Idee 495.                                                 


Het toejuichen in een schouwburg is leugen. Hetzelfde publiek dat in de handen klapt over 'n deugdheld, speelt onverbeterlyk de verraders-rollen in de wereld. En 't heeft er veel van of wy 't schoone - en wat daarvoor doorgaat - toejuichen, als prys voor 't recht om het leelyke te doen. [1]

Ik heb schurken en extase gezien by wonder-eerlykheid op de planken. Ik heb kuisheid en zulke dingen, hooren applaudisseeren door publieke vrouwen, of door anderen die lager stonden dan publieke vrouwen.

Dikwyls by 't hooren roemen van iets edels, voel ik de verwytende gedachte in my opkomen: ‘Dus Wist ge 't![2]

Het eenvoudig verhaaltje dat ik gaf in 492, zal ‘lief’ worden gevonden door dezelfde menschen, in wier midden de arme vrouw - die zoo weinig goede menschen ontmoette - geleefd had. [3]


[1] "Het toejuichen in een schouwburg is leugen. Hetzelfde publiek dat in de handen klapt over 'n deugdheld, speelt onverbeterlyk de verraders-rollen in de wereld. En 't heeft er veel van of wy 't schoone - en wat daarvoor doorgaat - toejuichen, als prys voor 't recht om het leelyke te doen. "

Niet helemaal. Voor een juister uitleg zie mijn commentaar bij 494 en en bij 423.


[2] "Dikwyls by 't hooren roemen van iets edels, voel ik de verwytende gedachte in my opkomen: ‘Dus Wist ge 't!"

Natuurlijk wisten ze het! Als ze niets met die kennis deden dan ligt dat niet aan hun begrip, maar aan het feit dat goed en kwaad van voorteken veranderen met groepslidmaatschap. Zie 494 en 423 en trouwens ook 74.

Daarbij: Het theater en publieke bijeenkomsten zijn nu eenmaal plaatsen waar iedereen acteert en doet alsof ie weet hoe mensen en dingen behoren te zijn.


[3] "Het eenvoudig verhaaltje dat ik gaf in 492, zal ‘lief’ worden gevonden door dezelfde menschen, in wier midden de arme vrouw - die zoo weinig goede menschen ontmoette - geleefd had. "

Ook dit wordt verklaard als onder [2].

Idee 495.