En ik spreek nu niet van
Nederland alleen. In geheel Europa begint zich neiging tot
Vrye Studie te openbaren, en 't besef baan te
breken, dat de Volkeren sedert eeuwen bedrogen werden door hun
voorgangers op zedelyk, godsdienstig en staatkundig terrein.
[1] Men
begint alom te begrypen wat men te denken hebbe van de byzondere
liefde van Souvereinen voor hun onderdanen, en van de gehechtheid der
Volken aan 'n regeerend stamhuis. Men heeft achter de schermen gezien,
waar de diplomatie haar kinderachtige kunststukjes gereed maakt. Men
begint oplettend te worden op de dapperheid van de vechtmenschen. Er
wordt nagerekend hoeveel Volkswil zich kan openbaren in de
redevoeringen van geachte leden. Hoeveel eigenbaat er schuilt achter
de officieele geloovery...
De
Volkeren beginnen te denken. [2]
Wel
zyn ze - jammer genoeg! - nog in lang niet bekwaam om zelfgevonden
Waarheid in de plaats te zetten van de
onttroonde frazen, doch zéker is 't dat die frazen 't krediet
verloren, waarmee zoo vreeselyk lang straffeloos gespekuleerd werd.
Wat nog voor twintig, dertig jaren vry algemeen voor heilig en
onaantastbaar doorging, werd sedert eenigen tyd byna alom 'n voorwerp
van onverschilligheid, van minachting, jazelfs van bespotting.
Is dit op zichzelf 'n vooruitgang? Neen. (395)
Men moet evenwel dien weg langs, om te geraken tot de helderheid van
begrippen waartoe de Mensheid geroepen is.
Haar instinkt, de ineensmelting van háren drang met háre gaven en háre
behoeften, brengt het streven naar Waarheid
mee, waarin stoffelyk en zedelyk welzyn begrepen is.
[3]
Dat men haar door
opgedrongen leugens eeuwen lang van den weg leidde, is reeds treurig
genoeg. Maar nog treuriger is 't, dat misschien de aard der dingen
niet toelaat op dien weg terugtekeeren, dan met 'n schok die onze
geheele tegenwoordige Maatschappy dreigt omtewerpen. Er staan
Jacquerien voor de deur, die, veel bloed en tranen kosten zullen,
en 't is te vreezen dat de weg naar nieuwe en betere Beschaving, door
'n poel van jammeren leiden zal. [4]
De
ontwaakte Volkeren zullen woedend zyn, en wraak nemen over 't gepleegd
bedrog.
Het
zyn geenszins de jongste gebeurtenissen in Frankryk - 1870, 71 - die
me aanleiding geven tot deze sombere voorspellingen. Voor zeer veel
jaren reeds (in den Vryen-Arbeid, uitgaaf 1873, blz. 22)
heb ik m'n gevoelen geuit over de toekomst die Europa te-gemoet gaat.
Wat onlangs in Frankryk geschiedde, is daarvan slechts 'n onbeduidend
voorspel. Noch de dryvers van de Commune, noch de nietige
persoonlykheden die thans aan 't hoofd van dat Ryk staan -
Thiers,
Macmahon, e.d. -
behooren tot de menschen die rechtstreeks invloed uitoefenen op
de wereldgeschiedenis. [5]
De
onmiddelyke aanleiding tot de algemeens uitbersting die geheel
centraal en zuidelyk Europa in vuur en vlam zetten zal, bestaat in 't
uitspreken van eenige weinige woorden.
Is 't
gevaar nog te bezweren? Misschien niet. Waarschynlyk zal 't toeval
zich belasten met het spellen van de noodlottige leus die, hoe
eenvoudig ook, 't vindingsvermogen van de Commune-menschen en
van de Internationale schynt te-boven te gaan. Ik zal me wel
wachten hun den weg te wyzen! [6]
Liever
wees ik aan ŕnderen den weg om de vreeselyke toekomst die ons dreigt,
te ontgaan. 't Is ook vooral hierom dat ik hoop in de gelegenheid te
zyn m'n arbeid nog eenigen tyd voorttezetten. Maar ik erken dat ik
zeer vermoeid ben. Niet van arbeiden zoozeer, als 't vervelend
worstelen met de triviale hindernissen die me zoo vaak 't werken
onmogelyk maken:
- De gloed van
hooger geestdrift wordt gedoofd,
- Als 't leven
slechts één kamp is met het lage,
- En uitstel van
bezwyken hoogste prys. [7]
Waarmee de lieden die
loisir hebben, hun tyd doorbrengen, is my 'n raadsel. Misschien
zou 't kunnen worden opgelost door den rykgepensioneerden
Van Twist - wiens
werken de Natie met verlangen te-gemoet ziet - en door zekeren
Cohen Stuart, die me
onlangs heel ongevraagd z'n misbare achting weigerde omdat ik naar
ZEd. meening niet genoeg - of niets, geloof ik - had tot-stand
gebracht. Ik beloof beterschap, onder voorwaarde verschoond te mogen
blyven van 'n achting, die mynentwege mag weggeschonken worden aan
pratende Kamerleden, welvarende kappelluî en indische rykworders.
[1] "En ik spreek nu niet van
Nederland alleen. In geheel Europa begint zich neiging tot
Vrye Studie te openbaren, en 't besef baan te
breken, dat de Volkeren sedert eeuwen bedrogen werden door hun
voorgangers op zedelyk, godsdienstig en staatkundig terrein."
Wel, dit was voornamelijk
Multatuliaanse wensdenkerij. Het was wel waar dat in de tijd waarin
hij dit schreef de socialistische, communistische en anarchistische
bewegingen aan het opkomen waren, maar deze waren zowel weinig
succesvol in de 19e eeuw als voor een aanzienlijk deel strijdig met
wat M. voorstond, zoals hemzelf trouwens duidelijk was, en zoals hij
zelf tegen het eind van z'n leven ook per advertentie duidelijk
maakte.
[2] "De
Volkeren beginnen te denken."
Zie hierboven - en "Volkeren"
denken niet en voelen niet en oordelen niet: Alleen individuen kunnen
en doen dat.
[3] "Men
moet evenwel dien weg langs, om te geraken tot de helderheid van
begrippen waartoe de Mensheid geroepen is.
Haar instinkt, de ineensmelting van háren drang met háre gaven en háre
behoeften, brengt het streven naar Waarheid
mee, waarin stoffelyk en zedelyk welzyn begrepen is."
Ook dit is helaas Multatuliaanse
wensdenkerij, een zeer kleine minderheid uitgezonderd. Wie hier een
cijfermatige fundering voor wil in samenhang met Multatuli's
gepubliceerd werk beschouwe mijn
noot [6] bij M.'s Nawoord bij Ideen 3.
[4] "Er
staan
Jacquerien voor de deur, die, veel bloed en tranen kosten zullen,
en 't is te vreezen dat de weg naar nieuwe en betere Beschaving, door
'n poel van jammeren leiden zal."
M. vreesde voor revoluties van de
werkende stand, zoals in de tijd waarin hij schreef de mislukte
commune van Parijs. Zijn vrees kwam niet uit, maar dit wil niet zeggen
dat deze onterecht was. En in feite vonden in 1905 en 1917 drie
revoluties in Rusland plaats, waarvan de laatste de bolsjewiki aan de
macht bracht, wat snel ontaardde in een socialistische terreurstaat.
Verwante bewegingen in Nederland en Duitsland in dit tijdperk
mislukten.
Maar hoewel dit in de lijn van M.'s
verwachtingen en waarschuwingen lag gebeurde dit toch veel later dan
hij voorzien en voorspeld had.
[5] "Noch
de dryvers van de Commune, noch de nietige
persoonlykheden die thans aan 't hoofd van dat Ryk staan -
Thiers,
Macmahon, e.d. -
behooren tot de menschen die rechtstreeks invloed uitoefenen op
de wereldgeschiedenis."
Hier vergist M. zick ook nogal,
tenminste wanneer we, zoals historisch terecht is, onder "de
dryvers van de Commune"
Karl Marx en Friedrich Engels rekenen. Het is waar dat deze twee, zo
min als Multatuli, "rechtstreeks
invloed op de wereldgeschiedenis"
hadden, maar indirect - en vrijwel zeker niet conform hun wensen,
plannen en idealen - was de invloed van deze twee revolutie-denkers en
-prekers heel groot, en reikte tot ver in de 20ste eeuw. Iets
soortgelijks geldt een andere ruim 20 jaar jongere tijdgenoot van
Multatuli: Friedrich Nietzsche. (Zie ook 701.)
Wellicht is het dus hier de plaats om
een vraag op te werpen over deze denkers:
Wat is de verklaring voor het feit
dat Marx en Nietzsche in de eeuw na hun dood bijzonder grote navolging
en groot maatschappelijk effect hadden, al zal dat niet de navolging
geweest zijn die ze zelf gewild hadden, terwijl Multatuli ook in de
20ste eeuw zo weinig invloed had dat vergeleken met wat Marx en
Nietzsche aanrichtten - ongewild, na hun dood, niet conform hun eigen
wensen, maar toch - met een gerust geweten als nietig omschreven kan
worden?
Eén reden om de vraag op te werpen is
om een misvatting te weerspreken, namelijk de volgende: De reden voor
Multatuli's zeer geringe effect, vergeleken met dat van zijn eveneens
als wijsgeer op de voorgrond tredende tijdgenoten Marx en Nietzsche,
zou zijn dat Multatuli- "vergelijkenderwijs" of niet - een veel
minder groot wijsgeer zou zijn.
Dit is een misvatting, al is ie
populair onder zoveelsterangs Nederlandse professoren. Ik heb echter
geen zin hier uitgebreid op in te gaan, en voor wie niet zelf minstens
een groot deel van zowel Marx als Nietzsche als Multatuli gelezen
heeft (als ik wel, maar zoals ik verder nooit tegengekomen ben) zou de
exercitie ook overwegend ijdel academisch vertoon zijn.
Maar één ding verdient toch opgemerkt
te worden in dit verband, en kan desnoods opgevat worden als een
uitdaging aan de lezer: Ik zou zelf niet weten wat Marx of Nietzsche
op filosofisch gebied gepresteerd zouden hebben dat van blijvend nut,
belang of interesse is.
Om terug te keren tot mijn vraag
waarom Multatuli zoveel minder invloed had dan zijn tijdgenoten Marx
en Nietzsche:
Ik zou gissen dat de vier voornaamste
redenen waren dat hij Nederlands schreef; dat zijn Nederlands lezende
eveneens schrijvende tijdgenoten zoveel moeite deden hem dood te
zwijgen; en dat wat hij schreef niet geschikt was voor makkelijke
massa-consumptie noch geschikt was om als theoretische fundering van
een maatschappelijke revolutionaire beweging te kunnen dienen.
[6] "Is 't
gevaar nog te bezweren? Misschien niet. Waarschynlyk zal 't toeval
zich belasten met het spellen van de noodlottige leus die, hoe
eenvoudig ook, 't vindingsvermogen van de Commune-menschen en
van de Internationale schynt te-boven te gaan. Ik zal me wel
wachten hun den weg te wyzen!"
Het is weinig waarschijnlijk dat
Multatuli dit gekund had als hij het gewild had. En overigens is het
de moeite waard op te merken dat de maatschappelijke revoluties die,
meer dan 25 jaren na zijn dood, wčl slaagden plaats vonden als gevolg
van de veel verwoestende Eerste Wereldoorlog, die zelf overigens niet
veroorzaakt werd door socialistische, communistische of anarchistische
agitatie.
[7] "Liever
wees ik aan ŕnderen den weg om de vreeselyke toekomst die ons dreigt,
te ontgaan. 't Is ook vooral hierom dat ik hoop in de gelegenheid te
zyn m'n arbeid nog eenigen tyd voorttezetten. Maar ik erken dat ik
zeer vermoeid ben. Niet van arbeiden zoozeer, als 't vervelend
worstelen met de triviale hindernissen die me zoo vaak 't werken
onmogelyk maken:
- De gloed van
hooger geestdrift wordt gedoofd,
- Als 't leven
slechts één kamp is met het lage,
- En uitstel van
bezwyken hoogste prys. "
Zoals ik eerder opmerkte hield
Multatuli vrij snel na het schrijven van het geciteerde op met
publiceren voor het Nederlands publiek. Er volgden nog wel vier
bundels Ideen, maar deze waren grotendeels gevuld met bittere klachten
over wat Multatuli weerhield voor het Neerlands Publiek - "Publiek, ik
veracht u met grote innigheid!" - te schrijven, en overigens uit z'n
drama "Vorstenschool" en veel Woutertje Pieterse, maar weinig ideen
zoals we die in deel 1 t/m 3 aantroffen en commenteerden.