Idee 1002.                                                


Ik ben geen genie! 't Is me onmogelyk my te vereenzelvigen met de personen die daarvoor worden gehouden in Geschiedenis en Maatschappy. [1]

Het laatste 't eerst. Dagelyks vernemen wy dat er genien opstonden, in vakken waarin naar myn inzien geen genie kan worden te-pas gebracht, tenzy we dit woord opvatten in den hoogsteenvoudigen zin van meer of min uitstekendheid. [2] Dat het ook dn nog dikwyls zeer slordig gebruikt wordt, spreekt vanzelf. Voorloopig ben ik met deze beteekenis niet tevreden, en zoek er meer achter, of althans wat anders.

Wat is, byv. 'n genie op de viool?

Volgens myn methode van analyzeeren (30) zouden er om zoo'n wezen voorttebrengen, noodig zyn:

331/3 deel Fingerfertigkeit. (IIb, bladz. 116)
331/3 deel maatvastheid.
331/3 deel zenuwachtigheid.

summa 100 deelen, die de gevraagde eenheid: genie, schynen opteleveren. [3] Ik sla hier 't geduld over, omdat deze hoedanigheid eens-voor-al tot het bereiken van lle uitstekendheid, en zelfs van minder dan dit, onmisbaar is. Straks zal men zien dat ik juist aan dit ingredient zeer hooge waarde hecht: nil sine Labore, en zelfs: sine Dolore nihil! Alweer beroep ik my op
30 en 57[4]

Kan men 'n genie zyn in koken, bakken, braden, stoven, roosteren? In 't kleermaken? In kaatsen, kolven, koteren, knikkeren? Zoo neen, waarom wl in sterrekunde, in anatomie, in mathezis, in fysica, in filologie, en zelfs - ik meen zoo, en 't klinkt zoo gek niet! - in godskennis? [5]

Wie hierop 'n antwoord zoekt, wordt vanzelf gedrongen op het terrein van bepalen. Natuurlyk. Hy moet in 't begrip: genie, eigenschappen vinden die wl van toepassing zyn op al die wetenschappen, en niet op 't beoefenen van kookkunst, kleermaken, enz.

Hier zou dus moeten volgen, wat is 'n genie?

Misschien zelfs had ik met deze vraag moeten beginnen. Maar ik vermeed dit omdat ik hoopte onder 't schryven 'n voldoend antwoord te vinden. Want, lezer, ik weet het niet. [6]

Bovendien, ik was slechts van voornemen aantetoonen dat ik geen genie ben, en te verzekeren dat ik niet verkies daarvoor gehouden te worden. [7] Deze tegenzin spruit gedeeltelyk voort uit angst voor de broederschap die ik me op den hals halen zou, gedeeltelyk uit geoorloofde zorg voor m'n belang, gelyk ik straks zal aantoonen. Intusschen zoek ik in 't spraakgebruik naar opheldering van de ware beteekenis dier uitdrukking. Ik bemerk dat er trappen of graden worden aangenomen. Er schynt, byv. verschil te zyn tusschen een genie, en iemand dien men toetakelt met het praedikaat: geniaal. Deze twee dingen staan, naar ik meen te bemerken, zoo ongeveer tot elkander als leeuwen tot eikenkroonen. En ook bestaan er in genialiteit graden die ik nooit heb opgemerkt by genien kort-af. De laatsten schynen zich als Grandes van Spanje met niets dan eerste klasse optehouden, terwyl de eikenkronen verdeeld zyn in ridder: geniaal, officier: zeer geniaal, en grootkruis: hoogst geniaal. Dit alles bewyst... och neen, ik heb niets bewezen. Ik zoek nog altyd. Ik zal nu dezen of genen belasten met het opmaken van 'n lyst der personen die sedert 'n twintigtal jaren door de publieke opinie tot genie geslagen of van genialiteit beticht zyn, om zoo mogelyk daaruit wat licht te ontvangen.

Intusschen wend ik het oog op de Geschiedenis. Ook daar verlies ik my in dezelfde onzekerheid. Was, byv. Napoleon 'n genie? Zoo ja, wat had-i gemeen met... Klopstock, met Alcibiades, Tyl Uilenspiegel en Columbus? Of waren deze personen gn genien?

Is er tot voldragenheid van 't genie, 'n element van smart en miskenning noodig? Salomon de Caus? Galile? Huss? Ook dit kan 't onderscheidend kenmerk niet zyn. Napoleon werd 'n genie genoemd, lang vr - en later byna ondanks - St. Helena. [8]

En alweer verzoek ik dezen of genen die meer tyd heeft dan ik, 'n lyst te maken van de velen die door de Historie tot genien gestempeld werden. De voornaamste eigenschap die zy allen gemeen hebben, zal 't kriterium zyn waarnaar we ons richten moeten.

Maar, helaas, ook die Historie is geschreven door menschen.

Ik las onlangs in 'n amsterdamsche courant, dat zeker industrieel z'n ververschings-inrichting in de gunst van 't Publiek aanbeval met de verzekering: dat men daar 'n mollig glas bier krygen kon. Ik geloof 't wel, maar eilieve, in dezelfde bladen lees ik telkens van allerlei genialiteit. En de deftige Geschiedenis heeft veel familie-gelykheid met dien molligen bierverkooper en die genialige couranten. Wat zy me trachten te verkoopen voor deugd, moed, vaderlandsliefde, eer, staatkunde, enz. komt me dikwyls even onbegrypelyk voor, als de zeer byzondere eigenschap van dat bier. [9] Men zou wel-is-waar in verzoeking komen zich daaruit 'n paar kuiten te laten vervaardigen, maar overigens vind ik 't niet zeer geschikt om iemand die onze taal niet kende, begrypelyk te maken wat wy onder 't woord mollig verstaan.

Dergelyke... licentie vinden wy overal, zeer ten-nadeele van den arme die er belang in stelt met eenige juistheid te weten wat men eigenlyk bedoelt. Die bierman levert maar 'n flauw afschynsel van de woordenruitery die we dagelyks in Arnhemmers en andere kranten te zien krygen, byv. over zedelykheid, kunst, letterkunde, schilderyen en muziek...

Ook van genien in deze vakken, bestel ik 'n lystje.

En... al die gegevens by elkander leggende, zal men waarschynlyk ontwaren dat de Geschiedenis even weinig licht geeft over den zin dien zy aan zekere woorden wil gehecht zien, als zekere kunstbeschouwers.

A d'autre dus! Al voortgaande met niet weten, zal ik eindelyk iets te weten komen. Zouden we 't woord etymologisch behooren te verklaren?

Neen, zeker niet!

In de eerste plaats blykt er, juist door 't heterogeen gebruik, dat men zich noch in maatschappelyken, noch in geschiedkundigen zin, aan de etymologie gehouden heeft. En verba valent usu. Waar de oorspronkelyke beteekenis slechts een is, en de toepassing oneindig verschillend, blykt er dat die beteekenis niet meer mag geraadpleegd worden. 't Zou zyn alsof we iemand die weten wilde wat infanterie was, naar 't oudlatynsche fari verwezen. De meening alzoo, dat het eigenaardige der soort van uitstekendheid die men genie noemt, hierin zou bestaan dat ze aangeboren is, en niet door inspanning verkregen werd, helpt ons in dit onderzoek alweer niet op den goeden weg. [10]

En de etymologische afleiding baat ons vervolgens ook hierom niet, wyl ze iets dat voor zeer uitstekend zou moeten doorgaan, verlaagt tot beneden 't allergewoonste. Wie 't woord genie stipt etymologisch opvat, stelt de Napoleons, de... Klopstocks, Homerussen en Columben beneden 'n zwaluw niet alleen, maar beneden lle zwaluwen, beneden lle dieren, beneden den poliep. We zouden dan, wy menschen, ons verhoovaardigen op aangeboren gaven, op iets alzoo dat onder mosselen en oesters geen onderscheiding wordt waardig gekeurd.

Ziedaar de reden waarom ik spoediger gereed was met m'n protest dan met m'n definitie. 1k zei dat er belang in 't spel was. Wel zeker! Ik arbeid sedert lange jaren zoo hard ik kan. Met groote inspanning maakte ik my 'n klein deel eigen van de bekwaamheid die ik om veel redenen volstrekt noodig heb. Mag men nu my den prys voor 't - zeer onvolledig! - slagen onthouden, op-grond van de beschuldiging dat m'n werk me niets kost? Dat ik geboren ben met het weinige waarvan ik me meester maakte door moeielyken stryd? Dat ik dus geen ander loon verdien dan 't dier dat z'n gaven ten-geschenke kreeg van de Natuur? [11] Merci!

Ik heb zwaar gewerkt, en bedank er hartelyk voor, alle aanspraak op erkenning daarvan optegeven, omdat men zich nu eenmaal - zuinigheidshalve? - in 't hoofd heeft gezet my uittemaken voor 'n tweebeenig instinkt.


[1] Ik ben geen genie! 't Is me onmogelyk my te vereenzelvigen met de personen die daarvoor worden gehouden in Geschiedenis en Maatschappy.

We zijn gearriveerd bij een enigszins paradoxaal idee, en dat vooral omdat Multatuli zelf redelijk wat moeite had gedaan om zichzelf voor genie aangezien te krijgen, en daarin behoorlijk geslaagd was.

Ikzelf ben erop ingegaan onder 74, 75, en in het bijzonder 77, waaruit ik mezelf hier citeer:

Wat is een genie?

Kortweg, iemand die excelleert in het bedenken van nieuwe ideen en formuleringen, in die mate dat z'n excellentie daarin - of dat nu talig is, als met Shakespeare, tekenend is, als met Da Vinci, beeldend is, als met Michel Angelo, wiskundig is, als met Newton, Euler en Gauss, of muzikaal, als met Mozart en Beethoven - voor de zeer grote meerderheid van wie enigermate bevoegd is tot oordelen zeer evident is.

Er is ongetwijfeld meer over te zeggen, maar het dunkt me helderder dan wat M. erover zei en in dit idee zegt.

De lezer moet echter bedenken dat de paradox gewild is, en dat waar M. feitelijk tegen protesteert niet zijn toen in Nederland vrij algemeen veronderstelde genialiteit is (die gewoonlijk niet betwijfeld werd, ook niet door wie het geheel niet met hem eens was - immers: Hij schreef evident zoveel beter dan anderen, wat men ook van hem of z'n standpunten vond), maar tegen wat men onder 'genie' pleegde te verstn. En wat M. vooral tegenstond daarin was de mening dat genie aangeboren zou zijn, zoals uit de rest van dit Idee blijkt.

Wat betreft de paradox die M. opvoert over zijn genie-zijn of niet is hier een relevant citaat van hem uit een brief van hem uit 1863 aan Mimi dat zijn chte idee hierover veel beter uitdrukt dan dit publiek gedrukte idee 1002:

Op mijn 22e jaar beloofde ik myzelf - 't klinkt gek, dat weet ik, maar ik wil je de waarheid geven - ik beloofde myzelf een genie te zyn, die alles wist, alles begreep, alles kon, en nu nog wanneer ik myzelf betrap op niet kennen of kunnen, komt het me meer voor als moedwillige woordbreuk, dan als ongewilde en betreurde zwakte. (Wat het dan toch vaak is, helaas, vooral in 't dagelykse.) (VW XI, p. 181)

Dit is echt een misvatting: Zo iemand bestaat niet en kan niet bestaan als mens. Ikzelf heb mijn mening gegeven over M.'s genie-zijn in 77 en over deze misvatting over zichzelf - Omdat hij zo bijzonder goed kon schrijven zou hij ook moeten uitblinken in andere zaken, zoals politiek, wiskunde en filosofie - in 957, waar ook een heel relevant Hazlitt-citaat wordt gegeven, dat zich laat samenvatten als: Alle menselijke excellentie is partieel, en geen enkel mens excelleert in de meeste of in vele opzichten waarin mensen kunnen excelleren.


[2] Dagelyks vernemen wy dat er genien opstonden, in vakken waarin naar myn inzien geen genie kan worden te-pas gebracht, tenzy we dit woord opvatten in den hoogsteenvoudigen zin van meer of min uitstekendheid.

Dit is nog steeds zo in de media. Er zijn nu, volgens de media, 'geniale' koks, voetballers, popzangers, acteurs etc. en inderdaad is het beste 'bewijs' voor hun veronderstelde genialiteit hun bekendheid. Wie probeert duidelijk te krijgen wat hun individuele bijzondere vermogens zouden zijn vindt weinig of niets bijzonders, behoudens wellicht een speciaal vermogen hun publiek te plezieren of erbij in de smaak te vallen.


[3] Wat is, byv. 'n genie op de viool?
Volgens myn methode van analyzeeren (30) zouden er om zoo'n wezen voorttebrengen, noodig zyn:
331/3 deel Fingerfertigkeit. (IIb, bladz. 116)
331/3 deel maatvastheid.
331/3 deel zenuwachtigheid.
summa 100 deelen, die de gevraagde eenheid: genie, schynen opteleveren.

Ik betwijfel of M. dit zelf serieus nam. Ikzelf doe dat in ieder geval niet, want het is geen goede analyse van wat een violist tot een groot violist maakt. Dergelijke mensen bestaan - Haifetz, Oistrach, Menuhin - en ze hebben ongetwijfeld iets dat andere goede violisten niet of niet in dezelfde mate hebben.

Of dat iets terecht met 'genialiteit' aangeduid wordt is natuurlijk de vraag, ook van Multatuli, en hier neig ik het met zijn gesuggereerd 'Nee' eens te zijn.

Mijn reden is niet dat een groot violist iets kan wat ikzelf ook kan, of wat de meeste mensen ook kunnen, of zelfs iets dat de meeste goede violisten kunnen, want gn van deze beweringen is waar. Bijvoorbeeld: Uit mijzelf zou in geen 1000 jaar ook maar een redelijke violist gemaakt kunnen worden, omdat ik de daarvoor nodige talenten geheel niet meegekregen heb, en geen hoeveelheid onderwijs ze mij kan bijbrengen - en dat is, hoewel niet in dezelfde mate, het tekort van iedereen die geen groot violist kan zijn.

Mijn reden grote violisten niet per se voor grote genien te houden is vooral dat het uitvoerende en geen scheppende kunstenaars zijn: Ze voeren composities van anderen uit, weliswaar zo goed als vrijwel niemand kan, en met een muzikale begaafdheid die vrijwel niemand heeft, maar ook zonder zelf origineel te zijn in iets anders dan ondergeschikte details van uitvoering of interpretatie.

Kortom, zoals ik het woord 'genie' wens te begrijpen is een hoofonderdeel daarvan originaliteit. Een genie kan niet alleen iets van waarde opmerkelijk goed - hij brengt ook nieuwe dingen van waarde, en schept deze zelf, uit zichzelf en door eigen inspanning.


[4] nil sine Labore, en zelfs: sine Dolore nihil! Alweer beroep ik my op 30 en 57

Ik heb bij genoemde Ideen mijn voorbehoud aangegeven, dat ik hier verduidelijk met verwijzing naar Mozart: De zes-jarige Mozart was echt een bter musicus dan de meeste musici, en op basis van veel minder werk of pijn, en veel meer aangeboren talent.


[5] Kan men 'n genie zyn in koken, bakken, braden, stoven, roosteren? In 't kleermaken? In kaatsen, kolven, koteren, knikkeren? Zoo neen, waarom wl in sterrekunde, in anatomie, in mathezis, in fysica, in filologie, en zelfs - ik meen zoo, en 't klinkt zoo gek niet! - in godskennis?

Om de redenen aangegeven in [1] en [3]: Een genie - zoals ik de term wens te gebruiken - excelleert in het produceren van nieuwe ideen of formuleringen, en is origineel.


[6] Hier zou dus moeten volgen, wat is 'n genie?
Misschien zelfs had ik met deze vraag moeten beginnen. Maar ik vermeed dit omdat ik hoopte onder 't schryven 'n voldoend antwoord te vinden. Want, lezer, ik weet het niet.

Nu, ik meen het wel te weten. Waar M. gelijk in heeft is dat men niet ver komt in de richting van een bruikbare definitie als men probeert in iedereen die in de media voor 'genie' wordt uitgemaakt de gemeenschappelijke factor te vinden die hun genialiteit zou vormen of veroorzaken.


[7] Bovendien, ik was slechts van voornemen aantetoonen dat ik geen genie ben, en te verzekeren dat ik niet verkies daarvoor gehouden te worden.

Hier zijn we weer bij de paradox waar ik mee begon op te wijzen. We komen zometeen op M.'s feitelijke reden om, na tien jaar redelijk welbewust gecultiveerd genie-schap - dat M. trouwens ook hielp, zowel in eigen als andermans ogen, om z'n individueel afwijken op zoveel terreinen meer  acceptabel te maken volgens de redenering 'Hij mag vreemd zijn, maar dat komt omdat hij een genie is, weet je' - in dit idee te ontkennen dat hij een genie zou zijn. (Zie [1] voor wat M. werkelijk dacht.)


[8] Is er tot voldragenheid van 't genie, 'n element van smart en miskenning noodig? Salomon de Caus? Galile? Huss? Ook dit kan 't onderscheidend kenmerk niet zyn. Napoleon werd 'n genie genoemd, lang vr - en later byna ondanks - St. Helena.

M. was er lang van overtuigd dat Napoleon inderdaad een genie was, en dat M. zelf nogal wat van Napoleon weg had.


[9] En de deftige Geschiedenis heeft veel familie-gelykheid met dien molligen bierverkooper en die genialige couranten. Wat zy me trachten te verkoopen voor deugd, moed, vaderlandsliefde, eer, staatkunde, enz. komt me dikwyls even onbegrypelyk voor, als de zeer byzondere eigenschap van dat bier.

Ja, maar dit heeft alles van doen met de gewone verleugendheid en verslonsdheid van de begrippen in alledaags gebruik. 


[10] De meening alzoo, dat het eigenaardige der soort van uitstekendheid die men genie noemt, hierin zou bestaan dat ze aangeboren is, en niet door inspanning verkregen werd, helpt ons in dit onderzoek alweer niet op den goeden weg.

Nee, dat geloof ik nu juist niet. Integendeel: De enige redelijke verklaring waarom sommige mensen zo makkelijk en snel uitblinken in iets wat anderen veel moeite kost om enigermate dragelijk te kunnen - muziek, schaken, wiskunde, schilderen : Mozart, Morphy, Gauss, Drer - is dat ze geboren zijn met minstens n speciale gave die anderen niet of niet in dezelfde mate hebben, en waar bovendien snel duidelijk was dat ze deze gave in exceptionele mate hadden.

Een vraag die hier wel opgeworpen kan worden is hoe het dan met bezigheden zit waar gn evident talent voor bestaat dat zich snel laat herkennen, zoals voor muziek, schaken, wiskunde, en schilderen wl het geval is. Ik denk bijvoorbeeld aan natuurkunde, filosofie of geschiedenis, die allemaal in ieder geval diverse jaren bijzondere studie kosten om de noodzakelijke basiskennis te verwerven.

Toch lijkt het antwoord bij benadering hetzelfde, in ieder geval in de zin dat extreem talent zich ook daar gewoonlijk snel bewijst.


[11] Ik arbeid sedert lange jaren zoo hard ik kan. Met groote inspanning maakte ik my 'n klein deel eigen van de bekwaamheid die ik om veel redenen volstrekt noodig heb. Mag men nu my den prys voor 't - zeer onvolledig! - slagen onthouden, op-grond van de beschuldiging dat m'n werk me niets kost? Dat ik geboren ben met het weinige waarvan ik me meester maakte door moeielyken stryd? Dat ik dus geen ander loon verdien dan 't dier dat z'n gaven ten-geschenke kreeg van de Natuur?

Hier komt de aap uit de mouw en wordt de paradox overwegend verklaard: M. wilde niet dat men hem lof onthield volgens het redeneer-schema 'Als het dan aangeboren is wat je zo bijzonder maakt, dan is het geen verdienste van je'.

Maar M. redeneert in dit Idee niet erg goed, want hij zou minstens even goed hebben kunnen argumenteren dat hij weliswaar geboren was met een zeer bijzonder talent voor taal, maar dat het bekwamen en toepassen van dat talent zeer moeilijk en pijnlijk was geweest.

Daar komt bij dat M. vaak, konsekwent en meestal terecht redeneerde volgens het beginsel dat alle waar naar z'n prijs is op de maatschappelijke markt van goederen: Wat daar telt en in rekening kan worden gebracht als beloning is niet de moeite die het iemand gekost heeft om het te maken, maar hoe zeldzaam en hoe wenselijk voor anderen is wat hij gemaakt heeft.

Tenslotte: Zoals ik onder [1] uiteenzette meende M. werkelijk dat hij een genie was, en meen ik (zie 77 ) dat hij daarin gelijk had - maar niet zoals hij dat begreep, namelijk als iemand die lles exceptioneel goed zou kunnen, maar als iemand met een exceptioneel talent voor taal en met originele ideen, met een grote intelligentie, en met de moed zichzelf te zijn.

Idee 1002.