Idee 928.                                                 


En ik spreek nu niet van Nederland alleen. In geheel Europa begint zich neiging tot Vrye Studie te openbaren, en 't besef baan te breken, dat de Volkeren sedert eeuwen bedrogen werden door hun voorgangers op zedelyk, godsdienstig en staatkundig terrein. [1] Men begint alom te begrypen wat men te denken hebbe van de byzondere liefde van Souvereinen voor hun onderdanen, en van de gehechtheid der Volken aan 'n regeerend stamhuis. Men heeft achter de schermen gezien, waar de diplomatie haar kinderachtige kunststukjes gereed maakt. Men begint oplettend te worden op de dapperheid van de vechtmenschen. Er wordt nagerekend hoeveel Volkswil zich kan openbaren in de redevoeringen van geachte leden. Hoeveel eigenbaat er schuilt achter de officieele geloovery...

De Volkeren beginnen te denken. [2]

Wel zyn ze - jammer genoeg! - nog in lang niet bekwaam om zelfgevonden Waarheid in de plaats te zetten van de onttroonde frazen, doch zéker is 't dat die frazen 't krediet verloren, waarmee zoo vreeselyk lang straffeloos gespekuleerd werd. Wat nog voor twintig, dertig jaren vry algemeen voor heilig en onaantastbaar doorging, werd sedert eenigen tyd byna alom 'n voorwerp van onverschilligheid, van minachting, jazelfs van bespotting.

Is dit op zichzelf 'n vooruitgang? Neen. (395) Men moet evenwel dien weg langs, om te geraken tot de helderheid van begrippen waartoe de Mensheid geroepen is. Haar instinkt, de ineensmelting van háren drang met háre gaven en háre behoeften, brengt het streven naar Waarheid mee, waarin stoffelyk en zedelyk welzyn begrepen is. [3]

Dat men haar door opgedrongen leugens eeuwen lang van den weg leidde, is reeds treurig genoeg. Maar nog treuriger is 't, dat misschien de aard der dingen niet toelaat op dien weg terugtekeeren, dan met 'n schok die onze geheele tegenwoordige Maatschappy dreigt omtewerpen. Er staan Jacquerien voor de deur, die, veel bloed en tranen kosten zullen, en 't is te vreezen dat de weg naar nieuwe en betere Beschaving, door 'n poel van jammeren leiden zal. [4]

De ontwaakte Volkeren zullen woedend zyn, en wraak nemen over 't gepleegd bedrog.

Het zyn geenszins de jongste gebeurtenissen in Frankryk - 1870, 71 - die me aanleiding geven tot deze sombere voorspellingen. Voor zeer veel jaren reeds (in den Vryen-Arbeid, uitgaaf 1873, blz. 22) heb ik m'n gevoelen geuit over de toekomst die Europa te-gemoet gaat. Wat onlangs in Frankryk geschiedde, is daarvan slechts 'n onbeduidend voorspel. Noch de dryvers van de Commune, noch de nietige persoonlykheden die thans aan 't hoofd van dat Ryk staan - Thiers, Macmahon, e.d. - behooren tot de menschen die rechtstreeks invloed uitoefenen op de wereldgeschiedenis. [5]

De onmiddelyke aanleiding tot de algemeens uitbersting die geheel centraal en zuidelyk Europa in vuur en vlam zetten zal, bestaat in 't uitspreken van eenige weinige woorden.

Is 't gevaar nog te bezweren? Misschien niet. Waarschynlyk zal 't toeval zich belasten met het spellen van de noodlottige leus die, hoe eenvoudig ook, 't vindingsvermogen van de Commune-menschen en van de Internationale schynt te-boven te gaan. Ik zal me wel wachten hun den weg te wyzen! [6]

Liever wees ik aan ŕnderen den weg om de vreeselyke toekomst die ons dreigt, te ontgaan. 't Is ook vooral hierom dat ik hoop in de gelegenheid te zyn m'n arbeid nog eenigen tyd voorttezetten. Maar ik erken dat ik zeer vermoeid ben. Niet van arbeiden zoozeer, als 't vervelend worstelen met de triviale hindernissen die me zoo vaak 't werken onmogelyk maken:

 De gloed van hooger geestdrift wordt gedoofd,
 Als 't leven slechts één kamp is met het lage,
 En uitstel van bezwyken hoogste prys. [7]

Waarmee de lieden die loisir hebben, hun tyd doorbrengen, is my 'n raadsel. Misschien zou 't kunnen worden opgelost door den rykgepensioneerden Van Twist - wiens werken de Natie met verlangen te-gemoet ziet - en door zekeren Cohen Stuart, die me onlangs heel ongevraagd z'n misbare achting weigerde omdat ik naar ZEd. meening niet genoeg - of niets, geloof ik - had tot-stand gebracht. Ik beloof beterschap, onder voorwaarde verschoond te mogen blyven van 'n achting, die mynentwege mag weggeschonken worden aan pratende Kamerleden, welvarende kappelluî en indische rykworders.


[1] "En ik spreek nu niet van Nederland alleen. In geheel Europa begint zich neiging tot Vrye Studie te openbaren, en 't besef baan te breken, dat de Volkeren sedert eeuwen bedrogen werden door hun voorgangers op zedelyk, godsdienstig en staatkundig terrein."

Wel, dit was voornamelijk Multatuliaanse wensdenkerij. Het was wel waar dat in de tijd waarin hij dit schreef de socialistische, communistische en anarchistische bewegingen aan het opkomen waren, maar deze waren zowel weinig succesvol in de 19e eeuw als voor een aanzienlijk deel strijdig met wat M. voorstond, zoals hemzelf trouwens duidelijk was, en zoals hij zelf tegen het eind van z'n leven ook per advertentie duidelijk maakte.


[2] "De Volkeren beginnen te denken."

Zie hierboven - en "Volkeren" denken niet en voelen niet en oordelen niet: Alleen individuen kunnen en doen dat.


[3] "Men moet evenwel dien weg langs, om te geraken tot de helderheid van begrippen waartoe de Mensheid geroepen is. Haar instinkt, de ineensmelting van háren drang met háre gaven en háre behoeften, brengt het streven naar Waarheid mee, waarin stoffelyk en zedelyk welzyn begrepen is."

Ook dit is helaas Multatuliaanse wensdenkerij, een zeer kleine minderheid uitgezonderd. Wie hier een cijfermatige fundering voor wil in samenhang met Multatuli's gepubliceerd werk beschouwe mijn noot [6] bij M.'s Nawoord bij Ideen 3.


[4] "Er staan Jacquerien voor de deur, die, veel bloed en tranen kosten zullen, en 't is te vreezen dat de weg naar nieuwe en betere Beschaving, door 'n poel van jammeren leiden zal."

M. vreesde voor revoluties van de werkende stand, zoals in de tijd waarin hij schreef de mislukte commune van Parijs. Zijn vrees kwam niet uit, maar dit wil niet zeggen dat deze onterecht was. En in feite vonden in 1905 en 1917 drie revoluties in Rusland plaats, waarvan de laatste de bolsjewiki aan de macht bracht, wat snel ontaardde in een socialistische terreurstaat. Verwante bewegingen in Nederland en Duitsland in dit tijdperk mislukten.

Maar hoewel dit in de lijn van M.'s verwachtingen en waarschuwingen lag gebeurde dit toch veel later dan hij voorzien en voorspeld had.


[5] "Noch de dryvers van de Commune, noch de nietige persoonlykheden die thans aan 't hoofd van dat Ryk staan - Thiers, Macmahon, e.d. - behooren tot de menschen die rechtstreeks invloed uitoefenen op de wereldgeschiedenis."

Hier vergist M. zick ook nogal, tenminste wanneer we, zoals historisch terecht is, onder "de dryvers van de Commune" Karl Marx en Friedrich Engels rekenen. Het is waar dat deze twee, zo min als Multatuli,  "rechtstreeks invloed op de wereldgeschiedenis" hadden, maar indirect - en vrijwel zeker niet conform hun wensen, plannen en idealen - was de invloed van deze twee revolutie-denkers en -prekers heel groot, en reikte tot ver in de 20ste eeuw. Iets soortgelijks geldt een andere ruim 20 jaar jongere tijdgenoot van Multatuli: Friedrich Nietzsche. (Zie ook 701.)

Wellicht is het dus hier de plaats om een vraag op te werpen over deze denkers:

Wat is de verklaring voor het feit dat Marx en Nietzsche in de eeuw na hun dood bijzonder grote navolging en groot maatschappelijk effect hadden, al zal dat niet de navolging geweest zijn die ze zelf gewild hadden, terwijl Multatuli ook in de 20ste eeuw zo weinig invloed had dat vergeleken met wat Marx en Nietzsche aanrichtten - ongewild, na hun dood, niet conform hun eigen wensen, maar toch - met een gerust geweten als nietig omschreven kan worden?

Eén reden om de vraag op te werpen is om een misvatting te weerspreken, namelijk de volgende: De reden voor Multatuli's zeer geringe effect, vergeleken met dat van zijn eveneens als wijsgeer op de voorgrond tredende tijdgenoten Marx en Nietzsche, zou zijn dat Multatuli- "vergelijkenderwijs" of niet - een veel minder groot wijsgeer zou zijn.

Dit is een misvatting, al is ie populair onder zoveelsterangs Nederlandse professoren. Ik heb echter geen zin hier uitgebreid op in te gaan, en voor wie niet zelf minstens een groot deel van zowel Marx als Nietzsche als Multatuli gelezen heeft (als ik wel, maar zoals ik verder nooit tegengekomen ben) zou de exercitie ook overwegend ijdel academisch vertoon zijn.

Maar één ding verdient toch opgemerkt te worden in dit verband, en kan desnoods opgevat worden als een uitdaging aan de lezer: Ik zou zelf niet weten wat Marx of Nietzsche op filosofisch gebied gepresteerd zouden hebben dat van blijvend nut, belang of interesse is.

Om terug te keren tot mijn vraag waarom Multatuli zoveel minder invloed had dan zijn tijdgenoten Marx en Nietzsche:

Ik zou gissen dat de vier voornaamste redenen waren dat hij Nederlands schreef; dat zijn Nederlands lezende eveneens schrijvende tijdgenoten zoveel moeite deden hem dood te zwijgen; en dat wat hij schreef niet geschikt was voor makkelijke massa-consumptie noch geschikt was om als theoretische fundering van een maatschappelijke revolutionaire beweging te kunnen dienen.


[6] "Is 't gevaar nog te bezweren? Misschien niet. Waarschynlyk zal 't toeval zich belasten met het spellen van de noodlottige leus die, hoe eenvoudig ook, 't vindingsvermogen van de Commune-menschen en van de Internationale schynt te-boven te gaan. Ik zal me wel wachten hun den weg te wyzen!"

Het is weinig waarschijnlijk dat Multatuli dit gekund had als hij het gewild had. En overigens is het de moeite waard op te merken dat de maatschappelijke revoluties die, meer dan 25 jaren na zijn dood, wčl slaagden plaats vonden als gevolg van de veel verwoestende Eerste Wereldoorlog, die zelf overigens niet veroorzaakt werd door socialistische, communistische of anarchistische agitatie.


[7] "Liever wees ik aan ŕnderen den weg om de vreeselyke toekomst die ons dreigt, te ontgaan. 't Is ook vooral hierom dat ik hoop in de gelegenheid te zyn m'n arbeid nog eenigen tyd voorttezetten. Maar ik erken dat ik zeer vermoeid ben. Niet van arbeiden zoozeer, als 't vervelend worstelen met de triviale hindernissen die me zoo vaak 't werken onmogelyk maken:

 De gloed van hooger geestdrift wordt gedoofd,
 Als 't leven slechts één kamp is met het lage,
 En uitstel van bezwyken hoogste prys. "

Zoals ik eerder opmerkte hield Multatuli vrij snel na het schrijven van het geciteerde op met publiceren voor het Nederlands publiek. Er volgden nog wel vier bundels Ideen, maar deze waren grotendeels gevuld met bittere klachten over wat Multatuli weerhield voor het Neerlands Publiek - "Publiek, ik veracht u met grote innigheid!" - te schrijven, en overigens uit z'n drama "Vorstenschool" en veel Woutertje Pieterse, maar weinig ideen zoals we die in deel 1 t/m 3 aantroffen en commenteerden.

Idee 928.                                                 

<