Idee 1044.                                                


Dat aanhoudend misvatten in de keus der te behandelen zaken, strekt zich niet alleen tot het doel uit. Ook in de middelen kiest men by-voorkeur het kleine voor 't groote. [1] De diapason is gezakt, of - indien men beweren mocht dat ze in vroeger tyd niet hooger stond - hy is beneden de eischen van den zeer gevaarlyken toestand, waarin ons landje verkeert. Ons gekibbel herinnert aan de Byzantynsche twisten die zoo gunstig werkten op... annexatien uit het Oosten. 

Het volk lydt gebrek aan voedsel en levenslust... de vertegenwoordigers kibbelen over de traktementen der predikanten. [2]

Er dreigt 'n vyand... men debatteert over de vragen:

òf Nederland zich verdedigen kan? En zoo ja: welke provincien men den vyand reeds terstond, zoodra hy zich vertoonen zal, ten-geschenke behoort te geven?

Onderwyzers zyn genoodzaakt de hulp der publieke liefdadigheid interoepen, en... we worden onthaald op allerlei wysheid over de vraag: of op de lagere scholen de zondvloed geologisch of bybelsch moet gedoceerd worden? [3]

Er is aangetoond dat we in Indie allerschandelykst huishouden... men berust er in, en drukt prentenboekjes om de mishandelden wat optebeuren.

Sedert eeuwen verstompte men 't oordeel des Volks door 'n godsdienst die op wonderen gegrond was... men neemt de wonderen weg, en bepreekt 'n nieuwe theologie, zònder grond.

Ons voortbestaan als onafhankelyk Volk loopt gevaar... [4]

Nu ja, hier raken we weer aan de verschillende soortjes van ‘Staatkunde’ die de meer dan ooit noodige kennis van den Staat zelf, en tevens de studie der toestanden aan gene zyde van den grens verdrongen hebben. [*] Zoodra Bismarck, of een van z'n opvolgers, geperst door de logika der feiten...

Men vergist zich namelyk in de meening dat Pruisen de inlyving van Nederland begeert. Het zal de eisch der omstandigheden worden. Duitschland moet zich uitbreiden op-straffe van vernietiging, omdat stilstand onmogelyk is. De annexatie van Nederland is waarschynlyk voor 't Duitsche Ryk geen gewenschte zaak, maar zal weldra blyken - uit 'n Duitsch oogpunt beschouwd - van twee kwaden 't beste te zyn.

Als Bismarck den voet op onzen bodem zet, zal de een roepen:

Ik ben modern!

De ander:

Ik ben orthodox!

Een derde:

Ik behoorde tot de zooveelste onderklasse van de zooveelste familie der oude echte onvervalschte liberalen!

Maar weinigen zullen na het toegeven in die onzalige hebbelykheid van verkeerd aanleggen, genoeg ruimte van blik en vastheid van karakter hebben overgehouden om uitteroepen: ik ben Hollander! Halt, vreemdeling! Weg van Hollandschen bodem.

In Moliere's tyd scheen 't nog noodig aan m'sieur Josse te zeggen dat-i blyk gaf 'n goudsmid te zyn. Tegenwoordig schynt ieder die wat aan den man te brengen heeft, er 'n eer in te stellen uit eigen beweging te verzekeren: je suis orfèvre!

Geen beginsel, geen karakter, geen talent, geen handeling, geen persoon wordt aandacht waardig gekeurd, dan voor zoover men daaraan een plaatsje zou kunnen inruimen in een der 1001 benauwde ‘vakjes van 't muzeum’ onzer côterien. [5] We deelen, verdeelen, splitsen, pluizen uit, verbrokkelen, verkleinen, versplinteren... en ieder ziet het atoompje dat-i gemakshalve tot onderwerp koos van z'n liefhebbery of beroep - ‘van z'n studie’ mag ik niet zeggen - voor 't geheel aan. [6]

Dat geheel gaat op deze manier te-gronde.

Van hen die met voordacht zich bepalen tot het kleine, om geen vat te geven op klacht over de onevenredigheid tusschen bevoegdheid en doel, spreek ik nu niet.

[*] Noot van 1874. Toen er door 't verklaren van den oorlog aan Atjin bleek dat ik maanden te-voren de waarheid had gezegd, wist men in Nederland ter-nauwernood waar dat land lag, jazelfs de meesten hadden 't nooit hooren noemen! 't Zyn nu byvoorkeur dezulken die in de couranten 't hoogste woord voeren over de daar - al of niet - verrichte krygsbedryven, en nu te volgen politiek.


[1] Dat aanhoudend misvatten in de keus der te behandelen zaken, strekt zich niet alleen tot het doel uit. Ook in de middelen kiest men by-voorkeur het kleine voor 't groote.

M. was een voorstander van het radikaal reinigen van de Augias-stallen van het Nederlands bestuur. Ikzelf vrees dat dit soort radikale maatregelen of revoluties zelden werken.

En voorstanders van snelle, grote of revolutionaire maatschappelijke veranderingen behoren te bedenken dat de zeer grote meerderheid van de revoluties mislukt of een dictatuur aan de macht brengt.


[2] Het volk lydt gebrek aan voedsel en levenslust... de vertegenwoordigers kibbelen over de traktementen der predikanten.

Dit is een aardig voorbeeld van hoe kwesties in de praktijk 'behandeld' en verplaatst worden. Zo geeft hij er nog een paar, en zo gaat het nog steeds: Wat niet én in de mode is én een voorstander vindt onder Bekende Nederlanders wordt eenvoudig niet publiek behandeld of bestuurlijk aangepakt, hoe serieus het probleem ook is.


[3] Onderwyzers zyn genoodzaakt de hulp der publieke liefdadigheid interoepen, en... we worden onthaald op allerlei wysheid over de vraag: of op de lagere scholen de zondvloed geologisch of bybelsch moet gedoceerd worden?

Het wat bitter-ironische feit doet zich voor dat de kwestie over de Bijbel versus Darwin nog steeds speelt in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, waar de Bijbelaanhangers bovendien de meerderheid hebben. Het volk is dom, lezer, althans in grote meerderheid - maar nee, niet uit vrije keus: Ze zijn zo geboren.


[4] Ons voortbestaan als onafhankelyk Volk loopt gevaar...

M. gaf hier om, en het is overwegend terecht om hem, ondanks zijn kritiek op Nederland, voor vaderlandslievend te houden.

In de tijd waarin ik schrijf - 2005 - heeft Nederland feitelijk opgehouden een onafhankelijke natie te zijn, want is opgegaan in de Europese Unie. Ik zie zelf weinig reden om aan te nemen dat die artificiële constructie lang of met succes zal blijven bestaan, maar ben zo weinig vaderlandslievend, anders dan Multatuli, dat het mij niet uitmaakt wat er van Nederland terecht komt. Het enige waar ik om geef in Nederland zijn een paar Nederlanders, die er ook niets aan kunnen doen in dit land geboortig te zijn. (Zie ME in Amsterdam voor wie me bitterheid wil verwijten.)


[5] Geen beginsel, geen karakter, geen talent, geen handeling, geen persoon wordt aandacht waardig gekeurd, dan voor zoover men daaraan een plaatsje zou kunnen inruimen in een der 1001 benauwde ‘vakjes van 't muzeum’ onzer côterien.

Juist, en dit is nog steeds zo: Er is een heel kleine groep van voornamelijk politici en journalisten die bepalen wat publiek wel en niet besproken wordt, en wie daar niet toe behoort of geen invloed op kan uitoefenen zal niet gehoord of besproken worden in Nederlandse publieke media.


[6] We deelen, verdeelen, splitsen, pluizen uit, verbrokkelen, verkleinen, versplinteren... en ieder ziet het atoompje dat-i gemakshalve tot onderwerp koos van z'n liefhebbery of beroep - ‘van z'n studie’ mag ik niet zeggen - voor 't geheel aan.

Ja dat is zo, maar het is ook onvermijdelijk. In feite is ieder mens gedwongen het hele universum waarin hij leeft te reproduceren en representeren via de paar pond hersens die hij heeft, en kent  niemand anders en heeft toegang tot niets anders dan z'n eigen gedachten en gevoelens, en kan daar alleen imaginair buiten treden.

Idee 1044.