Idee 499.                                                 


 Er is een aanhoudende wisseling van dienst tusschen wetenschap en empirie. Veelal bestaat de functie der eerste alleen in 't formuleeren van wat de laatste gevonden heeft. #  [1]

# Het zou niet moeielyk zyn dit Idee en 't vorige met tallooze bewyzen te staven, maar 't komt me onnoodig voor.
Ook buiten de dusgenaamde eigenlyke Wetenschap, is 't opmerkelyk hoe er voor menschen die een bepaald vak beoefenen, voordeel ligt in het letten op oordeelvellingen van personen die - overigens begaafd met gezond verstand - in dat vak onbedreven zyn. Men zegt dat de, by flauwe koelte vóór den wind, zoo nuttige lyzeilen door 'n vrouw werden uitgevonden. 't Zou dan ook daarom zyn, dat die zeilen by de Franschen bonnets genoemd worden. Die naamsafleiding nu bewyst niet veel, doch waar is het, dat nadenkende onwetenheid dikwyls goeden raad geeft aan berustend half-weten. Een fabrikant, een koopman, een staatsman, behoorde van-tyd tot-tyd zyn vermeende bekwaamheid te toetsen aan 't oordeel van onkundigen. Juist ten-gevolge van 't voortschryden in kennis, verliest men sommige fondamenteele waarheden uit het oog, die niet worden voorbygezien door minder ver gevorderden, wier blik niet beneveld is door routine. Zelfs - of misschien vooral - kinderen kunnen door hun onbedorven primitiviteit, nuttige wenken geven. [2] Vandaar dan ook het legio ‘knappe kinderen.’ Wie z'n jonkske voor iets buitengewoons aanziet, vergeet meestal dat die verbazende knapheid niets ís dan maagdelykheid van oordeel. [3] Des te meer jammer dat men zich zoo haast dat oordeel te bederven. We moesten door gepaste onthouding zorg dragen dat er uit al die knappe kinderen, knappe menschen groeiden. Zie hierover myne beschouwingen over 't Onderwys in den III bundel, en het stuk over Specialiteiten. (1872)


[1] "Er is een aanhoudende wisseling van dienst tusschen wetenschap en empirie. Veelal bestaat de functie der eerste alleen in 't formuleeren van wat de laatste gevonden heeft."

M. schijnt hier "wetenschap" en "empirie" tegenover elkaar te stellen. Dit is in het algemeen een misvatting: Het stellen van de juiste experimentele vraag aan de natuur is gewoonlijk moeilijk en ingewikkeld, en vergt veel wetenschappelijke kennis en methodologisch vernunft.


[2] "Ook buiten de dusgenaamde eigenlyke Wetenschap, is 't opmerkelyk hoe er voor menschen die een bepaald vak beoefenen, voordeel ligt in het letten op oordeelvellingen van personen die - overigens begaafd met gezond verstand - in dat vak onbedreven zyn. Men zegt dat de, by flauwe koelte vóór den wind, zoo nuttige lyzeilen door 'n vrouw werden uitgevonden. 't Zou dan ook daarom zyn, dat die zeilen by de Franschen bonnets genoemd worden. Die naamsafleiding nu bewyst niet veel, doch waar is het, dat nadenkende onwetenheid dikwyls goeden raad geeft aan berustend half-weten. Een fabrikant, een koopman, een staatsman, behoorde van-tyd tot-tyd zyn vermeende bekwaamheid te toetsen aan 't oordeel van onkundigen. Juist ten-gevolge van 't voortschryden in kennis, verliest men sommige fondamenteele waarheden uit het oog, die niet worden voorbygezien door minder ver gevorderden, wier blik niet beneveld is door routine. Zelfs - of misschien vooral - kinderen kunnen door hun onbedorven primitiviteit, nuttige wenken geven."

Wat M. hier zegt is echter waar en belangrijk.


[3] "Vandaar dan ook het legio ‘knappe kinderen.’ Wie z'n jonkske voor iets buitengewoons aanziet, vergeet meestal dat die verbazende knapheid niets ís dan maagdelykheid van oordeel."

Of zoals M. hierna verduidelijkt: Niet zozeer maagdelijk als onbedorven oordeelsvermogen. Zie voor de  "‘knappe kinderen.’" en het zelfstandig bederven van oordeelsvermogen 74.

Idee 499.