Idee 488.                                                 


 Er zyn weinig talen, en zeer veel dialecten. # [1]

 #  De vergelykende taalstudie is sedert een dertigtal jaren zeer vooruitgegaan, en wy hebben recht tot de gissing dat ze ons nog veel verder dan thans zal terugvoeren tot zekere eenheid van oorsprong, die eenig licht werpen kan op 'n deel der Geschiedenis van de Mensheid. [2] Hoogstwaarschynlyk bevat dit deel slechts 't ontstaan van ééne der nieuwere beschavings-perioden die wat Europa aangaat, 'n aanvang nam met de tyden welken door de historici luk-raak in Cecrops, Danaus, Pelops en Cadmus gepersonifiëerd zyn. Deze tot naamgevers van gebeurtenissen uitgevonden personen kwamen ‘uit het Oosten,’ liefst uit Egypten, het Hessenland der grieksche Batavieren. En Egypte ontstak z'n licht aan Indië, waaruit ook de Germaansche wouden zouden bevolkt zyn. Hoe de ruwheid der zeden van de Germanen kan overeengebracht worden met de afstamming van zeer beschaafde volkeren - die toch uit de taal blykt - is my een raadsel. Het is jammer dat de achtenswaardige Tacitus zoo weinig berichten omtrent de spraak dier barbaren gevraagd of bekomen heeft. Als ik my wel herinner, is 't woord glas - gles staat er naar ik meen, en daarmeê schynt barnsteen bedoeld te zyn - het eenige Germaansche woord waarvan hy melding maakt. Ook dat latiniseeren der eigennamen is te betreuren. Den waren naam van Claudius Civilis kennen wy niet eens, zoo min als van z'n broeder Paulus, of van dien Cruptorix die zoo gecompromitteerd werd door 't sparen zyner hoeve. Indien de romeinsche legerhoofden, by eenige kennis van het grieksch, litterarisch tastgevoel hadden bezeten, zou hun de overeenkomst in het oog gevallen zyn, zoowel van de telwoorden als van de eensylbige benamingen der lichaamsdeelen, die steeds tot de oudste elementen eener taal behooren. Dit had hun wellicht de verwantschap doen gissen, waaraan zy nu niet blyken gedacht te hebben. En... dan ware misschien dit 488 achttien eeuwen vroeger geschreven. [3] (1872)


[1] " Er zyn weinig talen, en zeer veel dialecten. "

Hier lijkt me veel voor te zeggen, al is het moeilijk éénduidige, zinnige en algemeen toepasbare definities van "taal" en "dialekt" te geven. Hoe het zij: Ikzelf lees Nederlands, Frans, Duits, Engels, Noors, Zweeds, Deens, Spaans, Italiaans, en Latijn als het heel makkelijk is. Ook kan ik Grieks dreunend aflezen van de pagina, maar zonder veel begrip. Ik dank mijn belezenheid niet aan veel moeite maar aan enige aanleg, een paar jaar HBS, een jaar avondgymnasium en zo'n drie jaar verblijf in Noorwegen. (De Noren mogen graag zeggen "Taal dialekt" = "Spreek in je dialect".) En wie met wat aanleg voor taal naar talen als de genoemde kijkt ziet inderdaad veel verwantschappen, overeenkomsten en ontleningen, en begrijpt snel dat nogal veel van wat tot de identiteit van een taal behoort eigenlijk teruggaat op schoolboekjes en de wens een hele bevolking te leren lezen en schrijven.


[2] "De vergelykende taalstudie is sedert een dertigtal jaren zeer vooruitgegaan, en wy hebben recht tot de gissing dat ze ons nog veel verder dan thans zal terugvoeren tot zekere eenheid van oorsprong, die eenig licht werpen kan op 'n deel der Geschiedenis van de Mensheid. "

In feite kwam de vergelijkende linguistiek in de 19e eeuw op, vooral in Duitsland, en werd daar veel werk in gedaan en over gepubliceerd. Multatuli had zelf veel belangstelling voor vergelijkende taalkunde, en had daar tal van ideeën over, die vrijwel ieder ander overwegend als onzin voorkomen. Mij komen M.'s ideeën over vergelijkende taalkunde en de oorsprong van de taal ook overwegend onzinnig voor (zoals ik hier en daar zal opmerken in mijn commentaren), maar ik neem aan dat moderne taalkundigen ook niet onder de indruk zijn van de zeer geleerde meningen van de 19e eeuwse beroepstaalkundigen.


[3] "En... dan ware misschien dit 488 achttien eeuwen vroeger geschreven."

Ik betwijfel het zeer. Er was rond de 2e eeuw na Christus de grote Indische taalkundige Panini, met verbluffend zinnige en diepe ideeën over grammatica, maar één van opvallende zaken over mensen, die zich immers van ander gedierte onderscheiden door hun taalvermogen, is dat maar zo weinig mensen gefrappeerd zijn door taal en de oorsprong en opbouw ervan. De meeste mensen doen alsof taal vanzelf spreekt en menen dat ook - en lezen, spreken en schrijven hun taal dan ook slecht.

Idee 488.