Idee 537.                                                 


 Ik zeide dat ik ditmaal voortschreef op verzoek van m'n uitgever, die gaarne dezen bundel Ideen gesloten zag, en daartoe aanleiding vindt in de ontelbare vragen van myn lezers: ‘wanneer er weder iets van my verschynen zal?’ [1]

Ik antwoord dien belangstellenden lezers met het verzoek om te leeren lezen. Is Idee 284 duidelyk of niet? Is myn voortdurende klacht - aanklacht altyd! - over gebrek aan ondersteuning, duidelyk of niet? Waarom zou ik voortschryven? Reeds lang geleden heb ik gezegd: al wat ik weet, ware te schryven op 'n klein blaadje. Het gedurig herhalen van dezelfde waarheden verveelt my. Van alle indrukken die my bezielen, is verontwaardiging de eenige die myn gekrenkt gevoel my toelaat medetedeelen aan Publiek. Wat liefelyk luiden zou, wat intiem is, acht ik te goed daartoe. [2]

Toch verbind ik my niet tot voortdurend zwygen. 't Kon zyn dat deze of gene aanleiding my bewoog tot voortgaan, maar zekerlyk zal altyd de hoofdtoon van myn geschryf bitterheid wezen. [3] Wie dus daarmeê niet gediend is, kan de kosten van 't koopen sparen. Publiek is niet ryk genoeg om myn smart te betalen, noch de moeite die 't me kost my nòg lager neertebuigen tot het peil van zyn begrip. [4]


[1] "Ik zeide dat ik ditmaal voortschreef op verzoek van m'n uitgever, die gaarne dezen bundel Ideen gesloten zag, en daartoe aanleiding vindt in de ontelbare vragen van myn lezers: ‘wanneer er weder iets van my verschynen zal?’"

Het kostte M. inderdaad veel tijd en moeite bundel 2 van de Ideen af te maken, en hij lijkt het grootste deel tegen heug en meug geschreven te hebben. Ik vind bundel 2 dan ook van veel lager niveau dan bundel 1. Zie verder [3].


[2] "Waarom zou ik voortschryven? Reeds lang geleden heb ik gezegd: al wat ik weet, ware te schryven op 'n klein blaadje. Het gedurig herhalen van dezelfde waarheden verveelt my. Van alle indrukken die my bezielen, is verontwaardiging de eenige die myn gekrenkt gevoel my toelaat medetedeelen aan Publiek. Wat liefelyk luiden zou, wat intiem is, acht ik te goed daartoe. "

Opnieuw ongetwijfeld gemeend. Toch is het ook waar dat M. bij gelegenheid aan z'n vrouw of vrienden schreef wel stof voor honderd bundels Ideen in z'n hoofd te hebben en dat hij, wanneer hij niet bitter of depressief gestemd was en zich redelijk voelde hij in staat was over ieder willekeurig onderwerp bijzonder goed en interessant te schrijven. Dit wordt heel goed geïllustreerd door M.'s correspondentie, waarin vele fraaie brieven.


[3] "Toch verbind ik my niet tot voortdurend zwygen. 't Kon zyn dat deze of gene aanleiding my bewoog tot voortgaan, maar zekerlyk zal altyd de hoofdtoon van myn geschryf bitterheid wezen."

Het laatste is waar, en een uitstekend voorbeeld is bundel 4 van de Ideen, die gevuld zijn met het toneelstuk "Vorstenschool" en veel bitterheden, terwijl de bundels 5 t/m 7 vrijwel alleen aan Woutertje Pieterse zijn gewijd, en meer geschreven werden om in leven te blijven dan om het Nederlands publiek tot redelijkheid te brengen.

De uitzondering is bundel 3, volgens M. zelf het beste wat hij schreef.


[4] "Wie dus daarmeê niet gediend is, kan de kosten van 't koopen sparen. Publiek is niet ryk genoeg om myn smart te betalen, noch de moeite die 't me kost my nòg lager neertebuigen tot het peil van zyn begrip."

Ik neem aan dat dit voor een deel ook gericht is tegen M.'s uitgever van Ideen 1 en 2, R.C. d'Ablaing van Giessenburg, met wie M. enthousiast begonnen was aan Ideen 1 maar gebrouilleerd raakte gedurende het schrijven van Ideen 2, en die door het geciteerde niet welgestemder over M. zal zijn geworden.

Een belangrijke oorzaak voor de brouille was de armoede van beide. En wat M.'s kansen en mogelijkheden feitelijk zeer beperkt heeft is dat hij pas in 1872 een werkelijk goede uitgever vond, de in nogal wat menselijke opzichten verbazende en voorbeeldige G.L. Funke.

Idee 537.