Idee 1015.                                                


Anders
. [1] Pers, Volksvertegenwoordiging en Regeering gaven alzoo door woord en daad blyk my wèl te ‘kennen.’ 

Welnu, ze bewezen dit tevens op 'n geheel andere manier, en wel door zwygen en onthouding. Door 'n zwygen dat luider sprak dan 't schelste woord. Door 'n onthouding die alle daden te-boven ging in werking.

Een-en-ander bestond in de wanhopige poging, my voor onbekend te doen doorgaan!

Het verwondert me van den heer Post, dat-i niet juist hieruit de slotsom trok dat ik wèl - en zéér! - bekend was by de Natie, zóó bekend zelfs dat het noemen van m'n naam angstig vermeden werd. Mocht ik er eenmaal toe komen, de geschiedenis van m'n klein stukje litterarische loopbaan te schryven - 'n byzaak in m'n leven! - [2] dan zou men misschien verbaasd staan by 't schetsen van de kracht der schynbaar onnoozele middelen waarmede ‘men’ - mag ik hier alweer niet zeggen: de Natie! - my trachtte te smoren. Niemand is minder geschikt dan m'n tegenwoordige opponent, om hiervan iets te begrypen. Hy geeft - in en door z'n brief zelf! - het bewys dat-i die middelen niet kent. Ze zyn dan ook beneden den dommen jongen die nog geen anderen weg schynt te kennen dan den rechten!  

En hier ben ik genaderd tot eenige verklaring der zinsnede waarin ik hem prees over gebrek aan ‘school’ en aan ‘ondervinding.’

Post valt my aan, niet waar? Ik heb vyanden, tegenstanders, niet waar? Het moet dien vyand aangenaam zyn, niet waar, dat iemand my aanvalt, en nogal bar?

Mis! Glad mis!

Onder byna allen aan wien Post z'n stuk zou kunnen vertoond hebben om raad te vragen over 't al of niet uitgeven, zou ik misschien de eenige geweest zyn die gezegd had: wel zeker, laat dat drukken! [3]

Die anderen? Ze zouden hem gevraagd hebben, of hy dan de eenige vreemdeling was te Jeruzalem? De eenige die 't consigne niet kende? En dan zou hem, uit den prys die er gesteld werd op m'n voortdurende onbekendheid, gebleken zyn hoe bekend ik was!

Post is 'n enfant terrible. Hyzelf wist dit natuurlyk niet. Maar ik ontdekte het terstond, en gedeeltelyk hieruit sproot m'n ingenomenheid voort.

Heeft-i fouten begaan? Ach, daarvoor zal hy wel gestraft worden door de velen die 't niet gaarne zagen dat-i juist dóór z'n aanval my de gelegenheid gaf tot verantwoording. En dit is dan ook de reden dat ik zoo uitvoerig ben. Het schryven van den vurigen discipel dient me tot tekst voor 'n soort van afrekening met... de Natie!

De voorbeelden van dat stelselmatig ignoreeren zyn talloos, en loopen in 't koddige. Ik ken schryvers die by 't leveren van stukken in tydschriften of couranten, geen vryheid hebben myn naam te noemen. Men mag, om 'n dorre fraze wat optesmukken, zich beroepen op den beroemden A, op den uitstekenden B, op den ‘gevierden’ C - hoe ònberoemder, hoe ònuitstekender, hoe òngevierder, hoe liever! - maar... 't woord Multatuli is in den ban als taboe op Otaheiti, afschrikkend-heilig als de naam van den joodschen Jehovah, gevreesd als 'n: gott-sei-bei-uns, of geschuwd als vuiligheid.

Al deze vergelykingen gaan mank, en ik haalde ze dan ook maar aan, om dit te doen in 't oog vallen. De oorzaak ligt eenvoudig hierin, dat velen er belang by hebben my niet op den voorgrond te zien. Ik kan dit party-trekken voor achtergronden nu juist zoo heel vreemd niet vinden, maar vraag of deze algemeene zucht om my te verdringen, te rymen is met onbekendheid?

Sprekend zwygen! Verbeeld u 'n verhandeling te lezen over den geschiktsten afvoer en 't best gebruik van meststoffen - een van de meest belangryke onderwerpen der Volkshuishoudkunde! - welken indruk zou het op u maken, daarin den naam van den heer Liernur niet aantetreffen? Zou zoodanig zwygen toevallig kunnen zyn? Immers neen. Wie de reiniging der stallen van Augias beschryft, zou wel verplicht wezen, Herkules te noemen, in de eerste plaats: Herkules, telkens Herkules! Waar dit nu gedurig wordt vermeden... één keer... drie keer... honderd keer... altyd, hebben wy 't recht tot de meening - neen, we zyn logisch verplicht te meenen - niet dat Liernur en Herkules onbekend zyn, maar: dat er redenen bestaan om deze beide schoonvegers te beknibbelen in de bekendheid die juist dóór dat opzettelyk zwygen erkend wordt.

By-wyze van spreken neem ik geen dagblad op, geen tydschrift, geen verslag van publieke voordrachten, geen compte-rendu van 'n Kamerzitting, waarin niet myn naam uitdrukkelyk wordt... verzwegen. Ik geef geen voorbeelden, omdat er te veel zyn. Mocht de heer Post zelf dit niet hebben opgemerkt, hy zegge 't my, dan zàl ik ze geven.

Dit wringen en draaien om zich aantestellen alsof men my niet kende, loopt vaak in 't koddige, en geeft aanleiding tot zonderlinge lapsus in de polemiek...

Ge vergunt me wel, mezelf eens in de reden te vallen, niet waar? Ik heb 'n kleine geschiedenis te verhalen... 'n bydrage tot Geschiedenis misschien.


[1] Anders.

Zie 1013.


[2] Mocht ik er eenmaal toe komen, de geschiedenis van m'n klein stukje litterarische loopbaan te schryven - 'n byzaak in m'n leven! -

M. deed dat niet, en het is - dus? - ondertussen een feit geworden dat een 'byzaak' in zijn leven in zekere zin hoofdzaak is geworden. Toch is het ook interessant en relevant op te merken dat de VW bestaan uit 25 delen, waarvan de eerste 7 Multatuli's uitgegeven werk bevatten, in een gruwelijk slechte uitgave, en de overige 18 bestaan uit 'brieven en documenten' van en over Multatuli.

Ik merk nog maar eens op dat de studie van de geschiedenis van de 19e eeuw in Nederland zeer gediend zou zijn bij CD-s met de tekst van deze delen 8 t/m 25 van de VW, in het bijzonder wanneer deze vergezeld zouden gaan van veel achtergrond-informatie als statistieken, fotoos van tijdgenoten en andere toen bestaande dingen, en reproducties van kranten-artikelen uit die tijd.


[3] Onder byna allen aan wien Post z'n stuk zou kunnen vertoond hebben om raad te vragen over 't al of niet uitgeven, zou ik misschien de eenige geweest zyn die gezegd had: wel zeker, laat dat drukken!

Dit betwijfel ik zeer. Ik vermoed dat hij onder moderne dominées geroemd werd als de enige die Multatuli publiek durfde tegen te spreken. Zie mijn commentaren bij 996.

Idee 1015.