Idee 407.                                    


Het prinsdom van Wouter lag in de maan... neen, veel verder. [1]

Ziehier hoe hy gekomen was tot die nieuwe waardigheid.

Lang voor het begin dezer geschiedenis - ja, zéér lang geleden was er 'n koningin der geesten, juist als in Hans Heiling. Ze heette A-OO. [2]

Ze bewoonde geen hol, zooals in Hans, maar hield haar hof ver boven de wolken, wat luchtiger is en dan ook beter past voor 'n koningin.

Ze droeg 'n halssnoer van sterren, en er was 'n zon gezet in haar zegelring.

Als ze uitging stoven de nevelvlekken op als stof, en met 'n waaierslag verjaagde zy de firmamenten.

Haar kinderen speelden met planeten als knikkers, en klaagden dat die zoo moeielyk waren weertevinden na 't wegrollen tusschen 't huisraad. [3]

Het zoontje der koningin, prins Upsilon, was verdrietig daarover, en verlangde gedurig ander speelgoed.

De koningin liet hem 'n doosje siriussen geven, maar binnen weinig tyds waren ook deze weer verloren. Doch 't was Upsilon's eigen schuld. Hy had maar beter moeten achtgeven op z'n speelgoed.

Men stelde hem zoo goed mogelyk tevreden. Maar wat men hem ook gaf, gedurig vraagde hy wat anders, wat grooters, en méér. Dit was 'n fout in 't karakter van den kleinen prins. [4]

De moeder, die als koningin der geesten 'n zeer verstandige vrouw was...


[1] "Het prinsdom van Wouter lag in de maan... neen, veel verder."

We zijn aangeland bij het begin van een soort metafysisch sprookje in het sprookje van "Woutertje Pieterse" dat Wouter informeert over zijn eigen bijzonderheid.

Merk op dat de droom "zot" is volgens M.'s epigraaf, om welke reden wellicht de maan genoemd wordt, en ook kinderlijk is. Aan de andere kant: In de droom openbaart Wouter zichzelf aan zichzelf, al is het op een kinderlijke en wat zotte manier, en via een gedroomd sprookje (in een sprookje).
 


[2] "Lang voor het begin dezer geschiedenis - ja, zéér lang geleden was er 'n koningin der geesten, juist als in Hans Heiling. Ze heette A-OO."

En ongetwijfeld met de titulatuur van alfa tot omega.
 


[3] "Haar kinderen speelden met planeten als knikkers, en klaagden dat die zoo moeielyk waren weertevinden na 't wegrollen tusschen 't huisraad."

M. geeft hier toe aan de menselijke aanvechting het vermeend geestelijk grote ook fysiek groot te maken. Zoals ik zei in [1] is de droom kinderlijk en wat "zot", hoewel waarachtig in strekking: Woutertje is een bijzonder jongetje.
 


[4] "Men stelde hem zoo goed mogelyk tevreden. Maar wat men hem ook gaf, gedurig vraagde hy wat anders, wat grooters, en méér. Dit was 'n fout in 't karakter van den kleinen prins."

Dit is echter ook een geheel menselijke fout, die bovendien niet te vermijden is, althans voor mensen. Immers, wensen en dromen staan vaak geheel los van werkelijkheid of realisatie-mogelijkheden, en hebben daar als product van fantasie ook weinig mee van doen.

De fout ligt dan ook niet in het hebben van onmatige, onrealistische, onpraktische of anderszins niet te bevredigen wensen, maar in het verwarren van wensen en werkelijkheid.

Idee 407.