitvoerigheid terugkomen, en zoowel op historische als zielkundige gronden aantoonen, dat het militarismus 'n leerschool van lafhartigheid is. [1]


[1] Ik zal hierop ter-zyner-tyd met meer uitvoerigheid terugkomen, en zoowel op historische als zielkundige gronden aantoonen, dat het militarismus 'n leerschool van lafhartigheid is.

Nee, dat geloof ik niet. Maar ik weet er zelf weinig van en vraag me af wat M.'s evidentie was. Hij was overigens kort voordat hij dit idee schreef zijdelings betrokken geweest in de commotie die samenhing met de Frans-Duitse oorlog van 1870. Maar ik geloof niet dat hij zich werkelijk toegelegd had op studie in militaire zaken. Ook is M.'s formulering die van een nogal gewilde paradox.

Idee 947.