't Is moeielyk
zich juist uittedrukken. Dit weet ik, en ik zeide 't reeds in
13. Maar ik
vind dat de ‘wetgever’ zich wel 'n beetje mocht toeleggen op
benadering van juistheid. Wat is byv. slecht?
[1] Schippers en
linguisten zullen zeggen: glad, effen, gelyk. Wat is:
levensgedrag? Zyn er doodsgedragen ook? Eindelyk, wat is:
algemeene bekendheid? In Parys heb ik iemand gesproken, die
niets wist van de ‘slechtheid’ eener dame in... Krähwinkel. Ook
geloof ik dat de koningin van Madagaskar er niets van gehoord heeft.
M'n kleine jongen weet het ook niet. En er zyn er nog meer, die geheel
onkundig bleven van 't vreeselyk vergryp... dat Mevrouw X. niet begaan
heeft.
Algemeene bekendheid! Wie is 't algemeen? De Krähwinkelsche
bakers? De jufvrouwen uit de buurt? Uit welke buurt? Hoe groot
is 'n buurt? Is de stad Krähwinkel 't algemeen? Of Overysel? Of
Nederland? Of Europa? Of ons planeetje?
Als
die Mevrouw X. niet zoo vervelend braaf was, en dus verdediging noodig
had tegen de Wet, dan zou ik haar voorstellen den braven aanklager de
productie opteleggen van een behoorlyk geregistreerd en gelegaliseerd
bewys, dat hare bedorvenheid bekend was by die Mädchen am Brunnen
of tout Paris... op Sirius. Ja, en nog elders... wat verder!
Algemeene bekendheid! Slecht gedrag! Eilieve, wie is goed van
gedrag? Wat is goed? Ben ik goed? Ik tracht er naar,
ja... maar of ik 't bèn? [2]
Is
m'nheer die goed? Mevrouw die? Waren die ‘brave’
meesters van dat arme dienstmeisjen in Haarlem goed? Ik zeg
neen. Ik zeg dat ze ellendelingen zyn. Maar dat zeggen zy
misschien van my. Wat is 't toch lastig zoo onwetend te zyn.
[3]
Algemeene bekendheid bestaat niet. De Wet zegt dus: Als het
levensgedrag slecht is volgens iets dat niet bestaat...
Waarschynlyk zyn er meer menschen die my voor slecht houden -
en ikzelf weet waarachtig niet of ze ongelyk hebben - dan er ooit
mevrouw X veroordeelden. Zou men nu daarom ook my m'n kinderen kunnen
afnemen? Ik hoop neen, en zeker zou ik slecht genoeg zyn om my
te verzetten tegen de brave Wet die
't beproefde. De deurwaarder die zoo'n exploit kwam uitvoeren, had
waarlyk een plaatsje verdiend by de bestorming van de Düppeler
schansen. [4]
De
Wet! Eilieve, zegt de Wet ook dat een brave schoonvader 't kind zoogen
zal, welks moeder van slecht gedrag is? En welke middelen heeft de Wet
om zoo'n schoonvader te dwingen tot nakoming van dien plicht, in geval
van onwil of onvermogen?
En nog
'n paar vragen:
Belast
de Wet zich met de zorg voor 't welzyn van alle kinderen,
welker moeders onbraaf waren? Gaan de officieren van justitie rond in
de publieke huizen, om te vernemen of wellicht de ontucht vruchtbaar
was hier-en-daar, en of 't tyd is zulke vrucht wegterukken van den
vuilen bodem waarop ze groeide? Zyn er fondsen op de begrooting van
den Staat, waaruit de quarantaine betaald wordt tegen moederlyke
besmetting?
Het
wemelt op de straten van bedelaars met kinderen, en ik gis dat die
ouders niet veel goeds leeren aan hun kroost? Waar zyn de schoonvaders
en publieke ministeriën, om die hope des vaderlands te bewaren tegen
bederf? Of zyn alle Nederlandsche bedelaars braaf, zedelyk,
plichtlievend, als 't gemeentebestuur dat ze duldt? Zouden er niet
soms onder dat volkje worden gevonden die hun kinderen mishandelen?
Trekt men alleen party tegen schennis van uitgevonden zeden, en
niet tegen 't miskennen van de lieve Natuur? Is verkeerd
bestuurde hartstocht die schept, zooveel misdadiger dan de lage wreede
luie hebzucht die 'n kind vermoordt?
Of
bemoeit de brave Wet zich alleen dan met de zedelyke vorming van een
kind, als er fortuinen zyn te bewaren? Zou't heele schandaal
misschien achterwege zyn gebleven, als de kleine
Daniela arm ware geweest? Dit moet men wel aannemen. Anders
toch zouden niet zooveel slechtlevensgedragende moeders uit armoede en
wanhoop hun kindje hoeven in 't water te gooien, te smoren, of in
stukken te snyden, zoo-als we dagelyks lezen in alle beschaafde
couranten. [5] Een certificaat van ‘slechtheid’ geteekend door buren,
schoonvaders, vriendinnen, keukenmeiden of publieke aanklagers, zou
jure 't schepseltje maken tot pupil van den braven Nederlandschen
Staat. En later kon 't in de zaken komen van z'n voogd. In de
vry-arbeidery misschien. Of 't kon opgeleid worden tot
gouverneur-generaal, rustende op z'n buitenplaats. Of tot
volksvertegenwoordiger. Of tot een ander braaf beroep.
De
Wet? Slecht gedrag? [6]
Zou
dit ook misschien slecht wezen, dit: het bemeesteren van intime
brieven? 't Ontcyferen van geheim-schrift? Het publiekmaken van
innigheid? Het onbeschaamd woelen en roeren en wroeten in de
ingewanden van de ziel?
Het
lezen van brieven door iemand voor wien ze niet bestemd waren, is
zedeloozer daad, dan er ooit door dat lezen kan worden aan 't licht
gebracht. [7] En hoe nu, als later onschuld blykt? Wie of wat geneest de
wonde der verkrachting van intimiteit? Hoe, 't publiek ministerie
maakt zooveel ze kan algemeen bekend wat bestemd was voor
geheimheid, en wil daarna die algemeene bekendheid ten-laste
brengen van de beschuldigde? Eerst iemand in 't water werpen, en dan
hem aanklagen, omdat-i nat is?
Maar
eilieve, wie zegt u of de voogd dien gy geven wilt aan 't kind - o
brave Wet! - wie zegt u, of hy niet weldra zou blyken te zyn: van
‘algemeen erkend slecht levensgedrag’ wanneer ge alles gingt
ontcyferen en publiceeren wat-i ooit schreef of zeide of deed?
[8] Hoeveel
brieven moest men gelezen hebben en openbaar gemaakt, voor 't brave
publiek gerust kan zyn dat er geen kind is overgeleverd aan slechte
voogden? En wie zal dat publiek vertegenwoordigen?
Wie
zal censor wezen? Naar welk wetboek zal er geoordeeld worden?
[9] Moet de israelitische vader ontzet worden van de voogdy, omdat hy z'n
kind niet liet doopen? De christenvader, omdat hy 't niet besneed?
Deze omdat hy 't jenever geeft, de ander omdat-i 't leert vloeken? De
een omdat hy 't onbehoorlyk opvoedt, en verkeerde begrippen inprent
over erfzonde of genade, de ander omdat-i 't opleidt tot aanbidder van
't gouden kalf? Velen weêr omdat ze hun kinderen in 't geheel niet
opvoeden?
Dit
laatste vind ik weêr slecht, maar ik sta vry alleen in die
meening. [10] De meeste andere dingen hangen van tyd af. Wat heden schoon
wordt gevonden, zal later leelyk zyn, en omgekeerd. Het
zedelykheidsgebouwtjen onzer maatschappy heeft geen vasten grond.
[11]
Slecht
gedrag? Dît is in alle eeuwen en tyden slecht gedrag, dat men
onder schyn van zorg, de toekomst van 'n kind bederft door 't
schandvlekken van de moeder. Dit, dat men die moeder wou
berooven van het byzyn harer kleine, 't eenige nog wat dan strekken
kan tot zoogenaamde verbetering... als die noodig is, wat ik niet
weet, en wat niemand weten kàn. Maar zy die eene moeder slecht noemen,
mogen haar 't lief geneesmiddel niet af nemen, dat er tegen slechtheid
ligt in den omgang met haar kind. Wanneer eene vrouw zich onbehoorlyk
gedraagt, moesten de publieke ministeriën zorgdragen dat ze spoedig 'n
kindje kreeg. Dat zou wat zedelyker wezen, dan haar 't
dochterje aftenemen dat ze reeds heeft, en dat - zoo iets! -
haar zal opheffen.
De
Wet? Slecht gedrag? Voogdyschap? Eilieve, het staat niet eens in de
Wet, dat men eene moeder mag berooven van haar kind, en de heeren van
den gerichte schynen in hun ‘wet’ evenmin thuis te zyn, als in
menschkunde, in gevoel, in kiesheid, in besef van goed en kwaad.
De wet is slordig geredigeerd. Dit weten wy. 't Is advokatenwerk, en
vertaald bovendien. [12] Maar toch stond ze in dit geval nog boven de
uitlegging. Mevr. X. had haar dochtertje niet behoeven wegtestoppen,
of naar 't buitenland te brengen. Met de wet in de hand had zy
kunnen weigeren het aftegeven. Er staat uitdrukkelyk dat een kind aan
zyne ouders eerbied en ontzag schuldig is, en slechts
eerbied aan den voogd. (Artt. 353 en 441 B.W). En het 450e
artikel van 't Code Civil, waarvan ons 441e een
vertaling is, spreekt niet eens van eerbied of welk ander
gevoel ook, dat den pupil moet bezielen. Ik laat nu daar hoe zot het
is, eerbied voorteschryven. *
Alleen aan de ouders is het kind
honneur et respect schuldig. (C.N. art. 371) De hollandsche
vertalers hebben er dien ‘eerbied’ voor den voogd tusschengevoegd.
Misschien waren er voogden onder die heeren, die inzagen dat ze 'n wet
noodig hadden om aan wat eer te geraken.
Wy
kunnen nu daarlaten waar ontzag begint, en eerbied ophoudt? Alle
definitiën zyn moeielyk [13], en geven dikwyls onbillyk vat op leemte of
onjuistheid. Maar in 't midden latende waar de juiste grens is
tusschen honneur en respect, is dit toch zeker dat
‘eerbied en ontzag’ sterker uitdrukking is, méér onderdanigheid
voorschryft, dan ‘eerbied’ alleen. Nergens lezen wy dat de voogd
geheel in de plaats treedt van vader of moeder. Integendeel, er
staat uitdrukkelyk (art. 441 B.W.) dat hy voor de persoon van den
minderjarige zal zorgdragen, en ‘denzelven in alle burgerlyke
handelingen vertegenwoordigen.’
In
alle burgerlyke handelingen! Dit staat in 'tzelfde artikel
waarin wordt gesproken van dat zorgdragen, en dus als 't ware
om uitteleggen: welke zorg. Van vaderlyk gezag is geen
spraak, evenmin als van vaderlyke plichten. Een minderjarig
kind mag zonder toestemming zyns vaders - of waar deze absent of
verhinderd is, van de moeder - het huis niet verlaten. Zulk een
recht wordt den voogd niet toegekend. Ouders zyn verplicht hun minderjarige kinderen
te onderhouden en te voeden. Zulke verplichtingen worden den voogd
niet opgelegd. Als de bedoeling geweest ware, den voogd de rechten van
ouders te geven, zou de heele omschryving van rechten en plichten der
voogden overbodig wezen, en kunnen saemgevat worden in de verklaring:
dat de voogd in de plaats des vaders treedt. Juist de uitdrukkelyke
bepaling: dat hy opkomt voor de burgerlyke belangen van den
minderjarige, sluit de bemoeienis met andere belangen uit, vooral
wanneer die bemoeienis in tegenspraak komt met het hooger staand
ouderlyk gezag. Waar dit spreekt, moet de voogd zwygen, en
zeker zou z'n eerste plicht zyn, den eerbied dien de pupil hèm
betoont, te gebruiken als hulpmiddel om dezen te nopen tot het
ontzag dat hy verschuldigd is aan zyne moeder.
Zoowel
volgens de Wet als naar 't gevoel, staat alzoo moederschap boven
voogdschap.
Een
voogd die misbruik maakt van de macht die hem de Wet geeft, om de
hoogere macht te krenken, welke door diezelfde Wet wordt gegeven aan
de moeder... een voogd die 't kind tot zich roept, dat de
nnoeder by zich houden wil... een voogd die met hulp van publieke
ministeriën, van deurwaarders en schandaal, den schoonen band tracht
losterukken, die 't kind aan de moeder bindt...
Zoo'n
voogd handelt tegen de wet.
Dit
ware te vergeven. Men kan tegen de Wet handelen, en redelyk braaf zyn.
Maar
zoo'n voogd is schuldig aan hartschennis. Hy is voor de rechtbank van
elk edel gemoed te veroordeelen wegens ‘slecht levensgedrag’ - van
erger soort waarachtig dan afgedwaalde zinnelykheid! - en hy moet dus
ontzet worden van de voogdy.
Ja, en
ook de heeren die hem hielpen aan z'n voorgenomen roof, mogen geen
voogden zyn, want ze zyn medeplichtig aan ‘slechtheid.’
Ik
vraag elke moeder - braaf of onbraaf - of ik daarin niet recht heb?
Er is
maar ééne slechtheid, één misdaad, ééne zonde: gebrek aan hart.
[14]
Ware
't proces tegen mevr. X gevoerd op-grond van vermoeden dat ze 'n kind
had verstooten, besteed, weggedaan, verkocht... o, ik zou geen
party hebben getrokken voor de onnatuurlyke moeder die schuldig was
aan zóó'n misdaad!
Onlangs ontdekte de justitie te Maastricht dat 'n orgeldraaier
pogingen aanwendde zich te ontdoen van een kind. Er was gebleken dat
hy met z'n echtgenoot-orgeldraaister vertrekken wilde, zonder 't
schaap meêtenemen.
Die
echtelieden hadden waarschynlyk de stukken over Mevr. X. gelezen. Zy
beraamden middelen om certificaten overteleggen van ‘algemeen erkend
slecht levensgedrag’ en wilden zeker, om in 't bezit te geraken van
zoo'n document, naar Zwol gaan, waar alle menschen braaf zyn,
thorbeckiaansch, ministerlyk braaf.
Om de
kosten van 't onnoodig heen-en-weêr reizen te vermyden, denk ik,
begrepen zy dat het kind niet meêhoefde, daar 't na de slechte
gedrags-verklaring die ze zochten, toch in-handen zou komen van 'n
schoonvader, of van Nederland.
Maar
de orgeldraaier en zyne echtgenoot hebben zich vergist. De
maastrichtsche justitie, het voornemen dier lieden bemerkende, heeft
hun 't kind nagezonden, met last het by zich te houden en opteleiden
tot het maken van straatmuziek. En meer nog. Die justitie heeft alöm
de autoriteiten doen waarschuwen dat de orgeldraaier en echtgenoot hun
kind wilden wegdoen, met aanbeveling die menschen te dwarsboomen in
hun verheven plannen.
Nu heb
ik een paar vragen te doen:
Is de
justitie wel zeker, dat de man zoo arm is als hy zich voordoet? Immers
als hy fortuin had - en wie weet of-i geen armoede huichelt -
zou 't zaak wezen hem te helpen in z'n liefelyk voornemen. Ik ben
van-goederhand verzekerd dat er administratie-kantoren zyn, die in dat
geval zich willen belasten met het beheer van 't vermogen, en met de
zedelijke vorming van 't kind. Van de zedelykheid zouden ze niets voor
zich nemen. Van 't beheer der middelen 5%.
Tweede vraag. Is 't voorzichtig en billyk den orgelman te laten
wachten op de certificaten van slecht gedrag, die hy te Zwol gewis
krygen zou? Want als hy nu eens op-eenmaal braaf werd, of de
Zwollenaars werden par impossible onbraaf, zoodat er hapering
kwam in 't produceeren van de bewysstukken, en de Nederlandsche Staat
geraakte daardoor in winstderving van een ryken pupil, hoe dan?
Derde vraag. Bestaat er een model van de certificaten dien men
moet overleggen om afgekeurd te worden als vader of moeder? Was er
niemand te Maastricht, die 't den man geven wou? Moest hy daartoe
wegreizen met z'n echtgenoot? Is 't geen tyd voor ons yverig
ministerie - dat zoo hartelyk zorgdraagt voor de belangen van 't Volk
- die zaken eens voor-goed te regelen, opdat Nederlandsche ouders
precies kunnen weten hoe ‘algemeen bekend slecht’ ze moeten zyn, om
hun kinderen verzorgd te zien? Verbeeld u eens dat men nu tot welzyn
van z'n kroost, zich vruchteloos toelegde op ‘algemeene bekendheid’ en
op ‘slechtheid’ en er bleek later dat men, na al de moeite, niet
geslaagd was in 't voldoen aan de wettige voorwaarden?
Dan
zou men in verzoeking komen braaf te worden uit moedeloosheid.
Vierde vraag.
Heeft de justitie te Maastricht de ‘autoriteiten’ ook opgedragen
toetezien: hoe dat orgelpaar nu 't kind behandelt? Is er ook
vrees dat de vormelykheid der Wet, die 't afwees omdat de stukken niet
in orde waren, nu gewroken wordt op den armen jongen die 't toch niet
helpen kan dat z'n ouders niet diligent waren in: ‘algemeen bekende
slechtheid?’
Het
hart bloedt by de gedachte aan 't lot van dat schaap.
't Is
te hopen dat het jongetje nooit te weten komt, hoe z'n ouders zich
beyverden om hem te maken tot pupil van de Nederlandsche Wet. Dat
gevoel van te veel zyn in 'n orgelfamilie, moet heel
onaangenaam wezen.
Maar
wèl past deze bydrage tot de kennis der officiëele zedelykheid, als
scherpe tegenstelling, by de zaak van Mevr. X.
Wanneer men nagaat hoe de nakomelingschap ons verachten zal by 't
beoordeelen van onze beschaving, van onze wetten, van
ons gevoel, van onze menschenliefde, van ons geloof
- pégé en niet pégé - dan voelt men iets als schaamte by
't erkennen van tydgenootschap, door 't schryven van 'n jaartal.
[15]
* 't Is een
nudum praeceptum, en dus 'n fout in de wet. Men moest geen
bepalingen maken, welker handhaving onmogelyk is. Over 't geheel is
de Wet slecht geredigeerd, daar nu eenmaal rechtsgeleerden geen
heksenmeesters zyn in juistheid van uitdrukking. Wie hiervan een
bewys verlangt, sla byv. de definitie op, die de Wet geeft van een
‘schat.’ De geheele omschryving daarvan kan, onder zekere
by-omstandigheden, van toepassing zyn op 'n hoopje vuilnis. (1872)
[1] "Wat
is byv. slecht?"
Wel - wat mij niet bevalt, wat mijn
medestanders niet bevalt, wat mijn leiders niet bevalt. Maar er is
méér over te zeggen en minder over te "nuanceren" dan kannibalen,
sadisten, dieven, verkrachters en concentratiekamp-beulen graag zouden
relativeren. Zie
423.
[2] "Slecht
gedrag! Eilieve, wie is goed van
gedrag? Wat is goed? Ben ik goed? Ik tracht er naar,
ja... maar of ik 't bèn? "
Voor "goed"
zie de voorgaande noot en
423. Verder was M. één van de
zeldzame mensen die regelmatig z'n eigen goedheid openlijk beleed.
"Men" vond dat maar "gek", maar de normen van Neerlandse men bestaan
nu eenmaal uit nederigheid,
gehuichel, conformisme en veel moeite door
niets op te vallen behalve rijkdom en aangepastheid.
[3] "Is
m'nheer die goed? Mevrouw die? Waren die ‘brave’
meesters van dat arme dienstmeisjen in Haarlem goed? Ik zeg
neen. Ik zeg dat ze ellendelingen zyn. Maar dat zeggen zy
misschien van my. Wat is 't toch lastig zoo onwetend te zyn.
"
Zie mijn
voorgaande twee noten.
[4] "Waarschynlyk zyn er meer menschen die my voor slecht houden -
en ikzelf weet waarachtig niet of ze ongelyk hebben - dan er ooit
mevrouw X veroordeelden. Zou men nu daarom ook my m'n kinderen kunnen
afnemen? Ik hoop neen, en zeker zou ik slecht genoeg zyn om my
te verzetten tegen de brave Wet die
't beproefde. De deurwaarder die zoo'n exploit kwam uitvoeren, had
waarlyk een plaatsje verdiend by de bestorming van de Düppeler
schansen. "
Wat deze alinea
aangaat en in het bijzonder "Zou
men nu daarom ook my m'n kinderen kunnen afnemen?":
In feite gebeurde dit. Door tegenwerking, doodzwijgen en armoede werd
M. de kans ontnomen z'n eigen kinderen op te voeden, wat hij graag
gedaan zou hebben en dat hem zeer verbitterde.
[5] "Anders
toch zouden niet zooveel slechtlevensgedragende moeders uit armoede en
wanhoop hun kindje hoeven in 't water te gooien, te smoren, of in
stukken te snyden, zoo-als we dagelyks lezen in alle beschaafde
couranten."
Ik geloof het graag
en het is jammer dat er tot nu bij mijn weten nergens goede publieke
archieven op het internet zijn met kranten van weleer. De enige mij
bekende uitzondering is het weekblad "De Groene Amsterdammer" dat
in 2002 een
flink deel van de jaargangen uit het verleden toegankelijk heeft
gemaakt op het internet, compleet met advertenties.
Dit is een uitstekend idee, en het
zou voor een veel beter begrip van de geschiedenis en van het alledaagse
bestaan, de omgangsvormen, de algemeen geaccepteerde aannames over
gedrag en denken en veel meer bijzonder prettig zijn vrijelijk te
kunnen grasduinen in kranten van vroeger.
[6] "De
Wet? Slecht gedrag?"
In beginsel
ligt dit betrekkelijk eenvoudig: Gedrag dat de wet verbiedt is slecht
- in de maatschappij waar deze wetten gelden en worden gehandhaafd. De
wet kan onduidelijk zijn; de wet kan verouderd zijn en ieder individu
is vrij het ermee oneens te zijn, maar voorzover we de vraag "wat ZIJN
goed en kwaad" willen beantwoorden met een verwijzing naar geldend
recht zijn dit de antwoorden.
Wie dieper wil graven beschouwe
423, waar uiteengezet wordt dat er
wel degelijk een algemeen gedeeld menselijk begrip ten grondslag ligt
aan de begrippen goed en kwaad, dat uiteindelijk terug gaat op een
gedeelde menselijke natuur en het heldere inzicht dat voor het
instandhouden van een maatschappelijk verband waarin menselijke
individuen kunnen overleven en hun eigen gang kunnen gaan (voorzover ze
bekende regels respecteren) bepaalde gedragingen geboden en andere
verboden moeten worden. Wie het bijvoorbeeld goed vindt z'n
buurmeisjes te verkrachten en levend te verbranden - ik geef een
extreem voorbeeld, maar er zijn individuen geweest die dit "goed"
achtten en die dit zouden willen argumenteren met een beroep op de
relativiteit van goed en kwaad - verdient uit de maatschappij
verwijderd te worden.
Meer algemeen
gesproken: Alle mensen zijn het redelijk vanzelfsprekend en zonder
veel moeite met alle mensen eens over een groot aantal vragen van goed
en kwaad, omdat alle mensen met soortgelijke gevoelens reageren op tal
van soortgelijke ervaringen. Zie ook [11] en
423.
[7] "Het
lezen van brieven door iemand voor wien ze niet bestemd waren, is
zedeloozer daad, dan er ooit door dat lezen kan worden aan 't licht
gebracht."
Natuurlijk niet. Hier zijn twee
eenvoudige voorbeelden. Eén: Men leest in de correspondentie van z'n
buurman en vindt dat hij van plan is het hele blok te vergiftigen,
wellicht omdat hij krankzinnig is. Twee: Nogal wat mensen hebben de
brieven van en aan Multatuli gelezen, uitgegeven door z'n tweede vrouw
(en later in de VW).
[8] "wie
zegt u, of hy niet weldra zou blyken te zyn: van
‘algemeen erkend slecht levensgedrag’ wanneer ge alles gingt
ontcyferen en publiceeren wat-i ooit schreef of zeide of deed?"
Ja, en dit geldt voor iedereen. Dit is trouwens ook een goede reden
waarom maar een klein deel van het menselijk doen en laten bepaald kan
worden door wetten, en waarom wetten noodzakelijkerwijs algemeen en
vaag zijn en interpretatie behoeven (door objectieve derden).
[9] "Wie
zal censor wezen? Naar welk wetboek zal er geoordeeld worden?"
Dit is in beginsel niet moeilijk te beantwoorden: Het plaatselijk
geldend wetboek, geïnterpreteerd door lokaal benoemde rechters. Dat
wetboek kan slecht geredigeerd en onrechtvaardig zijn en de rechters
kunnen dom of corrupt zijn, maar desalniettemin is rechtspraak op
basis van publiek bekend gemaakte wetten uitgesproken door objectieve
niet-belanghebbenden in openbare zittingen bij het vonnissen een grote verbetering vergeleken
met gevonnist worden op basis van de luimen van de sterkste in de
groep.
[10] "Velen weêr omdat ze hun kinderen in 't geheel niet
opvoeden? Dit
laatste vind ik weêr slecht, maar ik sta vry alleen in die
meening."
M. vond dat vaders nauw
betrokken moeten zijn bij de opvoeding van hun kinderen, om welke
reden het hem zeer verbitterde dat hem dit onmogelijk werd gemaakt.
Zie [4].
[11] "
Wat heden schoon wordt gevonden, zal later leelyk zyn, en omgekeerd. Het
zedelykheidsgebouwtjen onzer maatschappy heeft geen vasten grond."
In vervolg op het in
[6] gezegde: In alle maatschappijen worden diefstal, verkrachting,
geweld, moord, en marteling vervolgd (al kunnen ze ook deel zijn van
het repertoire van de staat of kerk die deze normen helpen handhaven),
en de reden is eenvoudig inzichtelijk: Er is geen samenleven mogelijk
waar dit soort handelingen normaal en onbestraft zijn. Zie verder
423.
Bovendien: Hoewel
M. hier en op enkele andere plaatsen waar hem dit voor z'n
argumentatie uitkwam nogal relativistisch is over goed en kwaad en
hoewel het waar is dat er veel wanbegrippen over goed en kwaad zijn en
er veel over gelogen en gehuicheld wordt is het eveneens waar dat M.
gewoonlijk behoorlijk tot zeer stellig was over z'n beargumenteerbaar
moreel gelijk in zeer vele kwesties waarin hij in een radikaal
minderheidsstandpunt innam.
[12] "'t
Is advokatenwerk, en
vertaald bovendien."
De toen geldende Nederlandse wet was
afgeleid uit de wet opgelegd gedurende de Franse bezetting. Trouwens:
Juist in het jaar dat ik dit schrijf - 2002 - is het laatste nog in
het Frans gestelde deel van de Nederlandse wet (betreffende mijnbouw)
ingetrokken.
[13] Van "Alle definitiën zyn moeielyk"
is eerder sprake geweest (in 10 en
13 bijvoorbeeld) maar is niet geheel
waar: Niet ALLE "definitiën zyn moeielyk".
Een betere formulering is: "Goede
definitiën zyn
gewoonlijk moeielyk".
[14] "Er is
maar ééne slechtheid, één misdaad, ééne zonde: gebrek aan hart."
O nee! Hier kan veel tegenin gebracht
worden, maar ik beperk me tot drie punten.
Primo: Aanwezigheid van hart kan
zomin geboden worden als aanwezigheid van schoonheid. Het is kennelijk
waar dat velen geboren worden met een gering kwantum aan "hart"
- zegge: goede wil, moed, eerlijkheid en verstand - maar dat is hun
schuld niet, want niemand is verantwoordelijk voor z'n aangeboren
gebreken noch lofwaardig voor z'n aangeboren kwaliteiten. Wat lof of
blaam verdient is het gebruik dat men maakt van wat men heeft.
Secundo: Een vaak toepasselijke
minimale morele regel ken ik in de volgende formulering van Wilhelm
Busch:
Het goede dat men doet
Is het kwade dat men laat
Anders gezegd: Veel kwaad -
onverdiende pijn, armoe, leed - wordt veroorzaakt door actieve
bemoeizucht, leedvermaak of kwaadwilligheid. Zoals mensen gemiddeld
kennelijk zijn zou er al veel menselijk leed vermeden worden als velen
zich zouden onthouden van het doen van kwaad. En daar is geen hart
voor nodig, maar alleen onverschilligheid of drukte met andere dingen.
Tertio: Er zit wel iets in wat M.
zegt dat door mij in 74 wordt
gepreciseerd. (Maar dit betreft minder een gebrek aan hart dan een
overmaat aan gehuichel, valsheid en bedrog.)
[15] "Wanneer men nagaat hoe de nakomelingschap ons verachten zal by 't
beoordeelen van onze beschaving, van onze wetten, van
ons gevoel, van onze menschenliefde, van ons geloof
- pégé en niet pégé - dan voelt men iets als schaamte by
't erkennen van tydgenootschap, door 't schryven van 'n jaartal."
De term "pégé"
is een afkorting van Protestants-Gereformeerd, en was in Multatuli's
tijd een teken van het summum aan ordinaire goedheid en aangepastheid
(genus Neerlandicus).
Zie ook 1089.
En overigens is de grote meerderheid van "de
nakomelingschap " nauwelijks
geïnteresseerd in het verleden, en al helemaal niet in het verleden
van voor hun geboorte.
Eén reden waarom er niet veel morele
voortgang is in de geschiedenis is dat ieder nieuw geboren mens
opnieuw zijn of haar wereld moet uitvinden, en dat moet doen op basis
van zeer gekleurde en zeer onvolledige gegevens, die bovendien vaak
ook nog eens religieus of politiek vervalst zijn.