Idee 447.                                                 


In Samojedie - ik weet niet of 't land zoo heet, maar dat is 'n leemte in de taal, die we moeten aanvullen - in Samojedie is het de gewoonte zich van-top tot teen te besmeren met ranzige traan. Een jonge Samojeed verzuimde dit. Hy besmeerde zich volstrekt niet, noch met traan, noch met wat anders.

- Ge volgt de zeden niet, zei 'n samojedisch wysgeer... ge hèbt geen zeden... ge zyt zedeloos.

Dit was heel juist gezegd.

't Spreekt vanzelf dat de jonge zedelooze Samojeed mishandeld werd. Hy ving meer robben dan elk ander, maar 't baatte hem niet. Men nam 'm z'n robben af, gaf ze aan Samojeden die behoorly naar traan stonken, en hèm liet men honger lyden.

Maar 't wordt nog erger.

De jonge Samojeed, na eenigen tyd te hebben voortgeleefd in onbesmeerden staat, begon eindelyk zich te wassen met eau-de-cologne. Die welriekendheid was niet uit te staan in Samojedie!

- Hy handelt tegen de zeden, sprak de wysgeer van den dag, hy is onzedig! Komt, we zullen voortgaan hem de robben aftenemen die hy vangt, en bovendien slaan...

- Dit geschiedde.

Maar wyl men te Samojedie geen laster had, geen kopyhandel, geen verdachtmaking, geen domme orthodoxie, noch valsch liberalismus, noch bedorven politiek, noch bedervende ministers, noch verrotte Tweede Kamer... sloeg men den patient met de afgekloven beenderen van de robben die hy zelf gevangen had.


Aan m'n overige lezers myn hartelyke groet!


Dit is 't laatste IDEE van Bundel 1.

Voor meer over de mores die men leerde in 't land dat elders Samojedië, Euro-Patagonië, of Neerlanderthalië genoemd werd - "Er ligt een drugsstaat tussen Oost-Friesland en de Schelde..." (zie 278) - en dat dan vooral  vanwege de intellectuele diepgang van de doorsnee der bewoners verwijs ik naar 107, 136, 220, 276, 423 en de anthropologische studie van Dr. Lemuel Gulliver.

Idee 447.