Idee 943.                                                


En ik, die na Vorstenschool zoo'n lust in cyfers had! 't Is wel hard voor me, dat ik nu nog eerst moet verhalen waarom ze zoo terstond volgen op dat drama. Juister dus: niet terstond.  

Ik had alzoo m'n ontslag gevraagd, om dien gouverneur-generaal in-staat te stellen, iets meer van de zaken te weten te komen dan hem bekend kon zyn uit - leugenachtige! - officieele berichten. Doch zie, de man dien Nederland aan 't hoofd stelde van Insulinde, had het te druk met huishoudelyke zaken, om my te hooren. [1]

Dit was erger dan dom. Dit was slecht! [2]

De natie heeft hem tegen my gelyk gegeven. De Natie is dus even slecht als die Van Twist, en ik heb ongelyk in de meening dat men dien man moest verwyderen uit de Eerste-Kamer, waar-i nog altyd meespreekt over Indische zaken. Z'n Volk moet z vertegenwoordigd worden. Nederlanders die Duymaer van Twist kiezen ter behartiging van nederlandsche belangen, zyn volkomen konsekwent. [3]

Maar dit alles kon ik niet voorzien, toen ik Lebak verliet. Toen en zeer vele jaren daarna ging ik gebukt onder de goedige meening dat er dan toch eens eindelyk recht zou gedaan worden. Ik hoopte van dag tot dag, van maand tot maand, van jaar tot jaar. [4]

Ook zonder nu te spreken van de rechtsweigering zelf, heeft Nederland my ook hierin niet braaf behandeld, dat het me zoolang bedroog met valsche hoop. Wanneer men na 't verschynen van den Havelaar, ronduit gezegd had: wy trekken party voor schelmen en schelmery... zie, dan had ik immers terstond 'n winkel kunnen opzetten, of 'n ambacht beoefenen, of boeken maken? Het ontbreekt me noch aan bekwaamheid, noch aan yver. Werken was altyd m'n lust. Nog heden op twee-en-vyftigjarigen ouderdom, neem ik aan me binnen zeer weinig weken bekwaam te maken voor zeer veel ambten, betrekkingen, bedryven of ambachten, jazelfs daarin uittemunten. Het getal werkkringen waarvoor ik ongeschikt ben, is niet zeer groot. [5] Ik zou niet kunnen zyn: nederlandsch minister of konstitutioneel koning. Niet, direkteur, kommissaris of agent van policie. Niet hoofdredakteur of 2e, 3e, 5e... 7e redakteur van 'n courant. Niet, lid van 'n rechtbank. Niet, advokaat. Zoo is er nog een-en-ander meer, maar 't blyven uitzonderingen. Het spreekt overigens vanzelf dat ik ook voor zulke bedryven ongeschikt ben, die zekere fysische eigenschappen vorderen, welke ik nooit bezat of verloren heb. Graveur of letterzetter kan ik niet zyn, omdat m'n oogen zwak worden. Als matroos of leidekker kan ik geen dienst doen, om de duizeling die me bevangt by 't staren in de diepte, enz.

Maar tegenover dit alles staat dat ik me verdienstelyk zou kunnen maken in 't belasting-, post-, munt- en bankwezen, zaken die thans met of zonder behulp van den hedendaagschen citeer-zondebok Stuart Mill - 'n engelschen trompetter! - allerjammerlykst worden behandeld. [6]


[1] Ik had alzoo m'n ontslag gevraagd, om dien gouverneur-generaal in-staat te stellen, iets meer van de zaken te weten te komen dan hem bekend kon zyn uit - leugenachtige! - officieele berichten. Doch zie, de man dien Nederland aan 't hoofd stelde van Insulinde, had het te druk met huishoudelyke zaken, om my te hooren.

Ik heb er al herhaaldelijk op gewezen, maar doe het nog eens omdat het zo'n fraaie brief is: Zie Multatuli's nooit verzonden brief aan de gouverneur-generaal van 1856.


[2] Dit was erger dan dom. Dit was slecht!

Dit is een fraaie uitdrukking, en ook terecht. Aan de andere kant: Duymaer van Twist meende ongetwijfeld hem behoorlijk behandeld te hebben, en meende waarschijnlijk dat Multatuli een opgewonden standje was. En vanuit Duymaer van Twist's gezichtspunt was Dekker eenvoudig een insubordinerend ambtenaar geweest.


[3] De natie heeft hem tegen my gelyk gegeven. De Natie is dus even slecht als die Van Twist, en ik heb ongelyk in de meening dat men dien man moest verwyderen uit de Eerste-Kamer, waar-i nog altyd meespreekt over Indische zaken. Z'n Volk moet z vertegenwoordigd worden. Nederlanders die Duymaer van Twist kiezen ter behartiging van nederlandsche belangen, zyn volkomen konsekwent.

Dat 'De Natie is dus even slecht als die Van Twist' volgt niet, o.a. omdat de rest van Nederland aanzienlijk minder van de zaak wist of kon weten dan hij. Toch valt er veel voor M.'s standpunt te zeggen: Men wilde hem niet helpen; men gaf de autoriteiten gelijk omdat het de autoriteiten waren; en de grote meerderheid van de Nederlands kon het echt niets schelen of vond Multatuli een dwaas, een gek of een onrustoker.


[4] Maar dit alles kon ik niet voorzien, toen ik Lebak verliet. Toen en zeer vele jaren daarna ging ik gebukt onder de goedige meening dat er dan toch eens eindelyk recht zou gedaan worden. Ik hoopte van dag tot dag, van maand tot maand, van jaar tot jaar.

Ja, ik ken dat. Zie ME in Amsterdam.


[5] Werken was altyd m'n lust. Nog heden op twee-en-vyftigjarigen ouderdom, neem ik aan me binnen zeer weinig weken bekwaam te maken voor zeer veel ambten, betrekkingen, bedryven of ambachten, jazelfs daarin uittemunten. Het getal werkkringen waarvoor ik ongeschikt ben, is niet zeer groot.

Ik betwijfel het. Het punt is niet of M. de intellectuele talenten had, was het alleen omdat intellectuele talenten voor vrijwel alle normale functies, van hoog tot laag, niet nodig zijn, en gewoonlijk een positieve handicap, maar omdat hij er het karakter niet voor had. M. kon moeilijk samenwerken met anderen behalve op eigen voorwaarden, en duldde ook niemand naast of boven zich, zeldzame uitzonderingen daargelaten.

Daarom dunkt me het getal werkkringen waarvoor ik ongeschikt ben groot, eenvoudig omdat hij er te slim, te onafhankelijk, te individualistisch en te temperamenteel voor was.


[6] Maar tegenover dit alles staat dat ik me verdienstelyk zou kunnen maken in 't belasting-, post-, munt- en bankwezen, zaken die thans met of zonder behulp van den hedendaagschen citeer-zondebok Stuart Mill - 'n engelschen trompetter! - allerjammerlykst worden behandeld.

M. hield zich voor genoemde functies geschikt, vermoed ik, omdat hij er ervaring mee had als ambtenaar in Nederlands Indi. Maar zie [5].

En het is jammer dat M. uit weerzin tegen het veelvuldig geciteerd worden van John Stuart Mill deze niet las, want dit zou hem behulpzaam zijn geweest.

Idee 943.