Idee 438.                                    


Een treffende vogelhistorie, met 'n wenk over 't nadeel van hoefyzers als voedsel. Doorslaand bewys van Wouter's beterschap, blykbaar uit 'n kerkelyk getuigschrift. Wouter's eerste uitgang. Zyn studie in de liefde. Kongrevische vertelling die dóórbrandt in water.

M'n vriend Ornis kocht, na den dood zyner vrouw, tot afleiding wat vogels. Als ik de smart over 't verlies van z'n wederhelft moet afmeten naar de hoeveelheid pluimgedierte dat haar verving, moet ik erkennen dat-i zeer bedroefd geweest is. Want het getal zyner vogels was groot. Hy had vinken met oogen, en blinde vinken. Kanarivogels, zwarte, groene en gele. Zeventien soorten van duiven. Voorts papegaaien, kakatoea's  *)   lysters, kraaien, eksters, kippen, raven, pauwen, eenden, kalkoenen, ganzen, korhoenders, kazuarissen, struisvogels en nog meer... te veel om te noemen, juist als de vaderlandsche zeehelden in 'n schoolboek.

Hoe hy gekomen was aan die verzameling, weet ik niet, en dat doet ook niets tot de geschiedenis die ik vertellen wil.

Op zekeren morgen moest Ornis uit de stad. Z'n afwezigheid zou van eenigen duur zyn.

- Beste vriend, zeide hy, ik voel me genoodzaakt 'n beroep op uw vriendschap te doen.

Ik houd niet van die beroepen. Want er zyn menschen die de vriendschap à la lettre nemen, en van zulke beroepen 'n beroep maken.

- Ik moet uit de stad, vervolgde hy, en weet niet hoe ik 't zal aanleggen om...

- Wel... neem 'n plaatsbriefjen op de spoor.

- Neen, dat is 't niet. Ik weet niet hoe ik 't zal maken met m'n vogels.

- Als ge ze meenaamt, stelde ik voor.

- Dat gaat niet, om de kosten. Bovendien, Liwi is broeis...

Liwi was 'n jeugdige kanarivogel, die partant pour la Syrie floot.

- Wel, laat dan uw vogels thuis.

- Men ziet wel dat ge nooit getrouwd zyt geweest... dat ge nooit vogels hebt gehouden. ‘Laat ze thuis’ is fraai gezegd! Wie zal er op passen, als ik weg ben? Wie zal ze toespreken, voorörgelen, eten geven, reinigen?

- Ah zoo, is dat de zaak! En uw beroep op m'n vriendschap...

- Ja, dat is de zaak. Ik wilde u verzoeken, gedurende myn afzyn u te belasten met de zorg voor m'n vogels.

- Ik heb veel bezigheden.

- Stel ze uit. M'n vogels...

- M'n vader is ziek.

- Wat doet er dat toe? M'n vogels...

- M'n kinderen hebben de mazelen.

- Warmhouden. M'n vogels...

- M'n zaken zyn in de war.

- Vraag Surcheance. M'n vogels...

- Beste Ornis, ik heb geen verstand van vogels.

- Hoe?

- Geloof me, ik heb nooit vogels gehouden. Ik weet waarlyk niet hoe ze moeten behandeld worden.

- Dat maakt 'n onderscheid. Ge doet zeer wel my dat te zeggen. Dan zal ik trachten iemand te vinden, wien ik m'n lievelingen kan toevertrouwen.

En Ornis liet my met rust, eindelyk: omdat ik geen verstand had van vogels. 

Nu vraag ik wat toch juffrouw Pieterse bewoog, en wat zoovélen beweegt, om kinderen te houden? [1]

Die goeie Ornis stoorde zich niet aan de ziekte van m'n vader, niet aan m'n bezigheden, niet aan de ongesteldheid myner kinderen, niet aan de moeielykheden waarin ik verkeerde, hy stoorde zich aan niets... tot op 't pynlyk oogenblik dat ik verklaarde: geen verstand van vogels te hebben!

Dàt was 'n reden! Op die betuiging trok-i zyn verzoek in!

Geen verstand van vogels! Hoe, zoud-i z'n vinken laten behandelen als kraaien, en z'n eksters als kalkoenen? Zou hy aan myn onkunde overleveren het talent van Liwi die door broeien en fluiten aanspraak had op dubbele zorg? Zou hy de ooren van gevoelvolle tortels laten kwetsen door de wulpsche melodien van 't orgel der vlasvinken? Zou hy, by vergissing in 't voedsel - zooals te verwachten was van onbedreven handen als de myne - de teedere maag van 't winterkoninkje blootstellen aan de hoefyzers en ouwe pantoffels die er overbleven van 't ontbyt der kazuarissen? ‘Neen, neen, honderdmaal neen! Geen verstand van vogels? Dan zyt ge niet waardig ze te bewaken en te verzorgen!’ 

Zoo sprak Ornis. En nu vraag ik nogeens: waarom hield juffrouw Pieterse kinderen?

En als ik dan bereken dat het getal kinderen op de wereld omtrent zeshonderd millioen is... [2]

En dat die kinderen worden ‘gehouden’ door de drie- of vierhonderd millioen menschen die voor 't meerendeel geen verstand hebben van... vogels... [3]

Ach, dan moet ik m'n venster openen, om niet toetegeven in 'n stemming als die van 't arme winterkoninkje na zoo'n verkeerd ontbyt!

*)  Het zal misschien sommigen niet onaangenaam zyn, hier de beteekenis van dit woord te vinden. In 't maleisch is kaka 'n oudere zuster. Met dit woord spreekt men op beleefde wys een niet zeer jonge vrouw aan. Toea beteekent oud. Alzoo kaka toea = oude vrouw. Om de gelykenis met den mond van 'n besje, hebben de inlanders aan een nyptang den naam kakatoea gegeven. En daar de bekende vogel iets zeer ouwevrouwelyks in z'n voorkomen heeft, en tevens 'n bek die hem als nyptang dient, bestond er 'n dubbele reden voor 't naamgevend peetschap.
Moet ik om verschooning vragen voor deze en dergelyke nootjes? [4] Men bedenke dat ik voor velen schryf die 't in de kennis van... Indische zaken nog minder ver brachten dan 'n bewoner van Batavia, of dan de specialiteiten uit ‘de-n-Oost’ in onze Tweede-kamer.


[1] "Nu vraag ik wat toch juffrouw Pieterse bewoog, en wat zoovélen beweegt, om kinderen te houden?"

Dit sluit ook aan bij idee 213.
 


[2] "En als ik dan bereken dat het getal kinderen op de wereld omtrent zeshonderd millioen is... "

Multatuli ging kennelijk uit van een wereldbevolking rond 1860 van ca. 1 miljard. Er zijn er nu, in 2002, meer dan 6 miljard mensen op de wereld. Wat dit aantoont, anders dan een praktisch en nogal schrikwekkend voorbeeld van wat "exponentiële groei" betekent, is het feitelijke grote succes van wetenschap en technologie, want zonder grote vooruitgang in wetenschappelijke kennis en technologische toepassing daarvan was het onmogelijk die 6 miljard in leven te houden, al is het ook zo dat de grote meerderheid van die 6 miljard nu levende mensen een zeer weinig benijdbaar armoedig bestaan worden gedwongen te ... lijden.
 


[3] "En dat die kinderen worden ‘gehouden’ door de drie- of vierhonderd millioen menschen die voor 't meerendeel geen verstand hebben van... vogels..."

Nu ja - maar net als bij vogels: Het maken van kinderen gaat en gebeurt als het ware vanzelf, en het probleem is niet zozeer dat het gebeurt, en zelfs niet dat de trotse ouders nauwelijks zinnige begrippen en waarden hebben over te dragen aan het kroost dat ze op de wereld zetten, en veel onzin doorgeven, maar dat de zeer grote meerderheid van de nieuwe menselijke borelingen niet of nauwelijks intelligenter is dan de ouders, en nauwelijks in staat tot het zelfstandig verwerven van rationele begrippen.
 


[4] "In 't maleisch is kaka 'n oudere zuster. Met dit woord spreekt men op beleefde wys een niet zeer jonge vrouw aan. Toea beteekent oud. Alzoo kaka toea = oude vrouw. Om de gelykenis met den mond van 'n besje, hebben de inlanders aan een nyptang den naam kakatoea gegeven. En daar de bekende vogel iets zeer ouwevrouwelyks in z'n voorkomen heeft, en tevens 'n bek die hem als nyptang dient, bestond er 'n dubbele reden voor 't naamgevend peetschap.
Moet ik om verschooning vragen voor deze en dergelyke nootjes?
"

O nee! (Alleen neem ik aan dat de inlanders weet hadden van kaketoes vóórdat ze weet hadden van nijptangen. Er zal dus geen "dubbele reden" geweest zijn de vogel naar een nijptang te noemen, maar wel omgekeerd een nijptang naar een vogel.)
 

Idee 438.