Idee 1023.                                                


Ik blyf er by, dat het onnoodig is den heer Post, of wien ook, in deze kleine studie den weg te wyzen. Eén voorbeeldjen echter, dat me juist onder 't schryven van 't vorig nummer in 't oog viel, wil ik noemen. Het komt voor in 't verslag van de Kamerzitting, waarin Thorbecke's kappelmanisme: Kunst is geen Regeeringszaak, werd behandeld. [*] De heer Wintgens viel dit barbaarsch dogma hevig aan, en eindigde met het slagwoord: ‘als Kunst geen Regeeringszaak is, zouden we tot het besluit komen dat Regeeren geen kunst is.’ [1]

Ik verzoek den lezer m'n Idee 459 opteslaan, liefst in den laatsten druk met noten, en durf vragen of er niet iets... Bogowontisch ligt - op de piëteit na! - in dat verzwygen van m'n naam by 't letterlyk aanhalen van myn woorden? De Franschen noemen dit démarquer le linge d'autrui. [**]

Welnu, gierig ben ik niet. M'n middelen veroorlooven my, als Boaz, 'n oog te sluiten voor 't sprokkelen op myn akker. Doch ik vraag of 't Ruth mooi staat, zich aantestellen of ze den eigenaar niet kende? Daarop komt hier de zaak neer. En gedeeltelyk om-haarzelfs-wille maak ik deze opmerking. 't Zou me smarten als ze - overigens 'n goed werk doende - 'n gek figuur maakte by haar gespelen en de omstanders, die toch weten op welk veld de halmen werden gegaard, waarmee ze Naomi in 't leven hield. Dergelyke voorbeelden nu komen my elken dag onder de oogen. Zelden slechts - gelyk nu-en-dan, byv. in de noten op de laatste uitgave - maak ik daarop uitdrukkelyk opmerkzaam.

Zyn ze den heer Post niet in 't oog gevallen? Dit kan ik niet gelooven: ça saute aux yeux!

Hoe is 't dan mogelyk - tenzy men aanneme dat nooit eenige Natie iemand gekend heeft - te beweren dat de Natie my niet kennen zou?

[*] Noot van 1873. In die zitting werden zes of zeven muzen mir nichts dir nichts doodgezwegen. De heeren schenen in zake: Kunst, niet veel anders te kennen dan schilderen en muziek.

[**] Noot van 1874. Zie hierover de toelichting op blz. 64 van bundel V, oktavo uitgaaf.


[1] Het komt voor in 't verslag van de Kamerzitting, waarin Thorbecke's kappelmanisme: Kunst is geen Regeeringszaak, werd behandeld. [*] De heer Wintgens viel dit barbaarsch dogma hevig aan, en eindigde met het slagwoord: ‘als Kunst geen Regeeringszaak is, zouden we tot het besluit komen dat Regeeren geen kunst is.’ 

Wintgens was een langjarig kamerlid voor de conservatieven dat tussen 1862 en 1873 herhaaldelijk met Multatuli brieven wisselde. De suggestie van plagiaat die M. in dit idee doet trok hij terug in de volgende bundel, zoals hij aangeeft bij [**].

Voor de regering en de kunst zie 459, waaronder ik ook mijn eigen commentaar geef op de geciteerde Thorbeckiaanse mening.

Idee 1023.