Idee 423.                                    


- Maar wat is dan uw punt van uitgang om te geraken tot de kennisse des goeds en des kwaads?

- Ik heb daarop reeds geantwoord in 276 en op veel plaatsen meer. *) [1]

Doch ge deedt verkeerd my die vraag te doen op dilemmatoon. Want al kon ik u daarop niet antwoorden, die onkunde van myn kant zou niets bewyzen voor uw godsdienst, die leugenachtig wezen kan ook al weet ik daarvoor niets beters in de plaats te geven.

*) In een werk als deze Ideen kon dit onderwerp niet onaangeroerd blyven. Toch heb ik 't nooit monografisch behandeld, misschien wel juist omdat het zich overal op den voorgrond dringt. Ook in 922 komt iets voor over 't uitgangspunt onzer zedelykheidsbegrippen, doch alweder ter-loops, en reeds daar stelde ik my voor, dit punt aan een ernstig onderzoek te onderwerpen. Ik hoop dat voornemen zoodra mogelyk uittevoeren, o.a. naar aanleiding der essay van Dr F. Feringa, in zyn zeer belangryk werk: Democratie en Wetenschap. (Groningen bij P. van Zweeden.) [2]


[1] Helaas heeft M. de grondslagen van "de kennisse des goeds en des kwaads" "nooit monografisch behandeld". Maar zie bijvoorbeeld 276, 136, 220, 276, 107, 447, 399, 400, 403, conceptie en inleiding van de Ideen.
 


[2] Ik zal dus maar een kort overzichtje geven, in vier stappen, van de grondslagen van de "de kennisse des goeds en des kwaads" , en als antwoord op de volgende vraag:

Wat zijn goed en kwaad in duidelijk Nederlands en niet al te veel regels?

Het gaat om menselijk geluk en leed (plezier en pijn), en hoe deze te veroorzaken door menselijk doen en laten, beide in maatschappelijk verband. (Wie deze aanname te ver gaat verdiepe zich in mijn
Norms and Society en in W. Tatarkiewicz's "Analysis of Happiness").

Hier is om te beginnen een fraaie samenvatting van een zinnige aanpak van de vraag - in het Engels, vertaald uit het Frans:

"Enjoy and give pleasure, without doing harm to yourself or to anyone else - that I think is the whole of morality."
Chamfort

en een verwijzing naar een poging tot een intellectuele fundering van een dergelijk beginsel, namelijk door Stuart Mill, in "On Liberty".

0. Algemeen beginsel

Om te beginnen is hier een citaat uit de Pictorial History of Philosophy van D.D. Runes dat een lijst van verschillende vindplaatsen geeft van het ethisch beginsel dat in het Nederlands wel geformuleerd is als 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet':

The Golden Rule

Confucianism
     What you don't want done to yourself, don't do to others
     - SIXTH CENTURY B.C.

Buddhism
     Hurt not others with what pains thyself.
     - FIFTH CENTURY B.C.

Jainism
     In happiness and suffering, in joy and grief, we should regard
     all creatures as we regard our own self, and should therefore
     refrain from inflicting upon others such injury as would appear
     undesirable to us if inflicted upon ourselves.
     - FIFTH CENTURY B.C.

Zoroastrianism
     Do not do unto others all that is not well for oneself.  
     - FIFTH CENTURY B.C.

Classical Paganism
     May I do to others as I would they should do unto me.
     Plato - FOURTH CENTURY B.C.

Hinduism
     Do naught to others which if done thee would cause thee pain.
     Mahabharata - THIRD CENTURY B.C.

Judaism
      What is hateful to yourself, don't do to your fellow man.
      Rabbi Hillel - FIRST CENTURY B.C. 

Christianity
      Whatsoever ye would that men should do to you, 
      do ye even so to them.
      Jesus of Nazareth - FIRST CENTURY A.D. 

Sikhism
      Treat others as thou would be treated thyself.
      - SIXTEENTH CENTURY A.D.

Dit alles suggereert dat er onder mensen wijde overeenstemming is over althans ťťn algemeen ethisch beginsel.

Het is een zinnige overweging, hoe ook precies geformuleerd en gemotiveerd, maar het is niet voldoende om een menselijke samenleving op te baseren, was het alleen al omdat de geschiedenis leert dat deze gouden regel zeer vaak gebroken is, en makkelijk gebroken wordt zodra mensen een ander, al dan niet terecht, als vijand ziet, of als vreemdeling, of als van een verkeerd geloof, of van een ander ras, of wanneer men meent  ongestraft persoonlijk voordeel te kunnen behalen door het pijnigen, misbruiken of bedriegen van anderen.

Kortom: De gulden regel blijkt in de praktijk vooral te gelden voor wie men als vrienden of gelijken beschouwd, en wordt overigens vaak en vanzelfsprekend gebroken.

Wat nu volgt is een tamelijk minimalistische overweging over goed en kwaad die wat meer substantie geeft, zonder alle problemen te willen oplossen.

1. Goed:

Premisse: Het goede komt overwegend neer op samenwerken: Het algemene doel is een samenleving van mensen die samenwerken met als doel het vergroten van elkaars geluk en verkleinen van elkaars leed.

Reden voor premisse: Mensen zijn sociale dieren en streven toename van geluk en vermindering van leed na voor zichzelf. Ze zijn in staat het geluk en leed van anderen en zichzelf te vermeerden, beide door weloverwogen handelen gebaseerd op relevante kennis. (Veronderstelde feiten.)

Samenwerken beoogt elkaars geluk te vermeerderen.

Persoonlijk goed is wat ik wens voor mijzelf. Ethisch goed is wat ik wens voor anderen en over een samenleving die ethisch goed doet, dat is een samenleving waarin mensen krijgen wat ik vind dat ze behoren te krijgen. Het ethisch goede veronderstelt dus kennis van anderen en van samenlevingen en is gebaseerd op het persoonlijk goede.

Hier is een lijstje van wat goed is:

- Door vreedzaam samenwerken gedeelde doelen trachten te realiseren
- Door rationeel overleg kennis verwerven
- Door redelijk gedrag iedereen geven wat hem rechtvaardig toekomt
- Eerlijk delen
- Eerlijk spreken
- Plannen baseren op rationele kennis
- Handelen op basis van gemaakte en gehouden afspraken
- Conflicten vreedzaam oplossen door bemiddeling van objectieve derden

Dit is goed omdat het vormen zijn van door menselijk samenwerken elkaars geluk vergroten en elkaars leed verkleinen.

Het kwade is wat hiertegen in gaat.

2. Kwaad:

Premisse: Het kwaad komt overwegend neer op het elkaar tegenwerken en het trachten te verkleinen van elkaars geluk en vergroten van elkaars leed.

Reden voor premisse: Mensen zijn sociale dieren en streven toename van geluk en vermindering van leed na voor zichzelf. Ze zijn in staat het geluk en leed van anderen en zichzelf te vermeerden, beide door weloverwogen handelen gebaseerd op relevante kennis. (Veronderstelde feiten.)

Reden voor premisse: Mensen zijn sociale dieren en streven toename van leed en vermindering van geluk na voor vijanden. (Veronderstelde feiten.)

Persoonlijk kwaad is wat ik wens dat voor mijzelf bespaard blijft. Ethisch kwaad is leed dat ik anderen aan doe of ongeluk dat ik anderen veroorzaak. Het ethisch kwade veronderstelt dus kennis van anderen en van samenlevingen.

Hier is een lijstje van wat kwaad is:

- Door onvreedzaam tegenwerken doelen van anderen trachten te verhinderen
- Door irrationeel overleg bijgeloof verwerven
- Door onredelijk gedrag anderen ontzeggen ze rechtvaardig toekomt
- Niet eerlijk delen
- Niet eerlijk spreken
- Plannen baseren op waanideeŽn.
- Niet handelen op basis van gemaakte en gehouden afspraken
- Conflicten niet vreedzaam oplossen door bemiddeling van objectieve derden

Dit is kwaad omdat het vormen zijn van door menselijk tegenwerken werken elkaars leed vergroten en elkaars geluk verkleinen.

Het verdient de moeite en dient intellectuele helderheid om enigermate duidelijk aan te geven welke feitelijke aannamen gemaakt zijn bij de voorgaande beschrijving van goed en kwaad:

Feitelijke aanname: Mensen kunnen welbewust goed en kwaad verkiezen te doen. Redenen om ethisch kwaad te doen - tegenwerken - zijn: Leedvermaak, antipathie, vreemdeling zijn, eigen voordeel - in algemene zin: Het kwaad dat ik een ander doe dient een vermeend goed voor mijzelf. Een dergelijk goed kan, als ieder menselijk goed, teruggaan op waanideeŽn.

Feitelijke aanname: Mensen weten van mensen wat pijnigt en pleziert, in zeer veel omstandigheden, en gewoonlijk. Reden: Leden van dezelfde soort kunnen de gevoelens, noden en aandriften anderen van de soort in zeer veel gevallen heel adequaat begrijpen naar analogie met zichzelf.

Feitelijke aanname: Voor de meeste sociale groepen geldt dat de leden de groep en zichzelf in stand houden door elkaar goed te doen en door niet-leden van de groep kwaad te doen. Het kwaad dat de leden van een groep in groepsverband plegen tegen de leden van andere groepen geldt binnen de groep gewoonlijk als groot goed.

Feitelijke aanname: Voor de meeste mensen is het goede conformisme aan de normen van de groep waarin men verkeert. ("Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg." "If in Rome do as the Romans do". "Du skal ikke tenke at du er noen".)

Feitelijke aanname: De enige systematische manier voor succesvol handelen is gebaseerd op rationeel en empirisch gefundeerde gissingen. (Mensen hebben ware kennis, maar deze is overwegend beperkt tot hun eigen directe omgeving en ervaring en overigens tot logische, taalkundige en wiskundige waarheden. Zie mijn commentaar bij 1, 11, 94. De meeste wetenschap en filosofie bestaan uit meer of minder goed ondersteunde gissingen, al is er een redelijk betrouwbaar criterium om zin en onzin uit elkaar te houden: Waarachtige kennis van de werkelijkheid laat zich omvormen tot technologie - en alle geloof die niet tot technologie leidt die werkt onafhankelijk van geloof in of kennis van die technologie is vrijwel zeker illusie.)

Voor eerlijk delen is er een fundamenteel criterium of voorbeeld:

Gewoonlijk is een verdeling van k dingen over k personen met ieder 1 ding typisch eerlijk, temeer zo wanneer - en in de mate dat - de personen en de dingen overeenkomen. (Zelfs hťťl kleine kinderen vinden dit inzichtelijk, zoals iedereen kan uitvinden die snoep aan kleuters uitdeelt.)

3. Er is praktische goedwillendheid en praktische kwaadwillendheid:

en het is betrekkelijk makkelijk het daar in algemene termen over eens te worden (zolang van eigenbelang en groepsbelang geabstraheerd worden):

Praktische goedwillendheid:

- Door vreedzaam samenwerken gedeelde doelen trachten te realiseren
- Door rationeel overleg kennis verwerven
- Door redelijk gedrag iedereen geven wat hem rechtvaardig toekomt
- Eerlijk delen
- Eerlijk spreken
- Plannen baseren op rationele kennis
- Handelen op basis van gemaakte en gehouden afspraken
- Conflicten vreedzaam oplossen door bemiddeling van objectieve derden

Praktische kwaadwillendheid:

- liegen, bedriegen, misleiden
- vechten
- tegenwerken
- niet vreedzaam en rationeel overleggen

- irrationaliteit
- onwetendheid
- onwaar geloof

- onpraktiseerbare waarden
- onpraktiseerbare plannen

Van de vormen van kwaadwilligheid is de eerste groep overwegend welbewust, en de rest vaak gedeeltelijk onbewust, al is het ůůk een feit dat veel irrationaliteit en onwetendheid actief in stand worden gehouden door te weigeren evidentie onder ogen te zien en relevante kennis te verwerven.

Doorsnee "men" meent te "weten" dat de ideologie van de eigen groep waar is en de leiders van de eigen groep nobel en edel zijn en het goede willen en voorstaan, en meent te "weten" dat de ideologie van leden van andere groepen vals is en de leiders van andere groepen slechte bedriegers zijn - en doorsnee "men" handelt naar dit geloof, met opofferend chauvinisme en patriottisme, en grote apentrots.

Dit onwaarachtig geloof in de eigen voortreffelijkheid is trouwens een geloofsartikel van iedere sociale groep, waartoe de menselijke hormonen die mensen tot sociale dieren maken, mensen kennelijk disponeren. Het is klaarblijkelijk hetzelfde sentiment en soort hormonaal gefundeerde proces dat hordes hyena's bij elkaar houdt, en dat de leden van de eigen horde tot voorbeeldig goed en leden van de andere horden tot gruwelijk slecht maakt, alles allťťn op basis van groepslidmaatschap, onderlinge gelijkenis en nestgeur.

Praktisch probleem: De grote meerderheid van de mensen is overwegend irrationeel en onredelijk, en is  meer geneigd tot kwaad dan goed, behalve waar het leden van de eigen groep betreft, en ook dan geldt

ďhet goede wat men doet
is het kwade dat men laatĒ

(Wilhelm Busch), en dat dan weer vaak door vrees voor sancties indien men het kwade doet, en niet omdat men zelfstandig het goede wenst te doen of het kwade wenst te laten.

Want: De grote meerderheid van de mensen is niet bijzonder intelligent; voelt alleen eigenbelang dat meestal samenvalt met gevoeld groepsbelang; en weet dat het doen van kwaad gewoonlijk makkelijker, plezieriger en winstgevender is dan het doen van goed, zeker wanneer het kwaad bedreven wordt met de leden van de eigen groep tegen leden van een andere groep - waarbij dit opzettelijk kwaad doen in sociaal verband bovendien gewoonlijk geldt als het hoogste goed wat een mens sociaal kan doen, en sociaal beloond en bewonderd wordt (als patriottisch, loyaal, solidair).

De uiteindelijk enige oplossing, indien haalbaar voordat de doorsnee uit fanatieke domheid en groepstrouw de mensheid uitmoordt, is deze:

Leren weten hoe de menselijke hersens werken en ze eugenetisch intellectueel verbeteren. NB: Ik zeg niet: moreel, omdat het veel makkelijker is het waarachtig en feitelijk gefundeerd eens te worden over wat intelligentie is en hoe het veroorzaakt en gestimuleerd kan worden. Voor meer zie mijn verhandeling n.a.v. Mencius over goed en kwaad. (Maar de bronnen van zelfbeheersing zijn interessant. Ook mensen die rationeel en redelijk kunnen en willen zijn moeten in staat zijn voldoende zelfbeheersing op te brengen om dat te praktiseren wanneer dat moeilijk is.)

Aanname: Intelligenter mensen zijn eerder en beter bereid tot samenwerken, was het alleen uit welbegrepen eigenbelang.

In algemene termen (zie Multatuli en de Filosofie):

Het kwaad in de wereld is onnodig lijden, en wordt veroorzaakt door menselijk onvermogen - tot goed nadenken en eerlijk en konsekwent handelen. Ingewikkeld is het niet: Iedereen weet tot op zeer grote hoogte wat z'n medemensen pijnigt en pleziert, en wat een mens nodig heeft om redelijk te kunnen bestaan. Iedereen weet dat onware ideeŽn, hoe goed bedoeld ook, wanneer ze als leidraad tot handelingen dienen overwegend tot ellende leiden, zo niet voor de handelaar dan wel voor z'n medemensen. Daarom behoort iedereen, al was het alleen maar uit welbegrepen eigenbelang, zich naar vermogen toe te leggen op waarachtig begrijpen en goed doen - waarbij het laatste in ieder geval wil zeggen: Het bewust vermijden van onnodig lijden, en het helpen van degenen die daaraan blootgesteld zijn.

4. Fundamentele problemen met goed en kwaad:

Mij lijkt het bovenstaande in algemene termen duidelijk en helder genoeg, en iets waar het niet moeilijk is in algemene termen wijde instemming voor te vinden.

Nu, als het dan zo eenvoudig is helder uiteen te zetten wat goed en kwaad zijn:

Wat weerhoudt zo bijzonder veel mensen dan het goede te doen en waarom zijn "de wereld", "de maatschappij" en de mensen zo vaak zo slecht tegen andere mensen? Waarom is een zo groot deel van de menselijke geschiedenis een geschiedenis van gruwelen, wreedheid, vervolging, verslaving, moord, bedrog en uitbuiting?

Er zijn drie algemene redenen:

A. Het radikale verschil tussen zichzelf en anderen
B. Het radikale verschil tussen de leden van de eigen groep en anderen
C. Persoonlijk en menselijk onvermogen en zwakte

A. Het radikale verschil tussen zichzelf en anderen:

Ieder mens voelt alleen de eigen gevoelens en het eigen lichaam; kent uiteindelijk alleen de eigen ideeŽn en wensen werkelijk en onbetwijfelbaar (en zelfs dat maar gedeeltelijk - zie ook 1 en 11); en moet gissen over al het overige. Ieder mens leeft uiteindelijk in een eigen persoonlijke wereld in zijn eigen brein; voelt alleen z'n eigen lichaam; en heeft geen directe ervaring van het overgrote deel van de werkelijkheid waar hij, samen met alle andere mensen, deel van uitmaakt.

En het is werkelijk moeilijk waarachtige en waarschijnlijke kennis te vinden over zichzelf, anderen en de werkelijkheid, terwijl waarachtige kennis over mens en maatschappij extra bemoeilijkt wordt doordat mensen over mens en maatschappij veel en systematisch liegen, uit eigenbelang, uit angst, uit onwetendheid, uit ideologische overwegingen, of uit wensdenkerij.

B. Het radikale verschil tussen de leden van de eigen groep en anderen

Er blijkt empirisch dat mensen groepen beschouwen en beschrijven als bezielde organismes, zelfs al weten ze tegelijk dat dit feitelijk onzin is; er blijkt empirisch dat mensen zichzelf begrijpen in termen van de sociale (politieke, religieuze) groepen waar ze lid van zijn (door toeval of keus); en er blijkt empirisch dat de grote meerderheid van de mensen trouwe volgelingen van leiders en ideologieŽn zijn die hun besef van goed en kwaad gewoonlijk laten afhangen van en samenvallen met conformisme aan het veronderstelde groepsbelang van de groep waar ze deel van uitmaken.

Hier schuilt dan ook een fundamenteel probleem:

Voor de grote meerderheid van de mensen geldt het als goed (en wenselijk, prijzenswaardig, voorbeeldig, patriottisch, godsdienstig) niet-leden van de eigen groep kwaad te doen, vooral wanneer dit de veronderstelde belangen van de eigen groep of eigen leiders dient.

Goed en kwaad veranderen van voorteken met het veranderen van groepslidmaatschap: Wat goed is voor de leden van de eigen groep is vaak het doen van kwaad tegen leden van andere groepen, omdat dit het belang van de groep of de leiders dient, of overeenkomt met de illusies die de leden delen over elkaar en anderen. En merk op dat het begrip van goed en kwaad - het welbewust elkaar aandoen van plezier en pijn - even helder is en blijft als hierboven uiteengezet! 

Dit geldt politiek en religieus geloof (vervolging, onderdrukking, waanideeŽn, propaganda), handel en ruil (bedrog), ras en geslacht (discriminatie), sport en spel (hooliganism), en "allochtoon" en "autochtoon": Zodra er sprake is van groepen waar men wel en niet toe zou behoren ontleent de zeer grote meerderheid van de mensen hun normen en waarden via eigenbelang en conformisme aan de groepen waar ze deel van zouden uitmaken, en kiezen ervoor het goede te doen voor de leden en leiders van de eigen groepen, en dat goede bestaat gewoonlijk uit het doen van kwaad tegen de leden en leiders van andere groepen.

De grote meerderheid van de mensen zijn totalitaire ideologische apen, wier gedrag en opvattingen voor het overgrote deel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden afgeleid uit hun behoren tot bepaalde sociale groepen, op basis van conformisme, solidariteit en loyaliteit: Het goede wat ze menen te doen is vrijwel altijd wat de conformisten en leiders uit de groepen waar ze deel van uitmaken voor goed houden, en bestaat gewoonlijk uit het doen van kwaad tegen leden van andere groepen (waarvan het minst schadelijke en minst gruwelijke voorbeeld het gewone alledaagse bedrog is dat de basis van alle handel vormt - zie Mandeville's, Fable of the Bees voor een zeer fraaie, wellicht licht cynische maar daarom hoogst waarachtige en realistische uitleg en Multatuli's "Geschiedenissen van het gezag" in "Minnebrieven", vooral die over Hassan's dadels. En 374.).

Multatuli had dus een groot gelijk dat hij het fundamentele probleem van menselijkheid legde bij het liegen - zie o.a. de conceptie van de Ideen -  maar was zich kennelijk lang niet bewust hoe fundamenteel dit liegen verweven is met menselijk sociaal zijn. En inderdaad ligt hier ook het fundamentele verschil tussen de minderheid die enigermate "de roeping van de mens" volgt en de grote meerderheid die dat niet doet, uit gebrek aan hersens, moed of karakter: Voor de zeer grote meerderheid van de mensen geldt dat ze hun persoonlijke verantwoordelijkheid en persoonlijke aansprakelijkheid - hun individuele zelf, hun eigen oordeel - opgeven zodra dit strijdig is met de sociale rol die ze spelen, en die hun maatschappelijke voordelen, geld, macht of status geven. (Zie 74)

Het algemene principe is zeer fraai verwoord als "Unsere Ehre heisst Treue!" - de wapenspreuk van de SS, die in het Nederlands vrij vertaald luidt "Onze moraal IS loyaliteit!". Op basis van dit solide "menschlich-allzumenschliche" morele principe zijn miljoenen vermoord, opgesloten en vervolgd, en dit morele principe, dat feitelijk bestaat in het welbewust opgeven van iedere individueel gehandhaafde morele norm is het fundament van het normale maatschappelijke handelen van doorsnee mensen - zoals de zeer vele gruwel-geschiedenissen van de 20ste eeuw zeer duidelijk illustreren.

C. Persoonlijk en menselijk onvermogen en zwakte:

Bovendien: Ook wie zich weet te onttrekken aan de gewone maatschappelijke illusies, waandenkbeelden, propaganda, partij- en godsdienst-waanzin, conformisme, en braaf aangepaste karakterloze lafheid blijft beperkt door z'n eigen intellectueel onvermogen, gebrek aan persoonlijke moed, gebrek aan individualisme en gebrek aan karakter (die voor iedereen in zekere mate gelden, want niemand is perfect).

Afgezien daarvan geldt voor de grote meerderheid Ovidius' "video meliora proboque; deteriora sequor": "Ik zie het betere en stem toe dat het beter is, maar doe het slechtere" - omdat dit me beter uitkomt, makkelijker is, meer plezier geeft, voordeliger is, of overeenkomt met geldend maatschappelijk vooroordeel.

En de enige mensen die zichzelf niet in de grote meerderheid van de gevallen opstellen als loyaal lid van hun gemeenschap - dus volgens de morele hordenwet "right or wrong, my country!" - en zich niet loyaal conformeren aan de heersende morele en intellectuele begrippen zijn gek, misdadig of bijzonder dom of intelligent, en in het laatste geval daarbij ongebruikelijk moedig. Zie 73, 74.

In algemene termen geldt de volgende fraaie diagnose van de mens uit 1618:

Ach, waren alle mensen wijs
En deden daarbij wel
Dan was de aarde een paradijs
Nu is zij vaak een hel.

Dirck Jansz Coster, 1618

O, if only all men were wise
And
also acted well
Then the earth would be a paradise
Now it often is a hell

Dirck Jansz Coster, 1618

Ik ga op de vraagstukken die ik in dit commentaar aansnijd vrij uitgebreid in op diverse plaatsen op mijn website. Hier zijn een aantal verwijzingen met een kort commentaar:

  • Politics intro : Dit is een leeslijst van goede boeken die samenhangen met politieke en ethische kwesties. (Tenzij de lezer(es) persoonlijk zeer bijzonder en intellectueel hoogst ondernemend en zelfstandig is zal blijken dat hij/zij hiervan vrijwel niets kent, al bestaat het uit het beste en zinnigste wat hier de afgelopen 25 eeuwen over gedacht en geschreven is.)

  • Fundamental problem 1: Ik leef in een zogeheten democratische rechtsstaat - en merk op dat de zeer grote meerderheid van mijn medeburgers verkiest daar nauwelijks of geen interesse voor te hebben, en al in het geheel geen intelligente op kennis gebaseerde interesse daarin heeft. (Drank, partydrugs en voetballen omschrijven het geestelijk kader van mijn Neerlandse medemens.)

  • Fundamental problem 2: Er is eerder uitgelegd dat goed en kwaad voor de meeste mensen makkelijk inzichtelijk en begrijpelijk te maken is, en inderdaad overwegend gehandhaafd wordt binnen sociale groepen door leden van die groepen tegenover leden van die groepen. In de link die hier gegeven wordt leg ik het uit in het Engels met referentie aan interessante citaten van de Chinese filosoof Mencius, die ervan overtuigd was dat de mens "wezenlijk" goed is.

  • Ortega: Een interessante verhandeling uit 1930 van de Spaanse filosoof Josť Ortega y Gassett is in het Nederlands vertaald als "De opkomst der horden". Ik geef in de link een citaat daaruit, en bespreek dit ten behoeve van B&W van Amsterdam, met referentie aan ME in Amsterdam.

  • Boetie: Het overgrote deel van het kwaad dat mensen elkaar doen gaat terug op het goede dat zou bestaan in het trouw deel zijn van een sociale groep en het loyaal uitvoeren van orders en volgen van leiders. Dit gaat uiteindelijk terug op de genen die mensen beperkt intelligent maken en die mensen sociaal maken. De problemen die hiermee samenhangen werden zeer helder onderzien door Etienne de la Boťtie, de vriend van Michel de Montaigne, wiens tekst door Montaigne overleverd is als bijlage bij de Essays. De tekst van De la Boťtie is in het Nederlands vertaald als "De vrijwillige slavernij", en is bijzonder helder. Zie ook  74.

  • White: Nogal wat zinnige ideeŽn over menselijk doen en laten zijn overgeleverd in de vorm van verhaaltjes voor kinderen. Een zeer bekend voorbeeld is Swift's "Gulliver's Travels" (dat iedere enigermate intelligente lezer behoort te lezen - zie ook "Yaahooisme en Democratie"). T.H. White schreef een aardige nieuwe versie van de Arthur-legende als "The Once and Future King" en schreef daar een opvoedkundig vervolg op, "The Book of Merlyn" geheten, dat ik kort bespreek.

  • Machiavelli: Nicolo Machiavelli was een hoge Florentijnse bureaucraat die rond 1500 leefde en schreef over macht en bestuur. Hij had een zeer helder verstand, schreef zeer helder, en had heel weinig illusies over z'n medemensen. Ik geef een Engelse vertaling van zijn "De Prins" met mijn commentaar.

  • Russell 15: Wie meer van filosofie wil weten en een enigermate rationeel hoofd heeft behoort Russell's "Problems of Philosophy" te lezen, dat op mijn site staat met mijn commentaar. De hier gegeven link verwijst naar mijn commentaar bij het laatste hoofdstuk.

  • MM: Dit is een link naar mijn eigen sectie in het filosofisch deel van mijn website.

  • Norms and Society: De meeste van mijn ideeŽn uit deze opmerking en veel andere van mijn commentaren op Multatuli's Ideen hebben intellectuele fundamenten die dieper gaan dan de meeste mensen aanwillen of aankunnen. De hier gegeven link is naar een hoofdstuk uit mijn proefschrift (dat over logica, psychologie en filosofie gaat) en is enigermate technisch - maar interessant en verhelderend voor wie 't aankan.

  • De Genot-is-Deugd theorie en waarden en waarschijnlijkheden: Dit is een link naar een korte uiteenzetting over vragen die hiermee samenhangen in mijn kommentaar bij idee 817.

  • Voor tolerantie, respect, eerbied en eigenbelang zie 855.

  • On "The Logic of Moral Judgment": Een lange Engelstalige bespreking van een boek van de Amerikaanse filosoof Paul Edwards met de geciteerde titel van mijn hand, trouwens zonder wiskundige logica.

  • "On Liberty": Dit is de volledige tekst van John Stuart Mill's essay "On Libery", met mijn uitgebreide notities. "On Liberty" werd origineel gepubliceerd in een tijdschrift in 1857 en in boekvorm in 1859, en het is een interessante vraag of Multatuli het werk ooit las. Hij zelf beweerde van niet, maar veel van de IdeŽn rŗken in ieder geval aan themaas die Mill ook behandelde, en hebben er behoorlijk veel van weg. Aan de andere kant: Multatuli kan Mill's ideeŽn ook allemaal indirect opgedaan hebben in z'n eigen tijd, want ze werden veel besproken en gerecenseerd.

Idee 423.