Idee 929.                                                 


Hier begint Multatuli's IDEEN 4.

Ik geef de Ideen uit zoals ik uiteengezet heb in mijn toelichting op de uitgave van Ideen 1.

Kortweg: Ik zet de Ideen op mijn website omdat ik ze het zinnigste en best geschreven Nederlands is dat ik ken, dat nog steeds zeer relevant is, en ik lever bij vrijwel alle Ideen n of meerdere verklarende of kritische noten.

Hier zijn een aantal relevante achtergronden

Wie deze uitgave + commentaar wil genieten zonder kennis te nemen van mijn commentaar kan dit probleemloos: In mijn uitgave staat ieder Idee in een eigen bestand en begint met Multatuli's eigen tekst.

Inleidende opmerking bij Ideen 4


Een zaaier ging uit om te zaaien.
Jezus.

Er is veel gekibbeld over den oorsprong onzer denkbeelden. Wat gaat de gedachte vooraf? Indrukken, ja, maar gewoonlyk geven wy, slordige ziel-ekonomisten, ons zoomin behoorlyk rekenschap van hunne wording, als van de wys waarop wy ze tot denkbeelden verwerken. (11, 503, 592.) [1]

Hoe, waarom, waaruit, het drama Vorstenschool dat nu volgt, ontstaan is, zou ik niet kunnen zeggen. [2] De hoofdoorzaak zal wel liggen in aandrang tot scheppen, voortbrengen, vormen... ach, alles komt op rangschikken neer! Meer kunnen we niet. (244) Waarom zingt de nachtegaal, waarom krast de raaf?

Meer zou ik kunnen meedeelen over de fata van dit libel. Halfgeboren nog, heeft het reeds vreeselyk gezworven. Op vele plaatsen heb ik het eerste, tweede en vierde bedryf voorgedragen, zoo goed ik kon. Gemakkelyk was die taak, reeds uit 'n fysisch oogpunt, niet. Vooral niet op plaatsen waar ik te doen had met de hoogere beschaving van byzondere soort, die ik eenigszins kenschetste in 610, en die den lezer nader bekend zal wezen, zoodra hy 'n bladzy ouder is.

Op weinig uitzonderingen na, viel me overal 't hollandsch loon der kunst ten-deel: mooi! [3] Van die uitzonderingen noem ik ditmaal alleen Arnhem, waar ik uit de houding van 't publiek zoowel, als uit 'n paar afkeurende regels in de hoogstliberale courant van dat Geldersch Athene, te weten kwam dat de mooivinders zich vergist hadden.

Niemand minder dan myzelf is 't geoorloofd, uitspraak te doen in de gewichtige kwestie tusschen mooi of niet mooi daar ik allicht, uit doorgaande ontevredenheid met m'n eigen werk (61) [4] partydig wezen zou aan den Arnhemschen kant. Dit gevaar is te grooter, omdat de redaktie van bedoeld blad zich niet bepaalde tot 'n ongerechtvaardigde afkeuring - zoo'n fout wordt slechts door leeken begaan - doch wel degelyk die afkeuring gemotiveerd heeft op 'n wys die weinig tegenspraak toelaat. Letterlyk kan ik de gebezigde uitdrukkingen niet weergeven, omdat de kunstkritiek van die courant in geen enkel Europeesch muzeum gekolligeerd wordt, en 't inderdaad voor ieder ander dan de redaktie zelf, moeielyk wezen zou, een nummer optesporen dat 'n week overleefde. Met vriendelyke uitnoodiging alzoo, 't bedoeld artikel, door korrekten herdruk - ne varietur, asjeblieft! - nogmaals ter voorlichting onder de oogen van 't Publiek te brengen, wil ik van myn kant die redaktie eenigszins te-hulp komen in 't klassiek-maken van haar arbeid, door de mededeeling dat m'n Vorstenschool, of 'n deel daarvan, of 'n voornaam deel - summa summarum 't heele ding m dat deel - beneden de aandacht is van 'n beschaafd auditorium. Z staat er.

Ziehier dus reeds n verdienste in m'n stuk: het kan dienen als graadmeter van onze beschaving. Wie 't met eenig genoegen leest, heeft behoefte aan school, katechizatie en roede. Wie 't mooi vindt, wordt van de beurs gedrongen, en in de Societeit gedeballotteerd. [*] En mochten er par impossible onverlaten worden gevonden, die zich aan 'n roekeloos heel mooi te-buiten gingen... ze zyn ryp voor het tuchthuis. 

M'n stuk zal vertaald worden, waarschynlyk byv. in 't Duitsch. By die gelegenheid hoop ik den vreemdeling 't oordeel over de Nederlandsche beschaving gemakkelyk te maken door de mededeeling dat by ons te-lande, volgens de schatting van 'n hoofdorgaan der liberale party, zulk werk ternauwernood goed genoeg is, of misschien nog niet eens goed genoeg, voor 't kanalje.

Mocht daarop die vreemdeling begeerig zyn, 't zielevoedsel der beschaafden in ons land te leeren kennen, dan verwys ik hem naar Arnhem, en ik houd me verzekerd dat het kleinste krantenredakteurtje in die stad hem leveren zal wat-i zoekt.

Minder ingenomen ben ik met 'n ander deel van 't geslagen vonnis. De Arnhemmer betuigt dat het stuk den schryver onwaardig is. Tegen deze uitspraak moet ik protest aanteekenen. [5] Dat m'n Vorstenschool te laag zou staan voor den smaak der bewoners van Arnhem en van de redaktie dier courant, kan waar zyn. Ik nam 't peil dezer beide autoriteiten in zake beschaving niet nauwkeurig genoeg waar, om te beoordeelen hoe hoog iemand of iets moet geplaatst wezen, om niet in die stad 'n armzalig figuur te maken. Maar Vorstenschool nog beneden myzelf te stellen, is even onjuist, als dat het boven m'n andere Ideen zou staan. Wat my betreft, ik verzoek vriendelyk met 'n even laag merk te worden gebeneficieerd, als aan m'n stuk te-beurt valt. En revanche verbind ik my, ook de redaktie van de Arnhemsche courant altyd juist even hoog te stellen als hr arbeid, en nooit te beweren dat ze nog onbeduidender is dan de dingetjes die ze voortbrengt.

[*] Noot van 1876. De heer Roorda, die zeer keurig is op taal, deelde my de opmerking mede, dat deballotteeren geen woord is. Hy heeft gelyk. Fransch is 't niet, en hollandsch is 't ook niet. Maar... als we 't maakten tot 'n woord? Wy hechten nu eenmaal daaraan zekere beteekenis, waarvoor we, by al te puristische schifting, 'n lastige omschryving zouden moeten maken.


[1] Er is veel gekibbeld over den oorsprong onzer denkbeelden. Wat gaat de gedachte vooraf? Indrukken, ja, maar gewoonlyk geven wy, slordige ziel-ekonomisten, ons zoomin behoorlyk rekenschap van hunne wording, als van de wys waarop wy ze tot denkbeelden verwerken. (11, 503, 592.)

Ja, over die oorsprong is veel gekibbeld, maar Multatuli kwam er ook niet veel verder mee. Het onderwerp is inderdaad moeilijk, en het lijkt aannemelijk dat het bewustzijn niet meer is dan het topje van de spreekwoordelijke ijsberg.

In feite is een redelijk interessant probleem waarvoor of waarom dat bewustzijn dat we hebben eigenlijk bestt? Immers, vrijwel alles wat ons lichaam doet gebeurt zonder ons bewustzijn, en in ieder geval zonder dat ons bewustzijn er veel aan, mee of tegen kan doen, terwijl we mogen aannemen dat veel wat leeft en redelijk ingewikkeld is - spinnen, bijvoorbeeld - niet verdacht kan worden van meer dan minimaal bewustzijn.

En redelijk antwoord, in beginsel, is dat het bewustzijn bestaat om problemen op te lossen en reeksen handelingen te beindigen of te beginnen, en daarmee dus gedeeltelijk losgekoppeld is van de rest van ons lichaam - het moet er over oordelen.


[2] Hoe, waarom, waaruit, het drama Vorstenschool dat nu volgt, ontstaan is, zou ik niet kunnen zeggen.

Nou ja - iets is er wel over bekend: M. wilde op zeker moment een drama schrijven, en had snel het eerste bedrijf, maar heeft daarna lang geworsteld met de rest, die mij dan ook aanmerkelijk minder bevalt.

In feite was het eerste serieuze werk dat M. schreef ook al een drama, 'De Eerloze' later uitgegeven onder de titel 'De Bruid Daarboven'. Hij schreef dat als 22-jarige, gesuspendeerd in Sumatra van zijn functie vanwege de verdenking uit de kas gestolen te hebben of slechte administratie te hebben gevoerd (het laatste was zeker waar, want M. had liefdesverdriet gehad), en de twee meest opmerkelijke dingen erover - het is te vinden in de meeste uitgaves van z'n verzameld werk - is dat het geheel niet Multatuliaans klinkt maar nogal gewoon 19e eeuws Nederlands n dat het toen het eenmaal uitgegeven was, zo'n 25 jaar nadat het geschreven was, tamelijk vaak opgevoerd is, overigens zonder dat dit M. tot voordeel strekte.


[3] Op weinig uitzonderingen na, viel me overal 't hollandsch loon der kunst ten-deel: mooi!

Als zoveel dat M. beschreef en waar hij over klaagde is ook dit nog steeds het gebruikelijk Hollands oordeel over kunst. De meeste Hollanders - naar men mag aannemen, trouwens, evenals de meeste niet-Hollanders - konsumeren geen kunst omdat ze van kunst houden, maar 'omdat dit nu eenmaal hoort', zoals er ook weer bij hoort dat kunst 'mooi' genoemd wordt.

En dit zal tegenwoordig nog sterker zijn dan in M.'s tijd, omdat vrijwel iedereen tegenwoordig TV heeft, dus z'n dagelijkse portie plat vermaak voor de massa vanuit z'n luie stoel kan consumeren, chips, bier en afstandsbediening onder handbereik. Dit heet dan ook geen 'kunst' maar 'amusement' of 'soap' of 'infotainment' in 't zeldzame geval dat het minimale intelligentie vergt.

Waar de moderne Nederlander - universitair opgeleid of niet: 't doet er niets meer toe - wrkelijk om geeft, en miljoenvoudig, is voetballen.

Ikzelf houd niet van voetballen en heb geen TV, en lees bij voorkeur wiskunde of twee tot twintig  eeuwen oud proza, zelden of nooit door een Nederlander geschreven, en vaak ook niet vertaald  - Wie dan? Wel: Hazlitt, o zeldzame lezer, of Boswell, of Pope, of Shakespeare, of Montaigne - maar mijn voorkeuren zijn z zeldzaam dat ze vrijwel uitgestorven zijn, en ik mijn eigen meningen en proza, de eersten toch origineel en de tweede minstens heel goed, nergens kwijt kan.

Het soapgehalte van mijn proza is inderdaad nihil; mijn zinnen zijn lang; mijn ideen en idealen zijn  ongebruikelijk en veeleisend, net als mijn persoon ... dus ook dit zal wel weer voor de weldenkende eeuwigheid geschreven zijn, als die enige kans van ontstaan heeft bij het voortbestaan van de huidige generaties van versoapte mini-breintjes en voetbal-kenners.


[4] Niemand minder dan myzelf is 't geoorloofd, uitspraak te doen in de gewichtige kwestie tusschen mooi of niet mooi daar ik allicht, uit doorgaande ontevredenheid met m'n eigen werk (61)

Wel, Multatuli wilde ook wel eens zr ingenomen zijn met z'n eigen werk, stijl, taalvermogen, ideen en boeken. En het is k waar dat hij er regelmatig ontevreden over was.

En hoofdoorzaak met zijn relatieve ontevredenheid over zijn eigen publikaties is dat het hem geheel niet bracht wat hij ervan gehoopt had: Eerherstel, geld, maatschappelijke veranderingen.


[5] Minder ingenomen ben ik met 'n ander deel van 't geslagen vonnis. De Arnhemmer betuigt dat het stuk den schryver onwaardig is. Tegen deze uitspraak moet ik protest aanteekenen.

Wel, ik houd zelf ook niet erg van Vorstenschool. Er staan een paar fraaie passages in, maar als toneelstuk is het niet geslaagd, en z verouderd dat het sinds lang niet gespeeld is. Ik geef toe dat het hier niet makkelijk oordelen is, en dat ik weinig kennis heb van 19e eeuwse Nederlandse toneelstukken, en ook weinig behoefte heb die kennis te verbeteren, maar ik kan het altijd naast Shakespeare leggen en vergelijken, of Molire, of desnoods naast Faust I van Goethe, en daarmee vergeleken stelt het weinig voor - vind ik, afgezien van die paar Multatuliaanse clausen die Koningin Louise in de mond gegeven zijn, die wel lopen en mooi zijn, hoewel ook nog niet noodzakelijk waar of bruikbaar.

Het enigszins vreemde is dat Vorstenschool tamelijk enthousiast ontvangen werd. Mijn eigen verklaring daarvoor is dat het aanzienlijk conventioneler en ook minder aanstootgevend was dan Multatuli's andere werk, en dat 'de boodschap' ervan - weer: die klausen van Koningin Louise - aanmerkelijk minder ongewoon waren en daarmee dus meer aansprekend en meer aanvaardbaar, dan Multatuli's maatschappij- of literatuur-kritiek.

Idee 929.