Idee 522.                                                 


Lezer, ikzelf houd my voor een der beste schryvers die ooit bestaan hebben, ja... voor den besten misschien. Denk niet dat dit scherts is, met rang van valsche nederigheid. Niet, dat het 'n andere soort van nederigheid is die, door zich ironice voortedoen als hoogmoed, op geloof rekent waar ze schynbaar zich blootstelt aan spot. Niet dat het een boutade is ter plaatsvulling. Niet, niet, niet... denk niet dat ik iets anders bedoel dan ik zeg: ik houd my voor een der beste schryvers, ja misschien voor den besten onder allen wier werk ge ooit onder de oogen hadt.

Maar, voor ge my al te zeer bespot, lees ditmaal wat ik hier zeg, en lees eens niet wat ik hier niet zeg. Ik leg my toe op juistheid van uitdrukking, (10, 13, 14) en hoewel ik erken die juistheid nooit te bereiken, geloof ik toch eenig recht te hebben tot de vordering, dat wie my leest zich insgelyks toelegge op juist lezen. (99, 501, 502)


Hier hebben we één van die ideen waardoor bij travestieten als Maarten 't Hart het schuim rond de zorgvuldig en fraai gestifte lipjes verschijnt wanneer hij zoiets leest, want volgens 't Hart is wie dit zegt 'een snoever' en allerlei overig vreselijks dat, althans in travestieten-kringen en onder ratten-deskundigen, géén pas geeft. Hieronder wat meer over de meningen van deze tragi-komische figuur, maar eerst mijn commentaar bij dit Idee 522.

Ook ik heb op dit idee wat af te dingen, zij het niet bijzonder veel, want ik vind Multatuli een groot schrijver, en vind het niet vreemd als een groot schrijver dat van zichzelf kan zien en durft te zeggen - al verbaast het me nogal dat de Nederlandse weldenkende men het hiermee eens is: Anno 2002 wordt Multatuli voor "de grootste Nederlandse schrijver" gehouden. Wie zich wat in de overige Nederlandse literatuur verdiept heeft kan het hier alleen maar mee eens zijn, ongeacht of men het met Multatuli eens is, maar het blijft een beetje verbazend dat zoveel Nederlanders dat eveneens zeggen te vinden. De vermoedelijke reden is dat buitenlanders óók gezegd en geschreven hebben dat M. zo bijzonder goed kon schrijven, terwijl àndere Nederlanders - inclusief 't Hart, die mogelijk méér geschreven heeft dan M. - dergelijke lof nooit deelachtig is geworden.

Nu mijn afdingen.

In de eerste plaats: Er is een groot verschil tussen "een der beste schryvers die ooit bestaan hebben, ja... voor den besten misschien." en "een der beste schryvers, ja misschien voor den besten onder allen wier werk ge ooit onder de oogen hadt". Dat verschil bestaat in de onafzienbare bibliotheek van door mij of u ongelezen schrijvers.

Maar: Multatuli is zeker één der beste schrijvers die ik ooit onder ogen had, en ik heb er veel onder ogen gehad. Was het anders, dan deed ik niet zoveel moeite commentaar op z'n Ideen te leveren - al is een ander motief voor me dat M.'s Ideen een uitstekende aanleiding zijn om eens na te denken over Nederland, Nederlanders en Nederlands en mijn eigen meningen daarover op te schrijven, bovendien zonder gedwongen te zijn dat in de vorm van een verhandeling te doen, maar alleen als commentaar bij de Ideen van de man die in Nederland doorgaat voor "Onze Grootste Schrijver", maar toch zelden gelezen of gecommentariëerd wordt.

In de tweede plaats: "schrijver" is een nogal vage term was het alleen omdat er nogal wat genres zijn. In sommige genres, als polemiek, is Multatuli buitengewoon en heb ik niemand gelezen die daarin beter was. In andere genres, als schrijven voor het toneel, is hij duidelijk de mindere van sommigen al blijft hij bijzonder, zeker naar Nederlandse verhoudingen.

In de derde plaats: Multatuli heeft vaak verkondigd geen schrijver te zijn. Deze mening heeft veel van doen met de receptie van de "Max Havelaar", waar in Nederland op gereageerd werd alsof het een heel mooi en goed geschreven boek is, wat allebei waar is - maar zonder de aanklachten en feiten waar het boek zich op beriep en die het bedoelde uit te dragen en veranderen ook maar enigermate serieus te nemen.

M.'s veelvuldig herhaalde bewering dat hij geen schrijver zou zijn heeft dus veel met bitterheid te doen, maar er valt meer voor te zeggen. M. was niet in staat om geregeld werk te schrijven om geld, en kon feitelijk alleen z'n gemoed luchten op papier - maar kon dat op een manier die in Nederland nooit overtroffen of benaderd is. En wat hem zo bijzonder maakt is niet alleen z'n stijl, maar z'n hele leven en streven, dat zo radikaal verschilde van z'n tijdgenoten en bijzonder moedig en individualistisch was.

Trouwens, wie meer wil weten van M.'s leven en streven doet er verstandig aan zijn Volledige Werken delen 8 - 25 door te nemen, die om tal van redenen, waaronder vele fraaie brieven van M. en vele inkijkjes in het Nederland en de Nederlanders van de 2e helft van de 19e eeuw, bijzonder interessant en lezenswaardig zijn.

In de vierde plaats: Àlles wat Multatuli publiceerde wijkt af van gewone literatuur, zowel in stijl, opzet en onderwerp als in achterliggende beweegredenen. Het is geen fictie en geen fantasie, zelfs als het daaraan ontspruit, maar is gewoonlijk aanklacht of kritiek. Het is geen academische filosofie, want daar is het te goed voor geschreven, terwijl het ook niet gericht is aan geleerden. Het is niet te vergelijken met columnisten (zoals columnisten in de 20ste eeuw graag deden) omdat M. vergelijkenderwijs véél beter schreef en zeer veel radikaler, eerlijker en moediger was dan het journaille dat z'n brood verdient met modieus schelden voor een publiek van gelijkgestemden. En het is niet geschreven om geld te verdienen (al speelde dat een secundaire rol) maar met het doel Nederland, Nederlanders en Nederlands te veranderen en verbeteren.

Wat M. schreef wordt wellicht het best gediagnosticeerd als maatschappij-kritiek of praktische filosofie (zoals ik die term definieerde in "Multatuli en de filosofie"), maar wijkt ook hier weer radikaal af van wat men onder die hoofdjes verwacht en meestal aantreft, omdat M. zo buitengewoon goed schreef (geheel anders dan vrijwel alle maatschappij-kritiek of filosofie); omdat alles zo persoonlijk is en zo intiem samenhangt met zijn eigen leven; omdat er zo bijzonder veel onderwerpen behandeld worden op een gedeeltelijk welbewuste gedeeltelijk onoverkomelijke onsystematische manier vol uitweidingen, terzijdes en onverwachte overgangen; en omdat M. als geen ander Nederlands schrijver een directe persoonlijke toon heeft en schrijft alsof hij direct tegen de lezer praat.

Hier zijn trouwens mijn tabulaire definities van "theoretische en praktische filosofie":

Twee soorten filosofie

THEORETISCHE FILOSOFIE:

PRAKTISCHE FILOSOFIE:

Het streven naar een WARE, OMVATTENDE en SAMENVATTENDE theoretische conceptie van de werkelijkheid

Het streven naar een PERSOONLIJK RELEVANTE INTERESSANTE en INSPIRERENDE visie op leven en ervaring

zodat de criteria waarmee men de kwaliteiten van een theoretische filosofie toetst de volgende omvatten:

zodat de criteria waarmee men de kwaliteiten van een praktische filosofie toetst de volgende omvatten:

Theoretische filosofie moet:

Praktische filosofie moet:

  • gebaseerd zijn op feitelijk ware of testbare veronderstellingen; 
  • gebaseerd zijn op feitelijk ware of testbare veronderstellingen; 
  • aansluiten bij relevante wetenschappelijke bevindingen; 
  • gebaseerd zijn op intersubjectieve niet-persoonsgebonde ervaringen en procedures; 
  • nauwkeurig, consistent, coherent en logisch geldig zijn in haar argumentatie; 
  • zo waar en omvattend mogelijk zijn; 
  • relevant zijn voor de theorie- vorming. 
  • gebaseerd zijn op veronderstellingen die tot een interessante en zinnige levenspraktijk leiden; 
  • aansluiten bij persoonlijke wensen en eigenaardigheden; 
  • gebaseerd zijn op subjectieve persoonlijk relevante overwegingen, inzichten en ervaringen; 
  • overtuigend, goed geschreven en memorabel zijn in haar argumentatie; 
  • waarachtig lijken en praktiseerbaar zijn; 
  • relevant zijn voor de praktijk van het leven.

Ikzelf ben meer theoretisch dan praktisch, wat filosoferen aangaat. Met Multatuli was het omgekeerd.

Nu wat 't Hart betreft, want het mag niet onvermeld worden waarom ik me over hem zo uitlaat als ik deed.

In 1987 publiceerde 't Hart een stuk getiteld "Fouten heb ik vele (Multatuli)" dat begint met de regels

 "Te lang reeds werd in Nederland Multatuli de hand boven het hoofd gehouden. Volkomen misplaatste bewondering is zijn deel geworden." Vervolgens vernemen we dat zijn pseudoniem "potjeslatijn" en een "absurd(e) pseudoniem was"; dat hij "Zijn leven lang" een "mengelmoes van Nederlands en Frans, dit Koeterwaals blijft schrijven"; dat "Zelfs voor germanismen schrok hij niet terug"; dat "gesteld al dat Multatuli zo goed schreef" ... "sinds wanneer is goed schrijven een vrijbrief voor schurkenstreken, voor overspel, voor flessentrekkerij, voor oplichterij, voor weerzinwekkende snoeverij? Welke Nederlandse schrijver heeft ooit z'n vrouw zo slecht behandeld als Multatuli zijn Tine?" Verder was hij, nog steeds volgens 't Hart "een chanteur" en "een verrader". Multatuli's optreden te Lebak was "enkel pose, enkel aanstellerij, enkel grootdoenerij" waarin "niets edels, niets nobels, niets lofwaardigs te bekennen" is. Dat Multatuli zo voortreffelijk schreef bij gelegenheden is "enkel te danken aan het feit dat Multatuli ten voeten uit zelf Droogstoppel was". Verder geldt dat "Hij was blind, doof, en kennelijk niet in het bezit van een reukorgaan. Nergens in het hele werk is ook maar één vermelding van hoe dingen ruiken."  Wat betreft de Ideen: "Wat daarin toch te vinden is aan gebral, kletskoek, wartaal, pseudo-wetenschap, opschepperij, dat slaat alles." De lezer van de Ideen krijgt "Zeldzame stupide opmerkingen over Sciences Exactes zoals hij de natuurwetenschappen beliefde te noemen. Waanzin over taalkunde" terwijl "van wiskunde begrijpt hij niets". Verder: "Z'n kennis was minimaal. Hij wist minder dan een kind wat nu van de lagere school afkomt. Hij was geborneerd, bekrompen, eigenwijs" en "Slechts als schaker was hij bescheiden, omdat hij altijd verloor. Voor het overige was hij de grootste opschepper die Nederland ooit rijk is geworden".

Nou ja - enzovoort. Het enige wat ik hiervan kan denken is dat 't Hart een zwaar pathologische afgunst heeft. Vandaar ook mijn vermelden van zijn - volgens mij in 1987 nog niet onthulde - voorliefde voor travestie en mijn term "tragi-komisch". (Multatuli's eerste vrouw Tine had wellicht over hem te klagen al deed ze dat nooit. Maar ze had dan ook geen echtgenoot die in vrouwenkleren door Leiden paradeerde.)

Op de vele onwaarheden ga ik maar niet in, behoudens één van de vele feiten die de snoever 't Hart, die alles van Multatuli zegt gelezen te hebben mist: Multatuli heeft herhaaldelijk opgemerkt dat het in Amsterdam stonk. Verder heeft 't Hart kennelijk de "Max Havelaar" niet eens gelezen, want daarin is sprake van de geur van Grieks reukwater, waarmee Droogstoppel aan Max Havelaar wordt herinnerd (lang voordat een dergelijk motief populair werd door Proust). En Multatuli schaakte goed genoeg om een paar van Nederlands beste schakers van zijn tijd - Switzar en Van der Linden - in correspondentie-partijen te verslaan.

Ik weet gelukkig niet veel van 't Hart, want ik heb alleen zijn "Een vlucht regenwulpen" gelezen (zowel een saai als een slecht geschreven boek); wat stukken over het feminisme; en het hierboven geciteerde fraaie en leerzame voorbeeld van pathologische afgunst. Verder weet ik dat hij bioloog is die veel van ratten weet, en heb ik hem herhaaldelijk op de radio gehoord, waar hij met een verwijfd falset-stemmetje koket keuvelt over zijn travestie-behoefte, die hem zeer opwindt en veel genot verschaft (als getrouwd man). Kortom: De man lijkt me evident gestoord én hij is een saai en slecht schrijver. Ik hoop dat hij z'n geluk mag vinden in een jarretel-gordel en een beha, en zich dusdoende verre houdt van slecht schrijven en van pathologische afgunst.

En nog wat, niet over 't Hart maar over een andere afgunstige leugenaar, en wel omdat ik het zojuist had over theoretische en praktische filosofie. Hier is wijlen de hoogleraar wijsbegeerte, de door mij geheel niet betreurde katholieke gluiper Cornelis Verhoeven, geciteerd uit hetzelfde boekje waar mijn 't Hart citaten aan ontleend zijn:

"Vanaf de tijd dat ik filosofen ben gaan lezen en filosofie zoek in alles wat ik lees, is Multatuli steeds zwaarder door de mand gaan vallen. Want al poseert hij vaak voor superieure denker, een man met visie, ver voorbij aan alle wetenschappelijk gepriegel, hij komt toch niet verder dan wat invallen die hij niet eens kan vasthouden. Hoe diepzinniger hij wil zijn, des te snorkeriger wordt zijn proza. Ik begrijp, eerlijk gezegd, dan ook helemaal niet waarom hij als denker zo hoog is aangeslagen."

Een aap die in een spiegel kijkt ziet een aap en Multatuli functioneert al meer dan 140 jaar als spiegel voor Nederlandse aanstellers, poseurs, huichelaars, windbuilen en gluiperige professorale idioten als Verhoeven. Wie mij vraagt waarom ik een dode voor gluiperd scheld verwijs ik naar de brief waarmee hij mij, als enige Nederlander sinds 1945, van de universiteit verwijderde.

Verhoeven is - jammer genoeg! - nog niet zo lang dood, maar - gelukkig! - al volledig vergeten. Mocht u één van z'n dunne pretentieuze kwasi-filosofische boekjes in handen krijgen: Besteed er geen moeite of tijd aan, want de man was een leugenaar en poseur die alleen excelleerde als professorale academische parasiet en intrigant.

Idee 522.