Idee 817.                                                 


Zie Ovidius, die - volgens sommigen - niet gebannen werd omdat hy iets verkeerds gedaan had, maar omdat-i onwillens getuige der verkeerdheden van 'n ander was geweest.

En die ander was Keizer. *) [1]

Ik nu werd gestraft, niet omdat ik mager was, maar omdat Mademoiselle Adele...

Ik kan betuigen aan mager noch vet gedacht te hebben, toen zy indecentelyk wèl deed, omdat ze maar vyf vingers had aan één hand. [2]

De heele fout van Ovidius lag in 't keizerschap van Augustus.

En daar Adele markiezin was...  

‘Was ze dit werkelyk? Was ze geen geméén schep-sel?’

Hm! 't Zou kunnen samengaan. Toen ik, opziende na 't lezen van dat briefje, haar met de oogen zocht, was haar plaats leeg. Een stofwolk wees my den weg dien ze met 'r onmetelyk kleed in den tuin beschreef. Abbas, haar achterna huppelend, keek om. De kwajongen zond me - op haar bevel zeker - 'n kushandje toe, dat veel van 'n gryns had.

Maar wie was ze dan toch, en wat beduidde dat: ‘Onze’ in haar briefje?

Dit is 'n zonderlinge geschiedenis. 't Schepsel...

‘Tòch 'n gemeene persoon dus? Toch... omnibus?

Gemeen? Misschien. Omnibus? Neen! Ze was wat men zou kunnen noemen... pluribus. [3] Te Marseille namelyk - ik vernam dit later van Henri, die geen leerjongen in eksteroogen was, maar student in de rechten - is de jeunesse dorée gewoon party te maken tot het aankleeden, opsieren, uitdosschen voor gezamenlyke rekening, van 'n vrouwpersoon waarmee die gulden jeugd dan pronkt. Wat boven de kracht van 'n enkele gaan zou, valt ligt aan 't genootschap dat 'n dozyn leden telt. Men legt geld te-zamen tot het aanschaffen van rytuig, deftige woning, stoet van bedienden, enz. En men dringt de gekozene 'n adelyken titel op. Meestal heet ze de Saint... dit of dat. By-gebreke van iets heiligs in den naam, gaat die op ac uit: de Marsignac, de Pressensac, de Kersaillac of zoo-iets. Zéér gedistingeerd zyn twee namen waarvan de eerste 'n buitenlandschen klank heeft, 'tgeen naar vermaagschapping met europeschen adel heenwyst: de Löwenstein-Trissac, Caramielli de Lusignac, enz. De deugd van zoo'n schepsel... [4]

‘Allergemeenst!’

Verschoon me... zéér gemeen slechts. Allergemeenst zou... Omnibus wezen. En zelfs dáárvan is men niet geheel zeker, als men goed gedineerd heeft, en door 'n gezonde digestie vatbaar is voor zeer liberale opvatting. [5] Deugdzaam op háár manier is zoo'n byen-koningin, wanneer ze standvastig de hulde afwyst die haar door de niet-leden van 't genootschap wordt aangeboden. Onverbrekelyke trouw aan 't duodecemviraat is de volmaaktheid die door haar werkbyen en hommels, in-ruil voor rytuig, titel, hotel, negerjongetjes en karthago-bedekkende kleeding gevorderd wordt. De Herminie die we ter-loops zagen in Therese's quadrille, was van 'n zeer gefêteerd madame-de-Saint-schap afgedwaald tot pantoffelboordster, omdat ze zich misdragen had met... 'n dertiende die geen lid was van de vennootschap. Adele zelf had deze handelwys ‘infâme’ gevonden. Ge ziet het, alles heeft z'n grenzen, en de meest uitgebreide industrie is, welbeschouwd ‘limited.’ [6]

‘Infaam!’

Dit was juist wat Adele van Herminie's dertienden zei. Intusschen... hoor eens, lezer, kunt ge netten-breien of schaakspelen? Zyt ge in 't bezit van 'n solitairspelletje? Zoo ja, leid uw verontwaardiging af, door u met een van die dingen bezig te houden. Wat ge ook kiest, het is altyd beter dan oordeelen. Die Adele had iets goeds in zich. Zaagt ge niet uit haar briefjen aan Leon hoe de ‘elf’ haar benauwden?

‘'t Is wat moois! Dit ontbrak er ook nog aan, dat ze zoo'n levenswys leidde voor haar genoegen!’

Toch geloof ik dat netten-breien beter is dan oordeelen, al maakte gy de mazen zoo groot dat uw eigen fouten er doorslippen... zouden, indien ge 't eens in 't hoofd mocht krygen dáárnaar te visschen. [7]

‘Ik blyf 'r by, dat het infaam is!’

Wie weet! Ik heb tot oordeelen weinig tyd omdat ik me bezig-houd met het schryven van vertellingen. Doe dit ook eens. Wat déze vertelling aangaat, 't is schetsje van zeden...

‘Infaam!’

De schets?

‘Neen, die vrouwspersoon!’

Wie weet! Hebt ge vergeten hoe de ongelukkige - la chose van elf kwajongens...

Elf?

Ja. Leon was zoo kwaad niet...

‘Hebt ge hem dan later weer ontmoet?’

Wel zeker. En Adele ook. Ge begrypt toch dat ik revanche genomen heb? Welnu, ze wàs inderdaad ‘bonne fille.’ [8] Een van haar grootste fouten was...

‘Op de twaalf na!’  

Nu ja, op elf na, haar... magerheid. En dat ze boos werd als 'n vreemde daarvan iets ontdekte. [9] Overigens, hebt ge vergeten hoe ze zich Samaritane toonde by 't sterfbed van dien armen koetsier? 't Is zeker geen verdienste dat ze zich liet liefhebben door vélen, maar toch was ze misschien minder ‘gemeen’ dan òns toeschynt, omdat ze veel lief had. [10] Laat ons dit hopen.

‘En wat wordt er van zulke vrouwen?’ [11]

Onze Adele bracht het tot weduw van 'n zeer geacht lid in 't hooggerechtshof te Algiers...Leon de Neufville. De arme man is jong gestorven. Maar gewoonlyk dalen die wezens af tot straatveegsters... als 't afdalen heeten mag, wat ik dáárlaat. Dit nu is wel 'n treurige toekomst, maar eilieve, wat wordt er van brave meisjes die zich slechts inlaten met zes, met drie, met één, met niemand? De maatschappy is zeer gestreng voor ondeugd, maar geeft weinig blyk van dank aan wie zich niet misdraagt. [12] En... daaraan doet ze wel. Deugd mag niet ontaarden in spekulatie, zooals zeer ten-onrechte wordt aangeprezen in vertellinkjes die met moraal eindigen. [13] Ik was en ben nog 'n zeer naarstig kind, en werd nooit beloond. 't Gaat me precies als Mr. Auguste met z'n knoopsgat... [14]

‘Ge waart ons nog iets schuldig over den wandelenden jood?

Wel, die was ik! 'n Paar dagen nadat ik er in slaagde Adele en Leon 'n bewys te geven dat ik geen ‘maître d'école’ was, nam ik m'n staf op, en reisde verder. Ach, hy is zeer vermoeid, de arme Ahasveros, en voelt dit het pynlykst als-i lezers treft ‘die er niets van begrypen.’ [15]

Blykt u echter dat noch uw solitairspel, noch 'n goed middagmaal, noch uw netten afdoende hulpmiddelen zyn ter genezing van hard oordeel - sans douleur ni extirpation natuurlyk! - gebruik dan ter vulgarizatie der wetenschap van 't goede, iets van den émollient die ons wordt aangeboden in Johannes VIII: wie uwer zonder zonden is... enz. [16]

*) Noot van 1870. De ware oorzaak der verbanning van Ovidius is nooit bekend geworden. De gewone lezing, die ik in den tekst gemakshalve aanneem, is onjuist.


[1] "Zie Ovidius, die - volgens sommigen - niet gebannen werd omdat hy iets verkeerds gedaan had, maar omdat-i onwillens getuige der verkeerdheden van 'n ander was geweest.
En die ander was Keizer. *)
"

De lezer wil hier vàst meer van weten, en ik ook, en diepte dus uit mijn boekenkast het werkje "Gids voor Gymnasiasten" op, dat overigens typisch is voor de meeste van mijn schoolboeken: Oorspronkelijk Duits van een Dr. Wohlrab, vertaald en "bewerkt" door de Hollandse Doctores en gymnasium-leraren Van Wageningen en Greebe, en herzien door Dr. Broos, alweer een gymnasium-leraar. De zesentwintigste druk daarvan uit 1968, die overigens Catullus afdoet als "een hartstochtelijk dichter, die onbewimpeld zijn hartsgeheimen blootlegt" - ja, er stáát na 26 herziene drukken van vier Doctoren "onbewimpeld" - vertelt over Ovidius:

In het jaar 8 n.C. trof hem de relegatio, een verbanning zonder verbeurdverklaring van goederen. Augustus verwijderde hem uit Rome, om redenen die ons onbekend zijn..

Hoe het zij: De parallel is dat Multatuli "onwillens getuige der" goedheden van een ander was geweest, en tegelijk haar borsten had bewonderd.


[2] "Ik nu werd gestraft, niet omdat ik mager was, maar omdat Mademoiselle Adele...
Ik kan betuigen aan mager noch vet gedacht te hebben, toen zy indecentelyk wèl deed, omdat ze maar vyf vingers had aan één hand.
"

Wij moeten dus begrijpen - uit het voorgaande - dat de schone Adele terwijl ze de stervende koetsier naar z'n adres vraagde tot 7 moest tellen met haar handen, waarvan ze er één nodig had om haar borsten afgeschermd te houden van blikken van anderen. (Taalkundig nootje: Ik schreef hier zelf spontaan "vraagde" en leerde toch "vroeg". Hoe een mens kan veranderen!)

Enigszins terzijde, maar ook enigszins relevant: Zéér vele Franse standbeelden ter ere van strijdbare Franse maagden beelden gezegde dames af met minstens één immer fraai gevormde blote borst.


[3] "Dit is 'n zonderlinge geschiedenis. 't Schepsel...
‘Tòch 'n gemeene persoon dus? Toch... omnibus?
Gemeen? Misschien. Omnibus? Neen! Ze was wat men zou kunnen noemen... pluribus.
"

Zoals ik eerder opmerkte gebruikte Multatuli "gemeen" in deze vertelling in de zin van "gemeenschappelijk", als "publiek" in "publieke vrouw". En "omnibus" is "van allen", terwijl "pluribus" is "van velen". De uitleg volgt in de tekst en hieronder.


[4] "Te Marseille namelyk - ik vernam dit later van Henri, die geen leerjongen in eksteroogen was, maar student in de rechten - is de jeunesse dorée gewoon party te maken tot het aankleeden, opsieren, uitdosschen voor gezamenlyke rekening, van 'n vrouwpersoon waarmee die gulden jeugd dan pronkt. Wat boven de kracht van 'n enkele gaan zou, valt ligt aan 't genootschap dat 'n dozyn leden telt. Men legt geld te-zamen tot het aanschaffen van rytuig, deftige woning, stoet van bedienden, enz. En men dringt de gekozene 'n adelyken titel op. Meestal heet ze de Saint... dit of dat. By-gebreke van iets heiligs in den naam, gaat die op ac uit: de Marsignac, de Pressensac, de Kersaillac of zoo-iets. Zéér gedistingeerd zyn twee namen waarvan de eerste 'n buitenlandschen klank heeft, 'tgeen naar vermaagschapping met europeschen adel heenwyst: de Löwenstein-Trissac, Caramielli de Lusignac, enz. De deugd van zoo'n schepsel..."

Enige - dunkt me - tamelijk interessante informatie over zeden, gebruiken en geslachtsleven in het Frankrijk van rond 1857, die het markiezinschap van Adele Pluribus verheldert.


[5] "‘Allergemeenst!’
Verschoon me... zéér gemeen slechts. Allergemeenst zou... Omnibus wezen. En zelfs dáárvan is men niet geheel zeker, als men goed gedineerd heeft, en door 'n gezonde digestie vatbaar is voor zeer liberale opvatting.
"

Hier wordt "gemeen" weer als "gemeenschappelijk" geduid. Wat de rest van dit citaat betreft drie algemene opmerkingen.

A. Multatuli verdedigt hier tot op zekere hoogte wat in de Bijbel ook wel "het hoerdom" wordt genoemd.
B. In feite was een aanzienlijk deel van de mannen der hogere stand in de 19e eeuw hoerenloper.
C. Multatuli heeft minstens één verhouding met een prostituee gehad, namelijk de Eugenie waar sprake van is in de VW.

Over (B) en wat daarmee samenhangt zou veel te zeggen zijn. Voorzover het de positie van de vrouw in de maatschappij betreft zie rond 202.


[6] "Ge ziet het, alles heeft z'n grenzen, en de meest uitgebreide industrie is, welbeschouwd ‘limited.’ "

Dus niet "gemeen" in de eerder door M. gebruikte zin.


[7] "Toch geloof ik dat netten-breien beter is dan oordeelen, al maakte gy de mazen zoo groot dat uw eigen fouten er doorslippen... zouden, indien ge 't eens in 't hoofd mocht krygen dáárnaar te visschen."

Een stylistische opmerking: Hier combineert Multatuli fraai in één zin allerlei themaas waar het hele verhaal om draait: Zonde, zondeloosheid, deugd, het oordelen over anderen, het goed kunnen lezen, en zijn denkbeeld over de karper en zelfstandig oordelen.

Wanneer M. tijd en moeite aan z'n teksten besteedde zijn er veel van dergelijke zinnen en passages aan te geven waarin hij zeer veel verweeft, aanduidt en samenvat in heel weinig woorden. De tekst over Woutertje Pieterse heeft veel voorbeelden hiervan.


[8] "Welnu, ze wàs inderdaad ‘bonne fille.’"

En wel omdat ze werkelijk goed deed. Zie [10].


[9] "Een van haar grootste fouten was(..) haar... magerheid. En dat ze boos werd als 'n vreemde daarvan iets ontdekte."

Wat betreft "haar... magerheid" zie 807.


[10] "Overigens, hebt ge vergeten hoe ze zich Samaritane toonde by 't sterfbed van dien armen koetsier? 't Is zeker geen verdienste dat ze zich liet liefhebben door vélen, maar toch was ze misschien minder ‘gemeen’ dan òns toeschynt, omdat ze veel lief had. "

Hier geeft M. zijn redenen voor ""Welnu, ze wàs inderdaad ‘bonne fille.’"": Ze volgde haar hart en de religie van het goede waarvan M. zelf in 242 sprak.


[11] "‘En wat wordt er van zulke vrouwen?’"

Wel, tegenwoordig worden ze in het moderne Westen actrice. De algemene voorwaarde voor het worden van een succesvol actrice zijn trouwens eenvoudig: Je hebt de schoonheid van een fotomodel, het brein van een accountant en de zelf-controle van een samoerai nodig. Wie deze combineert kan een succesvol actrice worden; wie deze ontbeert zal waarschijnlijk falen.

In Multatuli's tijd en daarvoor was er voor vrouwen zonder geld met geest, schoonheid en  ondernemingslust weinig andere mogelijkheid dan - laten we zeggen - courtesane of het verleiden van "een man van stand" tot een huwelijk of mainteneur-schap. Adele Pluribus had een manier gevonden om alledrie tegelijk te practiceren.


[12] "De maatschappy is zeer gestreng voor ondeugd, maar geeft weinig blyk van dank aan wie zich niet misdraagt."

Hm. Mij dunkt van niet. Iedere maatschappij bestaat door het conformisme en actief conformeren van anderen door de meesten, waarvan Multatuli zelf satirisch maar heel adequaat en instructief verhaalt in 107 en 447. De beloonde deugd in iedere maatschappij is de beloning van het "doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg": Je medemensen (en de - al dan niet geheime - politie!) laten je met rust.


[13] "Deugd mag niet ontaarden in spekulatie, zooals zeer ten-onrechte wordt aangeprezen in vertellinkjes die met moraal eindigen."

Wel, laten we eerst laten zien hoe deugd en spekulatie feitelijk samenhangen in de maatschappelijke praktijk en de toegepaste waarschijnlijkheidstheorie, waarvan nu een voorbeeldje, waarna twee korte kommentaren over Multatuli's opvattingen over genot en deugd.

Wie niet van elementaire wiskunde houdt kan het meeste hiervan overslaan - maar mist een aanpak met veel verklarend vermogen en een zinnige partiële explicatie van Bishop Butler's fraaie, ware en leerzame morele en praktische levensles: "Probability is the guide to life".

E.e.a. is een kleine aanvulling van mijn kommentaar bij 423.

1. Deugd en spekulatie: In algemene termen komt de situatie voor veel maatschappelijke rollen op het volgende neer:

Men conformeert zich of niet, en wordt daarvoor beloond of gestraft. Er zijn dus in dit soort situaties altijd vier mogelijke gevallen

  • men conformeert zich en wordt gestraft: α
  • men conformeert zich en wordt beloond: β
  • men conformeert zich niet en wordt gestraft: γ
  • men conformeert zich niet en wordt beloond:  δ

En we kunnen voor ieder alternatief een schatting of telling maken van het aantal gevallen waarin het gebeurt. Het resultaat laat zich handzaam schrijven in een tafel als de volgende:

  Conformisme Non-Conformisme Som
Straf         α        γ α+γ
Beloning        β        δ β+δ
Som      α+β      γ+δ  1 

In het geval dat men inderdaad een schatting of telling maken van het aantal gevallen waarin het gebeurt is het handzaam om ieder gewaardeerd alternatief te delen door de som van de waarden van alle alternatieven. Het resultaat is dan dat α+β+γ+δ=1 en dat de tabel aanleiding geeft voor waarschijnlijkheden als volgt

  • pr(Straf|Conformisme) = α/(α+β)
  • pr(Beloning|Conformisme) = β/(α+β)
  • pr(Straf|Non-Conformisme) = y/(γ+δ)
  • pr(Beloning|Non-Conformisme) = δ/(γ+δ)

Voor wie het niet weet: "pr(X|Y)" is een gebruikelijke wiskundige notatie voor de frase "de kans op X gegeven dat Y". En de lezer kan naar lust en vermogen voorbeelden van conformisme, non-conformisme en straf en beloning daarvoor bedenken en daarmee verbonden conditionele waarschijnlijkheden inschatten - en spekuleren over de vraag wat ie zelf zou doen in specifieke omstandigheden.

Tot nu toe hebben we een aanpak voor waarschijnlijkheden. Maar we kunnen iets soortgelijks voor de waarden doen die een gegeven persoon toekent aan deze alternatieven

  • de waarde dat men zich conformeert en wordt gestraft: Α
  • de waarde dat men conformeert zich en wordt beloond: Β
  • de waarde dat men conformeert zich niet en wordt gestraft: Γ
  • de waarde dat men conformeert zich niet en wordt beloond:  Δ

Hierbij is het vaak verstandig de gebruikte waardenschaal te herzien tot één die loopt van -100 tot +100 en die de waarde 0 toekent aan uitkomsten waar de beoordelaar negatief noch positief over voelt.

E.e.a. kan weergegeven worden in een tafel als deze:

  Conformisme Non-Conformisme Som
Straf         Α        Γ Α+Γ
Beloning        Β        Δ Β+Δ
Som      Α+Β      Γ+Δ   

De aanname die we maakten over Straf en Beloning kan als volgt geschreven worden:

  • -100 ≤ A ≤ 0 en -100 ≤ Γ ≤ 0
  • +100 ≥ Β ≥ 0 en +100 ≥ Δ ≥ 0

Tenslotte kunnen de toegekende waarschijnlijkheden en waarden gecombineerd worden, bijvoorbeeld via een tafel als

  Conformisme Non-Conformisme Som
Straf         αΑ        γΓ αΑ+γΓ
Beloning        βΒ        δΔ βΒ+δΔ
Som      αΑ+βΒ      γΓ+δΔ   

Maar hier zal het de meeste van mijn lezers te ingewikkeld worden. Waar het hier om gaat is alleen te laten zien hoe ieder ethisch of moreel systeem dat toegepast wordt feitelijk veel te maken heeft met spekulatie over kansen en waarden en dat dit onvermijdelijk is.

2. Deugd en genot: Dan wat betreft Multatuli's regelmatig herhaalde uitspraken over genot en deugd, zeg de Genot=Deugd theorie, waarvoor de fundamentele psychologische overweging van Multatuli geweest schijnt te zijn dat het iemand (anders) een plezier doen de doener vaak plezier geeft. Ik vermoed ook dat het althans iets uitstaande heeft met Bentham's utiliteits-leer, die leerde dat mensen dingen doen vanwege het nut dat ze van dat doen verwachten en waarbij dat gebeurde met een beroep op een ethisch beginsel dat erop neer kwam dat het beste is wat de meeste mensen het meeste nut oplevert. (Hierover merkte de wiskundige Von Neumann terecht op dat dit beginsel lijdt aan het tekort dat het twee dingen tegelijk - het meeste nut van de meeste mensen - tracht te maximaliseren, wat verwacht mag worden vrijwel nooit te kunnen lukken. Maar dit terzijde, al is Von Neumann's tegenwerping een uitstekend logisch bezwaar tegen deze nog steeds populaire opvatting over wat het beste of het goede zou zijn. Immers: non posse nemo obligatur.)

Het probleem met deze doctrines, hoe ook bedoeld, is dat ze mogelijk fraai klinken maar verre van duidelijk zijn omdat ze diverse zaken verwarren.

Hier is een fundamentele tabel met de mogelijkheden voor een willekeurig ethisch stelsel dat Goed en Slecht onderscheidt, en de waardering van wat Goed en Slecht zou zijn volgens dat systeem volgens een bepaald persoon in termen van het Genot (Plezier) en de Pijn die verbonden is met dit veronderstelde Goed en Slecht:

  Goed Slecht
Genot      A     C
Pijn     B     D

Merk op dat in deze tabel

  • een specifieke opvatting over iets bepaalds dat ethisch Goed of Slecht kan zijn wordt verondersteld
  • een specifieke persoon met specifieke ondervindingen of verwachtingen van Genot en Pijn verbonden het veronderstelde ethisch Goede of Slechte wordt verondersteld terwijl
  • A, B, C en D de relatieve proporties van een en ander volgens de beoordeelaar weergeven
  • en de tabel kan verder geanalyseerd en uitgesplitst worden als hierboven in dit commentaar.

De gegeven tabel, hoewel welbewust vereenvoudigend, is een behoorlijk adequate weergave van de logische mogelijkheden, terwijl de ervaring leert dat voor gegeven ethische of morele opvattingen en stelsels de individuen die eronder leven nogal plegen te verschillen in hun waarderingen van de door de praktijk van die ethische of morele opvattingen veroorzaakte pijn of genot bij hen.

Multatuli's uitspraken die neerkomen op "Deugd is Genot" of omgekeerd betekenen in termen van bovenstaande tabel dat B=C=0 (tennaastebij) ... en de lezer kan inzien dat deze opvatting precies voorbijgaat aan wat in alle ethische stelsels - zinnige en onzinnige - een hoofdprobleem is en ze moeilijk toepasbaar en handhaafbaar maakt: De individuen die onder dergelijke stelsels leven - al dan niet naar keus - plegen nogal verschillend te voelen over de pijn en het plezier dat de toepassing van de normen voor goed en kwaad van dat stelsel bij hen veroorzaken.

Het komt dus betrekkelijk vaak voor dat wat ethisch goed is onplezierig is en dat wat ethisch slecht is plezier geeft. En in feite is dit één van de voornaamste redenen om te onderscheiden tussen goed en plezier en tussen slecht en pijn. Veel van wat goed geacht wordt geeft geen plezier anders dan mogelijk op termijn, en veel van wat slecht geacht wordt geeft snel plezier en mogelijk pijn op termijn.

En vandaar de talrijke momenten dat het menselijk hart zich gedraagt volgens Ovidius' uitspraak: "Video meliora proboque; deteriora sequor" = "Ik zie het betere en oordeel dat het beter is, maar doe het slechtere", en wel omdat het plezieriger, veiliger, minder inspannend of voordeliger is (of lijkt).

Kortom: Genot is geen Deugd en Deugd is geen Genot en het poneren van het tegendeel, zoals Multatuli deed, is verwarrend en misleidend over de relaties die plegen te bestaan tussen morele voorschriften en idealen enerszijds en feitelijke ervaringen en daden anderszijds: Goed doen is vaak moeilijk en pijnlijk, en slecht doen is vaak makkelijk en prettig.

Wie dit nog niet duidelijk is vergelijke de volgende twee kort gegeven voorbeelden:

A. Een commandant van de SS die een bijzonder deugdzaam mens zou zijn - volgens de Genot is Deugd theorie - omdat het vergassen en martelen van mensen, net als het uitvoeren van orders, en helemaal zulke orders, hem bijzonder veel genot geeft, omdat hij nu eenmaal zo 'n soort persoon is.

B. Een doctor in een oorlogsgebied die een heel weinig deugdzaam mens zou zijn - volgens de Genot is Deugd theorie - omdat hij weken bezig is met het redden van levens, het uitvoeren van operaties en het verplegen en helpen van mensen onder voortdurend vuur en tegen grote inspanningen en pijn zijnerszijds.

3. Waarom had Multatuli de Genot is Deugd theorie?: Gegeven het bovenstaande is dit een relevante vraag, want M.'s opstelling is zowel onlogisch als strijdig met de ervaringen van - in ieder geval - de zeer grote meerderheid van mensen. Immers: Het doen van het zogenaamde Goede is vaak moeilijk en pijnlijk en het doen van het zogenaamde Slechte is vaak makkelijk en aangenaam, ook als men instemt dat het beter is het Goede dan het Slechte te doen.

Ik gis dat er twee hoofdredenen zijn waarom Multatuli vaak schreef en verkondigde dat Genot is Deugd:

I.  M.'s ervaringen met het Nederlands Protestantisme
II. M's voorkeur voor paradoxen samen met de feitelijk paradoxale situatie van normenstelsels

M.'s ervaringen met het Nederlands Protestantisme waren zeer negatief: Niet alleen vond M. dit een intellectueel vals en tegenstrijdig en moreel hypocriet en slecht systeem - hij meende ook dat het in de feitelijke alledaagse praktijk mensen ongelukkig maakte, juist omdat zoveel van de feitelijk uitgeoefende protestantse waarden neerkwamen op het bestrijden van vrijwel ieder ander genot dan het genot dat te ontlenen is aan het zingen van psalmen, het aanhoren van preken en het Bijbellezen.

Hij gaat o.a. op dit aspect van het protestantisme in rond de zeeziekte-geschiedenis. Het was zijn voornaamste grond het katholicisme hoger in te schatten als godsdienst: Niet omdat de leer minder onlogisch zou zijn of de feitelijke moraal minder schijnheilig, maar omdat het katholicisme meer vreugde inspireerde in haar volgelingen dan het protestantisme.

M. had een voorkeur voor paradoxen en feitelijk is de situatie van alle bestaande en bekende menselijke  normenstelsels nogal paradoxaal om minstens drie soorten redenen:

(a) Zoals hierboven uiteengezet is een deel van de zin van een normenstelsel dat het sommige dingen die prettig zijn afwijst en sommige dingen die onprettig zijn prijst.

(b) Afgezien daarvan zijn de meeste normenstelsels gebaseerd op een aantal evident onzinnige of onbewijsbare veronderstellingen, die bovendien niets direct met feitelijk maatschappelijk menselijk gedrag van doen hebben die normenstelsels beogen te reguleren, zoals een straffend God en een eeuwig durende hemelse beloning.

(c) Mensen maken in grote meerderheid van zichzelf en hun mogelijkheden een karikaturale vervalsing door zichzelf te veranderen in huichelende spelers van maatschappelijke rollen waarmee ze zich identificeren, die niet meer in staat zijn hun eigen spel, pretenties en wensgedachten te onderscheiden van werkelijkheid en zelf. (Zie 73, 74, 107, 136, 246, 276, 423, 447, 616, 618).

Dit alles is spekulatief voorzover het Multatuli's motieven voor z'n Genot is Deugd theorie betreft. Maar er is behoorlijke ondersteuning voor. Ik citeer uit het lemma Genot is deugd in K. ter Laan's Multatuli Encyclopedie:

Het 'Genot is deugd' kwam reeds ter sprake in de Minnebrieven, waarin M. Fancy een paar teksten geeft ('Preken schrijf ik niet'): 'Doodt de zinnen, werp weg wat u behagen zou! riepen ten allen tyde de vromen, die met veel graagte aasden op alles, wat er werd weggeworpen door de onnozele zielen, die hen geloofden.' (..) Verderop schrijft hij: 'Ik wil de arme mensen, die daar zo verdrietig ongetrouwd achterbleven, zeggen: dat genot deugd is, en dat niets meer genot geeft dan liefde.'

Ik vind het dus een begrijpelijke Multatuliaanse opvatting, maar blijf het er mee oneens om de redenen die ik hierboven gaf: Te verwarrend en feitelijk misleidend uitgedrukt. (Ja, dat kon ook Multatuli overkomen.)

Wat is "deugd" dan wèl, als het niet samenvalt, zelfs niet bij benadering, met "genot"? Dit is een moeilijke vraag die zich moeilijk in één woord - of één zin, of één verhandeling - laat afdoen, maar het woord dat het meest overeenkomt met mijn begrip van deugd is rechtvaardigheid. En een kort begrip daarvan is: Eerlijk oordelen en eerlijk delen. Verder zie 423.


[14] "Ik was en ben nog 'n zeer naarstig kind, en werd nooit beloond. 't Gaat me precies als Mr. Auguste met z'n knoopsgat... "

Zie 812.


[15] "Ach, hy is zeer vermoeid, de arme Ahasveros, en voelt dit het pynlykst als-i lezers treft ‘die er niets van begrypen.’ "

Dit slaat op Multatuli's eerste ondervinding met de tekst van zijn latere boek "Millioenenstudiën", dat M. rond deze tijd had geprobeerd te publiceren in "Het Dagblad van het Noorden" maar dat zijn kopie weigerde vanwege lezers ‘die er niets van begrypen’.


[16] "Blykt u echter dat noch uw solitairspel, noch 'n goed middagmaal, noch uw netten afdoende hulpmiddelen zyn ter genezing van hard oordeel - sans douleur ni extirpation natuurlyk! - gebruik dan ter vulgarizatie der wetenschap van 't goede, iets van den émollient die ons wordt aangeboden in Johannes VIII: wie uwer zonder zonden is... enz."

Dus toch een moraal, lezer. In feite hebt u er een heel stel opgediend gekregen, in ironische verpakking.

Idee 817.