Idee 473.                                                 

 

- M'nheer, ik ben 't niet met u eens...

- Nog iets?

- Ja... Ik kom u verzoeken dat te laten drukken, met m'n naam er by.

- Wt? Dat ge 't niet met my eens zyt?

- Ja, m'nheer. Ziehier waarom. Myne moeder bakt oliekoeken, en ik denk dat ze veel aftrek hebben zal, als men verneemt dat ze een zoon heeft die 't niet met u eens is...

- Is uw moeder arm?

- Haar grootste rykdom bestaat in 'r kroost, en ik ben haar eenig kind...

- Arme vrouw! M'nheer, ik zal doen wat ge vraagt. Mag ik uw naam weten? Die moet er by, anders helpt de truc niet.

- Myn naam is Kappelman, m'nheer.

- Van de familie Kappelman die ik wel-eens ontmoet heb, hier-en-daar?

- Ja, m'nheer.

- Ik heb juist zoo-even allerlei brieven van uwe ooms, vaders, neven, enz. gekregen. Ze vragen allemaal wat gy vraagt. Er schynen veel oliekoek-neringen in uw familie behoefte te hebben aan reclame.


Voor de zeer talrijke klasse der Kappellui zie 73 en 74. Overigens lijkt me dit een waarachtig Hollandse conversatie ingegeven door geheel Neerlandse beweegredenen (zegge: Alles wat geen geldelijke winst geeft is van geen waarde - daarom staat k op de Hollandse Euro "God zij met ons": Geld is Neerlands God.).

Idee 473.