Vorstenschool 3.                                                


DERDE BEDRYF.
[1]

Tooneel: landelyke streek. Rechts 'n zeer geringe boerewoning, met uithangbord waarop 'n koe, en 't onderschrift: zoete en zure room. Links 'n prieel. Eenige herbergtafels en banken. Louise. Koningin-Moeder. De Walbourg. Boerevrouw. Lakei.

Louise tot den lakei.
- Het rytuig kan daarginder wachten.

Lakei af.

Hier
Is 't niet onaardig zitten... 'n prieeltje!
't Is kamperfoelie... geiteblaadjes. En...
Wat's dt? Een koe van Potter? Kom, mama...
Wat dunkt u van 'n schotel room?

Kon. Moed.
- My wel!

De Walbourg gaat het huisjen in, en komt weldra terug.

Louise, de banken in 't prieel reinigende. [2]
- Wat is dat alles stoffig in den zomer,
Zoo'n tafel en die banken... foei!

Men hoort den galm van 'n jachthoorn.

Kon. Moed.
- Wat's dt?
De jacht?

Louise.
- Wel zeker! Toet, toet, toet... 'n hoorn!

Kon. Moed.
- Ik wist niet dat het jachtdag was vandaag.

Louise.
- Ja toch! Z'n Majesteit reed uit...
Ik had
Zoo graag hem heden willen spreken, maar
Het kon niet... om de jacht! Nu, later dan!
't Is wel verdrietig, al die drukte! 'k Zie
Den Koning zelden: altyd wat! [3] En toch
Ik wou zoo gaarne hem...
Daar is de room!

Boerevr.
- Ja, room, juffrouwen, en 'n roompjen...

Louise.
- Is-i goed?

Boerevr.
- Niet om de dames te kleineeren, maar ik zeg:
'n Roompje als gy nog nooit gegeten hebt.
Die room is koningsroom.

Louise.
- Wel, inderdaad?
Dat treft!

Boerevr.
- Ik zeg je, koningsroom, juffrouw!
Want kyk, 't is 'n geschenk van onzen Koning!
We zyn maar arme lui, dat zie je wel,
En hadden maar n koe. Het beestje stierf,
En zie, de Koning...

Jachthoorn.

Hoor, daar is-i juist!
De Koning die veel jaagt in deze buurt,
Komt op 'n goeien dag, en hoort het...

Louise.
- George!

Boerevr.
- Ja, Koning George, zeker! Anders wie?
Hy hoort het, en den dag daarop...

Louise.
- Myn George!

Boerevr.
...zendt hy 'n koe... 'n prachtstuk van 'n koe!
En daarom zeg ik: koningsroom, juffrouw.

Louise wischt 'n traan af.

Wat scheelt die dame?

Louise.
- Niets... 'n duizeling.
Je hebt gelyk: die room is koninklyk!
En daarom... zie, hy brengt je zegen.

Boerevr.
- Goud?
Ik kan niet wisslen, dames.

Louise.
- Neen, o neen!
Behoud het als geschenk van onzen koning.

Boerevr.
- 't Is waarlyk al te veel! Ik dank u meer
Dan ik kan zeggen. [4]

Louise.
- En ook ik, ik dank
Je meer dan ik kan zeggen... voor je room!
Ga, ga nu, maak je kindren bly.

Boerevrouw af.

O, Moeder,
Dat deed myn George!

Kon. Moed.
- Ja, z'n hart is goed,
Wanneer maar niet... [5]

Louise.
- Z'n hart, z'n edel hart!

Von Schukenscheuer - jachtkostuum - met 'n papier en potlood in de hand, vertoonde zich sedert eenige oogenblikken op den achtergrond.

Vorigen in 't prieel. Von Schukenscheuer, langzaam en op z'n potlood bytend, naar den voorgrond tredende. Later Boerevrouw.

V.S.
- Fameus... dat is bepaald fameus! Laat zien:

Hy neemt plaats aan 'n tafel in 't midden van den voorgrond. De Boerevrouw komt uit haar huisje.

Drie snippen, twee patryzen en een hoen...
Twee hazen...

Boerevr.
- Wat 's er van je dienst, m'nheer?

V.S.
...of drie patryzen en zes hazen... dat
Klinkt beter nog... bepaald! Als ik maar wist
Hoe ik de zaak behoorlyk in zou kleeden?
Het is fameus!

Boerevr.
- Wat zal m'nheer gebruiken?

V.S.
...vyf snippen...

Boerevr.
- Gerstebier of zure melk?

V.S.
...tien hazen maken meer effekt...

Boerevr.
- M'nheer,
't Is hier 'n herreberg, en ik betaal
Patent en huur niet graag voor niemendal!

V.S.
- Ah zoo... 'n glas konjak!

Boerevrouw haalt de schouders op, en treedt blykbaar onvergenoegd haar huisjen in. Miralde vertoont zich op den achtergrond.

Twee herten dus,
En zeven hoenders... hei, Miralde, 'n oogenblik!

Vorigen in 't prieel. Von Schukenscheuer. Miralde, in jachtkostuum. Later Groomvan den Jonker.

V.S.
- Je bent nogal geleerd, niet waar? Ziehier.
En lees eens, of dat goed is voor 'n krant?

Mir. lezende.
Z'n Majesteit heeft op de jacht van-daag
Geschoten...'
- H? de Koning heeft geen schot
Gedaan.

V.S.
- Dat's juist de zaak! 't Is 'n fameus
Idee, dat my van-morgen in den zin kwam.
Er is 'n vakature by domeinen,
En ik, solliciteer al sedert lang.
Maar altyd is het voor de vrindjes, en
De neefjes met protektie, en de vleiers. [6]
En daarom... kyk, m'n knecht staat ginds gereed,
En 'k wil hem zenden naar de drukkery
Van 't advertentieblad: 'n hofbericht!
Als dan z'n Majesteit verneemt dat ik
Zoo vlug ben by-de-hand geweest... fameus!

Mir.
- Begrepen!

V.S.
- Ja, maar 't gaat zoo maklyk niet:
Dat redigeeren is 'n lastig werk! Ik wou
Je vragen of m'n styl...

Mir. hem 't papier willende teruggeven.
- O, onverbeterlyk!

V.S. Miralde terughoudende, die gaan wil.
- En nog iets! Er moet blyken wie...

Mir.
- Geraden heeft
Wat straks de Koning schieten zal, niet waar?

V.S.
- Precies! Dat is 't! Bepaald! Fameus... auf Ehre!
Wat raad je my, Miralde?

Mir. als peinzend het papier inziende.
- By domeinen?
De vakature is by domeinen, zeg je?

V.S.
- Ja.

Mir. hem 't papier teruggevende.

- Wel... schryf dan hazen en patryzen met 'n s,
Dat helpt je wis en zeker aan domeinen!

Miralde af.

V.S. schryvende.
- Tien herten, n patrys, zes snippen en
Een haas, H.a.a...s! Hei... pst... kom hier!

Groom binnen.

Ry ventre terre naar de drukkery,
En zeg dat ze vooral die s niet in
Een z verandren. 't Fyne zit 'm juist
In de s. H.a.a... s! Die s van haas
En van patrys ben ik. Maak dat je wegkomt,
En breng me hier rapport, verstaje? Voort!

Groom af.

't Is 'n fameus idee... bepaald fameus!

V.S. af. Vorigen in 't prieel. Allen bersten in lachen uit.

Louise.
- Nu, moeder, dt belooft wat voor domeinen!
Wat zeg je, Walbourg, is je hart nog vry?
Is 't niet geroerd door dt vernuft? Ha, ha,
De jonker bouwt z'n toekomst op den staart
Van 'n patrys... mama, mama, dat's lachen!

Kon. Moed.
- De man is gek!

Louise.
- Voor u en my... misschien!
De vraag blyft, of-i gek is voor domeinen?
En of we met ons lachen wl doen, moeder?

Kon. Moed.
- 't Is l te zot!

Louise.
- Dit schynt slechts ns zoo toe,
Omdat we hier 't verheven plan bespiedden.
Wy maakten kennis met het grandioos gewrocht,
Toen 't pas ter-wereld kwam, en in de wieg lag...
Men moet genien niet in luren zien!

Kon. Moed.
- 't Is l te zot!

Louise.
- Neen... al te treurig, moeder!
Ik weet niet of hy slagen zal, maar wl
Dat slagen dikwyls op zoo'n pogen volgt.

Kon. Moed.
- De Koning...

Louise.
- Zou die laffe zotterny
Verachten, moeder! Onze jonker vleit
Met meer succes de vleiers van den Koning.
Er is behoefte aan kankerend bederf,
En dit kan zoo'n hansworst hun levren. O,
Ze weten even goed als gy en ik,
Dat deze knaap 'n zotskap is, en toch,
Of juist daarom, zal hy z'n doel bereiken:
Men heeft hem noodig voor wat schaduw. Dat
Verhoogt de tint der middelmatigheid!
Wat is Van Huisde knap, en Hesselfeld,
En graaf Van Weert... by zlk 'n man gezien! [7]
Hoe... ginds en overal regeert de wet -
En 'k noem die wet 'n weldaad, moeder! - dat
De mensch z'n brood zal eten in het zweet
Zyns aanschyns... [8] en zoo'n jonker repoussoir
Teert schaamtloos op het patrimonium
Der zotterny? En greintje minder dwaasheid,
En die kwajongen was onbruikbaar... zelfs
Aan 't hof! Toch wyt ik 't hm niet, hem alln niet!
Of liever: hem vooral het mst niet, moeder!
Hen klaag ik aan, die zulk 'n toestand schoren,
Hen die ten-schild voor eigen nietigheid,
Behoefte hebben aan verrotting van de rest!

Kon. Moed.
- Maar waarschuw dan den Koning. 't Is uw plicht! [9]

Louise.
- Juist, moeder, 't is m'n plicht! En 'k zl het doen!
Maar sedert lang...
Kom, Walbourg, lees iets voor,
Iets vroolyks... als mama het toestaat?

Kon. Moed.
- Zeker!

De Walb.
- 'k Heb hier den Don Quichot...

Louise.
- Neen, heden niet!

Kon. Moed.
- 't Is toch van-ouds uw lievlingsboek, Louise. [10]

Louise.
- O, zeker! Maar... vandaag te treurig, moeder!
De Walbourg is ondeugend: klinkt het niet
Als... Donna Lodovica de la Mancha?
Nu, nu, word niet verlegen, 't is maar scherts.

De Walb.
- De Jobsiade? [11]

Louise.
- Goed! Van meester Jobs!
Dat's 'n fameus idee... bepaald... auf Ehre!

Van Huisde en Miralde vertoonen zich op den achtergrond.

Sjt... weer bezoek! Het schynt wel of het hof
Zich rendez-vous geeft by de kamperfoelie...

Kon. Moed.
- Het is van Huisde...

De Walb.
- Met Miralde.

Louise.
- Ja.
Ze maken nieuwe kaarten van Europa:
Laat nu de Kabinetten vast staan... hu!

v. Huisde en Miralde komen gearmd op. [12] De Vorigen in 't prieel. Miralde. Van Huisde in jachtkostuum.

Mir.
- Ik blyf er by, van Weert is impossibel.
De zaak was al te duidlyk, Huisde!

V. Huisde.
- Hm!
Je noemt 'n woord, dat voor den diplomaat
Geen zin heeft, dan den zin die hem behaagt.
Wie je impossibel noemt, kan mooglyk worden,
Ja... gratus, gratior, gratissimus!
't Is waar, wat eenmaal vallen moet, zl vallen,
En licht komt ook de tyd, dat onze Weert...
Maar zoo ver zyn we niet. Ik zeg je dan...
Ten-eerste - luister goed! - quod latet, licet!

Mir.
- Dat's geen moraal! [13]

V. Huisde.
- Moraal... direkt juist niet,
Maar... diplomatic gesproken...

Mir.
- Indirekt?

V. Huisde.
- Dit kan wel wezen... indirekt alzoo!
We kunnen hem vooreerst niet missen. Hy
Heeft veel verwanten in den Oosthoek, en
Beheerscht de stemming in 'n tal distrikten.
Doch bovenal, hy is 'n grondbezitter
Van d' eersten rang... dt is de hoofdzaak hier!
Herziening van 't kadaster zou fataal zyn...
Waar moet het heen, als dat herzien wordt, h?

Louise, met gesmoorde stem.
- Ja, waar moet alles heen als dt herzien wordt!

Mir.
- Ikzelf heb land, maar zie niet in, dat juist
Van Weert alleen die zaak verhindren zou.
En bovendien, als 't recht is...

Van Huisde.
- Recht, recht, recht...
Dat's juist m'n vak, Miralde! Noem je 't recht,
Den grond van 't dierbaar vaderland te drukken
Met hooge lasten? Is dat recht?

Mir.
- En als
De graaf Van Weert nu valt, zou dan 't kadaster
Terstond...

V. Huisde.
- Dat is 'n zaak van later zorg...
Zoolang-i staat, blyft alles by het oude.
Ziedaar 'n zekerheid die 'k voor de kans
Van wat er volgen kn, niet ruilen wil. [14]
Wy offren dus Van Weert niet op, Miralde!

Mir.
- Het zal wel moeten, na 't gebeurde.

V. Huisde.
- Neen!

Mir.
- De koning was als razend...

V. Huisde.
- Er zyn middlen!
En 'k heb reeds voor myn deel...

Mir.
- Ik zie niet in,
Hoe je ongedaan kunt maken wat geschied is?

V. Huisde.
- Hm... ongedaan? Dit is nu juist hier de eisch niet!
Het feit is feit, en heeft z'n plaats veroverd
In 't groot register van de werklykheid...
Het blyft in petto, en kan later dienen!
Maar niet zoo onaantastbaar objektief -
Ik spreek nu van d' urgenten kant der zaak -
Is 't oogpunt waaruit men 'n feit beschouwt.

Mir.
- Maar... als zoo'n feit nu eenmaal vast staat? Hoe...

V. Huisde.
- Hm... vast? Doch stel eens dt het vast stond. Goed!
Dan blyft toch immer - let wel op, Miralde:
't Geldt hier 'n rechts-moyen van groot gewicht! -
Dan blyft ons immer nog... de interpretatie! [15]

Mir.
- De zaak was al te duidlyk! Hesselfeld...

V. Huisde.
- Heeft schyn van blyk geleverd, maar geen blyk.
't Verschil van blyk en schyn is vaak gering,
En duidlykheid 'n subjektief begrip.
Wat de een als duidlyk aanneemt, en gelooft,
Blyft dikwyls onbegrypelyk voor 'n ander. [16]
Vooral wanneer... door zekre kombinatie...

Mir.
- Maar onbegryplyk was 't den Koning niet!

V. Huisde.
- Dit's juist de vraag... de cardo quaestionis.
Wat gister helder was, of liever... scheen,
Is soms vandaag wat duister. En vooral,
Wanneer men... met beleid... ik deed het myne!
Laat ons de zaak korrekt beredeneeren:
Wat noem je luce clarius, in strikten zin?
Je ziet dat huis, die boomen?

Mir.
- Ja. Wat verder?

V. Huisde.
- Dat huis, die boomen, zyn je duidlyk?

Mir.
- Ja.

V. Huisde.
- Welnu, ik schuif m'n hand u voor het oog:
Wat duidelyk scheen, is aan uw blik onttogen.
Wat zie je nu? Myn hand!

Mir.
- Hoe hangt dit saam...

V. Huisde.
- Met onze zaak? Miralde, luister goed!
Men moet de dingen logisch onderscheiden,
En diplomatisch ziften. Met beleid
Maakt men 'n blyk tot schyn, en schyn tot blyk.
Het schynend, blyken, blykend schynend, blykt -
Mits met beleid te-werk gaand! - schyn. Neen... minder! [17]
Het blyft niet eenmaal schyn, want - met beleid
Altoos... let op! - verandert men het blyk
In 'n bewys... zie, z:

Hy strekt de hand voor Miralde's oogen uit.

van heel wat anders!
Men schuift - mits met beleid! - iets tusschen 't oog
En 't voorwerp dat zoo duidlyk scheen, Miralde...
En dit heb ik gedaan! Het zal gelukken,
Mits slechts Van Weert - hy is wat raide - niet
Door overdreven... hoe zal ik dat noemen?
Ge zyt met hem bevriend... zeg gy hem... dat...

Miralde en van Huisde af. Vorigen in 't prieel.

Louise.
- Men moet die zaken... logisch onderscheiden,
En... diplomatisch tusschenschuivend ziften!
Welnu, mama, wat zegt ge? Ha, ha, ha,
Dat is nog mooier dan patrys met s!

Kon. Moed.
- We kunnen onze Jobsiade missen!

Louise.
- Volkomen!

Kon. Moed.
- En Van Weert onmogelyk?
Wat of er weer gebeurd is?

Louise.
- Och... 'n motie,
Of zoo-iets! Wat gekibbel, kinderspel!
Een nieuwe goocheltoer met blyk en schyn,
Een logisch onderscheidend hofkabaaltje,
Een werelddeel-beroerend niemendal,
Wantrouwend votum, of 'n haas met s!
't Is alles n! Komiek en treurig, moeder!
Partyen en personen vr de zaken!
Een turksche wip: omhoog, omlaag, omhoog...
En dat heet politiek! [18]

Kon. Moed.
- De liberalen...

Louise.
- Ach, moeder, dat's 'n klank die veel bedierf!
Ikzelf ben liberaal, maar juist hierom [19]

* [Mag ik m'n oordeel niet aan banden leggen.
Wat gaven ze aan het Volk dat hen gelooft?
Een onbesuisd verlangen naar iets beters,
Maar 't middel niet, dat tot het betre leidt..
Ontkenning... zonder kennis! En voor 't mis-
bruik van den adel, misbruik zonder adel! [20]
Verwaand gekakel tegen allen die
Regeeren! Ieder weet wat noodig is,
En zou... en zou... en zou, maar niemand gunt
Aan wie geroepen is tot handlen, macht! 
Men wantrouwt elk gezag. Het moet geknot,
Besnoeid, verdeeld, beperkt, verlamd, gesmoord...
En als 't daar stuipend neerligt in den modder,
Dan vordert men van dat gezag, z'n heil:
Dit kn niet, moeder! Ik ben liberaal, [21]
God weet het! Maar juist uit vryzinnigheid]

Veracht ik dat modern partygeknoei.

Kon. Moed.
- Men moet toch kiezen, kind!

Louise.
- Dit's niet gezegd!
Ik zoek de waarheid op 'n andren weg.
Wat heden liberaal heet, zal weldra -
En 'k spreek nu van de oprechten slechts, mama! -
Behooren tot den oude-pruikentyd.
En wat konservatief genoemd wordt, was
Nog kort geleden, ultra-radikaal.

Het schermen met die woorden baat niet veel... [22]

* [Niet hierin immers ligt de roeping van
Den wysgeer, van den staatsman, van den mensch!
De vraag zy niet, wat nieuw is, en wat oud?
Niet, of 'n denkbeeld pas-geknipt is voor
Het lyfje van de speelpop eener clique?
Niet, of 't behagen zal aan A en B?
Of 't sluiten zal in 't lystje van Y...Z?
De vraag zy, als Pilatus' vraag, wat wr is?
En meer nog: meent ge dat de woorden juist zyn,
Waarmee men 't goede en schoone in vakjes deelt,
Als schelpen in de kast van 'n muzeum? [23]
Neen, neen, z ingeworteld is 't onware, dat
De naam zelfs der partyen, leugen is. [24]
Wie zich vryzinnig noemt, en liberaal -
Omdat-i anders dwaalt dan grootpapa! -
Is, vaak - en niet als mensch alleen, maar ook
Juist in z'n zoogenaamde staatsmanskunst -
Zoo vastgeroest en stram, zoo onvryzinnig-
bekrompen en nliberaal... dat by
Den ramp der zaak, nog de ironie van 't woord
Haar bytend gif in de open wonde spuit,
En 't arme Volk, al dankend voor 't genot
Van 't liberalizeerend hongerlyden...
Met smart doet uitzien naar de rampen van
't Behoud.

Kon. Moed.
- Welnu, 't Behoud dan!

Louise.
- Ha, ha, ha!
Behouden? Konserveeren? Wat? Het oude?
Volstrekt niet! Ook dit woord is leugen. Nooit
Zag ik Behouders met 'n vygeblad
Gekleed, of... niet gekleed. Nooit met 'n pyl
Van vischgraat, zich het dejeuner verdienen. [25]
Ze dragen... zyden kousen, zwarten frak -
Niet eenmaal zelfs 'n punthoed meer! - en als
Er een Behouder opstond uit het graf,
Waarin hy sints 'n eeuw zich... konserveerde,
Hy zou zich ergren aan z'n afgevallen kleinzoon
Die toch in eigen oog behoudend bleef.

eenig zwygen.

Behouden? Wat? Wat wordt behouden? Niets!
Dan eigen geld en goed, als 't mooglyk is,
En wat vooroordeel tegen nieuwigheid.
Maar... niet te veel vooroordeel! Juist genoeg
Om, met vertoon van kwazi-deftigheid,
Te deelen in de winst die 't nieuwe geeft. [26]

Zaagt ge ooit Behouders tyding weigren, die
Gebracht was met den telegraaf? Of ooit,
Uit afschuw van den nieuwerwetschen stoom,
De vrouw van een konservatief aan 't spinwiel?
Behouden zy die zich Behouders noemen,
De fiere hoogheid van het voorgeslacht
Dat - heerschend, onderdrukkend, als ge wilt -
Zich 't lot van z'n vazallen - uit belang,
Het zy zoo!
* - aantrok? Is niet van de pest
Der middeleeuwsche menschenplagery,
Alleen behouden wat nog voordeel geeft,
De vruchten van den arbeid? Opgegeven,
Wat d'arbeid kon verzoeten: patronaat? [27]
Zoo is 't!

eenig zwygen.

Behouden, wat? Wat gistren was?
Een jaar terug? Een eeuw? Waar is de grens
Die oud van nieuw zou scheiden? Wat is oud?
Het bruidskleed myner moeder was eens nieuw...
Ik zou het nu niet dragen zonder spot.
De kolder van Gustaaf-Adolf is oud,
En zal wel nieuw geweest zyn in z'n tyd.
Was Alexander oud, de groote? Neen.
Hy vond z'n richting heel modern, en schold
Op de ouwerwetsche generalen van Philippus.
Hield het oude in Memphis op?
In Babylon of Thebe? By de pyramiden?
Dit kan niet zyn. By 't bouwen van die dingen,
Had elke dag 'n dag die gister was,
En elke slaaf die met de zweep tot spoed
Werd aangezet, 'n striem van vroeger zweepslag...
Herinn'ring aan den tyd vr d' eersten slag.
Of wilt ge verder nog teruggaan? Hoe ver?
Tot op de steenperiode? Verder nog?
Tot in den tyd der trage mastodonten?
Moet dan de mensch, om trouw te zyn aan 't oude,
Modellen zoeken in de tyden zonder mensch?

eenig zwyyen.

Behouden? Wie durft liegen van Behoud?
Waar is Assyrie? Waar, Rome? Waar, Carthago?
Waar, Charlemagne's reuzenryk? En waar,
De kleine hoogheid van Louis le... grand?
Weg, weg! De plaats is ingenomen door
Iets anders, dat op zyne beurt vergaat
Om andren efemren plaats te maken. [28]
Wie van Behoud spreekt, toone 'n zonnestraal
Van gister! En atoom dat onder 't noemen
Van 't woord slechts, niet millioenen maal
Zich huwde aan mede-atomen, echtbreuk pleegt,
En - in z'n ontrouw, ontrouw - 't nieuw verbond
Met eindloos overspel, als 't oude schendt.
Hy toone n zaak, n denkbeeld, n gedachte,
En indruk, n gevoel, dat is als 't was...
En zegge dan: ik ben Behouder. Eerder niet! [29]

eenig zwygen.

Wie kan ons zeggen, wat begin is? Welke stip
Van d' evenaar kan roemen: ik heb 't eerst
De zon gezien... by my begon de dag?
Wat is beginnen? Wat is einden? Niets!
Bewegen zal altyd, wat eens bewoog.
Bewegen, voortgaan - niet vooruitgaan immer! -
Is voorwaarde en bestemming van het zyn.
Bestaan is: anders worden. Elke terz
Van 'n sekonde draagt z'n navelmerk
Als wy. Wie 't loochent, zegge: ik had geen moeder! [30]

Kon. Moed. na eenig verlegen zwygen.
- Dit alles is wel zeer wysgeerig, kind,
Maar...

Louise.
- Raakt de politiek niet? O ho, ho,
Dat zou m'n vriend Van Weert bevallen, moeder!
Die heeren maken van de politiek,
Een vakje part... 'n privatieve jacht.
Ze spelen priestertje in den Isis-tempel,
Omhangen zich met 'n gewyden rok,
En pronken met 'n voorgewend mysterie...
Er is maar n mysterie, moeder: 'T Zyn! [31]
Dat mogen wy bespieden, bestudeeren,
Dat is ons: leven, roeping, voordeel, plicht!
En wat we vonden, hoort aan allen, past
Op alles, regelt alles! Zoudt ge meenen
Dat politiek beheerscht wordt door 'n wet
Van andre soort, dan die de plooien van
Uw kleed regeert, of dezen schotel room?

Kon. Moed. weifelend.
- De radikalen...

Louise.
- Zeker! Radikaal!
Wie zou niet wenschen al 't verkeerde in goed
Te zien veranderd: radikaal! O zeker!
De landman snoeit het onkruid niet, hy rukt
Het uit, met stam en wortel: radikaal!
Maar... ook dit woord veranderde van zin
Zy die zich radikalen noemen als
Party, de schreeuwers om verbetering
Van... weer en wind - weet ik het! - zy die eischen
Dat een Regeering zorgen zal dat twee
Maal twee gelyk aan vyf zal wezen, en
Dat ieder even groot - of klein! - zal zyn... [32]
Neen, moeder, neen! Dan kies ik graaf Van Weert!
Ook hy, de man van hooge politiek,
Van rticences en subtiliteiten,
Moog dan de werklykheid voorbyzien, en
Z'n wysbegeerte zoeken in niet-weten...
De vormen van z'n dwaasheid zyn me liever.
Gebrek aan kennis heerscht n hier n ginder,
Hier plomp en ruw zich openbarend, dr
Met meer dekorum. Als ik kiezen moest -
Maar, moeder, 'k hoop die keuze niet te doen! -
Dan koos ik de oude styve politiek,
Met ap- en dependentie van z'n vormen.

De domheid in 't latyn, in officieel
Kanselary-tenu, doet minder kwaad,
Dan als ze zich op straat en markt vertoont,
Het Volk daar van z'n werk houdt, en het bur-
gerrecht verovert in de huisgezinnen.
Een onbekwaam minister wordt vervangen -
Althans dit kn geschieden - wie vervangt
Het Volk, als dat bedorven is door cant?  [33]
De radikalen? 't Eerste wat ze doen -
Misschien het eenige ook! - is dat ze zich
Tot apen maken van hun tegenstanders.
Ze nemen de gewraakte feilen over,
Vertalen frak in kiel... en praten mee!
Zoo'n Kamer... raaskalt. Goed! Daar komt 'n klub
Aan 't Volk vertellen dt de Kamer raaskalt,
En geeft, tot stichting, 't voorbeeld by de les.
De menschen die den Staat regeeren, zyn -
En dit is treurig - dikwyls onbekwaam,
Doch hierin ligt geen testimonium
Van kunde, voor wie niet regeert. Ik eisch
Een blyk... neen, blykn... neen, bewyzen dat
Men recht tot spreken heeft [34], en dat men niet
In smalen, 't arbeidschuw pretext zoekt voor
Dagdievery. La critique est aise,
Et l'art... kritiek is zelf 'n kunst, en niet
De lichtste, al wordt ze druk beoefend... o!
Wie afkeurt, toone dat z'n oordeel ryp is,
Dat hy gewerkt heeft, en uit traagheid niet
Zich wydde aan 't hedendaagsche modevak,
Aan 't pis-aller der luiaards: oppozitie!
Ik ben aristokratisch, middeleeuwsch...

Kon. Moed.
- Hoe nu, Louise, gy? Nu dt's me nieuw! [35]

Louise.
- Aristokratisch, moeder... heidenmssig!
Ge schrikt er van, en Walbourg ook? Nu, hoor!
Ik ben dan middeleeuws-aristokratisch,
En vorder stamboom en kwartieren van
Den vreemdeling, die in klub of krant of Kamer
Z'n lans - 'n polsstok dikwyls! - vellen wil,
En zich daar opdringt als 'n ridder van
Den geest, en zonder hy te zyn, zich wy noemt! [36]
Ik zoek den naam der kombattanten in 't
Tournooiboek. En ik wil de sporen zien,
De gouden riddersporen, en ik vraag,
Ik, koningin van wapenen, waar die
Verdiend zyn? Welke hand den ridderslag
Gegeven heeft, en of die hand bevoegd was?

Ze berst in lachen uit.

Ik... koningin van wapenen! Mama,
't Is l te gek... ik heb nog niets gedaan,
En ben maar schildknaap! O...

Kon. Moed.
- De hand
Die u tot ridder slaat, moet forsch zyn, kind!

Louise.
- O, 't heeft nog tyd! Ik heb nog veel te doen!
M'n preuves zyn nog niet volkomen, maar...
Als slechts... z'n Majesteit... myn George...

Jachthoorn.

Hoor!]

Er moet gewerkt zyn, onderzocht... toet, toet!
Daar is de jacht weer, luister! Als wy eens
De roepstem van dien horen volgden, moeder?
Ik wou zoo gaarne George zien, en... spreken!

Onder 't weggaan.

En hem bedanken voor die koe, mama!

Allen af. Von Schukenscheuer. Daarna Boerevrouw en Groom.

V.S. rondziende.
- Wel, dat's fameus! Hei, heidaar!

Boerevr.
- Wat belieft?

V.S.
- M'n knecht? M'n knechtje? 'k Wou je vragen of
Je niet m'n knechtje hebt gezien?

Boerevr.
- M'nheer,
Ik ken je knechtje niet!

V.S.
- Wel, dat's fameus!
Ken jy m'n jockey niet, z'n ventje... blauw
Met zilver?

Boerevr.
- N, al was de man van blik,
En pimpelpaars...

V.S.
- Wel, dat's... hy zou me toch
Hier wachten voor je kroeg... daar is-i!

Groom binnen.

Wel?

Groom.
- M'nheer, ze zeien aan de drukkery...

V.S.
- Je hebt hun toch m'n s gewezen?

Groom.
- Ja.
Ze zeien dat ik juist 'n dag te laat kwam:
Het jachtbericht was gistren al gezet.
De Koning zal... de Koning zou... hy heeft...
De Koning schiet 'n wolf!

Boerevr., haar huisjen ingaande.
- En hy 'n bok!

V.S.
- Wel, sacrrre... saprrre... di... do... dat's fameus!
Wel sacre... di... wat zeg je, vlegel, h?
Wat zeg je? Gister? Wolf? Zeg, ben je mal?
Wat let me, jongen, of, ik... himmelwetter!
Jou luiaard! Gister zeg je? Wolf? Te laat?
Je hebt dus weer gereden als 'n kreeft,
Jou... hamlark! Wie kon gister weten... dat's
Verrrvl... oekt gemeen! Maak dat je wegkomt,
Of ik zal...

Groom af.

Von Schukenscheuer alleen. Hy loopt driftig heen-en-weer.
't Is om te sacrrre... di... donner...
Domeinen naar den duivel... gistren al!
'n Wolf! Dat's 'n gemmm... ne intrigue... gister!
'n Wolf... ik zal ze... himmeldonnerkreuz...
Ik zal ze...'n wolf! Het is weer voor de vrindjes,
En voor de neefjes met protektie, en de vleiers,
En de onderkruipers... sacrrre... himmelwetter!
Dat laat ik me niet doen! Ik zal ze toonen...
'n Wolf! Kreuzdonnersapperment... 'n wolf!
Dat's 'n vrrrvl... oekt gemeene streek! Ik zal...
Ik zal ze... neen! Ik zal... kreuzwetter... neen!
Ik zal... aaa...uf Ehre... neen! Ik zal... ik ga...
Auf Ehre... ja, bepaald! 'n Wolf! Ik ga
In de oppozitie, ja bepaald... auf Ehre!

Hy loopt woedend heen, doch keert terug.

Ik beppp...aald, auf Eeehre... in de oppozitie!

Weder loopt hy weg, doch keert op-eens terug, en blyft als vastgenageld in den rechterhoek op den voorgrond staan. De Koning - jachtkostuum - gaat langzaam en mymerend dwars over het tooneel. Von Schukenscheuer, als voren. De Koning.

Kon.
- Den nacht voor Donderdag, den tienden Mei...
Een, twee, drie, uur! [37]

Koning af.

Von Schukenscheuer alleen.
- Wat's dt? Wel, dat's fameus!
Daar broeit wat!

Hy staat eenige oogenblikken met den vinger tegen 't voorhoofd.

Sakkerloot! De Koningin...
De Koning... graaf Van Weert... nu ben ik klaar!
Zy moet me helpen, als ik waarschuw... ja!
Dat's 'n fameus idee! En lukt het niet...
Bepaald auf Ehre, dn in de oppozitie!


[1] DERDE BEDRYF.

Het derde bedrijf is weer anders van toon. Bedrijf 1 toonde de Koningin; bedrijf 2 de Koning en z'n ministers; dit bedrijf 3 behandelt vooral politici en politieke beginselen, met commentaar van Koningin Louise, die weer Multatuliaanse meningen in Multatuliaans taalgebruik ten beste geeft, deze keer over politieke stromingen.


[2] Louise, de banken in 't prieel reinigende.

Hier begrijpen we natuurlijk: O, ze is zo goed, onze Koningin Louise!


[3] 't Is wel verdrietig, al die drukte! 'k Zie
     Den Koning zelden: altyd wat!

Dit is feitelijk een deel van de intrige, zij het wat mal voor jonggehuwden.


[4] Boerevr.
    
- Goud?
    Ik kan niet wisslen, dames.
     Louise.
    
- Neen, o neen!
    Behoud het als geschenk van onzen koning.
     Boerevr.
    - 't Is waarlyk al te veel! Ik dank u meer
    Dan ik kan zeggen.

De meer cynische lezer mag denken dat een dergelijke boerevrouw in het echte leven zo'n koningin zal herkennen, maar wel hetzelfde spelletje zal spelen. Bovendien: Plotseling heeft Louise wel goudgeld terwijl ze het in het eerste bedrijf niet breed zei te hebben. "'t Kan verkeren".


[5]  O, Moeder,
      Dat deed myn George!
       Kon. Moed.
      
- Ja, z'n hart is goed,
     Wanneer maar niet...

Uit het vorig bedrijf kan de lezer wellicht opgemaakt hebben dat 't de Koning enigszins ontbreekt aan verstand, of in ieder geval aan zinnige ideen. Maar ja: Daarom schrf Multatuli dan ook z'n Vorstenschool, mag men aannemen.


[6] Er is 'n vakature by domeinen,
     En ik, solliciteer al sedert lang.
     Maar altyd is het voor de vrindjes, en
     De neefjes met protektie, en de vleiers.

Dit is ongetwijfeld politiek waar en waarachtig: Politici zitten in de politiek voor de baantjes, de macht en het aanzien, en de baantjes en de macht worden overwegend in 't geheim geregeld middels vriendjespolitiek. En dat is van alle tijden, plaatsen en politieke verhoudingen, net als de leugens van politici erover dat het anders zou zijn. In de moderne Nederpolitiek van rond 2005 is er geen politicus die zijn achterban niet bezweert hoezeer hij 'achterkamertjespolitiek' verfoeit, terwijl hij vrijwel niet anders doet, afgezien van met dit soort leugens voor publiek verschijnen, alsof-ie een hoer of pooier was die voortdurend het celibaat predikte.

Het zou ook veel minder erg zijn als men er eerlijker over was, omdat dan tenminste de vraag van de competentie min of meer eerlijk gesteld en behandeld zou kunnen worden la: "Goed - je wilt politieke macht en aanzien om er zelf beter van te worden, wat menselijk-al-te-menselijk is, maar ... je dient dit dan wil terug te betalen in competent en integer bestuur, voorzover menselijk mogelijk. Politieke ambitie mag, maar bestuurlijke competentie moet, net als verantwoordelijkheid n aansprakelijkheid."


[7] O,
     Ze weten even goed als gy en ik,
     Dat deze knaap 'n zotskap is, en toch,
     Of juist daarom, zal hy z'n doel bereiken:
     Men heeft hem noodig voor wat schaduw. Dat
     Verhoogt de tint der middelmatigheid!
     Wat is Van Huisde knap, en Hesselfeld,
     En graaf Van Weert... by zlk 'n man gezien!

Ja, zo werkt dat ook. Ik heb begrepen dat een deel van de popsterren in Japan, inclusief zij die topplaatsen halen, evident debiel zijn of goed kunnen doen alsof ze dat zijn, eenvoudig om het volk het voorrecht te geven zich verheven te voelen boven wier vermaaksdeuntjes ze kopen, ongeveer volgens het principe waarmee in het Westen fooien aan obers gegeven worden.


[8] Hoe... ginds en overal regeert de wet -
     En 'k noem die wet 'n weldaad, moeder! - dat
     De mensch z'n brood zal eten in het zweet
     Zyns aanschyns...

Uit de mond van een Koningin nogal vreemd, en weinig anders dan de aan koning Marie Antoinette van Frankrijk toegeschreven woorden "Als het volk dan geen brood heeft, laat ze cake eten!".


[9] Hen klaag ik aan, die zulk 'n toestand schoren,
     Hen die ten-schild voor eigen nietigheid,
     Behoefte hebben aan verrotting van de rest!
     Kon. Moed.
     - Maar waarschuw dan den Koning. 't Is uw plicht!

Dit is weer precies wat Multatuli deed o.a. met de Max Havelaar, maar ook met zijn verhandeling over Pruisen. Resultaat: Nihil.


[10] De Walb.
      - 'k Heb hier den Don Quichot...
      Louise.
      - Neen, heden niet!
      Kon. Moed.
      - 't Is toch van-ouds uw lievlingsboek, Louise.

Ook dit geldt voor Multatuli.


[11] De Walb.
       - De Jobsiade?

De vrijwel onverbeterlijke Multatuli-Encyclopedie licht ons voor dat dit een "komisch heldendicht van de Duitse volksdichter Karl Arnold Kortum (1745-1824) uit 1784" betreft en dat "In 1872 verscheen een door Wilhelm Busch verluchte uitgave van de Jobsiade." De laatste kende M. waarschijnlijk, en hij wist van Busch.


[12] v. Huisde en Miralde komen gearmd op.

Dit licht ik er allen uit om op te merken dat dit in de 19e eeuw, zeker in het begin daarvan, gebruikelijk was, om eventuele overvallers duidelijk te maken dat men met meerderen was. Er was toen immers geen politie.


[13] Ten-eerste - luister goed! - quod latet, licet!
       Mir.
       - Dat's geen moraal!

Nee, maar wel gewone praktijk dat wat bestaat toegestaan is, en overigens ook nogal in M.'s eigen lijn dat wat bestaat bestaan moet, vanwege de Noodzakelijkheid waar M. zo in geloofde, en ik niet, of toch alleen voor dode en niet voor levende materie.


[14] Zoolang-i staat, blyft alles by het oude.
       Ziedaar 'n zekerheid die 'k voor de kans
       Van wat er volgen kn, niet ruilen wil.

Dit is een feitelijk principe in politiek manoeuvreren dat kennelijk vaak gebruikt wordt: Men houdt het bestaande in stand uit angst voor wat mogelijk wordt als bestaande verhoudingen afgebroken worden.


[15] V. Huisde.
       - Hm... vast? Doch stel eens dt het vast stond. Goed!
       Dan blyft toch immer - let wel op, Miralde:
       't Geldt hier 'n rechts-moyen van groot gewicht! -
       Dan blyft ons immer nog... de interpretatie!

Ja, dit was in de eeuwen waarin advocaten-slimheid bestond in het herinterpreteren van alle met de te verdedigen zaak onverenigbare feiten, en dus vr het glorieuze tijdvak waarin het post-modernisme veel van de universititeiten, alfa- en gamma-vakken, en het zogeheten academische discours overnam met de botte ontkenning dat er zoiets als feiten of waarheid bestaat, gekoppeld aan de even botte bewering dat alles wat er is aan menselijke kennis, theorien, ideen, gissingen, of technologie niets is dan "interpretatie".

De feitelijke achtergrond hiervan was dat het wetenschap wel heel makkelijk maakte, en iedere post-moderne wetenschapper garandeerde altijd gelijk te hebben, "relatief aan zijn/haar interpretatie", en naar eigen beginselen onweerlegbaar maakte.


[16] V. Huisde.
       - Heeft schyn van blyk geleverd, maar geen blyk.
       't Verschil van blyk en schyn is vaak gering,
       En duidlykheid 'n subjektief begrip.
       Wat de een als duidlyk aanneemt, en gelooft,
       Blyft dikwyls onbegrypelyk voor 'n ander.

Politieke en advocatenslimheid, geparodieerd. Het is echter waar dat in alles wat ik meegemaakt heb met advocaten en in de (studenten-)politiek dit type van leugenaar en poseur aan de macht was: Het ging ze zelden of nooit om de zaak of de feiten, maar alleen om hun eigen rol en optreden, en het behoud of de verbetering van eigen- of partij-belang.

Vrijwel iedereen loog vrijwel altijd over vrijwel alles, in de politiek en de advocaterij, en allen wisten dit van elkaar, en wensten dit van elkaar: Wie niet meeliegt met de machthebbende meute krijgt geen macht of aanzien.


[17] Met beleid
       Maakt men 'n blyk tot schyn, en schyn tot blyk.
       Het schynend, blyken, blykend schynend, blykt -
       Mits met beleid te-werk gaand! - schyn. Neen... minder!

Meer van hetzelfde als in de vorige noot, zodat ik wat meer opmerk over mijn eigen ervaringen met de gemeente-universiteit van Amsterdam en de gemeenteraad en B&W van Amsterdam: Ik ben er niemand tegengekomen en weet er van niemand die geen carrire-maker, geen poseur, geen leugenaar en geen huichelaar was, en ook van niemand die dit niet wist, al logen allen er hard om en over. En ik heb er velen ontmoet.

Het type is o.a. te herkennen aan het feit dat er voor hen niets feitelijks telt dan hun optreden in vergaderingen, waar ze kunnen liegen en bedriegen naar hartelust, en hun eigen spel spelen en eigen taal spreken, zonder oog voor of kennis van de feiten waar hun vergader-leugens en -poses over zouden gaan.


[18] Partyen en personen vr de zaken!
       Een turksche wip: omhoog, omlaag, omhoog...
       En dat heet politiek!

Hier spreekt Koningin Louise, met enig misprijzen. Maar zo is het nu eenmaal in de partijen, politiek en religies: Wat telt zijn niet de feiten, beginselen, doelen of waarden, maar de belangen, poses en rollen van de personen die er bij betrokken zijn. Een politieke partij is een vereniging van mensen die tot doel hebben hun leiders macht te verschaffen - wist en definieerde Max Weber reeds in navolging van Machiavelli - en die doen dat door publieke leugens, poses en propaganda. Zo is het en zo was het altijd, en de genteresseerde lezer kan zichzelf erover voorlichten met klassieke teksten van Machiavelli en Mosca.

En wie wat meer wil  weten van politiek leze Politics - introductory texts.


[19] Kon. Moed.
       - De liberalen...
       Louise.
       - Ach, moeder, dat's 'n klank die veel bedierf!
       Ikzelf ben liberaal, maar juist hierom

Meer Multatuliaanse meningen. "Liberaal" komt van "vrijheid" in het Spaans en suggereert "vrijheidslievend" en dateert uit het begin van de 19e eeuw. Maar ja, het is niet de "klank" die veel bedierf als wel de leugenaars en poseurs die zich naar posities en aanzien logen met die klank.


[20] Wat gaven ze aan het Volk dat hen gelooft?
       Een onbesuisd verlangen naar iets beters,
       Maar 't middel niet, dat tot het betre leidt..
       Ontkenning... zonder kennis! En voor 't mis-
       bruik van den adel, misbruik zonder adel!

Dit geldt alle politiek: Het is gebaseerd op leugens en poses van de politici, propaganda van de politieke partijen, en bedrog en wensdenkerij van het volk. En wie in de politiek gaat en aan politiek doet die doet dat uit eigen belang om z'n eigen positie te verbeteren, en doet dat altijd uit naam van algemeen belang en hoge idealen.


[21] Verwaand gekakel tegen allen die
       Regeeren! Ieder weet wat noodig is,
       En zou... en zou... en zou, maar niemand gunt
       Aan wie geroepen is tot handlen, macht! 
       Men wantrouwt elk gezag. Het moet geknot,
       Besnoeid, verdeeld, beperkt, verlamd, gesmoord...
       En als 't daar stuipend neerligt in den modder,
       Dan vordert men van dat gezag, z'n heil:
       Dit kn niet, moeder!

De diagnose, dat velen enerszijds de staat wantrouwen en bestrijden, en anderszijds er van alles van verlangen, is wel ongeveer juist, maar de gesuggereerde kuur, van verlicht despotisme, waar M. veel in zag, vooral als hij de verlichte despoot kon zijn, niet.

In de eerste plaats: "verlicht despoot" is een oxymoron, en even geloofwaardig als "vierkante cirkel". Er zijn alleen verlichte despoten in eigendunk of volgelingenvleierij. Zie ook mijn Nawoord.

Vervolgens: Omdat de mens corrumpeerbaar, zwak, dom, en onwetend is, en feitelijk maar heel weinig persoonlijk kan doen als leider anders dan bevelen geven en rapporten lezen of aanhoren, is de enige manier om althans iets tot stand te brengen dat absoluut gezag "besnoeid, verdeeld, beperkt, verlamd, gesmoord" wordt, zodat individuen en groepen vrij zijn op beperkt terrein te doen wat ze kunnen en willen, zonder hun wil aan anderen op te kunnen leggen, en zonder de wil van anderen te moeten doen, behalve uit eigen vrije wil.


[22] Het schermen met die woorden baat niet veel...

Maar onze lieve Louise doet niet anders, claus na claus!


[23] De vraag zy, als Pilatus' vraag, wat wr is?
       En meer nog: meent ge dat de woorden juist zyn,
       Waarmee men 't goede en schoone in vakjes deelt,
       Als schelpen in de kast van 'n muzeum?

In feite is dit in religie en politiek meestal zelden het geval: De vraag is wat het volk gelooft, en welke woorden het meest geschikt zijn ze te overtuigen. En "waar" is dan wat onze verhaal steunt, "goed" wat en wie onze zaak dient.

Men kan dit betreuren, maar moeilijk ontkennen: Het volk, of het nu religieuze of politieke kwesties betreft, is noch werkelijk genteresseerd noch echt capabel om ingewikkelde kwesties van waarheid of doelmatigheid rationeel te beschouwen, en doet dat ook niet: Het wensdenkt, is chauvinistisch en partijdig, en is trots en gewillig leiders te dienen.


[24] Neen, neen, z ingeworteld is 't onware, dat
       De naam zelfs der partyen, leugen is.

Dit is waar, om de reden zo even uitgelegd. Maar partijen zijn er ook niet voor waarheid of moraal: ze bestaan om belangen te behartigen en personen te steunen en macht te verschaffen.

Dit was altijd en overal zo, zoals het ook altijd en overal zo was dat die doelen, zoals de mensheid gemiddeld is, vl beter met leugens en poses dan met waarheid of moraal gediend worden, en ook altijd zo was dat het eigenbelang als het goede en de eigen propaganda als het ware gepresenteerd wordt, met een schijnheilig eerlijk gezicht en grote gespeelde verontwaardiging voor wie dat spel en die spelers niet wil geloven.

Trouwens... een grote fout van het publiek dat zich laat bespelen door hun religieuze en politieke voorgangers en altijd weer, generatie na generatie, met loze beloften en valse voorstellingen laat paaien, is dat het zich altijd weer richt naar beloftes in plaats van naar gedane zaken: Kies politici op basis van plannen, maar beloon of bestraf ze achteraf, ook publiek, op basis van prestaties en gedane zaken, in plaats van de volgende groep leugenaars te verkiezen om wat de vorige groep leugenaars nagelaten of kapotgemaakt heeft zogenaamd  te verbeteren.

Wie publiek bestuurt behoort zich achteraf publiek te verantwoorden voor z'n bestuur, en daarvoor dan beloond of bestraft te worden. Waar dit niet gebeurt bestaat bestuurlijk corruptie. En het gestelde geldt zowel politici als ambtenaren.


[25] Louise.
       - Ha, ha, ha!
       Behouden? Konserveeren? Wat? Het oude?
       Volstrekt niet! Ook dit woord is leugen. Nooit
       Zag ik Behouders met 'n vygeblad
       Gekleed, of... niet gekleed. Nooit met 'n pyl
       Van vischgraat, zich het dejeuner verdienen.

Nu ja, maar dit is een overdrijving die bovendien een vervalsing inhoudt: Een behouder hoeft niet meer of anders te willen behouden dan hij heeft, en is geheel niet gedwongen terug te keren naar wat z'n voorvaderen hadden of zouden gehad hebben.


[26] Behouden? Wat? Wat wordt behouden? Niets!
       Dan eigen geld en goed, als 't mooglyk is,
       En wat vooroordeel tegen nieuwigheid.
       Maar... niet te veel vooroordeel! Juist genoeg
       Om, met vertoon van kwazi-deftigheid,
       Te deelen in de winst die 't nieuwe geeft.

En dit lijkt me geheel menselijk: 't Trachten te behouden van eigen geld en goed, en het trachten daar meer van te krijgen.


[27] Is niet van de pest
       Der middeleeuwsche menschenplagery,
       Alleen behouden wat nog voordeel geeft,
       De vruchten van den arbeid? Opgegeven,
       Wat d'arbeid kon verzoeten: patronaat?

Multatuli zag wel wat in een soort gilden-systeem, of corporatisme, net als Mussolini. Trouwens, wat de arbeid verzoet is gewoon: de opbrengst van de arbeid. Wie goed verdient met arbeid is tevreden; wie er slecht mee verdient ontevreden; en een maatschappij waar weinigen veel krijgen voor weinig arbeid en velen weinig krijgen voor veel arbeid is geen rechtvaardige maatschappij.

En in mijn eigen tijd, anno 2005, levend in een zogenaamde democratische rechtsstaat, ontvang ik 0,011e deel van het inkomen dat een beetje bestuurder van de in mijn tijd geprivatiseerde publieke nutswerken "verdient": In de Middeleeuwen "verdiende" de adel een veel geringer proportie dan de nieuwe adel die managers zijn van de grote bedrijven. (Zie trouwens Burnham's "The managerial class" en Packard's "The managers": Het verschijnsel is al dekaden bekend. Maar ja: 't Kiesvee en de doorsnee zijn dom en wil liever bedrogen worden met hun eigen illusies dan kijken wat de echte feiten zijn. Dus een handjevol management-tuig kan zich tegenwoordig schandalig verrijken.)


[28] Behouden? Wie durft liegen van Behoud?
       Waar is Assyrie? Waar, Rome? Waar, Carthago?
       Waar, Charlemagne's reuzenryk? En waar,
       De kleine hoogheid van Louis le... grand?
       Weg, weg! De plaats is ingenomen door
       Iets anders, dat op zyne beurt vergaat
       Om andren efemren plaats te maken.

Nu ja, maar Koningin Louise c.q. Multatuli kiest de voorbeelden weer met veel overdrijving. Rijken, beschaven en landen ontstaan en vergaan. Dat is waar, maar het is even waar dat dit gewoonlijk vele generaties neemt, en dat politieke en religieuze problemen en oplossingen binnen een generatie spelen, en er niet over de generaties heen.


[29] En atoom dat onder 't noemen
       Van 't woord slechts, niet millioenen maal
       Zich huwde aan mede-atomen, echtbreuk pleegt,
       En - in z'n ontrouw, ontrouw - 't nieuw verbond
       Met eindloos overspel, als 't oude schendt.
       Hy toone n zaak, n denkbeeld, n gedachte,
       En indruk, n gevoel, dat is als 't was...
       En zegge dan: ik ben Behouder. Eerder niet!

Dat is makkelijk genoeg: Wat behouden blijft als alles voortdurend veranderd is de voortdurende verandering, en wat mensen plegen te behouden in de meeste omstandigheden is eigenbelang, en hun persoonlijkheid en karakter. Dat dit alles teruggaat op de dans van miljarden atomen tussen hun oren doet daar niets aan af.


[30] Wie kan ons zeggen, wat begin is? Welke stip
       Van d' evenaar kan roemen: ik heb 't eerst
       De zon gezien... by my begon de dag?
       Wat is beginnen? Wat is einden? Niets!
       Bewegen zal altyd, wat eens bewoog.
       Bewegen, voortgaan - niet vooruitgaan immer! -
       Is voorwaarde en bestemming van het zyn.
       Bestaan is: anders worden. Elke terz
       Van 'n sekonde draagt z'n navelmerk
       Als wy. Wie 't loochent, zegge: ik had geen moeder!
 

Er wordt nog vlijtig met woorden geschermd, en niet onfraai. Het is echter niet logisch. Bijvoorbeeld: Als Bestaan is: anders worden dan zijn er immers opeenvolgende toestanden die verschillen en dus een begin en eind hadden, al is het niet gezegd dat deze nduidig te bepalen zijn of in de vorm van een scherpe breuk of cesuur en niet in de vorm van een overgang zijn gekomen. En ik ben ongetwijfeld begonnen in mijn moeder.


[31] Die heeren maken van de politiek,
       Een vakje part... 'n privatieve jacht.
       Ze spelen priestertje in den Isis-tempel,
       Omhangen zich met 'n gewyden rok,
       En pronken met 'n voorgewend mysterie...
       Er is maar n mysterie, moeder: 'T Zyn!

Dit is weer waar, en de eind-regel was een Multatuliaanse overtuiging, en zinnig, want om de Natuur, die al mysterieus genoeg is, nog eens te compliceren met een Goddelijke oorzaak zonder oorzaak van alles wat Natuur is komt neer op een nodeloos raadsel op een gegeven raadsel te  stapelen, met pretentie van oplossing en verheldering.

En ja, politici maken van politiek een ambt, een spel, een ritueel, en trachten te verheimelijken en mysterieus te maken wat ze werkelijk doen en beogen.


[32] De landman snoeit het onkruid niet, hy rukt
       Het uit, met stam en wortel: radikaal!
       Maar... ook dit woord veranderde van zin
       Zy die zich radikalen noemen als
       Party, de schreeuwers om verbetering
       Van... weer en wind - weet ik het! - zy die eischen
       Dat een Regeering zorgen zal dat twee
       Maal twee gelyk aan vyf zal wezen, en
       Dat ieder even groot - of klein! - zal zyn...

Hier zijn we aangeland bij Louise's afrekening met de radikale partij, zeg de 19e eeuwse voorlopers van de anarchisten, socialisten, communisten, kortom, links in de 20ste eeuw, dat inderdaad vaak nogal utopisch was en ook vaak nivellerend. (Het zijn altijd de kleine mensen die ontkennen dat er menselijke grootheid is, en die behoefte hebben ieder te verlagen tot het eigen peil van begrip, moed, karakter en menselijkheid.)


[33] De domheid in 't latyn, in officieel
       Kanselary-tenu, doet minder kwaad,
       Dan als ze zich op straat en markt vertoont,
       Het Volk daar van z'n werk houdt, en het bur-
       gerrecht verovert in de huisgezinnen.
       Een onbekwaam minister wordt vervangen -
       Althans dit kn geschieden - wie vervangt
       Het Volk, als dat bedorven is door cant?

Ja, daar ben ik het mee eens. Bovendien: Welke vorm van bestuur er ook is, het is altijd een minderheid, want de meerderheid moet het maatschappelijk werk doen dat de bestuurlijke minderheid moet helpen regelen en uitvoeren. De hele notie van "Alle macht aan het volk" - "Power to the people" - is een dwaling.


[34] De menschen die den Staat regeeren, zyn -
       En dit is treurig - dikwyls onbekwaam,
       Doch hierin ligt geen testimonium
       Van kunde, voor wie niet regeert. Ik eisch
       Een blyk... neen, blykn... neen, bewyzen dat
       Men recht tot spreken heeft

Ook hier ben ik het mee eens, en een groot probleem is dat het volk niet bekwaam is te beoordelen wie werkelijk competent is van de vele publieksmenners die zichzelf via het volk behagen en bespelen omhoog trachten te werken.


[35] Ik ben aristokratisch, middeleeuwsch...
       Kon. Moed.
       - Hoe nu, Louise, gy? Nu dt's me nieuw!

En - etymologische eerder dan historisch-feitelijke - invulling van "aristocratie" is: Bestuur door de besten. Hier valt in beginsel veel voor te zeggen - behalve dat er gewoonlijk grote onenigheid is over wie en waarom de besten zouden zijn, en welke plannen om welke redenen het beste zouden zijn.


[36] Ik ben dan middeleeuws-aristokratisch,
       En vorder stamboom en kwartieren van
       Den vreemdeling, die in klub of krant of Kamer
       Z'n lans - 'n polsstok dikwyls! - vellen wil,
       En zich daar opdringt als 'n ridder van
       Den geest, en zonder hy te zyn, zich wy noemt!

Dit is een variant van de eerdere eis " Ik eisch / Een blyk... neen, blykn... neen, bewyzen dat /
Men recht tot spreken heeft
" en dat is in beginsel terecht - behalve dat allen dezelfde eis plegen te hebben en zich laten overtuigen door wensdenkerij, emotioneel taalgebruik, leugens en illusies.


[37] Kon.
       - Den nacht voor Donderdag, den tienden Mei...
       Een, twee, drie, uur!

Hier loopt heel plotseling, maar wel heel prettig voor de intrige, de Koning zichzelf en de lezer geheugensteuntjes uit te delen.

Vorstenschool 3.