Idee 536.                                                 


Ik weet niet of De Girardin myn voorbeeld zou aangrypen als bewys voor z'n stelling, of wraken als bewys daartegen. [1] Wat my betreft, ik had liever andere bewyzen gehad van succes, dan letterkundigen opgang en vreesachtig eerbiedig zwygen. Ik had zoo gaarne verbetering gezien, en waar dit niet op eenmaal geschieden kon, dan toch blyken van zucht naar verbetering. By 't Volk moge die begeerte bestaan, ze bestaat niet by wie 't Volk voorgaan. [2] En ook by hen die lyden, is de smart sterker dan de verontwaardiging. De ‘aardappelen met azyn’ en 't uit Engeland weer-ingevoerd ‘verblydend smeer’ [3] schynen te veel of te weinig werking te hebben uitgeoefend. Te veel om kracht overtelaten tot mannelyk verzet, te weinig om kracht te geven tot de woede van wanhoop. Men zucht, men klaagt, men staart dom en stom verbaasd op de brutale weelde van de weinigen die welvaren by de algemeene ellende... en daarby blyft het.

Kunst, letterkunde, publiek leven, 't aandeel nemen aan de algemeene zaak, moraliteit... alles kwynt. [4] En zoover gaat de apathie, dat men zelfs den moed verloren heeft tot toejuiching van den enkele die - te laat, als ge wilt, maar eindelyk toch! - opstaat om te wyzen op 'n nieuw blyk van de verrotting waaraan wy lyden.

Ik bedoel hier bepaaldelyk de poging van den Heer Van Zuylen, om de Natie te verlossen van Mr. Thorbecke en z'n clique. De eerlyke Salvador, vroeger een gemoedelyk aanhanger van wat hy toen hield voor Thorbeckiaansche beginselen, verklaarde openlyk dat hy zich vergist had. Ik heb nauwkeurig gelet op den indruk dien deze verklaring en Van Zuylen's poging gemaakt hebben, en ben tot de overtuiging gekomen dat het Volk geen verbetering verdient. Men wil bedorven zyn. Men wil dat er geknoeid wordt, en gelogen, en gestolen. [5]

Dat willen zy althans die 't volk voorgaan, en waarschynlyk zal er onderwys moeten gegeven worden door vreemde bajonetten, voor de natie zich gedrongen voelen zal omtezien naar andere voorgangers.

Redeneeren, betoogen, bewyzen? Werken op gevoel, op eer, op voordeel zelfs... als het niet terstond voor de hand ligt? Dwaasheid! Wie 't goede wil - en dit toonde - wordt bespot als 'n misplaatste Don Quichot, als 'n te laat geboren ridder, als 'n anachronisme. Neen, erger! Men smaadt hem, lastert hem. [6]

Er was profetie in de inleiding dezer Ideen, waar ik zeide:

‘En een gedeelte zal roepen: deze mensch is slecht!

En toch is smaad en laster in 't verborgen 't allerergste niet. Noch zelfs het smoren door zwygen. Het verfoeielykste is de lauwheid, de lafhartigheid der geestverwanten. [7]

Och, hadde ik u leugens verteld, gy die beweert met my de waarheid lief te hebben! Wat al geestdrift - werkdadige ditmaal! - zoudt ge hebben ten-toon gespreid! Aanziet de kerken der middeleeuwen: wat al steen, arbeid, kunst, ten-offer gebracht aan leugen!

En zonder zoover terug te gaan, let op de giften en legaten aan bybelverspreiders en zendelingery! Zelfs onder de stuiptrekking van z'n bestaan, schynt er meer levenskracht te liggen in de leugen van 't geloof, dan in de leugens van 't valsch liberalismus. Waarlyk, als ik geen vrygeest ware, zou ik wenschen een geloover te zyn. Ik zou minder beschaamd wezen over m'n familie.


[1] "Ik weet niet of De Girardin myn voorbeeld zou aangrypen als bewys voor z'n stelling, of wraken als bewys daartegen."

Dit refereert aan idee 533: "Et pourquoi parlez-vous donc?’ vraagde men aan Emile de Girardin". Multatuli hield van paradoxen, en ik ook. Natuurlijk is er iets paradoxaals in een redevoering waarin betoogd wordt dat redevoeringen geen nut hebben. Maar echt paradoxaal is het niet, vooral niet als "redevoeringen" begrepen wordt als "sommige redevoeringen" of "de meeste redevoeringen".


[2] "Ik had zoo gaarne verbetering gezien, en waar dit niet op eenmaal geschieden kon, dan toch blyken van zucht naar verbetering. By 't Volk moge die begeerte bestaan, ze bestaat niet by wie 't Volk voorgaan."

Dit is zeker gemeend, en waar het M. uiteindelijk om ging met zijn publieke schrijverij. In feite begint ongeveer hier het begin van een uitgebreide reeks Ideen waarin M. zijn teleurstelling en desillusie uitspreekt.

En uiteraard is de tweede zin overwegend maar niet geheel waar: De grote meerderheid van de voorgangers van het volk hadden teveel belang bij de bestaande situatie om er veel aan te willen verbeteren, maar er waren uitzonderingen. Zie o.a. 451 voor de toestand van het Nederlandse volk rond 1864.


[3] "En ook by hen die lyden, is de smart sterker dan de verontwaardiging. De ‘aardappelen met azyn’ en 't uit Engeland weer-ingevoerd ‘verblydend smeer’ "

Zie 451.


[4] "Kunst, letterkunde, publiek leven, 't aandeel nemen aan de algemeene zaak, moraliteit... alles kwynt."

Ik geloof dat dit overwegend waar is en dat een belangrijke reden - onder veel meer - in het bestaan van Nederlands-Indië lag: Nederland dreef feitelijk op dit wingewest, en er was dus weinig aanleiding om in Nederland door Nederlands initiatief iets tot stand te brengen: Rijkworden ging makkelijker en sneller in Nederlands-Indië of met hulp van handel in koloniale koopwaar.


[5] " Ik (..) ben tot de overtuiging gekomen dat het Volk geen verbetering verdient. Men wil bedorven zyn. Men wil dat er geknoeid wordt, en gelogen, en gestolen."

Ja, ik vrees dat het hier in meerderheid op neer kwam. En als dit zo is dan was M.'s hooggestemde morele idealisme van het begin tot ondergang gedoemd - want temidden van een maatschappij waar gehuichel en conformisme de norm van doen en denken van de grote meerderheid is kon iemand als M. alleen gehoor vinden bij zeldzame individuen, en waarachtig begrip voor wat hem bewoog bij nog minder mensen.

Als de roeping van de mens is mens te zijn, dan is de grote meerderheid van de soort homo sapiëns doof voor die roep.


[6] "Redeneeren, betoogen, bewyzen? Werken op gevoel, op eer, op voordeel zelfs... als het niet terstond voor de hand ligt? Dwaasheid! Wie 't goede wil - en dit toonde - wordt bespot als 'n misplaatste Don Quichot, als 'n te laat geboren ridder, als 'n anachronisme. Neen, erger! Men smaadt hem, lastert hem."

Alles bittere eigen ervaring. En dit is nog steeds zo, en altijd zo geweest. Daarbij: Het probleem is niet zozeer of mensen het goede willen, maar veel meer dat ze niet voldoende rationeel en redelijk zijn in het streven daarnaar, en zich te makkelijk conformeren aan de doorsnee, àls ze zich al niet in maatschappelijke omstandigheden bevinden waar afwijken van de norm levensgevaarlijk is, zoals feitelijk gebruikelijk in de wereldgeschiedenis, tot zover.


[7] "En toch is smaad en laster in 't verborgen 't allerergste niet. Noch zelfs het smoren door zwygen. Het verfoeielykste is de lauwheid, de lafhartigheid der geestverwanten."

Ook hier sprak M. uit z'n hart. En inderdaad kostte het hem lang om goed door te krijgen dat de zeer grote meerderheid van z'n zogeheten "geestverwanten" uit ander hout gesneden waren dan hijzelf en veel minder goed schreven en redeneerden, en gewoonlijk minder moed hadden, en eerder "geestverwanten" uit eigen geestelijke armoede dan uit welbewuste individuele kracht.

Idee 536.