Vorstenschool - Nawoord.              


1. Ik heb verschillende keren aangegeven in mijn commentaren bij Vorstenschool dat ik er niet van onder de indruk ben. Hiervoor zijn minstens drie onderscheiden redenen, afgezien van smaak:

A. Het is een nogal mechanisch geheel als toneelstuk - Bedrijf 1: de koningin; 2: de koning en ministers; 3: de politiek; 4: het volk; 5: ontknoping en eind goed, al goed - en heeft weinig interessants te bieden buiten de clausen van Koningin Louise, die niet anders geven dan Multatuli's meningen over diverse onderwerpen, gestileerd als vrije toneel-verzen.
B. Het is ook nogal erg soaperig, sentimenteel, en onrealistisch: Ieder karakter is véél meer een karikatuur van een mens dan een geloofwaardig mens, en vrijwel alles wat gezegd wordt is meer hyperbool dan wat anders.
C. Het is ook als behandeling van het thema wat het nut of de functie van een vorst zou zijn op z'n best zeer schetsmatig en kretologisch, en heel weinig realistisch, en het is zeker niet iets waaraan een vorst lering kan onttrekken.

En wat lering betreft inzake politiek: Hier zijn wat relevante verwijzingen naar materiaal op deze site uit mijn Philosophical Dictionary | Filosofisch Woordenboek die te maken hebben met de themaas die in Vorstenschool besproken worden: Political texts - Politics - Power - Society - State - Ordinary Men - Mens - Conservatism - Liberalism - Anarchism.

Ik zal de lezer verder niet vervelen met mijn meningen in verband met de eerste twee punten (leg er een koningsdrama van Shakespeare naast, lezer, en kijk en vergelijk!) maar heb wel het een en ander op te merken en - vooral, met vreugde en instemming bovendien - te citeren wat betreft het derde punt.

Er is namelijk een heel fraaie en korte behandeling van (ongeveer) hetzelfde thema als Multatuli behandelde - immers, om idee 930 te citeren:

VORSTENSCHOOL,
OF
VLUCHTIGE SCHETS 
VAN 'N PAAR VERSCHILLENDE WYZEN WAAROP HOOGGEPLAATSTE PERSONEN HUN ROEPING ZOUDEN KUNNEN OPVATTEN.

van de hand van William Hazlitt, een Engels essayist die leefde van 1778-1830, die zich als essayist bovendien aan veel van Multatuli's onderwerpen in de Ideen waagde, en die in diverse opzichten een groter schrijver was dan Multatuli, zoals ik de lezer citerenderwijs hoop duidelijk te maken, althans wat betreft het onderwerp vorsten.

2. Wat Hazlitt betreft: Zoals de scherpzinnige lezer mag konkluderen kan een man die regelmatig nog beter schreef dan Multatuli en zich soortgelijk uitliet nauwelijks hopen op populariteit. In feite wordt Hazlitt, net als Multatuli, nog regelmatig herdrukt, maar wordt hij slechts door weinigen gelezen, al kennen vele redelijk opgeleide Engelsen wel enige citaten van hem, omdat hij zoveel citeerbaars schreef dat z'n weg vond naar citatenboeken.

Maar Hazlitt is weinig populair omdat hij weinig illusies had, eerlijk was, en zijn proza, hoewel buitengewoon goed, voor de gemiddelde moderne lezer te veeleisend is wat betreft veronderstelde voorkennis, zinslengte, en proportie ideeën per pagina, die bij Hazlitt veel groter is dan bij vrijwel iedereen, met uitzondering van Montaigne.

Het is dus te hopen dat mijn lezers ongebruikelijk leergierig en intelligent zijn, of van nature voorzien zijn van én een goede smaak in proza én een heldere geest, omdat zij anders veel fraais dat volgt moeten missen - of overslaan. (En ja, lezer, tenzij uw Engels beter is dan u op een VWO leerde is dat laatste wellicht verstandig.)

3Wat Multatuli betreft: Het is in ieder geval instructief om de grootste Nederlandse schrijver eens te vergelijken met de grootste Engelse essayist, Francis Bacon mogelijk uitgezonderd, voor wie van artificieel proza houdt. (Ikzelf heb meer met Hazlitt, lezer, maar dat was u al duidelijk.)

Dergelijke vergelijkingen zijn moeilijk, en nooit geheel eerlijk of volledig doenbaar, maar wie, zoals ik, het meeste van Hazlitt en het meeste van Multatuli heeft gelezen kan moeilijk anders oordelen dan ik, namelijk dat Hazlitt zich als essayist toelegde op wat Multatuli poogde te doen in de Ideen, en dat Hazlitt daar beter in slaagde, en ook meer te zeggen had, en wat hij te zeggen had vaak minstens zo goed als of beter formuleerde dan Multatuli.

4Maar... ik ken buiten mijzelf niemand met de nodige kennis, en heb ook geen lust mijn lezers te vervelen met mijn meer speculatieve meningen. U kunt zelf oordelen, althans voor een deel, aan de hand van de volgende citaten uit Hazlitt's 'On the Spirit of Monarchy' - dat ik citeer uit Geoffrey Keynes' editie 'Selected Essays of William Hazlitt', pag. 195-212. Het origineel werd gepubliceerd in januari 1823. Keynes' uitgave is oorspronkelijk van 1930, en werd samengesteld n.a.v. Hazlitt's honderdste sterfjaar.

Al doende zal ik een flink deel van dit zeer fraaie essay citeren, onderbroken door wat commentaren en verwijzingen. Hazlitt opende zo, na een inleidend citaat dat eindigt met een verwijzing naar 'that wise, plodding, unpoetical people, the Dutch':

"The spirit of Monarchy, then, is nothing but the craving in the human mind after the Sensible and the One. It is not so much a matter of state-necessity or policy, as a natural infirmity, a disease, a false appetite in the popular feeling, which must be gratified. Man is an individual animal with narrow faculties, but infinite desires, which he is anxious to concentrate in some object within the grasp of his imagination, and where, if he cannot be all that he wishes himself, he may at least contemplate his own pride, vanity, and passions, displayed in their most extravagant dimensions in a being no bigger and no better than himself. Each individual would (were it in his power) be a king, a God: but as he cannot, the next best thing is to see this reflex image of his self-love, the darling passion of his breast, realized, embodied out of himself in the first object he can lay his hands on for the purpose. The slave admires the tyrant, because of what the last is, what the first would be."

Zo - daar hebben we eens een wat realistischer beeld van wat de Hanna en Herman uit Vorstenschool en de miljoenen Nederlandse lezers van 'Ons Oranjehuis' beweegt! Bovendien geeft het ook keurig netjes aan waarom al die bewonderaars zo graag zien dat Onze Vorstin 'zo gewoon' is: Om er beter mee te identificeren, en een makkelijker aanleiding te hebben tot zelfvergoding in een ander.

Het is hier wellicht ook een geschikte plaats iets op te merken over één van Multatuli's voornaamste zwaktes: Zijn voorkeur voor verlicht despotisme. Dit is een domme voorkeur omdat 'All power corrupts, and absolutele power corrupts absolutely' (Acton); omdat het hele begrip 'verlicht despotisme' even duidelijk een oxymoron is als 'vierkante cirkel': het enige wat verlicht kan zijn aan een despoot zijn z'n pretenties; en omdat alle historische evidentie ertegen is. Noem één zogenaamd 'verlicht despoot' uit de 20ste eeuw en je noemt een tiran: Lenin, Stalin, Mao - allen verlichte despoten naar eigen mening, en allen miljoenvoudig massa-moordenaar.

Hier is, ter instructie van de lezer, een tabel ontleend aan Randolph Rummel's 'Death by Government', waarin de schrijver probeerde uit te zoeken hoeveel miljoenen er alléén in de 20ste eeuw vermoord zijn als burgers, dus buiten de slachtvelden (waar ook weer tientallen miljoenen vielen), via een 'klop op de deur' van de medewerkers van een geheime dienst, of via een razzzia vanwege vermeend niet-deugend ras, geloof of politieke overtuiging:

Dictator Ideology Country Years Deaths
Joseph Stalin Communist Soviet Union 1929-1953 42,672,000
Mao Tse-tung Communist China 1923-1976 37,828,000
Adolf Hitler Fascist Germany 1933-1945 20,946,000
Chiang Kai-shek Militarist/Fascist China 1921-1948 10,214,000
Vladimir Lenin Communist Soviet Union 1917-1924 4,017,000
Tojo Hideki Militarist/Fascist Japan 1941-1945 3,990,000
Pol Pot Communist Cambodia 1968-1987 2,397,000
Yahya Khan Militarist Pakistan 1971 1,500,000
Josip Broz Tito Communist Yugoslavia 1941-1987 1,172,000

 

 

 

 

 

 

Het totaal van de zegeningen van verlicht despotisme in de 20ste eeuw, afgezien van een veelvoud van geruïneerde levens, kapotgemaakte talenten, en verarmde beschaving in grote delen van de wereld is meer dan 200 miljoen vermoorden.

Terug naar Hazlitt en zijn licht op koningen, voorgangers, en de passie van het gewone volk leiders te volgen en te vergoden, waarover ikzelf wat zeg o.a. in 971 en 965:

The worthlessness of the object does not diminish but irritate the propensity to admire. It serves to pamper our imagination equally, and does not provoke our envy. All we want is to aggrandize our own vainglory at second hand; and the less of real superiority or excellence there is in the person we fix upon as our proxy in this dramatic exhibition, the more easily can we change places with him, and fancy ourselves as good as he.

En ziedaar de charme en aantrekkelijkheid van Beatrix, Bernhard etc., mede gebaseerd op het volgende feitje over menselijke zieleroerselen en motieven:

Man is a poetical animal, and delights in fiction. We like to have scope for the exercise of our mere will. We make kings of men, and Gods of stocks and stones: We are not jealous of the creatures of our own hands. We only want a peg or loop to hang our idle fancies on, a puppet to dress up, a lay-figure to paint from.

Nogmaals over deze vreemde menselijke mogelijkheid je te verplaatsen in een ander - een mogelijkheid die zo vaak voor zelf-vergroting en zo weinig voor empathie wordt gebruikt:

We see the symbols of Majesty, we enjoy the pomp, we crouch before the power, we walk in the procession, and make part of the pageant, and we say in our secret hearts, there is nothing but accident that prevents us from being at the head of it. There is something in mock-sublimity of thrones, wonderfully congenial to the human mind. Every man feels that he could sit there; every man feels that he could look big there; every man feels that he could bow there; every man feels that he could play the monarch there.

Hier is opnieuw de deugd van - schijnbare of echte - 'gewoonheid' van leiders voor Het Gewone Volk:

the meanest of the rabble, as he runs by the monarch's side, has wit enough to think -- "There goes my royal self!" From the most absolute despot to the lowest slave there is but one step (no, not one) in point of real merit. As far as truth or reason is concerned, they might change situations to-morrow --

Dit geldt ook andere leiders dan koningen - er is iets heel aapachtigs, iets zoogdierlijks, iets hordendierachtigs in de aandriften van de mens als sociaal-levend dier:

Tyranny, in a word, is a farce got up for the entertainment of poor human nature; and it might pass very well, if it did not so often turn into a tragedy.

En waar gekozen leiders nog enigszins afhangen van de keus van het volk, voorzover dit niet misleid of te dom is om zinnig te kiezen, geldt dit niet voor degenen die als leider geboren worden als koningskind:

This is the advantage which an hereditary has over an elective monarchy: for there is no end of the dispute about precedence while merit is supposed to determine it, each man laying claim to this in his own person; so that there is no other way to set aside all controversy and heart-burnings, but by precluding moral and intellectual qualifications altogether, and referring the choice to accident, and giving the preference to a nonentity. "A good king," says Swift, "should be, in all other respects, a mere cypher."

Of althans: Moet weten te verschijnen als 'een van ons', als 'niet beter dan wij', als 'een heel gewoon mens'. Een beetje leider, prins of koning kan dit ook, want het is niet moeilijk en mundus vult decipi, en heeft wellicht hormonale aandrang tot het opzien tegen en verafgoden van wie de leider van de horde is.

Hier wat meer over de onderliggende psychologie van het volk:

Would it not be hard upon a little girl, who is busy in dressing up a favorite doll, to pull it in pieces before her face in order to show her the bits of wood, the wool, and rags it is composed of? So it would be hard upon that great baby, the world, to take any of its idols to pieces, and show that they are nothing but painted wood. Neither of them would thank you, but consider the offer as in insult. The little girl knows as well as you do that her doll is cheat; but she shuts her eyes to it, for she finds her account in keeping up the deception. Her doll is her pretty little self. In its glazed eyes, its cherry cheeks, its flaxen locks, its finery and its babyhouse, she has a fairy vision of her own future charms, her future, triumphs, a thousand hearts led captive, and an establishment for life. Harmless illusion! that can create something out of nothing, can make that which is good for nothing in itself so fine in appearance, and clothe a shapeless piece of deal-board with the attributes of a divinity! But the great world has been doing little else but playing at make-believe all its life-time. For several thousand years its chief rage was to paint larger pieces of wood and smear them with gore and call them Gods and offer victims to them -- slaughtered hecatombs, the fat of goats and oxen, or human sacrifices -- showing in this its love of show, of cruelty, and imposture; and woe to him who should "peep through the blanket of the dark to cry, Hold, hold." -- Great is Diana of the Ephesians, was the answer in all ages. It was in vain to represent to them, "Your Gods have eyes but they see not, ears but the hear not, neither to do they understand" -- the more stupid, brutish, helpless and contemptible they were, the more furious, bigoted, and implacable were their votaries in their behalf. The more absurd the fiction, the louder was the noise made to hide it -- the more mischievous its tendency, the more did it excite all the phrenzy of the passions. Superstition nursed, with peculiar zeal, her rickety, deformed, and preposterous offspring.

En Hazlitt heeft gelijk dat het al vele eeuwen zo gaat, en dat de voornaamste reden daarvoor niet anders kan zijn dan de gemiddelde menselijke intellectuele aanleg en aangeboren motieven. Want ja, zowel wat betreft godsdienst als politieke en nationale leiders en voorgangers:

The game was carried on through all the first ages of the world, and is till kept up in many parts of it; and it is impossible to describe the wars, massacres, horrors, miseries, and crimes, to which it gave colour, sanctity, and sway.

Over de menselijke aandrift tot het idolen maken, en over de vorst als idool van de massa:

We have got living idols, instead of dead ones; and we fancy that they are real, and put faith in them accordingly. Oh Reason! When will thy long minority expire? It is not now the fashion to make gods of wood and stone and brass, but we make kings of common men, and are proud of our own handywork. We take a child from his birth and we agree, when he grows up to be a man, to heap the highest honours of the state upon him and to pay the most devoted homage to his will. Is there anything in the person, "any mark, any likelihood," to warrant this sovereign awe and dread? No: he may be little better than an idiot, little short of a madman, and yet he is no less qualified for king.

Het is natuurlijk allemaal evidente onzin voor wie kan nadenken:

Can we make any given individual taller or stronger or wiser than other men, or different in any respect from what nature intended him to be? No; but we can make a king of him. We cannot add a cubit to the stature, or instill a virtue into the minds of monarchs -- but we can put a sceptre into their hands, a crown upon their heads, we can set them on an eminence, we can surround them with circumstance, we can aggrandize them with power, we can pamper their appetites we can pander to their wills. We can do everything to exalt them in external rank and station -- nothing to lift them one step higher in the scale of moral or intellectual excellence. Education does not give capacity or temper; and the education of kings is not especially directed to useful knowledge or liberal sentiment.

Het heeft ook feitelijk heel weinig met echte morele normen van doen, hoewel veel met uiterlijk conformisme en dienarij van wie autoriteit is, met of zonder verdienste:

Is not this to erect a standard of esteem directly opposite of that of mind and morals. The lawful monarch may be the best or the worst man in his dominions, he may be the wisest or the weakest, the wittiest of the stupidest: still he is equally entitled to our homage as king, for it is the place and power we bow to, and not the man. He may be a sublimation of all the vices and diseases of the human heart; yet we are not to say so, we dare not even think so. "Fear God and Honour the King, " is equally a maxim at all times and seasons. The personal character of the king has nothing to do with the question. Thus the extrinsic is set up over the intrinsic by authority: wealth and interest lend their countenance to gilded vice and infamy on principle, and outward show and advantages become the symbols and standard of respect in despite of useful qualities or well-directed efforts through all ranks and gradations of society. "

Vervolgens contrasteert Hazlitt monarchieën en republieken en zegt in het voorbijgaan behartenswaardige dingen over waar het leven op neer komt:

From the crown of the head to the sole of foot there is no soundness left." The whole style of moral thinking, feeling, acting, is in a false tone -- is hollow, spurious, meretricious. Virtue, says Montesquieu, is the principle of republics; honour, of a monarchy. But it is "honour dishonourable, sin-bred" -- it is the honour of trucking a principle for a place, of exchanging our honest convictions for a ribbon or a garter. The business of life is a scramble for unmerited precedence. Is not the highest respect entailed, the highest station filled without any possible proofs or pretension to public spirit or public principle? Shall not the next places to it be secured by the sacrifice of them? It is the order of the day, the understood etiquette of courts and kingdoms. For the servants of the crown to presume on merit, when the crown itself is held as an heir-loom by prescription, is a kind of lèse majesté

Dan wat betreft de grote tendens tot corruptie onder vorsten en autoritair bestuur:

Who would not then reflect its smile by the performance of any acts which can avail them in the eye of the great, and by the surrender of any virtue, which attracts neither notice nor applause? The stream of corruption begins at the fountain-head of court-influence. The sympathy of mankind is that on which all strong feeling and opinion floats; and this sets in full every absolute monarchy to the side of tinsel show and iron-handed power, in contempt and defiance of right and wrong. The right and the wrong are of little consequence, compared to the in and the out

Hier is de reden waarom 'All power corrupts and absolute power corrupts absolutely' (Acton) - het is de corruptie van en door een 'unrestrained self-will':

Virtue is thought crabbed and morose, knowledge pedantic, while every sense is pampered, and every folly tolerated. Everything tends naturally to personal aggrandisement and unrestrained self-will. It is easier for monarchs as well as other men "to tread the primrose path of dalliance" than "to scale the steep and thorny road to haven" The vices, when they have leave from power and authority, go greater lengths than the virtues; example justifies almost every excess, and "nice customs curtesy to great kings."

Dit is een schets van het resultaat van onbeperkte macht:

The air of a court is not assuredly that which is most favourable to the practice of sefl-denial and strict morality. We increase the temptations of wealth, of power, ands pleasure a thousand-fold, while we can give no additional force to the antagonist principles of reason, disinterested integrity and goodness of heart. It is to be wondered that courts and palaces have produced so many monsters of avarice, cruelty, and lust? The adept in voluptuousness is not likely to be a proportionable proficient in humanity. To feed on plate or be clothed in purple, is not to feel for the hungry and the naked. He who has the greatest power put into his hands, will only become more impatient of any restraint in the use of it. To have the welfare and the lives of millions placed at our disposal, is a sort of warrant, a challenge to squander them without mercy.

En hier is een beschrijving van de essentie van het geheel, afgezien van hormonen en domheid die allebei sterk predisponeren tot het dienen van en opzien tegen autoriteiten van alle soorten:

What does it all amount to? A show -- a theatrical spectacle! (..) What is the moral to be drawn from it, that is likely to sink into the heart of a nation? That greatness consists in finery, and that supreme merit is the dower of birth and fortune!

Really, that men born to a throne, (limited or unlimited) should employ the brief span of their existence here in doing all the mischief in their power, in levying cruel wars and undermining the liberties of the world, to prove to themselves and others that their pride and passions are of more consequence than the welfare of mankind at large, would seem a little astonishing, but that the fact is so.

Waarvan akte! En één reden om dit zo uitgebreid te citeren is dat het aantoont wat Multatuli ook had kunnen zeggen over vorsten, monarchieën en bestuurders, en over het gevaar van absolute of grote macht, en van macht zonder controle. Hij deed dit niet omdat hij zelf te gecharmeerd was van zo'n rol en functie als machthebber, en meende dat iemand als hij geroepen was het volk te leiden. Dit was echt een dubbele illusie: Omdat het een vals ideaal is, dat in de menselijke geschiedenis vrijwel alleen tot misère, ellende, massamoord en oorlog heeft geleid, en omdat het hèm aan de talenten ontbrak zo iemand te kunnen zijn - Multatuli was véél teveel schrijver en kunstenaar om staatsman of politiek leider te kùnnen zijn: Daarvoor is minder talent, meer égoïsme, meer gewoonheid en minder naïviteit voor nodig dan hij bezat.

Tenslotte wat betreft het thema vorsten en scholen ervoor: Op mijn site staat ook een Engelse vertaling van Machiavelli's "De Prins" met mijn kommentaar. De geïnteresseerde lezer kan nagaan dat Machiavelli en Hazlitt zéér veel realistischer waren over vorsten dan Multatuli.

Vorstenschool - Nawoord.