Idee 855.                                                 


Er is 'n deun in omloop, dat men ‘eerbied schuldig is aan alle opiniën.’ [1] Ik erken, wel-eens tegen dit voorschrift gezondigd te hebben. Misschien is deze misslag vergeeflyk, omdat ik de oprechtheid van veel meeningen in twyfel trek, en dan moet de ruwheid van m'n aanval niet zoozeer worden toegeschreven aan minachting voor de bestreden meening, als aan verachting van 't voorwenden. *)

Om alzoo te beoordeelen of men in dit opzicht den eerepalm behoort uittereiken aan den mecklemburger baron of aan onze verkeerd-beschavers, zouden wy de oprechtheid van de uiteenloopende methoden moeten onderzoeken, en ik gis dat we daarna onzen opinie-eerbied, òf vry gelyk tusschen beide partyen zullen kunnen verdeelen, òf die geheel terughouden. Zoolang men schoolmeesters aanstelt in den geest van de mecklemburger domeinheeren, pleegt men verraad aan den tredmolen. En wie paardekracht en menschenwaarde tegelyk verwaarloost, verdient by z'n eerstkomende avatara in 't mecklemburgsche ter-wereld te komen.

We moeten oprecht zyn, en tusschen beide richtingen 'n keus doen. Door 't hinken op twee gedachten loopen we gevaar den boer zwak, mager en onwetend, den burger mager en onbekwaam, den geleerde dom en mager te maken, d.i. allen onbruikbaar.

Begeeren we been en spieren? Willen we beroepshandigheid? Beoogen we wetenschappelyke transcendentale ontwikkeling?

Alles in gepaste maat.

Dit spreekt vanzelf, maar wie bepaalt deze maat? [2]

't Ideaal van beschaving zou meebrengen dat ieder voor-zich den evenaar in 't huisje wist te houden. Dit echter is het doel dat beoogd moet worden, geen handleiding om 't te bereiken. Maar wel kunnen we door die stelling nagenoeg geraken tot de slotsom dat het algemeen-menschelyke behoort ontwikkeld te worden.

Hieruit toch is te verwachten dat de meest gunstige toepassing op byzondere omstandigbeden, kan worden overgelaten aan den individu.

Noot van 1876. Ook zonder onoprechtheid in 't spel te brengen, heeft alweer die spreekwys geen dragelyken zin. Zy is als veel dergelyke praatjes, 'n stopwoord. Men is eerbied schuldig aan iets dat eer verdient, niet waar? Op welke eer nu 't aankleven van bespottelyke meeningen kan aanspraak maken, begryp ik niet. Evenmin waarom men eerbied zou schuldig zyn, aan die opinien zelf? [3]
Maar, zegt men, er behoorde dan 'n kriterium te bestaan, om uittemaken welke meeningen al dan niet bespottelyk zyn? Ik antwoord dat juist het ontbreken van zoodanig kriterium, my van de verplichting tot eerbied ontslaat. Zoodra men erkent dat er bespottelyke opinien bestaan, kan ik op-grond van denzelfden deun die ook dáárvoor eerbied vordert, eischen dat men myn meening over die bespottelykheid eerbiedige. Ik, byv. vind het geloof aan 'n God, even bespottelyk als 2 X 2 = 5, en hierin, zegt men, doe ik te-kort aan ‘den eerbied dien men aan 't gevoelen van andersdenkenden verschuldigd is.’ M'n gebrek aan eerbied voor die ongerymdheid stem ik van ganscher harte toe, maar ik ontken dat ik dien eerbied zou schuldig wezen. Eerbiedigen die ‘andersdenkenden’ 't geloof in O.L.V. van Lourdes? In 't wonderdadig bloed-zweeten van Louise Lateau? In weerwolven, heksery, bietebauwen of zwarte-kunst? Immers neen! Welk recht hebben ze dan, van my eerbied te vorderen voor hùn bygeloof? Wat zou my verplichten de eene spokery boven de andere te stellen? [4]
De hier behandelde zaagdeun is nog afkeurenswaardiger dan menige andere, omdat ze rechtstreeks 'n misdaad tegen 't gezond verstand in bescherming neemt. Uit het uitdrukkelyk vindiceeren van eerbied voor opinien, blykt per se dat die opinien niet op eigen beenen kunnen staan, en dat men daarvoor - als voor blinden, kreupelen en gebrekkigen - de zeer byzondere konsideratie inroept. Gezonde denkbeelden hebben waarlyk zoo'n buitengewone bescherming niet noodig. [5] Niemand hoeft vermaand te worden tot ‘eerbied’ voor de meening dat twee maal twee gelyk is aan vier. De bedoelde spreekwys is dus, wel beschouwd, 'n wanhopige poging om zekere ongerymdheden die men aan den man wil brengen, van cognoscement en paspoort te voorzien. ‘A is géén A... ik verzoek eerbied voor deze opinie, 'tgeen ik bereid ben by gelegenheid te vergelden.’ 't Spreekt vanzelf dat 'n ander dan even straffeloos verkondigen mag dat B geen B is, enz. 't heele alfabet door, en men eerbiedigt vice-versa maar toe, tot er de misselykheid opvolgt. Amen. [6]


[1] "Er is 'n deun in omloop, dat men ‘eerbied schuldig is aan alle opiniën.’"

En die deun is nog steeds bijzonder populair in Neerland, alleen is de huidige kunstterm geen "eerbied" meer maar "respect". 't Onderliggend mechanisme is makkelijk te begrijpen: Hoe dommer, lelijker, of onbetekender men weet te zijn des te meer respect men wil voor wat men is. Omdat er nu eenmaal veel domme, lelijke of onbetekende mensen zijn, vooral in Neerland, is het publiek eisen en schijnbaar geven van respect iets dat het volk graag mag horen - vooral in Neerland waar zelf-respect geheel terecht zeldzaam is, en bijna even zeldzaam als eerlijkheid. ("As men go, one in tenthousand is honest." Shakespeare.)


[2] "Alles in gepaste maat.
      Dit spreekt vanzelf, maar wie bepaalt deze maat?
"

Dit is een zeer fundamentele vraag op ieder terrein. Het uiteindelijke antwoord is overigens: Als u het zelf niet kunt, geholpen naar vermogen door wat andere mensen gedacht hebben, dan kan niemand het voor u doen. Alle menselijk oordelen is individueel; alle gedeelde menselijke oordelen zijn oordelen gedeeld door menselijke individuen.


[3] "Zy is als veel dergelyke praatjes, 'n stopwoord. Men is eerbied schuldig aan iets dat eer verdient, niet waar? Op welke eer nu 't aankleven van bespottelyke meeningen kan aanspraak maken, begryp ik niet. Evenmin waarom men eerbied zou schuldig zyn, aan die opinien zelf?"

Wie eerbied of respect voor alle meningen belijdt liegt als ie niet gestoord is. Maar het is de moeite waard een mogelijke redelijke grondslag van deze belachelijke eis van universeel respect aan te geven: Men verwart tolerantie met respect.

Voor tolerantie van andersdenkenden is veel te zeggen, althans zolang de andersdenkenden hun opvattingen niet middels geweld trachten te verbreiden. Hiervoor zijn drie fundamentele redenen:

(1) Ieder mens kan weten veel niet te weten en zich vaak te vergissen, hoeveel moeite hij ook doet.
(2) Ieder mens kan weten dat menselijke vooruitgang het resultaat is van langdurige discussie en speculatie gedurende vele generaties.
(3) Ieder mens is in vrijwel alle omstandigheden gediend bij het voortbestaan van een vreedzame samenleving waarin hij kan zeggen en schrijven wat hij wil.

Maar tolerantie is in het geheel niet identiek met respect: Ik tolereer veel dat ikzelf dom of kwalijk vind. Onzinnige denkbeelden verdienen tegenspraak, weerlegging en spot - maar niet het uitmoorden van hun voorstanders.


[4] "M'n gebrek aan eerbied voor die ongerymdheid stem ik van ganscher harte toe, maar ik ontken dat ik dien eerbied zou schuldig wezen. Eerbiedigen die ‘andersdenkenden’ 't geloof in O.L.V. van Lourdes? In 't wonderdadig bloed-zweeten van Louise Lateau? In weerwolven, heksery, bietebauwen of zwarte-kunst? Immers neen! Welk recht hebben ze dan, van my eerbied te vorderen voor hùn bygeloof? Wat zou my verplichten de eene spokery boven de andere te stellen?"

Om de laatste vraag te beantwoorden: Instituties als de inquisitie, de KGB etc. Het probleem is niet zozeer dat er mensen zijn die evidente onzin of waanzin wensen te geloven - volgens ieder mens die enigermate kan redeneren moet gelden dat de grote meerderheid van de mensheid, die immers voor een flink deel anders oordelen en waarderen dan hijzelf, zich minstens gedeeltelijk vergist over fundamentele vraagstukken - maar dat hele samenlevingen en religies gebaseerd zijn geweest op terreur-organisaties als de inquisitie of geheime politie die bestonden om andersdenkenden te vervolgen en vermoorden.


[5] "De hier behandelde zaagdeun is nog afkeurenswaardiger dan menige andere, omdat ze rechtstreeks 'n misdaad tegen 't gezond verstand in bescherming neemt. Uit het uitdrukkelyk vindiceeren van eerbied voor opinien, blykt per se dat die opinien niet op eigen beenen kunnen staan, en dat men daarvoor - als voor blinden, kreupelen en gebrekkigen - de zeer byzondere konsideratie inroept. Gezonde denkbeelden hebben waarlyk zoo'n buitengewone bescherming niet noodig."

Nee, zo is het niet precies, was het alleen omdat denkbeelden die de één voor gezond houdt door een ander voor gestoord worden gehouden. De zinnige en beschaafde opvatting komt op het volgende neer:

  • Iedere mening mag in beginsel uitgesproken en bediscussieerd worden.
  • Iedereen die de meningen van anderen tolereert verdient tolerantie.
  • Geen enkele mening verdient vanzelfsprekend respect.
  • Wie respect verlangt van een ander doet dit uit gebrek aan respect voor zichzelf - én voor de ander.
     

[6] "Niemand hoeft vermaand te worden tot ‘eerbied’ voor de meening dat twee maal twee gelyk is aan vier. De bedoelde spreekwys is dus, wel beschouwd, 'n wanhopige poging om zekere ongerymdheden die men aan den man wil brengen, van cognoscement en paspoort te voorzien. ‘A is géén A... ik verzoek eerbied voor deze opinie, 'tgeen ik bereid ben by gelegenheid te vergelden.’ 't Spreekt vanzelf dat 'n ander dan even straffeloos verkondigen mag dat B geen B is, enz. 't heele alfabet door, en men eerbiedigt vice-versa maar toe, tot er de misselykheid opvolgt. Amen."

Ook dit is niet geheel juist, weer omdat de ongerijmdheden van de één de geloofswaarheden van een ander zijn. Zo is bijvoorbeeld de mening dat iedere willekeurige A géén A is het fundament van de Hegeliaanse en Marxistische dialectiek en is de mening dat 3=1 (God is drie en toch één) een fundament van het Katholicisme. Opnieuw dus:

U mag geloven wat u wilt. Ik mag geloven wat ik wil. Géén van ons verdient het minste respect voor wat we geloven omdat we het geloven. Maar in een dragelijke menselijke samenleving tolereren de leden elkaars meningen, hoe - schijnbaar - geschift ook, en bestendigen de vrije discussie van alle opvattingen, tenminste zolang de belijders van deze opvattingen het belijden en bediscussiëren van andere opvattingen tolereren. Er is geen andere menselijke weg tot een rationeel oordeel, en er is geen dragelijke menselijke samenleving zonder wederszijdse tolerantie van andersdenkenden.

En uiteindelijk is tolerantie van andersdenkenden gefundeerd op ieders eigenbelang: Ik wil zeggen en denken en doen wat ik wil, inclusief het maken en leren van mijn eigen fouten - en daarvoor moet ik de rust en gelegenheid hebben. Dit nu geldt voor iedereen, en de enige manieren om een dergelijk eigenbelang te handhaven zijn ofwel terreur van één standpunt over alle andere ofwel tolerantie van alle standpunten die het bestaan van elkaar en van wederszijdse vrije discussie tolereren.

Tenslotte: Uit het gestelde volgt niets van de vorm "De kiezer heeft altijd gelijk" of "De meerderheid heeft altijd gelijk". In feite is het gewoonlijk zo dat de meerderheid ófwel ongelijk heeft ófwel indien ze gelijk heeft dit een oninteressant, alledaags of triviaal gelijk betreft. En de meerderheid beslist in veel gevallen - maar niet vanwege een bewijsbaar gelijk maar omdat "Het beslissen by meerderheid van stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: áls we vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan." (Zie verder 7, waar dit uit geciteerd is.) Overigens: zie 423.

Idee 855.