Idee 513.                                                 


Een zonderling hoofdstuk, dat echter in nauw verband staat met Wouter's geschiedenis. Mythe en Historie. Waarheid en leugen. De Nederlandsche volksvertegenwoordiging en waarheid. Beminnen, weten, stryden, de hoofdneigingen van individu en mensheid.

Zoo droomde 't kind. En by den knaap, als in de ontwikkelingsperiode der mensheid, werkten de krachten van de driedubbele veêr die ons voortdryft, in ééne richting.

Beminnen, weten, stryden - alles saêmtevatten in: beweging - ziedaar de zielkundige analyse van 't doel dat de jeugd aantrekt, en die tevens eenige opheldering geeft van de Wereldgeschiedenis, vooral uit de tyden die we gewoon zyn duister te noemen, doch die in zekeren zin helderder voor ons oog staan, dan de zoogenaamd-strikthistorische. [1]

Eenmaal aannemende dat niets geheel waar is (1) zal men moeten erkennen, dat zeer dikwyls het naderen tot waarheid lichter valt by 't ontleden eener mythe, dan wanneer men ze zoekt in de opzettelyke leugens der geschiedschryvers. [2]

Maar, ook zonder opzet, de invloeden die leiden tot vervalsching der Geschiedenis, zyn velen. En de kans op verspreiding van geloof aan die onwaarheden is grooter, wanneer ze ons met deurwaardersdeftigheid worden opgedischt als 'n ‘relaas van wedervaren’ dan als ze, zonder aanspraak op letterlyke juistheid, het licht kenbare kleed dragen van kinderlyke of dichterlyke behandeling. Niemand zal, na 't lezen van Phaedrus of Lafontaine, gelooven dat vossen en raven spreken kunnen, maar wel verkeeren nog altyd velen in den waan, dat Willem de Zwyger zoo'n byzondere - vader was van een vaderland dat nooit z'n vaderland geweest is.

Zóó opgevat, is er meer waarheid in Genesis dan in de Historie, en wat men leugen zou noemen in beide, is verschoonlyk in de eerste, omdat de dichter niet kon voorzien dat men eenmaal z'n visioenen zou gebruiken als punt van uitgang, om 't menschdom te overvallen met roovers-geweld, en in kluisters te slaan. 't Is waarlyk de schuld niet van den verteller, als de hoorder van z'n versierd verhaal, byzaak aanziet als hoofdzaak (79) of, erger nog, wanneer deze als 'n gebeurd feit aanneemt, wat slechts werd gegeven als spel der verbeelding.

Maar meestal is dit laatste zoo niet. De dichter - in waren zin, natuurlyk: van verzemakers spreek ik niet - de dichter verzamelt en rangschikt bouwstoffen, en hy is slechts maker - ποιητης [3] - als de bouwheer die materialen zoekt, uitkiest, byeenbrengt, en op zekere wyze verbindt. Dichter en bouwmeester geven den vorm aan wat er werd verzameld in hun werkplaats, maar de inhoud - zin of ruimte - van beider werk, was niet hun eigendom. Het maakte, lang vóor hen, een deel uit van 't oneindige zyn.

Ja, ja, er is altyd waarheid in poëzie (263) en waar wy ze niet ontdekken, ligt de schuld aan ons. Het is een droogstoppels uitvinding, poëzie te wantrouwen, en om zich te hoeden tegen bedrog, moet men juist zeer voorzichtig zyn met geloofslaan aan proza. De staatsdienaaar, de wysgeer, de filanthroop, de statisticus, die vreugd noch smart laat doorschynen in betoog of cyfer-opgave... geloof my, zy hebben zoo weinig aanspraak op vertrouwen, als de meest oppervlakkige beschouwer. [4]  Gevoel, verbeelding en moed zyn onmisbare dryfveeren ter aansporing van den man die weten wil. En daarom is wysbegeerte één met poëzie. [5]

De waarheid, met al haar eenvoud, is hartelyk, kleurig en beeldryk. De leugen rechtlynig, afgepast en dor. [6]

Ik ben gewoon misverstaan te worden, en zelfs zyn er die meenen dat ik my toeleg op veroorzaken van misverstand. [7] Dit is zoo niet. Integendeel, het doet my leed de gaaf niet te bezitten my begrypelyk te maken voor ieder die my nu leest, maar wel troost ik my met de gedachte dat myn denkbeelden duidelyker voor den geest zullen staan, van wie my later lezen zullen. Er zyn voorwerpen die men niet duidelyk ziet van naby. (122) [8]

Om aantetoonen dat ik gaarne wil begrepen worden, zal ik even stilstaan by de betrekkelyke kans op waarheid in poëzie, en 't gevaar van leugen in proza.

Psuchè nadert den slapenden Amor. Met behoedzamen tred schrydt ze langzaam voort. Er is schroom in haar gang, vrees voor struikelen, angst voor 't bereiken van haar doel. Maar al die terughouding is in stryd met haar blik die de ruimte doorboort, en vlammende tegenspraak uitstraalt tegen de traagheid van hare voeten. Niet voor haar tred schiet de hoog-gehouden lamp haar licht, maar op den Amor. Zyzelf treedt in 't duister. Alleen op 't voorwerp van hare begeerte, kaatsen de stralen terug, die eigenlyk dienen moesten om den weg helder te maken, welken zy heeft afteleggen om dat voorwerp te bereiken. Daaraan denkt Psuchè niet. Ligt er op dien weg een hindernis... zy zal struikelen. Een afgrond... zy stort er in. Als de onbekwame maar harstochtelyke zeeman stuurt ze recht-toe op de haven, onverschillig of er klippen of rotsen liggen tusschen die haven en zyn kiel...

Ze nadert, nadert! En naby den sluimerenden knaap gekomen, wekt ze hem. Door welluidend roepen? Door liefkoozing? Door 'n zucht? Neen. Dat had ze gewild, maar er was een wyde kloof tusschen haar willen en haar durven. Zy meende dat ze den knaap wekken zou... o zeker! Zoo dacht zy, vóor de afstand tusschen zyn liefelyk beeld en haar brandende begeerte was afgelegd. Maar nu? Nu? Naby? Zy schrikt voor het genot van 't bereiken. Ze had kracht om te naderen, maar geen sterkte om te blyven. Uitgeput door 't begeeren, ontzinkt haar de moed die noodig schynt tot het bezit, en geschokt door den tweestryd der keuze tusschen vlucht en genieten, siddert de vermoeide hand die de lamp houdt... Amor ontwaakt door de pyn van de brandwonde...

Leugens, zegt Droogstoppel.

Waarheid, waarheid! antwoord ik. Ja waarlyk, zóó is het! Zóó inderdaad ontwaakt de liefde, wakker-gebrand door de pyn die 't gevolg is van de onhandig bestuurde eerste begeerten der stoutmoedige ziel.

Waar blyft uw leugen-proza by die waarheid. o nuchtere koopman, die: elf, tien noemt, of: tien, zeven, of: veel, weinig, of: weinig, alles, naarmate 't u dient in uw geschacher op beurs of in winkel? [9]

Waar blyft daarby uw proza, o statisticus die algemeene welvaart boodschapt, terwyl 't grootste deel uwer medemenschen wegsterft in ontberingen en kommer?

Waar blyft, by die waarheid der mythe, uwe waarheid, o geschiedschryver, die met drogen ernst ons wat vertelt van prins die, van koning zóó, als-of er geen Volk stond onder, naast, boven zoo'n potentaatje?

Waar blyft uw waarheid, o staatsdienaar, die in dorre deftigheid u aanstelt als-of ge inderdaad geloofdet het ‘persoonlyk middelpunt’ te zyn van de mensheid?

Waar blyft uw waarheid, godverkondigers, die winkeltje speelt met vertellingen waaraan gyzelf niet gelooft? [10]

Waar blyft uw waarheid, preêkers, babbelaars, redevoeringhouërs, spreek- praat- redeneer- vertoog- pleit- verhandelkranen, à raison van zooveel woorden in 't uur, van zooveel centen 't woord... gy splitters van gevoel, debitanten van wysheid, in volzinnen groot en klein, by den emmer en by het maatje... waar blyft uw aller waarheid, by den diepen zin die 'r ligt in de dichterverhalen der jonge menschheid? [11]

Ik begryp Genesis niet. Maar zie, eer zou ik geneigd wezen iets aantenemen van de zonderlinge paradys-historie, dan geloof te slaan aan de groote voordeelen die men behalen zal door geld te geven in die ‘bank’ in die ‘maatschappy ter ontginning’ in die ‘levensverzekering’ en dergelyke. Er is waarheid in den roman van Job, van Tobias, van de Makkabéen - een schoon heldendicht! - maar er is geen waarheid in de redevoeringen van onze Tweede-Kamer. [12] Zoowel daar als in Genesis, worden de feiten verkracht. Maar 't verschil ligt in de bedoeling. De oude dichters brengen tegen hun wil den lezer in dommeling en tot wanbegrip. De hedendaagsche prozaïsten liegen met voordacht, en betalen niet eenmaal het bereiken van hun doel, met de smartelyke inspanning die noodig is tot groote conceptie. [13] Een prozaleugen kost niet veel, ja niets meestal, want men produceert hem gewoonlyk door 'n onthoudend zwygen over de zaak die genoemd had moeten worden. Elk Kamerlid dat, by de behandeling onzer verwarde indische zaken, zwygt van de Havelaars-geschiedenis, is een leugenaar. Elk Kamerlid dat geen woord spreekt over den ellendigen toestand des Volks, is een leugenaar. [14] Elk Kamerlid dat, niet geloovende aan christendom, christelykheid, opstanding, eeuwigheid, godsloon, genade, straf, enz., toch zonder protest de begrootingen laat goedkeuren, waarop millioenen voor die dingen zyn uitgetrokken, is een leugenaar. Elke Koning eindelyk die in troonredenen spreekt van z'n ‘geliefd volk’ en dat Volk maar heel eenvoudig laat bederven en verarmen, is een leugenaar.

Maar ook in zulke dingen ziet men de omtrekken juister op 'n afstand, en om dit besef optewekken, wil ik een paar hoofdstukken vullen met leugens die men nu wel als zoodanig erkennen zal, maar die voor tachtig en minder jaren, werden aangenomen als de offiëele waarheid. Wanneer ik geleefd en geschreven had in dien tyd, zou ik getracht hebben ze te ontmaskeren, als nu. Maar even als thans, zou ik overschreeuwd zyn geworden door 't groot getal dergenen, die - ik moet dit wel gelooven! - belang hebben by 't verdedigen van onwaarheid. [15]

Na alzoo eerst gewezen te hebben op de dorre officiëele leugen der Historie, zal ik, als tegenstelling, terugkomen op de kinderlyke oprechtheid die 'r doorstraalt in de legenden uit de jeugd van ons geslacht, en daarna aantoonen, hoe de knaap Wouter, even als 't kind: Menschdom, werd voortgedreven door 'n driedubbele kracht, door behoefte aan liefde, aan wetenschap en aan stryd.


[1] "Beminnen, weten, stryden - alles saêmtevatten in: beweging - ziedaar de zielkundige analyse van 't doel dat de jeugd aantrekt, en die tevens eenige opheldering geeft van de Wereldgeschiedenis, vooral uit de tyden die we gewoon zyn duister te noemen, doch die in zekeren zin helderder voor ons oog staan, dan de zoogenaamd-strikthistorische."

We zijn aangeland bij een korte reeks Ideen waarin M. het vooral over geschiedenis en geschiedkundige waarheid en idem vervalsing zal hebben.


[2] "Eenmaal aannemende dat niets geheel waar is (1) zal men moeten erkennen, dat zeer dikwyls het naderen tot waarheid lichter valt by 't ontleden eener mythe, dan wanneer men ze zoekt in de opzettelyke leugens der geschiedschryvers."

Ja, maar ik neem niet aan "dat niets geheel waar is" en legde dat uit bij 1. Overigens geldt dit vooral om de volgende reden: Een mythe is gewoonlijk direct herkenbaar als mythe, zodat de erin vervatte waarheid wel overdrachtelijk moet zijn, terwijl wat als geschiedenis gepresenteerd wordt gewoonlijk opgediend wordt alsof het werkelijk zo geschiedde als beschreven.

Vaak is dat niet zo, ofwel omdat de geschiedenis bewuste of onbewuste propaganda is (voor een bepaalde politieke of religieuze groepering) ofwel omdat het in ieder geval een keus, een selectie uit zeer veel meer materiaal is en dus altijd in zekere mate daardoor een parti-pris ofwel omdat zelfs als alles wat de geschiedenis verhaalt letterlijk zo gebeurde als geschreven staat - jaartallen-lijsten bijvoorbeeld - er geen behoorlijke context voor goed begrip bijgeleverd wordt.

Wat is hiertegen te doen, voor wie in geschiedkundige waarheid geïnteresseerd is? Drie dingen:

A. Niet alles te geloven zoals het gedrukt staat.
B. Zoveel mogelijk uit zoveel mogelijk richtingen en opvattingen te lezen.
C. Historici te kiezen op basis van stijl en karakter.

Ik merk hier alleen nog wat op over (C): Ik heb behoorlijk veel geschiedkundige werken gelezen, gewoon uit nieuwsgierigheid en omdat ik geloof dat wat mensen werkelijk zijn en wel en niet vermogen het best aangetoond wordt in de menselijke geschiedenis.

Het probleem met veel 20ste-eeuwse geschiedschrijving is dat het in feite als lezerspubliek ca. 20-jarige universitaire studenten vooronderstelt, en niet gericht is aan - laten we zeggen - de weldenkende welopgevoede burgerij, in staat tot zelfstandig oordeel en in het bezit van aanzienlijke levenservaring. Bovendien is het grootste deel van dergelijke moderne geschiedenissen niet geschreven door grote karakters met bijzonder taalgevoel en de vermogens zeer veel uiteenlopende zaken zinnig te beoordelen, maar door wetenschappelijke ambtenaren zonder veel karakter of taalgevoel.

Hoe het zij: De historici die ik las die ik werkelijk interessant en goed vond zijn: Herodotus, Thucydides, Machiavelli, Guiccardini, Gibbon, Burckhardt, Huizinga en Tuchman.


[3] "de dichter verzamelt en rangschikt bouwstoffen, en hy is slechts maker - ποιητης"

Voor wie het niet weet: "ποιητης" is Grieks voor poëet, dat in het Grieks inderdaad maker betekent. Verder zie 244.


[4] "De staatsdienaaar, de wysgeer, de filanthroop, de statisticus, die vreugd noch smart laat doorschynen in betoog of cyfer-opgave... geloof my, zy hebben zoo weinig aanspraak op vertrouwen, als de meest oppervlakkige beschouwer."

Zie eerst [1]. Vervolgens: Ik houd van cijfers en statistieken omdat ik vind dat daar vaak meer uit geleerd kan worden dan uit sfeerbeelden. Een uitstekend voorbeeld van wat ik bedoel is natuurlijk het budget van Klaas Ris, maar behoorlijke statistieken van de inkomens in een stad of natie zijn vaak ook interessant.

Er is tegenwoordig in de zogeheten wetenschap der geschiedenis een hele tak - geïnspireerd door Braudel - die aan gekwantificeerde geschiedenis zegt te doen, en wel van "cliometrie" wil spreken, omdat Clio de muze van de geschiedenis is, en deze geschiedkundigen geschiedenis willen bedrijven op basis van cijfermateriaal.

Hier is iets voor te zeggen, maar er zijn twee bezwaren tegen:

I. Rationeel omgaan met statistiek is moeilijker dan het lijkt.
II. Geschiedenis is uiteindelijk een verhaal van een persoon en moet dat zijn.

Ik zeg iets over beide punten.

Ad I : Ik houd van wiskunde en weet behoorlijk veel van statistiek, waarschijnlijkheid, methodologie en wetenschapsfilosofie. Dit heeft me geleerd dat de meeste mensen die met statistiek omgaan - in de vorm van reeksen cijfers en/of statistische toetsen - dit feitelijk niet met voldoende begrip doen en met veel te weinig scepsis.

Ad II: Het uiteindelijk doel van de wetenschap der geschiedenis is een geschreven verhaal over een reeks maatschappelijke gebeurtenissen dat een afgewogen oordeel bevat over wat werkelijk gebeurd is en wat de oorzaken daarvoor waren. Het is het best wanneer dit gewogen oordeel uiteindelijk wordt gemaakt en geschreven door één persoon, omdat dit het duidelijkst is over de onvermijdelijke persoonlijke bijdrage die in iedere geschreven of vertelde geschiedenis moet schuilen.


[5] "Gevoel, verbeelding en moed zyn onmisbare dryfveeren ter aansporing van den man die weten wil. En daarom is wysbegeerte één met poëzie."

De eerste zin is waar, maar de tweede niet "daarom". Ook is de wijsbegeerte niet één met de poëzie.


[6] "De waarheid, met al haar eenvoud, is hartelyk, kleurig en beeldryk. De leugen rechtlynig, afgepast en dor."

Ja, maar het probleem is dat een geschiedenis nooit de "waarheid" is maar alleen een verhaal daarover.


[7] "Ik ben gewoon misverstaan te worden, en zelfs zyn er die meenen dat ik my toeleg op veroorzaken van misverstand."

Hetzelfde geldt mij, al maakte ik niet de opgang die M. had, wat mijn doel trouwens nooit was. Ik heb  ook sneller dan hij konklusies kunnen trekken uit het feit dat ik rond m'n dertigste eenvoudig misverstaan werd aan de UvA (waar ik tweemaal van verwijderd ben "vanwege uw uitgesproken meningen"), zowel uit onvermogen als opzet.


[8] "Dit is zoo niet. Integendeel, het doet my leed de gaaf niet te bezitten my begrypelyk te maken voor ieder die my nu leest, maar wel troost ik my met de gedachte dat myn denkbeelden duidelyker voor den geest zullen staan, van wie my later lezen zullen. Er zyn voorwerpen die men niet duidelyk ziet van naby. (122)"

Ik doe m'n best, zo'n 140 jaar nadat dit idee gepend werd. Ik troost mij maar met de gedachte dat maar weinigen in staat en geïnteresseerd zijn in rationeel oordelen.


[9] "Waar blyft uw leugen-proza by die waarheid. o nuchtere koopman, die: elf, tien noemt, of: tien, zeven, of: veel, weinig, of: weinig, alles, naarmate 't u dient in uw geschacher op beurs of in winkel?"

Ja, zo gaat dat en dit is één van de dingen waarop ik doel in 423, ook met verwijzing naar Mandeville, die dit zeer helder inzag en naar 374.


[10] "Waar blyft uw waarheid, godverkondigers, die winkeltje speelt met vertellingen waaraan gyzelf niet gelooft?"

Zoals ik in 423 uiteenzet: Iedere mensenmaatschappij tot nu toe is opgetrokken uit leugen, rollenspel en ideologie en alleen zeldzame enkelingen zijn in staat zowel die leugens en hypocrisie te doorzien als met iets zinnigers te komen dan de gebruikelijke ideologische illusies en leugens.

Ik denk trouwens dat de waarheid over de meerderheid van de godverkondigers en politieke propaganda-makers wat ingewikkelder ligt: Het zijn gewoonlijk minder welbewuste leugenaars (wat natuurlijk ook voorkomt) als welbewuste partijgangers, die huichelen dingen te weten waarvan ze zelf kunnen weten ze niet te weten, uit partij-trouw, Godsgeloof en onvermogen buiten de eigen maatschappelijke rollen te kunnen treden.


[11] "Waar blyft uw waarheid, preêkers, babbelaars, redevoeringhouërs, spreek- praat- redeneer- vertoog- pleit- verhandelkranen, à raison van zooveel woorden in 't uur, van zooveel centen 't woord... gy splitters van gevoel, debitanten van wysheid, in volzinnen groot en klein, by den emmer en by het maatje... waar blyft uw aller waarheid, by den diepen zin die 'r ligt in de dichterverhalen der jonge menschheid? "

Het schuin gezette verwijst naar de conceptie van de Ideen.

Eén van de verschillen tussen M. en mij is dat hij totdat hij ophield met voor Neerlands publiek schrijven een veel groter geloof had in de verbeterbaarheid van dat publiek dan ik ooit had. Ik ben dan ook 130 jaar later geboren en leef in een tijd waarin Neerland één van de rijkste landen ter aarde is, met talloos veel miljoenen die wat hen aangeboren is aan menselijkheid vergooien aan TV, voetbal en stompzinnig vermaak, en geheel niet geïnteresseerd zijn in echte wetenschap of waarachtige kunst.


[12] "Er is waarheid in den roman van Job, van Tobias, van de Makkabéen - een schoon heldendicht! - maar er is geen waarheid in de redevoeringen van onze Tweede-Kamer."

De waarheid in de bijbel is overdrachtelijk, maar inderdaad in die zin aanwezig: Het toont iets aan over hoe mensen werkelijk zijn, denken en voelen. En "er is geen waarheid in de redevoeringen van onze Tweede-Kamer" omdat Tweede Kamerleden al minstens 140 jaar vrijwel alleen honderdsterangs figuren zijn, die zelfs niet in staat zijn een behoorlijke redevoering te houden. (Men leze de Handelingen ban de Tweede Kamer der Staten Generaal! Het is héél moeilijk na diverse uren daarmee doorgebracht te hebben ooit nog serieus te gaan stemmen - tenzij u zelf het niet beter kunt dan een kamerlid, natuurlijk.)


[13] "De oude dichters brengen tegen hun wil den lezer in dommeling en tot wanbegrip. De hedendaagsche prozaïsten liegen met voordacht, en betalen niet eenmaal het bereiken van hun doel, met de smartelyke inspanning die noodig is tot groote conceptie."

Zie eerst [10].

Vervolgens: Eén van vele vreemde dingen aan de zogeheten Nederlandse democratie is dat de feitelijke informatie-voorziening voor de grote massa's in handen is van een klein groepje journaille die dag in dag uit vele uren TV en radio-tijd kunnen volkakelen, en als enige kwalificatie een uiterlijk hebben dat de doorsnee aanstaat, een wat vlotter babbel dan gebruikelijk, en geen enkele werkelijke kennis of bekwaamheid.

Dit is vreemd, lezer, omdat deze stand van zaken in helemaal niemand's belang dan die van het journaille is, afgezien van de massa's dom volk die ze plezieren.

Kan het anders? Jawel: Luister of kijk naar de BBC. Zelfs al geldt hier grotendeels hetzelfde voor als voor de Nederlandse media dan blijft het grote verschil dat de presentatoren van serieuze programma's althans enige geest, taalvermogen en relevante kennis hebben.

In Nederland echter blijft het volk massaal gemasseerd door kermisvolk, gelijkwaardigen van handelsreizigers en hoeren, en ijdele gekken en gekinnen alleen geïnteresseerd in hun eigen verschijning en malle praatjes. En dan kijkt men raar op als een kale Rotterdamse rattenvanger, met veel talent voor quizmaster en geen talent voor nadenken in enkele maanden razend populair wordt! Ut folluk willut so. Da's Neejderlanse beskaafing fan heden nau.


[14] "Elk Kamerlid dat geen woord spreekt over den ellendigen toestand des Volks, is een leugenaar."

Ja, daar valt veel voor te zeggen - zie het budget van Klaas Ris - als ook voor M.'s overigen beweringen hier. Alleen: Verzwijgen, meezwijgen is niet precies hetzelfde als liegen, al ligt het er dicht tegenaan. Het is zowel laffer als gebruikelijker.


[15] "Maar even als thans, zou ik overschreeuwd zyn geworden door 't groot getal dergenen, die - ik moet dit wel gelooven! - belang hebben by 't verdedigen van onwaarheid."

Ja, maar voor goed begrip: Dat "belang " is vaak niet anders dan loyaliteit aan de groep waar men deel van uitmaakt. En de schreeuwers schreeuwen gewoonlijk niet om een onwaarheid te verdedigen waar zij persoonlijk baat bij hebben maar om een partijstandpunt of partijleider te ondersteunen, kennelijk zoals wolven meehuilen met de groep.

Idee 513.