Idee 532.                                        


Na 't uitgeven van 't voorgaande blad dezer IDEEN, heb ik gewacht. Betuigingen van sympathie ontving ik vele. Bewyzen, weinig. En ik ben moedeloos. Niet omtrent het eindelyk slagen, maar over het slagen op deze wyze.  [1]

Onder dat wachten heb ik nog eenige wiskunstige waarheden ontdekt - over de eigenschappen der dusgenoemd-identieke vergelykingen en der kwadraatgetallen - of liever, ik heb middel gevonden om bekende waarheden helderder voortestellen. Gaarna zou ik my belast zien met het onderricht in mathesis en algebra, maar ik heb geen loisir. De noodzakelykheid dryft me een anderen weg op. Er is verrotting in den Staat, en ik mag niet toegeven in de begeerte om meÍtewerken tot het populariseeren van exacte wetenschappen, zoolang er zooveel onjuiste denkbeelden worden verspreid, die op ander terrein in den weg staan van beschaving, welvaart, volksgeluk.  [2]

Op ander terrein? Neen! De kennis die tot het goede leidt, vordert evenzeer nauwsluitende syllogismen en strenge conclusiŽn, als de studie der wiskunde. 't Is valsche beschaving, verdraaide wetenschap, gehuichelde welmeenendheid, die de waarheid, op welk terrein dan ook, zou willen laten afhangen van onbegrepen inductie. Wie er zegt: ,,dat gaat boven 't begrip der menigte'' liegt. Hy bewyst alleen dat hy zelf niet de gaaf heeft - of den wil! - om de behandelde zaak te brengen onder 't begrip van 't algemeen. Niets is ingewikkeld. Het verschil der moeielykheid van opgegeven vraagstukken, ligt alleen in de lengte van den weg dien men heeft afteleggen van grondstelling tot besluit. Er is niet meer begrip noodig tot het vatten der waarheid dat 2 ◊ 2 ◊ 2  = 8 is, dan dat 2 ◊ 2 gelyk is aan vier. De toeleg der volksbedervers - ministers, kamerleden, dominees, speculanten - bestaat in 't afschrikken van onderzoek, en de traagheid der menigte doet dien toeleg gelukken.  [3]

't Is gemakkelyker, toetezien hoe de man die waarheid zoekt, gesmoord wordt, dan mŤt hem den weg langs te gaan, waarop hy de waarheid trachtte te bereiken. (460)  [4] Het blyft de vraag evenwel, of de traagheid van heden niet eenmaal - misschien weldra - de bittere erkentenis zal na zich slepen, dat het beter ware geweest zich by-tyds intespannen, dan te wachten tot het oogenblik waarop de logica der feiten zich belasten zal met de straf der achteloosheid.


[1]  "Na 't uitgeven van 't voorgaande blad dezer IDEEN, heb ik gewacht. Betuigingen van sympathie ontving ik vele. Bewyzen, weinig. En ik ben moedeloos. Niet omtrent het eindelyk slagen, maar over het slagen op deze wyze. "

Voor goed begrip: M. bedoelt dat hij veel betuigingen van sympathie ondervond, maar weinig bewijzen van sympathie. Die bittere ondervinding zou hij nog vele keren moeten doen in z'n leven.  


[2] "Onder dat wachten heb ik nog eenige wiskunstige waarheden ontdekt - over de eigenschappen der dusgenoemd-identieke vergelykingen en der kwadraatgetallen - of liever, ik heb middel gevonden om bekende waarheden helderder voortestellen. Gaarna zou ik my belast zien met het onderricht in mathesis en algebra, maar ik heb geen loisir. De noodzakelykheid dryft me een anderen weg op. Er is verrotting in den Staat, en ik mag niet toegeven in de begeerte om meÍtewerken tot het populariseeren van exacte wetenschappen, zoolang er zooveel onjuiste denkbeelden worden verspreid, die op ander terrein in den weg staan van beschaving, welvaart, volksgeluk."

 Het in deze alinea gestelde is niet geheel juist: Er zou juist zeer veel voor te zeggen zijn "het Volk" beter te leren nadenken - als dat mogelijk is! - en de beste manier om dat te doen is inderdaad door goed te leren lezen, rekenen en redeneren.

Maar Multatuli wilde geen schrijver zijn, en geen onderwijzer zijn, en geen professor zijn: Hij wilde een maatschappelijk hervormer zijn, en schreef om die reden, en geen andere.


[3] "Op ander terrein? Neen! De kennis die tot het goede leidt, vordert evenzeer nauwsluitende syllogismen en strenge conclusiŽn, als de studie der wiskunde. 't Is valsche beschaving, verdraaide wetenschap, gehuichelde welmeenendheid, die de waarheid, op welk terrein dan ook, zou willen laten afhangen van onbegrepen inductie. Wie er zegt: ,,dat gaat boven 't begrip der menigte'' liegt. Hy bewyst alleen dat hy zelf niet de gaaf heeft - of den wil! - om de behandelde zaak te brengen onder 't begrip van 't algemeen. Niets is ingewikkeld. Het verschil der moeielykheid van opgegeven vraagstukken, ligt alleen in de lengte van den weg dien men heeft afteleggen van grondstelling tot besluit. Er is niet meer begrip noodig tot het vatten der waarheid dat 2 ◊ 2 ◊ 2  = 8 is, dan dat 2 ◊ 2 gelyk is aan vier. De toeleg der volksbedervers - ministers, kamerleden, dominees, speculanten - bestaat in 't afschrikken van onderzoek, en de traagheid der menigte doet dien toeleg gelukken. "

Tsja. Laat ons eens zien.

Primo: Is 't waar dat "De kennis die tot het goede leidt, vordert evenzeer nauwsluitende syllogismen en strenge conclusiŽn, als de studie der wiskunde." Ja en nee, volgens M. zelf: Nee, want de kennis van wat goed is komt uit 't onvervalste eerlijke menselijke hart; ja, want alle wetenschappelijke kennis berust op logica, in de zin van geldige redeneer-regels, in ieder geval.

Secundo, wat betreft "onbegrepen inductie": Een inductie, in 't huidige verband, is een generalisatie, en een onbegrepen inductie dus een generalisatie zonder bekende grond (toereikend of niet). 't Is waar dat 't wenselijk is deductief geldige verklaringen te hebben, en dat inducties niet deductief geldig zijn (zoals Hume heel duidelijk maakte, maar Leibniz, Autrecourt, Ockham en Aristoteles ook al duidelijk was). Maar 't is aan de andere kant ook waar dat een zeer grote hoeveelheid empirische kennis in feite bestaat uit generalisaties die in de praktijk houdbaar blijken, om welke onderliggende onbekende reden ook.

Tertio, in mijn ervaring is "Wie er zegt: ,,dat gaat boven 't begrip der menigte'' liegt." gewoon onwaar. Dat spijt mij ook, maar 't is een hele veilige generalisatie uit de spreiding van mensen over schoolopleidingen en universitaire opleidingen dat hooguit 5%  "der menigte" in staat is een universitaire opleiding met behoorlijk succes te doorlopen. Dit maakt de andere 95% niet per se dom of onbekwaam, maar toont wel aan dat een groot deel van de wetenschappelijke kennis waarop de huidige beschaving gegrondvest is boven 't niveau ligt van de grote meerderheid van wie er gebruik van maakt en baat bij heeft. (De meeste mensen zijn veel meer doeners dan denkers - als de meeste dieren. "Most men are as fit to think as they are fit to  fly". Swift)

Quarto: "de lengte van den weg dien men heeft afteleggen van grondstelling tot besluit" is nu juist wat problemen werkelijk moeilijk maakt, zelfs als iedere stap van aanname naar konklusie eenvoudig is. Het probleem is namelijk dat men bij iedere stap gewoonlijk zeer vele mogelijke alternatieven heeft, en dat een groot deel van het talent voor oplossen van problemen bestaat in het vermijden van zinloze of vruchteloze alternatieven. (Dit is wat een schaakgrootmeester bijzonder maakt: Om een of andere reden ziet hij hij voorbij aan de slechtere alternatieven waar slechtere schakers lang over moeten peinzen om ze uit te sluiten.)

Quinto: "De toeleg der volksbedervers - ministers, kamerleden, dominees, speculanten - bestaat in 't afschrikken van onderzoek, en de traagheid der menigte doet dien toeleg gelukken." Ja, dit lijkt me weer wel overwegend waar - zoals 't ook waar is dat de menigte inderdaad wat trager is, gemiddeld, dan de voorgangers door wie ze zich laat bedriegen, bederven en misbruiken.  Terug.


[4] : "'t Is gemakkelyker, toetezien hoe de man die waarheid zoekt, gesmoord wordt, dan mŤt hem den weg langs te gaan, waarop hy de waarheid trachtte te bereiken. (460) "

Inderdaad - en zoals Multatuli tot z'n steeds toenemende bitterheid uit zou vinden. En 't is niet alleen gemakkelijker, maar ook veiliger, beter betalend en aangenamer om niets te doen wat afwijkt van wat de meerderheid doet.

Tenslotte: "de logica der feiten" is een fraaie uitdrukking, ongeacht de precieze betekenis, en ik ken 'm overigens pas uit de 20ste eeuwse analytische filosofie. 

Idee 532.