Idee 503.                                                 


Alles ondergaat aandoening. Maar niet alles ondergaat die met bewustzyn, 't welk op zichzelf ook aandoening is. [1] En de individuen die bewustzyn hebben van de affectie, verschillen in de maat, in de logische continuïteit, in 't besef van dat bewustzyn, in macht en bekwaamheid tot regeling van de aandoeningen. Zeker zyn er nog meer verschillen, maar die heb ik hier niet noodig. [2]

Men kan zich elke eenheid, van 'n denkbeeldig atoom af  *   tot den mensch toe, voorstellen als een werf-depôt waar zich voortdurend recruten aanmelden.

By sommige depôts is de boêl zoo slecht ingericht, dat er niemand notitie neemt van 'n nieuweling.

By andere individuen - of eenheden, uit stof-individuen samengesteld - worden de recruten aangenomen met onverschilligheid. En de maat van bewustzyn is moeielyk te bepalen. Hiermeê bedoel ik het opvangen van aandoeningen door planten en sommige dieren.

Wat hooger weer, worden de recruten ingeschreven, geboekt... maar niet in 'n behoorlyk register. Ook wordt er geen zorg gedragen dat de bruikbare recruten in dienst blyven. Als ze - verlokt door hooger premie - door meer attractie of affiniteit (172) - neiging hebben zich elders te verbinden, is er niets dat hen weêrhoudt.

By 'n ander soort van werf-bureaux worden de aandoeningen die zich voordoen als recruut, wèl opgenomen met bewustheid, wèl ingeschreven, wèl verplicht tot blyven, maar... men verzuimt ze afterichten tot soldaten, of - erger nog - men richt ze verkeerd af. Het ideaal van volkomenheid is: veel flinke gezonde recruten te ontvangen, aantenemen, inteschryven, aan zich te verbinden, te vormen tot goede krygslieden, en daarna hen te gebruiken in een rechtvaardigen en goed bestuurden oorlog.

De naam van den recruut die zich elke seconde by ons aanmeldt, is: gevoel. Het is onze plicht hem opteleiden tot flink soldaat, dat is tot: gevoelen, meening, opinie. [3]

*  Ik zie dat de chemici weder beginnen te spreken van atomen. Ik zeg: weder, want het is 'n revenant-verschyning. Zy mogen dit niet, en elke slotsom waartoe ze - met behulp van aether, nota bene! - geraken, na te zyn uitgegaan van iets ondeelbaars, is fantazie, als 't punt van uitgang zelf. Komiek is 't, dat ze aan die atomen den bolvorm toekennen. Een bol heeft omtrek, middellyn, middelpunt. Men kan hem snyden, deelen, kubeeren enz. Dit alles veronderstelt: uitgebreidheid. Een chemisch atoom is dus - 't moet naar den zin des woords, ondeelbaar zyn - eene uitgebreidheid zonder uitbreiding. En dan die kinderachtige aether, de stof die geen stof is, maar toch de stoffelyke functie verricht van 't vullen der ruimte tusschen de atoom-bolletjes! 't Is al te gek. De heele zaak is dan ook slechts de onöprechte omschryving van een graag vermeden: nescimus. Niet weten is nader aan de waarheid dan verkeerd weten. [4]
Het woord ‘denkbeeldig’ in den tekst, behoorde eigenlyk pleonastisch gevonden te worden. Ik durf het evenwel niet weglaten. Uit het bovenstaande ziet men, dat er veel voorzichtigheid noodig is. Het woord atoom is 'n uitdrukking die alleen in bespiegelende wysbegeerte mag gebruikt worden. Voor den scheikundige blyve het een kettersche klank. Hy is dit verplicht aan de eer van z'n wetenschap, die van scheiden haar naam ontleent. Wie aan atomen gelooft, moet eo ipso genoegen nemen met halve, kwart, enz. atomen, waaruit blykt dat z'n geloof ongeloof is. [5] (1872)


[1] "Alles ondergaat aandoening. Maar niet alles ondergaat die met bewustzyn, 't welk op zichzelf ook aandoening is."

Er is een fundamenteel filosofisch probleem dat als volgt gesteld kan worden: Volgens de natuurkunde bestaan levende dingen uit atomen. Het probleem is dat levende dingen ervaringen hebben, en atomen geen levende dingen zijn: Hoe ontstaan ervaringen uit levenloos materiaal?

Een oplossing waar M. hier enigszins tegenaan lijkt te schurken is dat er geen levenloos materiaal is: Alles wat is ervaart of in M.'s frase "ondergaat aandoening", alleen verschilt de ingewikkeldheid van de ervaring.

Mij lijkt dit niet de juiste oplossing en ik neem liever aan dat ervaring ontstaat uit en door de relaties die bestaan in zenuwstelsels, maar het probleem is ingewikkeld. Wie er meer van wil weten in filosofisch opzicht kan Leibniz' Monadologie + mijn commentaar doornemen, vooral rond stelling 17. Wie er meer van wil weten in wetenschappelijk opzicht zal zich in de neurologie en psycho-fysiologie moeten verdiepen.


[2] "En de individuen die bewustzyn hebben van de affectie, verschillen in de maat, in de logische continuïteit, in 't besef van dat bewustzyn, in macht en bekwaamheid tot regeling van de aandoeningen. Zeker zyn er nog meer verschillen, maar die heb ik hier niet noodig."

Dit is een aardige verdeling met een goed inzicht: Het bewustzijn dient tot "regeling van de aandoeningen" wat weer dient om het lichaam dat het bewustzijn draagt in leven te houden.


[3] "De naam van den recruut die zich elke seconde by ons aanmeldt, is: gevoel. Het is onze plicht hem opteleiden tot flink soldaat, dat is tot: gevoelen, meening, opinie."

Nu ja, maar het is wat jammer dat M. in dit idee teveel probeert op te hangen aan beeldspraak. Wat waar is dat het bewustzijn twee taken of doelen lijkt te hebben: Oordelen en kiezen. Het bewustzijn geeft de mogelijkheid voorstellingen als waar of onwaar, en als waarschijnlijk of onwaarschijnlijk, geloofwaardig of ongeloofwaardig etc. te classificeren, en geeft de mogelijkheid voorstelling als goed of slecht, en als interessant of oninteressant, mooi of lelijk etc. te classificeren. Al deze classificaties berusten op keuzes; helpen het bewustzijn keuzes te maken en zijn zelf gedeeltelijk keuzes en gedeeltelijk resultaat van eerdere keuzes.

Bovendien geeft het bewustzijn een fundamenteel vermogen dat essentieel is voor theorie-vorming en voor mens-zijn: Het zelfstandig maken van fantastische voorstellingen. Dit vermogen leidt tot wetenschap en kunst - en tot ideologie, religie en stellig geloofde onzin of waanzin. (Er is niets dat gebruikt kan worden dat niet misbruikt kan worden.)


[4] "Een chemisch atoom is dus - 't moet naar den zin des woords, ondeelbaar zyn - eene uitgebreidheid zonder uitbreiding. En dan die kinderachtige aether, de stof die geen stof is, maar toch de stoffelyke functie verricht van 't vullen der ruimte tusschen de atoom-bolletjes! 't Is al te gek."

Multatuli schreef dit idee rond de tijd dat Mendelev het periodiek systeem opzette, dat veel verklaart over scheikunde en dat doet op basis van atomen. Hier vergiste hij zich klaarblijkelijk, al was zijn kritiek op het begrip "atoom" niet ongebruikelijk.

Z'n kritiek op het aether-begrip verging het beter, in de zin dat er in de moderne natuurkunde geen aether meer verondersteld wordt.


[5] "Wie aan atomen gelooft, moet eo ipso genoegen nemen met halve, kwart, enz. atomen, waaruit blykt dat z'n geloof ongeloof is."

Nee hoor. De etymologische betekenis van "atoom" - uit het Grieks - is inderdaad "ondeelbaar", maar het is niet nodig je vast te laten leggen aan een etymologische betekenis, en bovendien zijn er redelijk wat mogelijke overwegingen die de tegenspraak opheffen.

Hier is een eenvoudige: Nogal wat stoffen zijn deelbaar in de zin dat kleinere volumes van die stof afgezien van het volume dezelfde voor die stof kenmerkende eigenschappen behouden. Nu blijkt empirisch dat dit delen niet voort kan blijven gaan zonder op een gegeven moment iets te verkrijgen dat niet meer de kenmerkende eigenschappen van de stof behoudt waar het oorspronkelijk als deel in zat. Noem nu de kleinste volume-eenheid waarin een stof deelbaar is dusdanig dat de delen van de stof de voor die stof kenmerkende eigenschappen houden atomen (of moleculen, met een hier correcter scheikundige term - al heb ik het in deze opmerking veel meer over logica en natuurkunde).

Hoe het zij: In feite is de hypothese van atomen afkomstig van Democritus en Leucippus van Abdera, die ca. 450 jaar voor Christus leefden, en blijkt dit één van de vruchtbaarste ideeën uit de natuurkunde te zijn.

Idee 503.