Idee 1038.                                                


Oppervlakkig zou men meenen dat de vermoedelyke maat van belangstelling, in evenredigheid staat met het belang van de zaak die zich ter behandeling voordoet. Toch is dit nooit of zeer zelden het geval. [1] Het misbruiken van deze hebbelykheid is geenszins 't uitvindsel van hen die daarmee ten-allen-tyde hun voordeel deden. De gemeente zelf drong dat gebrek in haar denkvermogen zoo aanhoudend op den voorgrond, dat er, om daarvan géén gebruik te maken, grooter eerlykheid zou noodig zyn, dan er in zeker soort van Volksleiders kan verondersteld worden. Dit is de reden dat derivatieven van de soort als ik hier bedoel, een zoo groote rol spelen in de Wereldgeschiedenis. De fabel zegt dat iemand die aangevallen werd door wolven, die roofdieren op 'n afstand hield, door hun gedurig 't een-of-ander klein voorwerp toetegooien, met welks onderzoek zy zich dan bezighielden. Dit was dom van die wolven. De meeste Regeerders behoeven zich zooveel moeite niet te geven. Ook zonder de minste vernufts-inspanning van hun kant, kunnen zy zich verzekerd houden dat het Volk zich by-voorkeur bezig houdt met byzaken. [2] 

De heer Post levert me hiervan in z'n brief twee voorbeelden. 't Eerste noemde ik reeds. Het andere zal ik te-pas brengen by de ontwikkeling der oorzaken van dat ‘aanleggen op 'n verkeerd wit.’ In dezen bundel, als er plaats is. Anders later. Doch, lezer, ik heb reeds deze oorzaken herhaaldelyk genoemd!

Indien de heer Post myn werken met aandacht leest, en daarvan zekeren totaal-indruk heeft opgevangen, zal hyzelf eenmaal verbaasd staan dat-i, my aanvallende, die nietige epizode van den lasterende letterman tot 'n wapen gekozen heeft, of tot 'n punt althans waarover hy op toelichting aandringt. De tegenwerping dat ikzelf daarvan sprak, en wel 't eerst, houdt geen steek. Eenmaal bezig met het behandelen van de in Holland byna algemeen heerschende neiging om my van de baan te dringen, moest ik 'n greep doen onder de talryke pogingen die hiertoe worden aangewend. Dat ik daartoe, o.a. 't bakerpraatje van dien litterator koos, was omdat juist de persoon aan wien ik m'n brief richtte, de gegrondheid myner klacht beoordeelen kon, gelyk uit het verband blykt. De Geyter wist dat ik de waarheid zei.

Maar by den heer Post bestond zoodanige reden niet. Wat bewoog hèm, dat onnoozel zaakjen aanteroeren? Er is in zoodanige... vergissingen, iets onklassieks, vooral wanneer ze worden begaan door iemand die me overigens op 'n standpunt schynt te stellen, dat daarmee niet overeenkomt. Om dit ‘mistasten in keuze van belangstelling’ nog duidelyker te maken, wys ik den heer Post op 'n gelyksoortige afdwaling van 'n ander schryver. De heer Feringa, my en myn werken in z'n tydschrift ‘Vrye-Gedachte’ besprekende, houdt - naar aanleiding zeker van 'n paar regels uit den Havelaar - 'n bespiegeling over duellen! Gesteld dat alles wat hy over dit onderwerp in 't midden brengt, gegrond ware - wat ik nu voorbyga - dan vraag ik, of hy zich niet vergiste in de ‘keus van 't onderwerp zyner belangstelling?’ Dat myn levensloop en werken by-voorkeur den tekst leveren zouden tot 'n herhaling der sedert eeuwen tegen het duel ingebrachte bedenkingen, is wel de laatste gissing die in my opkomen zou.

Toch was 't me aangenaam, dit laatste voorbeeld te kunnen ontleenen aan 'n schryver die me hartelyk pryst. Dit dient my om te doen in 't oog vallen, hoe hier geen spraak is, noch van camaraderie noch van vyandschap, en dat m'n zeer algemeene opmerking zoomin afhankelyk is van dankbaarheid voor lof, als van wrevel over blaam. Er blykt, meen ik, uit m'n werken niet hoe ik over duellen denk...

Dat ik ze niet onvoorwaardelyk af keur, wil ik wel erkennen. [3]

...doch gesteld dat ik, gelyk nu, ter-loops iets over duellen gezegd had, en dat Dr. Feringa zich daarmee volkomen vereenigde, dan zou daarom myn aanmerking op 't verkeerd kiezen van 'n punt ter behandeling, haar kracht niet verliezen. Immers, wie er niet meer van wist, zou in later dagen uit Feringa's keus byna opmaken dat ik 'n specialiteit ‘op de punt’ of ‘op’ de pistool was geweest. De tyd heugt me nauwlyks dat ik zulke dingen aanraakte, en uitsluitende liefhebbery-artikelen waren ze my nooit. Als ik me wel herinner, wordt er in den Havelaar ook over zuurkool gesproken. Staat ons nu daarom, ter karakterizeering van m'n arbeid, 'n verhandeling over 't inmaken te wachten?

Ik noemde zulke... vergissingen: onklassiek. Had ik moeten zeggen: onkatholisch? Het komt me namelyk voor dat er in dat alles gebrek is aan algemeenheid, aan breedte van opvatting.

Dit had ik den heer Post willen doen opmerken, als ik z'n stuk voor de uitgave gelezen had. En ik geloof dat-i myn raad zou gevolgd hebben. Vooral omdat de begane fout - ze is nietig op-zichzelf, en in hem zeer vergeeflyk! - my aanleiding geeft tot 'n aanmerking van meer gewicht op z'n geheelen brief. Ook daarin heeft hy zich, naar ik beweer: ‘vergist in de keus van 't onderwerp zyner belangstelling.’ En dit is tevens de reden waarom ik dien brief gebruikte als leiddraad tot de beschouwingen, waarmee ik m'n grieven tegen de Natie verbind aan m'n afkeer van zekere soorten van ‘Staatkunde.’


[1] Oppervlakkig zou men meenen dat de vermoedelyke maat van belangstelling, in evenredigheid staat met het belang van de zaak die zich ter behandeling voordoet. Toch is dit nooit of zeer zelden het geval.

Het is zelden het geval omdat - ook schuin gezet - gewoonlijk de gevoelens van de oordelende persoon het werkelijk belang van de zaak vrijwel volledig overschaduwen.


[2] De meeste Regeerders behoeven zich zooveel moeite niet te geven. Ook zonder de minste vernufts-inspanning van hun kant, kunnen zy zich verzekerd houden dat het Volk zich by-voorkeur bezig houdt met byzaken.

Ja, en dat is één van de minder wenselijke kanten van democratie: Het volk mag willen besturen, maar is daar gemiddeld niet toe in staat, zoals het is en tot nu altijd geweest is.


[3] Er blykt, meen ik, uit m'n werken niet hoe ik over duellen denk...
Dat ik ze niet onvoorwaardelyk af keur, wil ik wel erkennen.

M. verhaalde van zichzelf, sprekend van de tijd rond z'n 21ste jaar op Java, dat hij zijn sigaar zelfs niet uit liet gaan bij duellen, en schijnt toen herhaaldelijk op de sabel te zijn gegaan. Mij komt het voor als een domme en verwerpelijke methode om een conflict te beslechten, die feitelijk neer komt op het recht van de sterkste in een oppervlakkige vermomming.

In dit verband: Eén van de grote wiskundige genieën van de 19e eeuw, Evariste Galois, die ook een politieke radikaal was, werd jong vermoord via een duel, doordat hij uitgedaagd werd vanwege zijn politieke standpunten door een veel beter zwaardvechtmachine dan hij was.

Idee 1038.