Idee 935.                                                


De bestgedragen principes zyn vrouw en kinderen. [1] Ik geloof waarachtig dat velen alleen hierom trouwen, even als nu-en-dan jongens van achttien jaar 'n vrouw nemen om de konskriptie te ontduiken. Een liefdesverklaring zou dus eigenlyk zeer dikwyls aldus moeten ingericht zyn: 

‘Zeer aangebeden jonge dame, zoudt ge my willen dienen tot brevet van impotentie?’

Ik kan niet zeggen dat dit heel vereerend is voor de betere helft van 't menschelyk geslacht. De vrouw immers wordt hier in één rang gezet met byziendheid, platvoeten, bochels en erger dingen. Hier over sprak ik reeds in de Inleiding van de Minnebrieven, die voor Holland niet ‘mooi’ genoeg zyn, naar ik hoor.

Maar wie nu vrouw en kinderen te duur vindt, behelpt zich met wat anders. ‘God’ is ook zeer bruikbaar voor het doel. Men heeft maar te zeggen: ‘de Heer wil het niet.’ Wie zou, na zoo'n reden van niet-ontvankelykheid, nog durven aandringen op iets goeds? [2] Wat is er te verwachten van menschen die 't nalaten van hun plicht wisten te verheffen tot... plicht? Doch ook buiten vrouwen, kinderen en goden, 't aantal plichtontduikende principes is legio. Toen men Droogstoppel verweet dat-i zonder 'n hand uittesteken 'n kind had laten stikken in 'n moddersloot, beriep-i zich op z'n zondagschen rok, 'n ding dat twee uitvluchten te-gelyk leverde: 't nieuwe kleed zelf, en... de dag des Heeren!

Nog-eens, ik heb geen principes. En de berusting in dit gebrek wordt me allermakkelykst gemaakt door 't achtslaan op de handelingen van 't volkje dat wel met deze dingen behebt is. Wie 'n principe voor den dag moet halen om goed van kwaad te onderscheiden, is 'n schelm. [3]


[1] De bestgedragen principes zyn vrouw en kinderen.

Velen - waaronder M.'s eigen zoon - verweten hem dat hij zijn eerste vrouw en z'n kinderen niet goed behandelde. Feit is dat zijn eerste vrouw hem dat verwijt niet maakte en veel van hem hield, en dat M. een moeilijk leven moest leiden. Feit is ook dat hij nogal eens verliefd werd op andere vrouwen; dat zijn eerste vrouw kennelijk niets om sex gaf; en dat hij geprobeerd heeft in 1869 met z'n eerste en vanaf 1875 tweede vrouw een ménage à trois te voeren in Den Haag, wat na bijna een half jaar mislukte, mede vanwege geldgebrek, maar ook omdat het zijn eerste vrouw verre van gelukkig maakte.


[2] ‘God’ is ook zeer bruikbaar voor het doel. Men heeft maar te zeggen: ‘de Heer wil het niet.’ Wie zou, na zoo'n reden van niet-ontvankelykheid, nog durven aandringen op iets goeds?

Ja, dat kan met recht een dooddoener genoemd worden. Wat mij altijd verbaast in dit verband zijn twee dingen: Dat zovelen menen de wil van het opperwezen te kennen, en dat ze Zijn Wil nodig menen te hebben, zowel voor zichzelf als tegen anderen, om te motiveren wat goed of kwaad zou zijn.


[3] Wie 'n principe voor den dag moet halen om goed van kwaad te onderscheiden, is 'n schelm.

Nee, dat hoeft niet. Multatuli zelf beriep zich nogal vaak en graag op zijn principe dat 'deugd is genot'. Zie mijn kommentaar bij 423 en 817 voor verhandelingetjes over principes van dit soort.

Daarbij: Het is vaak moeilijk, zowel in het algemeen als in specifieke gevallen, om met recht en rede uit te maken wat goed of kwaad zou zijn. Ikzelf neig er sterk toe dit in veel gevallen af te leiden uit aanwijsbare pijn of schade, en het goede negatief te definieren: Goed, of in ieder geval niet slecht, is iemand die anderen niet pijnigt of schaadt. Dat is weinig spectaculair, maar geeft ook weinig mogelijkheid om het pijnigen of schaden van anderen te rechtvaardigen met een beroep op een veel abstracter beweerd Goed, of dat nu de wil van God, de morele noodzaak tot het vestigen van het socialisme, of iets anders is. Zie ook mijn Multatuli en de Filosofie, uit 1987.

Idee 935.