Idee 410.                                    


Die Fancy scheen 'n soort hofdame van Wouter's moeder te wezen [1], die hem 'n bezoek bracht in z'n ballingschap om hem wat optebeuren en moed in te spreken, opdat-i de tydelyke bestraffing die hem ten-deel viel, niet zou opvatten alsof men boos op hem was.

Zy beloofde hem te bezoeken van-tyd tot-tyd...

- Maar, had Wouter gevraagd, hoe vaart m'n zusje?

- Uw zusjen is ook gestraft... ge kent de wet. [2] Doch zy is 'n lief kind. Ze schikt zich geduldig in de kastyding, en belooft beterschap. In den beginne is zy een luchtbolletje geweest, en heeft zich als zoodanig onberispelyk gedragen. Daarop werd ze een maanstraal; en ook in die hoedanigheid was er niets op haar te zeggen. Zy schéén dat het 'n lust was, en uw moeder had geestkracht noodig om haar straf niet te bekorten. Zeer spoedig is ze dan ook bevorderd tot geur, en voldeed byzonder, want ze vulde de heelallen dat wy er hoofdpyn van kregen. Dit gebeurde omstreeks den tyd toen gy begonnen zyt gras te gebruiken. Weldra werd ze 'n vlinder. Maar uw moeder vond die konditie niet geschikt voor 'n meisje, en liet haar daarom spoedig overgaan in 'n sterrenbeeld... zie, daar staat ze... ònder ons.

Wouter zocht Omikron, maar vond haar niet...


[1] "Die Fancy scheen 'n soort hofdame van Wouter's moeder te wezen"

Zeg: De creatieve fantasie in dienst van de rede. Zie 162, 177.
 


[2] "- Uw zusjen is ook gestraft... ge kent de wet."

Zie 409.

Idee 410.