Idee 938.                                                


Ik vergat namelyk dat gy, Vlamingen - geluksvogels! [1] - niet weet wat dit woord beteekent. Ik zal 't u dus even zeggen in 't voorbygaan. Maar lees ook 453 en 454

Zoo'n moderne dominee is iemand die even goed als gy en ik weet dat er nooit iemand ten-hemel voer. Dat 'n God geen kinderen heeft, en dus geen ‘Zoon.’ Dat 'n doode niet opstaat. Dat water niet op kommando in wyn verandert. (435) Dat men met 'n paar visschen en brooden geen groote menigte volks verzadigen kan, en daarna nog meer viktualie overhouden, dan er vóór den maaltyd aanwezig was. En eindelyk: dat wonderen hoogstens zouden doen denken aan goochelary, doch in geen geval iets te maken kunnen hebben, noch met zaligheid, noch met onsterfelykheid van den geest, noch met zedeleer, noch met levensrichting.

Dit alles weten de moderne priesters zoo goed als wy. Even als gy en ik minachten zy de sprookjes, der katholieken niet alleen, maar ook van de orthodoxe protestanten, die de oude sprookjes hebben gezift, om de meest omgerymde des te zorgvuldiger te kunnen blyven aanhangen. [2]

Maar de ‘modernen’ - nog-eens, zy die even als gy en ik al die zotte vertellingen in 'n hoek wierpen - blyven òver die vertellingen preeken en bidden, precies alsof ze 'r wèl aan geloofden. Kunt gy met uw nuchter Vlaamsch verstand hieruit wys-worden? Ik hoop neen.

Zie, op den zooveelsten Maart of April is Jezus volstrekt niet opgestaan uit den doode. Dit negatief leerstuk hebt ge met de modernen gemeen. Vit nu niet met de overbodige tegenwerping dat er wel meer dagen in 't jaar zyn waarop iemand niet opstond uit den doode. Dit is wel eenigszins waar, maar doet hier niet ter-zake. Het niet-opstaan van Jezus is nu eenmaal voorgevallen in Maart of April. Op zoo'n dag verricht gy uwen arbeid - maak in-godsnaam geen verzen, en vergeef my m'n jamben van Vorstenschool - of ge gaat wandelen met uw vrouw, of wat ge wilt. Zeer zeker komt het u niet in den zin, uw vrienden by elkaar te roepen, en hun te vertellen dat Jezus niet is opgestaan. Dit nu doen de modernen wel, en hierin ligt het groote verschil. Even als gy die opstanding loochenend, preeken zy òver die opstanding, alsof ze 'r wèl aan geloofden. Niet hierom echter zyn ze te veroordeelen. De smaak is vry. Maar... ze laten zich voor dat preeken betalen in geld, eer, invloed en fatsoen, precies als de anderen die wèl zonderlinge dingen te vertellen hebben. Is dit behoorlyk?

Sommigen zullen misschien hiertegen aanvoeren, dat 'n moderne z'n eerlykheid redden kan, door te preeken over de negativiteit van 't wonder. Maar eilieve, zulke negatieve gedenkdagen zyn er driehonderd vyf en zestig in 't jaar! Zoolang de wereld staat, verliep er geen sekonde waarin niet een-of-ander wonder zich bezighield met achterwege-blyven.

‘Mis, roept 'n ander, ze bepreeken 't wonder niet, en evenmin 't niet-wonder, 't is hun om de zuivere moraal te doen, om de Moraal, zieje?’

Inderdaad? Ziehier dan de schets van 'n moderne preek:

‘Broeders in den Heere! Daar Jezus niet is opgestaan - iets dat u door de lieden van myn gild sedert byna tweeduizend jaar op de mouw werd gespeld - noodig ik u uit, niet te stelen. En laat ons nu te-zamen zingen... den zooveelsten psalm. My wel!

Maar ik begryp zoomin 't verband van moraal met niet-gebeurde wonderen, als met wèl geloofde vreemdigheid. Deze botheid van m'n verstand is waarschynlyk iets zeer-immoreels, doch ik zal my in de mindere ontwikkeling van m'n denkvermogen en zedelykheidsbegrippen geduldig moeten schikken, tot my 't bewys geleverd wordt, dat het geknoei van die modernen iets anders is dan schelmery. Moraal en godsdienst staan byna lynrecht tegen elkander over, maar dit ‘byna’ vervalt, zoodra die godsdienst ‘gezuiverd’ wordt, d.i. als men 't narkotisch mengsel door sublimeeren tot den hoogstmogelyken graad van verderfelyke sterkte opvoert. [3] Wat zoudt ge zeggen van den apteker die z'n potje digitaline merkte met sacch. cul.? Of, arglistiger nog, met 'n voor ieder begrypelyk, allen aanlokkend: dit is nu de heele lekkere, onschadelyke gezondheid-bevorderende, wetenschappelyk gerafineerde broodsuiker. [4]

Die gerafineerdheid is zoo gek niet. Maar de Wetenschap?

Geloof me, beste oprechte liberale Vlaming, men kan de religine der modernen honderdvoud aanlengen met de onschuldigste bestanddeelen, voor ze in moordkracht hoeft te wyken voor 't Jezuïtisme. Gy, vrienden der Mensheid in Belgie, gy, voorstanders van vooruitgang, ge beklaagt u over de katholieken? 't Zyn engelen. [5] Over de ultramontanen? 't Zyn aartsengelen. Doe me 't genoegen, den eersten priester dien ge ontmoet, namens my te omhelzen. En wilt ge daarna leeren uit den grond van uw hart: leve Veuillot! te roepen, kom dan in Holland, en blyf er 'n jaar. Daar zullen de modernen u doen inzien dat die man vergelykender-wyze 'n kraamkind van onschuld is. Ik laat nu in 't midden, of ook hy doorgaande liegt. Het valt me moeielyk dit te gelooven, omdat er uit huichelary niet zooveel talent - in gewonen zin - zou kunnen geput worden, als hy blyken geeft te bezitten. Modernen hebben 'n heel ander soort van bekwaamheid die alle talent overbodig maakt. Indien Veuillot liegt, dan blyft het toch waar dat-i tracht konsekwent te zyn, of konsekwent te schynen. De modernen geven zich deze moeite niet. [6]


[1] gy, Vlamingen - geluksvogels!

Ja, net als Multatuli meen ik dat wie géén Nederlander is zich gelukkig mag prijzen. (Zie ME in Amsterdam voor mijn redenen.)


[2] Zoo'n moderne dominee is iemand die even goed als gy en ik weet dat er nooit iemand ten-hemel voer. Dat 'n God geen kinderen heeft, en dus geen ‘Zoon.’ Dat 'n doode niet opstaat. Dat water niet op kommando in wyn verandert. (435) Dat men met 'n paar visschen en brooden geen groote menigte volks verzadigen kan, en daarna nog meer viktualie overhouden, dan er vóór den maaltyd aanwezig was. En eindelyk: dat wonderen hoogstens zouden doen denken aan goochelary, doch in geen geval iets te maken kunnen hebben, noch met zaligheid, noch met onsterfelykheid van den geest, noch met zedeleer, noch met levensrichting.

Dit alles weten de moderne priesters zoo goed als wy. Even als gy en ik minachten zy de sprookjes, der katholieken niet alleen, maar ook van de orthodoxe protestanten, die de oude sprookjes hebben gezift, om de meest omgerymde des te zorgvuldiger te kunnen blyven aanhangen.

Hier is Hazlitt, uit 'On the clerical character', gepubliceerd in 1818, twee jaar voor M.'s geboorte, in een tijdschrift waar hij samenwerkte met Byron - en wie geen prachtig Engels wil lezen moet wat volgt overslaan:

"(..) we have had such shoals of

"Eremites and friars,
White, black and grey, with all their trumpery"

who have foisted their "idiot and embryo" inventions upon us for truth, and who have fomented all the bad passions of the heart, and let loose all the mischiefs of war, of fire, and famine, to avenge the slightest difference of opinion on any one iota of their living creeds, or the slightest disrespect to any one of these mummeries and idle pageants which they had set up as sacred idols for the world to wonder at.We do not forget, in making these remarks, that there was a time when the persons who will be most annoyed and scandalized at them, would have taken a more effectual mode of showing their zeal and indignation; when to have expressed a free opinion on a Monk's cowl or a Cardinal's hat, would have exposed the writer who had been guilty of this sacrilege, to the pains and penalties of excommunication; to be burnt at an auto da fe; to be consigned to the dungeons of the Inquisition, or doomed to the mines of Spanish America; to have his nose slit, or his ears cut off, or his hands reduced to a stump. Such were the considerate and humane proceedings by which the Priests of former times vindicated their own honour, which they pretended in the name of God. Such was their humility when they had power." 

"The Priest is not a negative character; he is something positive and disagreeable. He is not, like the Quaker, distinguished from others merely by singularity of dress and manner, but he is distinguished from others by pretensions of superiority over them. His faults arise from his boasted exemption from the opposite vices; he has one vice running through all others - hypocrisy. He is proud, with an affectation of humility; bigoted, from a pretended zeal for truth; greedy, with an ostentation of entire contempt for the things of this world; professing self-denial, and always thinking of self-gratification; censorious, and blind to his own faults; intolerant, unrelenting, impatient of opposition, insolenent of those below, and cringing to those above him, with nothing but Christian meekness and brotherly love in his mouth."

"Priests are naturally favourers of power, inasmuch as they are dependent on it. - Their power over the mind is hardly sufficient of itself to insure absolute obedience to their authority, without a reinforcement of power over the body. The secular arm must come in in aid of the spiritual. (..) Priests anoint Kings with holy oil, hedge them round with inviolability, spread over them the mysterious sanctity of religion, and, with very little ceremony, make over the whole species as slaves to these Gods upon earth by divine right! This is no losing trade. It aggrandizes those who are concerned in it, and is death to the rest of the world. It is a solemn league and convenant fully ratified and strictly carried into effect, to the very letter, in all countries, Pagan, Mahommedan, and Christian (..)"

Wie meer van de Christelijke en Mohammedaanse religie wil weten leze Gibbon: "The Decline and Fall of the Roman Empire" waar de waanzin die ten grondslag ligt aan religie eerlijk, met veel kennis en in zeer fraai Engels grondig wordt behandeld. Trouwens: Lees de héle Gibbon, inclusief voetnoten. Het is véél tekst, maar is zéér fraaie tekst.

Wat Hazlitt betreft: Hij leefde van 1778-1830, en was een buitengewoon essayist en een moedig en zeer begaafd man. Afgezien van Montaigne ken ik geen essayist die ik liever lees, en wie 'On the clerical character' kan vinden raad ik van harte aan het geheel te genieten: Illusieloos, scherpzinnig, en buitengewoon fraai Engels.


[3] Moraal en godsdienst staan byna lynrecht tegen elkander over, maar dit ‘byna’ vervalt, zoodra die godsdienst ‘gezuiverd’ wordt, d.i. als men 't narkotisch mengsel door sublimeeren tot den hoogstmogelyken graad van verderfelyke sterkte opvoert.

Nee, niet precies - en dit heeft te maken met iets wat ik aan het eind van 937 opmerkte en hier als volgt toegepast kan worden:

Het mag waar zijn dat de meeste priester leugenaars zijn, en hypocriet, en hun godsdienst gebruiken om er zelf beter van te worden ten koste van hun volgelingen, maar het is ook waar dat veel van die gelovigen min of meer eerlijk en naïef geloven wat ze voorgelogen wordt, en proberen  moreel te zijn in termen van hun godsdienst. In dit verband ook: Alle grote godsdiensten hebben een gebod van de vorm 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook een ander niet', wat in ieder geval een redelijk beginsel is, voor wie het dan zo moeilijk heeft uit te maken wat goed en kwaad zouden zijn.


[4] Wat zoudt ge zeggen van den apteker die z'n potje digitaline merkte met sacch. cul.? Of, arglistiger nog, met 'n voor ieder begrypelyk, allen aanlokkend: dit is nu de heele lekkere, onschadelyke gezondheid-bevorderende, wetenschappelyk gerafineerde broodsuiker.

Het is waar dat dit is wat de religieuze voorgangers, en trouwens ook de politieke voorgangers, vaak doen: Hun eigenbelang verpakken in fraaie woorden vergezeld van vage beloftes.


[5] Geloof me, beste oprechte liberale Vlaming, men kan de religine der modernen honderdvoud aanlengen met de onschuldigste bestanddeelen, voor ze in moordkracht hoeft te wyken voor 't Jezuïtisme. Gy, vrienden der Mensheid in Belgie, gy, voorstanders van vooruitgang, ge beklaagt u over de katholieken? 't Zyn engelen.

De Geyter, katholiek opgevoed, haatte de katholieken, zoals Multatuli, protestants opgevoed, de protestanten haatte. En Multatuli was kort katholiek geweest, rond z'n 21ste, vanwege z'n liefde voor een katholiek meisje en de wens haar te trouwen, en heeft zich heel wat keren tamelijk sympathiek of vergoelijkend uitgelaten over de katholieken. Hij meende namelijk dat het een even leugenachtig en vals geloof was als van de protestanten, maar met dit verschil dat hij meende dat gelovige katholieken minder ongelukkig waren dan Protestanten inzonder Calvinisten, want minder blootgesteld aan alle plezier, genot en vreugde bedervend Calvinisme, en had overigens respect voor de katholieke kerk als institutie.

Ik vermoed dat zowel De Geyter als Multatuli zich vooral door hun gevoel lieten leiden waar het hun afschuw betrof van de godsdienst waarin ze waren opgevoed. God zij dank ben ik niet gelovig en had ik geen religieuze opvoeding!


[6] Indien Veuillot liegt, dan blyft het toch waar dat-i tracht konsekwent te zyn, of konsekwent te schynen. De modernen geven zich deze moeite niet.

Dat is waar, en ze smeedden ook daar een wapen uit: De welbewuste oxymoron. Wie wil zien hoe dat gaat in de praktijk leze 394 over de carrière-leugenaar Oosterhuis, wiens liefste instrument dit is. Dit maakt het liegen over wonderen - à la: Het is een wonder en geen wonder - ook zo makkelijk. De ware gelovigen slikken het toch wel, en graag, vol verwondering en bewondering. De hele carrière van Oosterhuis, in en buiten de kerk, is er op gebaseerd.

Hazlitt, als eerder geciteerd, is op deze figuur - ontrokte, getrouwde, gescheiden ex-priester die zich nog steeds gedraagt als was hij een priester - fraai toepasbaar, en bewijst dat dit soort oplichtersfiguren van alle tijden is:

"You find out their true character in those of them who have quitted the cloth, and think it no longer necessary to practise the same caution or disguise. You there find the dogmatism of the divine ingrafted on the most lax speculations of the philosophical freethinker, and the most romantic professions of universal benevolence made a cover to the most unfeeling and unblushing spirit of selfishness."

Ja, dat is Oosterhuis, ex-S.J. Ik heb hem nooit ontmoet, maar alle keren dat ik de man op de radio hoorde, geïnterviewd of prekend, kreeg heel snel een héél vies gevoel iets bijzonder onsmakelijks, liegends en schijnheiligs te horen. En ik zeg het zoals het is, en niet omdat de man mij kwaad gedaan heeft - het is z'n type en karakter en valse praatjes die me zo tegenstaan, en z'n stemgeluid, toon en oxymoronistische brutaal liegende woordkeus. Want uit zijn soort komen de inquisitoren en Torquemada's van vroeger dagen voort en z'n toon en woordkeus zijn vals, en z'n argumenten voorzover ik ze gehoord heb oneerlijk voor een intelligent man, en het laatste is deze welbewuste oplichter óók. 

Hier is tenslotte nogmaals Hazlitt, uit 1818, over het "clerical character" met een lange fraaie laatste zin over waarschijnlijkheid, geheel van toepassing op voormalige en volhardende Jezuieten:

"Their estimation in the world, as well as their livelihood, depends on their tamely submitting their understanding to authority at first, and on their not seeing reason to alter their opinion afterwards. Is it likely that a man will intrepidly open his eyes to conviction, when see sees poverty and disgrace staring him in the face as the inevitable consequence? Is it likely, after the labours of a whole life of servility and cowardice - after repeating daily what he does not understand, and what those who require him to repeat it do not believe, or pretend to believe, and impose upon others only as a ready test of insincerity, and a compendious shibboleth of want of principle: after doing morning and evening service to the God of this world - after keeping his lips sealed against the indiscreet mention of the plainest truths, and opening them only to mental reservations - after breakfasting, dining, supping, waking and sleeping, being clothed and fed, upon a collusion, - after saying a double grace and washing his hands after dinner, and preparing for a course of smutty jests to make himself good company, - after nodding to Deans, bowing to Bishops, waiting upon Lords, following in the Head of Colleges, watching the gracious eyes of those who have presentations in their gift, and the lank cheek of those who are their present incumbents, - after finding favour, patronage, promotion, prizes, praises, promises, smiles, squeezes of the hand, invitations to tea and cards with the ladies, the epithets "a charming man," "an agreeable creature," "a most respectable character," the certainty of reward, and the hopes of glory, always proportioned to the systematic baseness of his compliance and with the will of his superiors, and the sacrifice of every particle of independence, or pretence to manly spirit and honesty of character, - is it likely, that a man so tutored and trammelled, and inured to be his own dupe, and the tool of others, will ever, in one instance of thousands, attempt to burst the cobweb fetters which bind him in the magic circle of contradictions and enigmas, or risk the independence of his fortune for the independence of his mind?"

In feite was er één zo iemand, van wie Hazlitt waarschijnlijk niet wist (hoewel Voltaire in 1762 een deel ervan uitgegeven had): Meslier. Multatuli wist wel van hem, want de eerste uitgever van de Ideen gaf ook "Le Testament de Jean Meslier" uit, zijnde de eerlijke meningen van een katholiek pastoor over het katholicisme. Meslier was door studie en ervaring atheist en filosofisch geworden en voorstander van een agrarisch communisme. Hij leefde 1663-1733.

Idee 938.