Idee 409.                                    


...de moeder begreep dat het voor den kleine nuttig wezen zou zich 'n beetje te gewennen aan ontbering.

Daarom gelastte zy dat men Upsilon eenigen tyd geheel zonder speelgoed laten zou.

Dit geschiedde.

Men nam hem alles af. Zelfs de komeet waarmed-i aan 't kaatsen was met prinses Omikron, z'n zusje.

Prins Upsilon was driftig van aard, en vergat zich in z'n uitdrukkingen zóóver dat hy iets onëerbiedigs zeide over zyne moeder.

Ook prinses Omikron, verleid door zyn voorbeeld - want niets is verderfelyker dan slechte voorbeelden - wierp met driftig gebaar haar palet tegen 't heelal. En dat staat niet voor 'n meisje.

Nu bestond er in 't ryk der geesten 'n wet dat wie 't ontzag voor de koningin uit het oog verloor, of iets tegen 't heelal aangooide, daarvoor zou worden gestraft met tydelyk verlies van alle waardigheid.

Prins Upsilon werd 'n zandkorl.

Na zich 'n paarduizend eeuwen goed gedragen te hebben, werd hem de heugelyke tyding meegedeeld dat-i bevorderd was tot mosplantje.

In deze hoedanigheid paste hy braaf op, en deed wat 'n goed mosplantje behoort te doen.

Op zekeren morgen ontwaakte hy als poliep.

Dit geschiedde omstreeks den tyd toen de menschen begonnen hun spyzen te bereiden met vuur.

Hy bouwde 'n paar werelddeelen, en werd 'n eeuw of duizend daarna tot belooning van z'n yver veranderd in 'n garnaal.

Ook in deze betrekking had niemand de minste klachte over z'n gedrag, en weldra ging-i over in de klasse der zeeslangen.

Hy vermaakte zich heel onschuldig door schuilhokje te spelen met de zeeluî  *)   maar deed niemand kwaad, en kreeg daarop vier pooten, met rang van mastodont, en de vergunning zich wat te vertreden op 't land.

Met wysgeerige gelatenheid schikte hy zich in dien nieuwen stand, en hield zich bezig met geologische opmerkingen.

Een paar millioen eeuwen later... [1]

Als ik zoo van eeuwen spreek, houde men in 't oog dat al die tyd te-zamen genomen in het ryk der geesten maar 'n klein kwartiertje was... of juister: dat die tyd volstrekt niets was. Want tyd is uitgevonden tot gemak van de menschen, zooals wy spelboeken geven aan kinderen. Voor geesten is toen, nu en dan volkomen hetzelfde. Zy grypen gisteren, heden en morgen te-zamen met één blik, even als men zonder spellen 'n woord leest. Wat was en wezen zal, Is. [2]

Dit wisten de Egyptenaars en de Feniciërs heel goed, maar de Christenen hebben 't vergeten. [3]

Fancy begreep dat Wouter niet lezen kon, en daarom spelde ze hem Upsilon's geschiedenis vóór, zooals ik doe voor den lezer.

Een paar millioen eeuwen later alzoo, klom-i op tot olifant, en 'n geestminuut of wat dáárna, dat is dus tien jaren - menschelyke jaren ditmaal - vóór den aanvang van m'n verhaal, werd-i overgeplaatst in de klasse der menschen.

Wat-i als olifant misdaan had, weet ik niet.  **)  

Maar, had Fancy gezegd, om nu niet verder teruggezet, en om binnen weinig tyds hersteld te worden in z'n rang als prins van den geeste, moest-i nu als mensch braaf oppassen, geen roofliederen maken, niets verkwanselen, zelfs geen bybel... en dan zou 't wel gaan.

Ook moest-i zich schikken in de sleepeloosheid van juffrouw Pieterse. ‘Dit wàs nu eenmaal zoo!’ zei Fancy. [4]

*)  Schuilhokje - als amsterdamismus juister: schuilhokkie - gelde voor schuilhoekje. In vorige uitgaven staat: schuilevinkje, dat ik gedachteloos geschreven had, en waaromtrent ik verwys naar de noot op 887, onder opmerking dat ik waarschynlyk deze fout niet zou gemaakt hebben, indien het hier myn doel ware geweest een by-uitsluiting taalkundig werk te schryven, gelyk met den arbeid der heeren D.V. en T.W. wèl het geval was. Wie dit op zich neemt, behoort er meer van te weten dan zich die geleerden - volgens getuigenis van zoo'n binnengesmokkelden vink - blyken te veroorloven.
Wat de zeeslangen aangaat, deze sujetten vertoonen zich periodiek... in couranten. De zeer ‘geloofwaardige getuigen‘ ontbreken nooit, zoo dikwyls er penurie is aan nieuws of politiek.
Toch begryp ik de mogelykheid der goede trouw van sommigen die beweren zoo'n zeeslang gezien te hebben. Onder eenige voorwaarden van weêr, wind en dampkring, vertoont zich op den oceaan somwylen aan de kim zekere rafeling die - met wat voorbeschiktheid tot het wáárvinden van iets vreemds - zou kunnen worden opgevat als het schuifelen van 'n reusachtige slang. Ook is hier misschien fata morgana in het spel, zooals, byv. op den Blocksberg. Zoodanige aan gezichtsbedrog ontleende verontschuldiging houdt evenwel op, wanneer de ‘geloofwaardige getuigen‘ hun berichten met afbeeldingen opluisteren. Er bestaan platen waarop de slang zich eenige malen om den romp van 'n driedekker kronkelt, en dan nog lengte genoeg overhoudt om met kop en staart beide, de bramzaling te bereiken. Een sloep kan ongedeerd tusschen de tanden van zoo'n monster heenroeien. Toch blykt niet ieder die deze byzonderheid te zien krygt, oogenblikkelyk van schrik te sterven, want er blyven somtyds ‘geloofwaardige getuigen‘die teekenen kunnen, in leven om de zaak behoorlyk in plaat te brengen. [5]

**)  Zeer inkorrekt! De geestigheid van Fancy's mededeelingen is van beter gehalte dan deze boutade van den auteur, die alweder - gelyk in 183 en 385, en zeer ten-onrechte - de sprekende produkten van z'n eigen vinding in de rede valt. Jezus, Pennewip en Fancy hebben reden tot klachten, en ik beken schuld. Toch laat ik dien ongepasten uitval staan, daar hy me by-gelegenheid dienen kan als uitmuntend voorbeeld van valsch-vernuft, geheel iets anders dan gewoonlyk met dien naam bestempeld wordt. Valsch vernuft namelyk is niet gelykbeteekenend met géén vernuft, zooals door sommigen gemeend wordt. [6]


[1] "Een paar millioen eeuwen later... "

Erg sporen met de natuurlijke geschiedenis doet deze vertelling niet: "Dit geschiedde omstreeks den tyd toen de menschen begonnen hun spyzen te bereiden met vuur." gevolgd door "Een paar millioen eeuwen later...".
 


[2] "Want tyd is uitgevonden tot gemak van de menschen, zooals wy spelboeken geven aan kinderen. Voor geesten is toen, nu en dan volkomen hetzelfde. Zy grypen gisteren, heden en morgen te-zamen met één blik, even als men zonder spellen 'n woord leest. Wat was en wezen zal, Is."

Hier ligt inderdaad een diep mysterie.
 


[3] "Dit wisten de Egyptenaars en de Feniciërs heel goed, maar de Christenen hebben 't vergeten."

Dit maakt het zeer waarschijnlijk dat M. niet de "Bekentenissen" van de katholieke kerkvader Augustinus had gelezen, waar zeer interessant gesproken wordt van het mysterie tijd.
 


[4] "Ook moest-i zich schikken in de sleepeloosheid van juffrouw Pieterse. ‘Dit wàs nu eenmaal zoo!’ zei Fancy."

Kortom: Volgens de mythe die M. hier opdient is Woutertje een godenzoontje dat uitbesteed is aan juffrouw Pieterse plus familie om z'n plaats en de mensen te leren kennen.
 


[5] Zeeslangen zijn nog steeds tamelijk populair, als het monster van Loch Ness. 't Volk wil nu eenmaal bedrogen worden, en zoekt sensatie en wensdromen, en vermijdt alle pijnlijke waarheid, vooral over zichzelf.


[6] "Valsch vernuft namelyk is niet gelykbeteekenend met géén vernuft, zooals door sommigen gemeend wordt."

Juist. Nederland wordt al eeuwen geregeerd door politici en priesters van vals vernunft.

Idee 409.